De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Drie vragen rondom het Avondmaal (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie vragen rondom het Avondmaal (4)

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

Tenslotte toch weer gewroet?

Ge herinnert u wellicht, lieve lezer(es), dat in het eerste stukje de vraag van een briefschrijver aan de orde kwam, waartoe dat zelfonderzoek nu nodig is voor een goede, viering. Al dat gewroet in jezelf leidt tot niets. Totnogtoe hebben we, meen ik, duidelijk gezien, dat het klassieke formulier juist zo heerlijk heenwijst naar de Zaligmaker. Maar als nu het derde onderdeel, dat over de dankbaarheid in ons oog komt, heet het 'tenslotte onderzoeke een ieder zijn consciëntie...'. Zie je wel, zou mijn briefschrijver kunnen zeggen, daar heb je het toch? Nu moet ik hem toch tegenkomen, tegenspreken. Zeker, hier komt de funktie van het geweten naar voren, en dat is belangrijk. Mensen zonder geweten doen huiveringwekkende dingen. Maar twee dingen. Gods Kind heeft een geweten 'gereinigd van dode werken om de levende God te dienen. En vervolgens is de consciëntie hier toch zoveel als de stem van het hart, de innerlijke gezindheid. Daaris bij elk, die God vreest een medeweten en een medegetuigen met God. Paulus schrijft ervan 'die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn'. Het is maar niet te doen om een soort gevoel van dankbaarheid of een stemming, het ligt veel dieper en duidelijker.

Waar het dus om gaat

Opmerkelijk is, dat gesproken wordt over 'het bewijzen van oprechte dankbaarheid jegens de Heere'. Wat wordt de oprechtheid hier sterk onderstreept. Eigenlijk is dat ook een kenmerk van het nieuwe leven. De Heere Zelf getuigde van Job, dat hij was 'oprecht en vroom, godvrezende en wijlende van het kwaad'. De oprechtheid wordt 't eerst genoemd. En David bidt in Psalm 25: laat de oprechtheid en de vroomheid mij geduriglijk behoeden'. Weer de bede om oprechtheid. En Abram kreeg van Godswege de opdracht 'wandel voor Mijn aangezicht, en wees oprecht'. Een echte avondmaalganger begeert, dat de Heere hem kent en doorgrondt. Hij of zij mag het hart voor de Heere openleggen. Zulkeen bidt of de Heere de gangen wil toetsen aan Zijn gebod. Hoe spreekt de liefde tot de Heere, vrucht van Zijn liefde, die in het hart door de Heilige Geest werd uitgestort. En juist zij moeten zich nog vaak beschuldigen van bijbedoelingen. Konden we de Heere nu eens echt en volkomen bedoelen. En wat is ons hart arglistig. Oprechte kinderen Gods zijn zo bang voor misleiding en zelfbedrog. Maar zij mogen door genade blanke oprechtheid voeden.

Het eerste en het tweede

Leert de Zaligmaker ons in de hoofdsom van de wet, dat het tweede gebod gelijk is aan het eerste, dat liefde tot God gevolgd wordt door liefde tot de naaste, evenzeer spreekt het formulier dezelfde taal. Er staat immers 'insgelijks (!), of hij zonder enige geveinsdheid... een ernstig voornemen heeft voortaan met zijn naaste te wandelen'. Daarin is dus ook sprake van een eerlijke omgang met de naaste, zonder te veinzen, te doen alsof. Van nature zijn wij mensen van de schijn, Gods kind kent het zijn. Bovendien blijkt, dat het leven der genade een afkeer heeft van ruzie en onmin. Er zijn mensen, ook op kerkelijk erf, die slechts schijnen te kunnen leven in twist en tweedracht. Zij liggen met iedereen bijkans overhoop. Dat is geen best teken. Gods kinderen zoeken nooit de kloven te verdiepen en de scheidingen te verbreken, zeker niet als 't om gebreken van andere tafelgenoten van die dis gaat. Zij brengen vrede; de vrede van Christus. Ongetwijfeld: beter een heilige oorlog dan een valse vrede. Maar het leven der genade is niet ruziezoekend, het ligt soms zo teer dat, een driftig woord, een boze opwellende gedachte de kerkgang kan verstoren, de avondmaalsviering in de weg staat. En dat het dezulken ernst is, spreekt ook uit de woorden 'voortaan' en 'van nu voortaan'. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, maar hier gaat het om het voornemen, de lust van de liefde.

Tenslotte

Duidelijk moge zijn, dat ook in de dankbaarheid Christus alles is. Uit Zijn bediening en door Zijn Geest vloeit het alles voort. Wat gaat er van de dis een krachtige opwekking en oproep uit tot de heiligmaking. De vruchten zullen uitwijzen of de viering gezegend was. Daaraan hebben we onszelf ook te toetsen. Dat is meer waard en belangrijker dan dat we ons vastleggen op een bijzondere ervaring aan de dis. Meestal valt het dan tegen. We gingen dan te veel met verwachting van onszelf. Zeker, de Heere is vrij en kan op een bijzondere wijze Zijn liefde en gemeenschap doen kennen. Maar zijn we met vuriger liefde tot de Heere en met groter bewogenheid tot de naaste van de dis heengegaan? Waar geloof levend is, daar zet het vanzelf ook vrucht. En dan blijkt dat liefde ook liefdes wetsteen is.

Nog twee andere vragen

Nadat ik op de zelfbeproeving op verzoek in een enkel artikel ingegaan ben, komen nu nog de vragen over druivensap in plaats van wijn en over de deelname van kinderen aan het avondmaal ter sprake. Daarover dan een volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Drie vragen rondom het Avondmaal (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's