Uit de pers
Vleeswording des Woords en verzoening
In het kerstnummer van De Wekker wijdt de Apeldoornse dogmaticus, prof, dr. J. v. Genderen een artilcel aan de samenhang tussen de vleeswording van het Woord, de geboorte van Christus en de verzoening door voldoening. De schaduw van het kruis van Golgotha valt van meetaf aan over de kribbe. Van Genderen wijst op de twaalf Artikelen, de zgn. apostolische geloofsbelijdenis, waar op het 'die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria', meteen volgt: die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd... Ook in de Heidelbergse catechismus en in het oude Avondmaalsformulier wordt dit verband gelegd. Van Genderen stelt de vraag, of ook in de evangeliën zelf dit verband zo sterk naar voren komt. In dit verband wijst hij dan op de nieuwe theologie.
Het is opvallend, dat in de niéuwere theologie op allerlei trekken in de evangeliën gewezen wordt die een ander beeld van Jezus schijnen op te roepen dan dat waarmee wij vertrouwd zijn. Sommige theologen menen er het recht aan te kunnen ontlenen om Hem te tekenen als de mens die er was voor anderen, de profeet van de eindtijd of de bevrijder van de verdrukten.
Enerzijds worden we er door het voortgaand onderzoek aan herinnerd, dat Jezus Christus onze begrippen te boven gaat en dat het mogelijk is de betekenis die Hij voor ons heeft, met andere woorden tot uitdrukking te brengen dan vroeger. Anderzijds zijn er in de hier bedoelde beschouwingen over Jezus voorbeelden genoeg van een verkeerd verstaan van wat de Heilige Schrift van Hem zegt. Verscheidene moderne opvattingen vallen echter buiten ons bestek, omdat daarbij in het geheel geen sprake is van incarnatie of satisfactie.
Meestal moet vooral de leer van de verzoening door voldoening het ontgelden - men kan daar eigenlijk geen andere zin aan geven. De kerkelijke belijdenis van de incarnatie is onderhevig geweest aan diverse interpretaties. Maar de verschijning van een goddelijk mens op aarde - daar komt het dikwijls op neer - is in wezen iets anders dan de vleeswording van het Woord.
Er is nog iets dat de aandacht vraagt.
Wie nog wel vasthoudt aan het heilsfeit van de incarnatie, maar geen oog heeft voor de samenhang van incarnatie en satisfactie, is geneigd aan de vleeswording van het Woord een centrale plaats te geven. Daaruit vloeit een bepaalde visie voort op het heil dat Christus aan het licht heeft gebracht. We komen dan in aanraking met gedachten die bijzonder boeiend en heeldiepzinnig zijn. Maar zijn ze bijbels?
Die kritische vraag moet gesteld worden bij de mening dat in Christus als de Godsmens de eenheid ligt van God en mens en dat de Zoon van God daarom ook mens geworden zou zijn, wanneer de mens niet gezondigd had.
Hetzelfde geldt van een theologie die zonder de betekenis van de komst van Christus voor de verlossing van zondaren te ontkennen, de verheffing van de mens tot hoger heerlijkheid als het hoofddoel beschouwt.
Ook is er de stelling, dat dit fundamentele dogma inhoudt, dat de genade van God en van Christus het verborgen-wezen is van de werkelijkheid. Omdat God de mens aangenomen heeft, heeft degene die zijn mens-zijn geheel aanneemt, de Zoon des mensen aangenomen. Omdat God Zelf de naaste van de mens geworden is, heeft wie zijn naaste liefheeft, de wet vervuld.
De lezer denke niet dat we hier te maken hebben met stukken leer, die de gemeente onberoerd laat. Nee, deze inzichten werken door in de prediking. Zelf beluisterde ik rondom de Kerst een kerstpreek in een televisiedienst, waarbij over de verzoening door Christus nagenoeg niet gesproken werd. Jezus' geboorte werd gezien als inzet en inspiratiebron tot bevrijdend handelen ten gunste van de verdrukten. Een dergelijke verpolitisering van het heil ligt in het verlengde van de beschouwingen waar Van Genderen op attendeert.
