Predikant zijn in een tijd vol polarisatie
Hebt u ook niet het gevoel, dat er veranderingen op til zijn, - diepingrijpende veranderingen?
Hebt u ook niet het gevoel, dat er veranderingen op til zijn, - diepingrijpende veranderingen?
Natuurlijk is er nooit een complete stilstand in een levend organisme. Evenmin dus binnen een volk en maatschappij, binnen de gemeenschap van verwante volken en culturen.
Veranderingen, die zich binnen een bepaald bestek en bestel voordoen, zijn echter van dien aard, dat zij de structuren alszodanig niet wijzigen noch het totaalbeeld aantasten.
Thans evenwel zijn veranderingen bezig zich te voltrekken, die het karakter hebben van een aardverschuiving. En sta je daar tegenover niet machteloos?
Ons politiek bestel is niet meer bij machte de grote sociale en economische vraagstukken tot een oplossing te brengen.
Ons staats-en rechtsbestel worden op allerleiwijze ondermijnd. De cultuur vertoont in wel-haast al haar uitingsvormen een beangstigende voosheid en decadentie, die bewijzen, dat zij niets te bieden heeft tot geestelijke voeding van ons volk.
De rechtspleging in ons land roept ernstige bedenkingen op en geeft reden tot diepe zorg aan allen, die ervan overtuigd zijn, dat een samenleving het eenvoudig niet kan stellen zonder recht en orde. De mentaliteit in grote delen van ons volk is verziekt door genotzucht en egoïsme en is zó gericht op 'brood en spelen', dat zij niet meer in staat is als een gezond lichaam infecties af te weren en kleinere crises te doorstaan.
Somber beeld
Het is een somber beeld, dat ik u in grove lijnen schets om aan te geven hoe mijns in-ziens West-Europa (en wij in Nederiand met haar) in een zware geestelijke en morele crisis verkeren.
Van de jaren, die wij nu beleven, heb ik het vermoeden, dat zij een kantelend tijdperk zijn, een overgangsfase naar een nieuw bestel, een andere orde die de hele westerse wereld zal gelden. Welk bestel dat zal zijn laat zich wel aanzien. Daarin zal voor onze geestelijke vrijheid en verworvenheden geen plaats meer zijn. Geweld en terreur zullen - als God het niet verhoedt - het Evangelie en de belijders daarvan naar de uiterste uithoeken van de samenleving dringen. Of staat zelfs een totale ondergang voor de deur?
In deze jaren predikant
Het is in deze jaren, dat wij leven en predikant zijn in de vaderlandse Kerk.
Het één noch het ander gaat buiten Gods plan en bedoeling om. Het is zijn wil, dat wij nu leven. Maar dan ook zaak, dat wij het karakter van onze tijd trachten te doorzien.
Het is zijn roeping die tot ons kwam, dat wij Hem en de kerk zouden dienen in het ambt van predikant. Dat zou gemakkelijker en vreugdevoller zijn in een tijd van opleving en geestelijke bloei dan in deze tijd van afval en neergang. Maar wij staan er voor. Laten wij er voor staan, want wij staan er niet alléén voor!
Polarisatie
Op één aspect van de ontwikkelingen in deze jaren, dat zich vooral ook manifesteert in ons kleine land, wil ik thans nader ingaan en dan met name zoals het zich voordoet in de kerk. Wij zijn immers als dienaren van het Goddelijk Woord hier bijeen, die dienend bezig zijn in de kerk. Het verschijnsel, dat ik op het oog heb, is dat van de zogeheten polarisatie.
Het woord is afkomstig uit de natuurkunde. Wanneer het voor het eerst is toegepast op verschijnselen in de samenleving is mij niet bekend. Het woord wordt in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal van Van Dale omschreven als: 'het ontstaan of toenemen van (tot dan toe verborgen) spanningen en tegenstellingen in een groep', 'meer in het algemeen toespitsing en accentuering van de tegenstellingen'. Zulk een toespitsing van de tegenstellingen in kerk en theologie beleven wij voluit. Zeker is dat niet voor het eerst in de geschiedenis van de kerk. Om maar bij Nederland te blijven - de strijd tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten valt onder deze rubriek, ook de tegenstellingen later tussen Voetianen en Coccejanen. Afscheiding en Doleantie gaan op zulke felle tegenstellingen terug, evenals de scheuringen in de kleinere kerkformaties van gereformeerde signatuur, terwijl daar steeds nieuwe polarisaties ontstaan, die aanleiding geven tot steeds nieuwe scheidingen en scheuringen.