We doen er daarom goed aan steeds weer te vragen, wat de Schrift zegt. Van Genderen gaat ookJn op die vraag. Hij noemt o.a. Rom. 8:3, 4; Gal. 4 : 4; Fil. 2 : 5-8; Hebr. 2 : 14-18 en 1 Joh. 4 : 10.
Niemand zal kunnen zeggen, dat de evangeliën ons een andere voorstelling van het leven en het werk van de Heiland geven dan de nieuwtestamentische brieven.
Het is wel waar, dat het verband tussen Zijn komst op aarde en Zijn kruis en opstanding vooral in de brieven zo uitdrukkelijk wordt gelegd. Maar wie de evangeliën in hun geheel leest, ontmoet overal Hem die niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losprijs voor velen (Matth. 20 : l8; Marc. 10 : 45). Dat is een woord van Jezus waardoor er licht valt over heel de weg die Hij ging.
Waarom werd God mens?
Wij beantwoorden die vraag, eeuwen geleden door Anselmus gesteld, niet op dezelfde wijze als deze theoloog uit de middeleeuwen. Het zal ons niet gelukken om het voor het menselijk denken doorzichtig te maken, zoals dat toen mogelijk scheen. Wij luisteren naar de Schriftwoorden die iets laten zien van het wonder, dat de Zoon vart God waarachtig God bleef en echt mens werd om in onze situatie te verkeren en in onze plaats te staan.
Wij belijden met de kerk der eeuwen, dat Hij om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel en dat Hij voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus.
Achter Zijn komst en Zijn werk staat het heilsplan van God. De Vader gaf ons Zijn Zoon in Bethlehem en Hij gaf Hem voor ons over op Golgotha. Er ligt waarheid in het Woord, dat Golgotha begint bij Bethlehem.
Wij zullen ons verwonderen over de liefde van God, als wij in de tijd van het Kerstfeest aan het Kind in de kribbe denken. Maar wie in het geloof op de Man van smarten ziet, moet er nog dieper van overtuigd zijn, dat de liefde van God voor geen grenzen halt houdt. Want Golgotha is meer dan Bethlehem.
Tegelijk met de liefde van God openbaart ook de gerechtigheid van God zich in de komst van de Zoon des mensen om te dienen en Zijn leven als losprijs te geven. Zijn leven moest de losprijs zijn voor ons leven.
Daarom worden incarnatie en satisfactie in één adem genoemd.
Het kan bijna niet duidelijker worden gezegd dan met de woorden van de Nederlandse Geloofsbelijdenis:
Wij geloven, dat God, die volkomen bamrhartig en rechtvaardig is. Zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar genoegdoening te geven en de straf voor de zonden door Zijn allerbitterst lijden en sterven te dragen (art. 20 in de vertaling van 1971).
Hier klopt het hart van het Evangelie en daarom ook het hart van de prediking, waardoor de gemeente gebouwd wordt.
***
Samen op weg?
In het Ger. kerkblad van Drenthe/Overijssel publiceerde ds. A. M. Lindeboom 24 stellingen over Samen op weg, naar aanleiding van een in de classis Assen gehouden gezamenlijke classisvergadering. Een knipsel met deze stellingen werd ons toegezonden, met de vraag deze in ons blad te plaatsen en van enig commentaar te voorzien. Hier volgen deze stellingen:
1. Artikel X werd met opzet zo geformuleerd dat ook de linksvrijzinnigen zich daarin konden vinden. Er wordt daarin niet gesproken over de Openbaring maar over de Zelfopenbaring van de Drieënig God. Hiermee werd bedoeld, dat God slechts één persoon zou zijn, die Zichzelf nu eens openbaart als Vader, dan weer als Zoon en dan weer als Heilige Geest. M.a.w. hier werd ruimte gelaten voor de loochenaars van de Drieëenheid.
2. Opmerkelijk is ook dat Jezus Christus in artikel X niet de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd.
3. Hoewel erkend moet worden dat de grote meerderheid deze vrijzinnige interpretatie niet voor haar rekening nam, heeft in de praktijk van het hervormd kerkelijk leven de vrijzinnige interpretatie gezegevierd.
4. De belofte dat wat, in confessionele zin, het belijden der kerk weerspreekt zou worden geweerd en tien jaar na de invoering van de kerkorde, dus in 1961, effectieve kracht zou verkrijgen, werd nimmer nagekomen.
5. Dit blijkt ook uit de schandelijke inhoud van de alternatieve belijdenisvragen, welke ten behoeve van de vrijzinnigen werden vervaardigd en ondanks waarschuwing van prof. Van Niftrik toch werden aangenomen. Wie deze vragen beantwoordt is dus even goed belijdend lid als iemand die de gewone vragen beantwoordt.
6. De leervrijheid welke er voor 1951 in de Hervormde kerk bestond, bestaat er vandaag nog, zoals ook door Hervormden zelf wordt toegegeven. Prof. P. Smits gelooft zelfs niet in het bestaan van een persoonlijk God en is toch toegelaten tot de dienst des Woords en der Sacramenten.
7. Bij leervrijheid wordt de verwarring in een kerk steeds groter.
8. Prof. Van Itterzon heeft verklaard dat de toestand in de Hervormde kerk na de invoering van de nieuwe kerkorde nog erger is geworden dan daarvoor.
9. Indien ds. Aalbers deze dingen wel geweten heeft, maar ze niet ter sprake heeft gebracht, is dit een tekortkoming. Indien hij ze niet geweten heeft, is ook dat betreurenswaardig.
10. Er is in de Gereformeerde kerken niet te weinig waardering voor de nieuwe kerkorde van de Hervormde kerk maar, door gebrekkige kennis en te weinig inzicht, te veel.
11. Ook in onze dagen neemt de onrust en polarisatie in de Hervormde kerk toe.
12. Wie de lichamelijke opstanding van Christus loochent, loochent ook de hemelvaart, loochent ook de uitstorting van de Heilige Geest, loochent ook Christus' zitten ter rechterhand Gods alsmede zijn wederkomst om te oordelen de levenden en de doden; waaruit volgt dat wie de Opstanding van Christus loochent, daarmee het hele Christendom prijsgeeft.
13. Er zijn in de Gereformeerde kerken reeds drie dominees, die openlijk de Opstanding van Christus loochenen, terwijl, voorzover bekend, geen enkele kerkelijke vergadering een hand uitsteekt om hiertegen iets te doen.
14. Ds. Aalbers heeft zijn rede gehouden op een ogenblik dat ook in de Gereformeerde kerken de leervrijheid vrijmoedig haar intrede heeft gedaan.
15. Terwijl voor enige jaren op een herv.-geref. synode met een zekere ophef werd verklaard dat er geen vrijzinnig-gereformeerden waren, is deze bewering nu door onloochenbare feiten achterhaald.
16. De vrijzinnig-gereformeerden zijn in opmars.
17. Het één worden van twee kerken met leervrijheid is op deze manier een kwestie van praktisch beleid geworden, waaraan geen positieve betekenis kan worden toegekend.
18. Het één worden van twee kerken met leervrijheid, en dat dan tegelijk voorstellen als iets heel moois, is in strijd met alle kerkelijke voorschriften van het nieuwe testament en vooral met Joh. 17 : 21.
19. Op welk erbarmelijk en ten hemel schreiend kerkelijk verval dit kan uitlopen, kan men zien aan een gemeenschappelijke hervormd-gereformeerde kerkdienst, welke op 19 oktober jl. gehouden werd in de Hervormde kerk te Kortenhoef, welke kerkdienst door de radio werd uitgezonden en waarin gepreekt werd over zondag 2 en antwoord 33 van de heidelbergse catechismus. Het verslag van deze z.g. kerkdienst en van deze z.g. preek kan men vinden in uitgave 716 van de IKON, Borneolaan 17, Hilversum.