Het eigenaardige van de situatie van ons als gereformeerde mensen in de Nederlandse Hervormde Kerk is, dat wij ondanks het vele on-gereformeerde, ja veelszins gereformeerde in onze Kerk en ondanks de vele tegenstellingen tot de huidige dag in haar gebleven zijn - ik hoop: bewust gebleven zijn.
Deze houding roept steeds weer bij hen, die mét ons de gereformeerde Confessie liefhebben, maar buiten de Nederlandse Hervormde Kerk leven, grote vragen en bedenkingen op. En het zou niet ondenkbaar zijn als binnen onze kerk wel eens wordt verzucht: gingen zij maar heen!
En bij ons zelf kom misschien ook wel eens de verleidelijke gedachte op: wat zou je van veel ongemak en ongenoegen verlost zijn, als je er maar uit ging!
Het is nu mijn bedoeling niet een brede argumentatie te ontvouwen voor ons blijven in de Hervormde Kerk. Ik beperk mij thans tot de opmerking, dat dit blijven niet ingegeven dient te zijn door een gebrek aan moed om met haar te breken, maar door een bewust verlangen om in de vaderlandse Kerk te blijven, om daar te staan en te arbeiden, te lijden en te strijden. Is aan dat blijven geen grens? Ja, wanneer het ons verboden zou worden of onmogelijk gemaakt het Woord van onze God te prediken en de sacramenten te bedienen zoals wij ons daartoe door het Woord zelf en door onze confessie gedrongen en verphcht weten. Het is in vertrouwen op God en zijn Woord, dat wij blijven waar wij zijn. En daarin ligt besloten: in vertrouwen, dat het Woord ook nu de kracht bezit in de overmacht van de Heilige Geest om mensen te bekeren niet alleen, maar ook vervallen gemeenten en streken dezelfde krachtige, helende werking te doen ondervinden.
Waardering van de Confessie
Eerder sprak ik van een kantelend tijdperk. Dit geldt ook de kerk, die immers ten nauwste verweven is met het leven van het volk en de geestesstromingen van de tijd.
Zag het er in de jaren direct na de laatste wereldoorlog naar uit, dat er een zekere terugkeer tot de Confessie was, in elk geval een meerdere waardering van haar, al jarenlang is in het geheel der kerk deze waardering aan het wegebben. Terzake van de leer heerst in de praktijk volstrekte vrijheid en zijn de gemeenten overgeleverd aan pure willekeur. Nóch de Bijbel, noch de belijdenisgeschriften zijn voor prediking en kerkelijk beleid ook maar enigszins normatief. Het is droevig dit keer op keer te moeten vaststellen.
Het is dan ook geen wonder, dat de verschillende delen van de kerk meer en meer uiteen groeien. Men verstaat elkaar niet meer, luistert niet meer naar elkaar, herkent elkaar ternauwernood. En dat binnen één en dezelfde kerk! Hoe fel de hartstochten kunnen oplaaien beleefden we destijds rondom de verschijning van 'het Getuigenis'. De ontwikkelingen in de theologie en de standpunten die worden ingenomen doen in menig opzicht denken aan de 19e eeuw. Het lijkt waar: l' histoire se répète.
Toen was en nu is ten diepste bepalend het moderne levensgevoel. En daarmee het subjectivisme. Ook hierin is Barth, ongelukkigerwijze van zó veel schadelijke invloed op de kerk in de 20e eeuw, voorgegaan, toen hij aan het einde van zijn leven de wending maakte naar Schleiermacher.
Het is, dunkt me, dit subjectivisme, dat de dienst uitmaakt en vijand is van elk Schriftgebonden en door de belijdenis belijnd kerkelijk en theologisch bezigzijn.
In dit licht is het duidelijk, dat de grondvraag toen was en nu weer is die naar de openbaring van Godswege.
Dit is het kritieke punt, hier gaan de wegen uiteen, hier ligt een kloof die niet valt te overbruggen.
Want met een objectieve openbaring van God, die in de Heilige Schrift is vervat en metgezag tot ons komt, staat en valt alles.
Wanneer wij deze aanvaarden, betekent dat de onderwerping van ons zelf, met verstand, wil en gevoel aan God die Heer over ons is. Een christen is heteronoom, is theonoom en dat niet van zichzelf, maar omdat hij door de Heilige Geest onder God en diens gezag wordt gebracht.
Een compromis met de autonomie is per definitie onmogelijk. Hier stuiten twee onverzoenlijke werelden op elkaar.
Gezag en autonomie
Onze tijd is er één vol van autonomie. De moderne mens verdraagt geen gezag (denk hier ook aan de invloed van de existentie-philosophie), laat staan het 'vreemde' gezag van God. Hij, de mens, is zelf de maat van alle dingen. De overheersende theologie komt deze mens zeer vertegemoet. Met toepassing van hermeneutische regels wordt de Bijbel zó vertolkt, dat alles naar eigen smaak wordt omgeduid. De Bijbel is de neerslag van religieuze ervaringen van mensen van toen, waaraan wij natuurlijk niet gebonden zijn.
Het is schrikbarend welk een geweld er op het Woord van God en het geloof van de Kerk der eeuwen wordt toegepast, hoe teksten worden verkracht en de prediking in het verlengde ligt van eigentijds gevoelen en beleven.
Waar de Schrift niet meer is het boek der goddelijke openbaring, het boek der Godsontmoeting, ontbreekt het eerbiedig luisteren naar hetgeen geschreven staat, daar worden niet meer verkondigd de vastigheden waarin een mens geloven mag en moet, waarmee hij leven en sterven kan. Deze 'grote' polarisatie grijpt al meer om zich heen. En ook al willen wij niet polariserend bezig zijn, wij kunnen eenvoudig geen vrede sluiten met het autonome en subjectivistische denken, dat ook in de kerk gestalte krijgt. Maar in gebondenheid aan de Schrift en conform de belijdenis onzer Kerk zeg ik: wanneer op dit punt de wegen scheiden, dan is de, breuk op hen die vreemd vuur brengen op het altaar, een vreemde leer voorstaan, niet zelden ingegeven door een ideologisch denken dat men laat heersen over de Schrift, waardoor de gemeenten verstoken blijven van de prediking van zonde en genade en de zielen worden misleid. Hier geldt ons trouw te zijn aan en eerbiedig te leven uit en met het Woord van God en daarvoor pal te staan. Trouw ook te staan in de kerk en haar ambtelijke vergaderingen met het Woord der waarheid en zó te worstelen met de vragen van deze tijd.
Dichter bij huis
Een vervreemdingsproces is er niet alleen tussen hen die hun geloof verwoord vinden in de belijdenis der Kerk en hen die de Confessie een document voor het museum van oudheden achten.
Er is ook een stuk vervreemding en polarisatie dichter bij huis, in eigen gelederen. Ik kan en wil daar deze morgen niet over zwijgen, al ben ik mij ervan bewust een heel delicaat onderwerp aan te raken.
Het is ons allen bekend hoe er in eigen kring altijd verschillende accenten zijn gelegd, in méér dan één opzicht.
De een dacht wat kerkelijker, hoogkerkelijker zo u wilt, dan de ander. Bij de een kwam de klemtoon wat meer op het geloof te liggen, bij de ander op de wedergeboorte. De een dacht wat meer vanuit het verbond, de ander vanuit de verkiezing. De een schonk wat meer aandacht in de prediking aan het innerlijk leven met zijn onderscheidene gestalten, de geloofsbevinding van Gods kinderen dan de ander. De een was wat meer theocratisch denkend dan de ander. In politicis viel de keus verschillend uit. En zo zou er meer te noemen zijn. Maar men zag dit niet anders dan als verschillen in accent. Het een kreeg wat meer aandacht zonder dat de waarheid van het ander werd ontkend.
Zulke verschillen zijn er tussen de gereformeerde reformatoren ook geweest, zij waren er eveneens bij de vaderen van Dordt en de voluit gereformeerde theologen van de 17e eeuw. Mits men elkaar vasthoudt en over en weer erkent en aanvaardt, kunnen accentsverschillen een goede zaak zijn, doordat men dan met elkaar in gesprek is en het wat verschillend theologiseren binnen geoorloofde grenzen werkt bevruchtend en voorkomt verstarring en dode orthodoxie.
Maar wat ook in de 75 jaren dat de Gereformeerde Bond bestaat altijd verdragen is, soms wel met enige spanning en af'en toe uidopend op een conflict dat de verhoudingen zuiverde, dreigt nu polariserend te gaan werken.
Enerzijds zijn er die langzaam wegglijden naar de midden-orthodoxie, anderzijds vindt er een verenging en verstrakking plaats, die beklemt. Wij ervaren het waarschijnlijk allen, dat gemeenten waar wij in het verleden als gastpredikant welkom waren, er nu bewust van afzien ons uit te nodigen.