20. Hoewel men de éénwording van de Hervormde kerk met de Gereformeerde kerken kan trachten door te drammen, is het waarschijnlijk dat een belangrijk aantal Gereformeerden hiermee niet zal instemmen.
21. Als men de éénwording van beide kerken toch doordrijft en er dan later onoverkomelijke moeilijkheden zich voordoen, behoeft dit nog niet te worden toegeschreven aan min of meer lastige gemeenteleden maar kan dit het gevolg zijn van een werkzaamheid van de Heilige Geest, die de gemeente op het hart bindt, dat er iets verkeerds is gebeurd en nog steeds gebeurt.
22. Al is het thans niet mogelijk hier uiteen te zetten op welke wijze het anders moet, zijn toch deze stellingen niet bedoeld als een dolkstoot in de rug van Samen op Weg, maar wel als een waarschuwing dat het in elk geval zo niet kan en zo niet mag, en dat het toch doorzetten hiervan zich te eniger tijd geducht zal wreken.
23. Uit de kerkgeschiedenis is gebleken dat men doorgaans op waarschuwingen van deze aard geen acht geeft, maar toch doorgaat.
24. Hoewel hij die deze stellingen heeft neergeschreven vele zwakheden en gebreken heeft, wil het bovenstaande toch nog niet zeggen dat hij uit liefdeloosheid handelt of een bekrompen mannetje is of een achterhaalde zielepoot, die het vandaag niet meer kan bijbenen.
Ongetwijfeld legt de auteur de vinger bij een stuk kerkelijke nood. Al zou men vragen kunnen stellen bij zijn interpretatie van artikel 10, zeker als we de totstandkoming van de nieuwe kerkorde plaatsen tegen de achtergrond van de reglementenbundel uit de vorige eeuw. Niet ontkend kan worden dat in artikel 10 toch het belijdend karakter van de kerk verwoord is. Dat de kerk weert wat haar belijden weerspreekt, kan inderdaad niet gezegd worden. Al blijft het een opmerkelijke zaak dat in deze zelfde hervormde kerk enkele jaren geleden toch ook zoiets als het Getuigenis gehoord werd, dat zeker zijn werk gedaan heeft en niet tevergeefs geklonken heeft. Heeft ds. Lindeboom voldoende oog voor het feit dat in deze kerk toch nog altijd van vele kansels het Woord Gods gepredikt wordt naar de Schriften en in verbondenheid rnet de reformatorische belijdenis. Gaat er öok van deze prediking niet een stuk tucht uit over de gemeente? We schrijven dit niet om af te dingen op de tekening die Lindeboom gegeven heeft, verootmoediging past ons zeer zeker. Maar we mogen ons toch verwonderen aver de trouw van God die door de geslachten heen in deze kerk toch zijn spoor trekt.
Ik ben het met Lindeboom eens dat een samen-op-weg-gaan zonder eenheid in het belijden der kerk een vruchteloze zaak is die de verdeeldheid alleen maar groter maakt. Maar is dat alleen een kwestie van drie of meer dominees die openlijk de opstanding loochenen? Gaat de krisis waarin èn de hervormde en de geref. kerken verkeren niet veel dieper? Heeft het niet alles te maken met de krisis inzake het Schriftgeloof, de krisis ook inzake wat we belijden en geloven. Is in beide kerken niet het 'door genade alleen, door geloof alleen' in het geding?
Ds. Lindeboom schrijft dat hij niet uiteen kan zetten hoe het anders moet. Dat is ook niet zo eenvoudig. Toch valt het op zich te verstaan dat twee kerken van gereformeerde oorsprong niet kunnen en mogen berusten in de gescheidenheid. Wij hebben vanuit de gemeenschappelijke belijdenis elkaar veel te zeggen. Maar dan zullen we als hervormden en gereformeerden samen terug moeten in een waarachtige hervorming, tot de gehoorzaamheid aan de Christus der Schriften. Als we dat zoeken en die weg gaan dan zal de eenheid ons bovendien geschonken worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's