Wij vernemen hoe groepjes mensen die ontevreden zijn eigen samenkomsten beleggen en voorgangers naar eigen begeerte doen optreden. Wij weten hoe sommige gemeenten worden verscheurd door strijd en twist om in de aard der zaak en in het licht der eeuwigheid geringe zaken.
Heel praktische zaken wreken zich hier, zoals het ongeestelijk, onkerkelijk en oncollegiaal gedrag van predikanten, die er zich toe lenen overal voor te gaan waar zij maar gevraagd worden, met volstrekte minachting van de wettige gemeente met haar ambten. Menigeen die zich een diploma van de catecheten-cursus of de opleiding voor hulppredikers verworven heeft ziet de kans schoon om te beginnen, eventueel 'voor zichzelf te beginnen'. Ik zonder hier nadrukkelijk uit al diegenen die te goeder trouw zijn en, daartoe wettig aangesteld, gemeente en kerk waardige en waardevolle diensten bewijzen! Ook dat de studenten zo vroeg al, mijns inziens veel te vroeg, mogen gaan preken doet aan dit alles geen goed. En dan zijn daar nog de vele semi-kerkelijke samenkomsten waar ons gereformeerde volk op getrakteerd wordt... En de kerk in haar officiële ambtelijke organen en vergaderingen laat dit alles geworden.
Eenzelfde geest
Wanneer wij deze zorgwekkende ontwikkelingen nader beschouwen, moeten we dan niet constateren, dat in zowel het overgaan op het spoor van de midden-orthodoxie als dat op het spoor van de verenging en verstrakking uiteindelijk één en dezelfde geest zich openbaren?
Het is immers in beide gevallen het overgaan van het denken vanuit de Goddelijke openbaring en het zich daaronder stellen naar het laten overheersen van het menselijk gevoel. In beide gevallen hebben wij te doen met dezelfde geest van autonomie en subjectivisme, van ondermijning van de vastigheden.
In beide gevallen is men zeer modern. En dat is niet verwonderlijk daar de autonomie de oerzonde van ons allen is. Het zichzelf tot een god zijn en het zich niet willen stellen onder het gezag van God leeft in ons aller hart. Dat betekent, dat, waar het subjectivisme de dienst uitmaakt, uitmaant, de afstand tussen hem die in de versjes van Huub Oosterhuis in het Liedboek zijn geloof terug vindt en de man die de GBS-uitgave van de Statenvertaling verabsoluteert waarlijk niet zo groot is als het lijkt. Ik licht dit nog wat nader toe.
Of wij nu met de vrijzinnige mens de autonomie van de rede over de Schrift laten heersen of met de rechtzinnige de autonomie van het gevoel, maakt ten diepste weinig verschil. Het gaat in beide gevallen om de subjectieve beleving die normerend is. Terwijl het er toch op aan komt God God te laten zijn, zich door Hem te laten gezeggen, zich met rede én gevoel, verstand én wil aan Hem te onderwerpen.
Het subjectivisme is een groot kwaad in onze dagen. Daardoor ontkent men het bestaan van objectieve waarheden en vastigheden of stelt men, dat, zo deze bestaan, deze niet bepalend voor ons zijn. Zo zegt de één, dat Christus misschien wel is opgestaan, maar dat hij er nog niet aan toe is dat te geloven. En zo zegt de ander: als ik voel dat ik geloof ontvangen heb, ervaren heb wedergeboren te zijn, pas dan kan ik geloven. Maar die beide redeneringen zijn elkaar zeer verwant.
In en door dit alles wordt het kerkelijk en gemeentelijk leven alsook het persoonlijk geloofsleven danig ondermijnd. Wat een bron van onzalige twist is hier te vinden. Hoe scheurt men uiteen wat tesamen behoort, hoe worden de zielen beroofd van de vastigheden, hoe worden ook allerlei eenzijdigheden uit sommige der gescheiden kerken onze kerk en gemeenten binnengedragen, met hoeveel verwatenheid gaat dit meestal gepaard. Hoe wordt de twijfelzieke mens gestijfd in zijn twijfelen aan de waarheid en vasthield van Gods Woord en beloften, hoe worden de kleinen weggehouden van de genade Gods.
Hoe op en top modern is men onder de vlag van onvervalstheid en beproefdheid, hoe wordt voor bevindelijk gehouden wat niet anders is dan wettisch en eigen gerechtigd.
Deze dingen te constateren is waarlijk niet aangenaam.
Toch zullen we ze moeten onderkennen om ze te bestrijden. Maar dan wel op een gepaste wijze, namelijk met wapenen van geduld, vredelievendheid en zachtmoedigheid, doch niet zonder de noodzakelijke vastheid en vastberadenheid. Met andere woorden: niet op de wijze van de polarisatie, die in de regel gepaard gaat met verachting of verdachtmaking van de ander.
Samenbindend
Wanneer u de summier aangegeven ontwikkelingen ook herkent en ze met mij zorgelijk acht, omdat ze zo verwijderend werken, laten wij dan allereerst onszelf de vraag stellen of wij zo veel mogelijk samenbindend bezigzijn en met name in de prediking de volheid en veelkleurigheid van de wijsheid Gods beijveren voor te stellen. Hier zijn immers zaken die wij niet mogen scheiden, omdat God ze samen heeft gevoegd, zoals geloof én bevinding, belofte én verkiezing, roeping én verantwoordelijkheid. En laten wij ernaar streven ons te onthouden van ongeestelijke polemieken, vooral van die waaruit een al te grote persoonlijke geraaktheid spreekt. Zeker ligt ook hier een stukje lijden aan de kerk, lijden aan de verwording van de kerk, lijden aan haar machteloosheid in eigen huis orde op zaken te stellen.
Vastigheden
En laten wij ons ervoor hoeden van de weeromstuit in andere eenzijdigheden te vervallen, maar niet ophouden in deze tijd vol polarisatie te prediken de vastigheden die de Heere heeft gegeven en waarin een onrustig, zoekend en in zichzelf verloren mensenkind alleen houvast vindt in de onze uitermate zorgelijke en boze tijd.
Maar ook: wat een voorrecht, broeders, wat een hoge roeping, om deze vastigheden van onze onwakelbare God, die ook anno Domini 1981 een toevlucht en sterkte is, te mógen verkondigen.
Aan welke vastigheden ik dan denk?
Aan de magnalia Dei, de grote daden Gods tot ons heil, met name de persoon en het werk van de Heiland Christus Jezus, in zijn vernedering en verhoging, in zijn verzoenend lijden en sterven, zijn opstanding en hemelvaart, zijn uitstorten van de Heilige Geest en wederkomst, de vergeving van de zonden voor schuldigen en goddelozen die God tot zich trekt, de beloften van God in Doop en Avondmaal en al wat in deze reeks verder te noemen zou zijn.
Laten wij ernaar staan deze zaken, deze waarheden van onze God vast, helder en klaar te verkondigen, zonder ze te omgeven met de vraagtekens van de moderne vrijzinnige of rechtzinnige twijfelzucht. Persoonlijk wetend van de levenslange lust en last van het simuliustus et peccator (tegelijkertijd zondaar en tegelijkertijd gerechtvaardigd). Laten wij ernaar staan de gemeente op te roepen tot overgave aan deze goede God, tot bekering en geloof. En wanneer en waar het de Heilige Geest behaagt zal daar vrucht zijn ten eeuwigen leven. Laten wij de gerechtigheden des Heeren verkondigen, niet als dorre, kille op zichzelf staande waarheden, maar als het werk van de drieënige God, die ook vandaar leeft en regeert en ook vandaag het verlorene zoekt om het te behouden.
Dan zullen wij ze verkondigen als zaken waarbij wij ons betrokken weten, die wij zelf doorleven en doorlijden.
Alleen zó zal de gemeente bijeen gehouden worden: in de kracht van het Woord der verzoening.
Alleen zó zal zij de eenheid kunnen bewaren, al zijn daar in bijkomende zaken verschillen van inzicht en praktijk.
Laten wij ons noch door de 'grote' noch door de 'kleine' polarisatie van de wijs laten brengen. Eenmaal van de wijs gebracht, worden we vals. En dat mag niet. We moeten er naar staan zuiver te zijn en tegen de polarisatie van welke aard ook blijven stellen, daartoe gravend in de Schriften en de schat van de Kerk der eeuwen in hun onmetelijke rijkdom en onuitputtelijkheid, het Evangelie van Gods souvereine genade in Christus. Want het is en blijft waar: 'Tota vita et substantia ecclesiae est in verbo Dei' (Luther).
* Openingswoord op de predikanten conferentie van de Gereformeerde Bond op woensdag 7 januari 1981 op Woudschoten te Zeist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's