Niet geoorloofd...!
'De Joden zeiden dan tot degene, die genezen was: het is sabbath, het is u niet geoorloofd het bed te dragen.' Joh. 5 : 10
Bethesda.
Huis van barmhartigheid.
Heden is in dit huis barmhartigheid geschied: en terstond werd de mens gezond.
Een wonder. Veel meer dan een wonder. Een teilen van het Licht. Het li.cht schijnt in de duisternis. Roept uit de duisternis tot het licht. Maar de duisternis heeft het niet begrepen. Wel gegrepen! Straks in de duisternis van de hof hebben ze het gegrepen. Hem gegrepen. Om Hem te verwerpen.
Hier al komt het verzet openbaar. Er is een goede aanleiding. Niet de genezing op zichzelf roept het verzet op, maar wat daarna gebeurt. De mens nam zijn bed op en wandelde. En het was sabbath op die dag.
De Joden zeiden dan tot degene, die genezen was. Dan; daarom dus. Omdat het sabbath was.
Eerst sprak Jezus tot hem.
Nu zijn het de Joden, die het woord.nemen. Kennelijk de Farizeeën. Hoewel hun naam niet genoemd wordt, hun leer spreekt duidelijke taal: Het is u niet geoorloofd!
Hij, die gezond geworden is op het woord van de Heiland, komt onmiddellijk onder het oordeel van de kerkelijke keurmeesters. En hun oordeel is onbarmhartig. Achtendertig Jaren lang was er geen hand naar hem uitgestoken, nu zijn er opeens handen te over. Priemende vingers in zijn richting. Aanwijzend en afwijzend: Het is u niet geoorloofd.
Daaraan herkent u altijd de Farizeeër. Die steekt geen hand uit om te helpen, maar is altijd de eerste om afwijzend de vinger uit te steken. Tot inde tempel toe: O God, ik dank u, dat ik niet ben zoals die daar!
Het is u niet geoorloofd!
Ondertussen hoort de mens, die genezen was deze woorden. Hij moet zich verantwoorden. En in die verantwoording staat hij alleen. Daarna vond Jezus hem. Daarna. Tijdens dit gesprek was Jezus er niet bij. Dat staat er trouwens ook: Jezus was ontweken, alzo er een grote schare in die plaats was. Bij die plaats - bij Bethesda - waar het wonder geschied is, is een grote schare samengestroomd. Maar Jezus was ontweken. Nog een keer lezen we, dat Jezus weg is na een genezing. In Joh. 9. En ook dan ontmoet Jezus de genezene zelf daarna. Beide keren is ook tus sen die eerste en die tweede ontmoeting hetzelfde aan de hand: ruzie! Een twistgesprek over de dingen, die op de sabbath wel mogen en niet mogen.
En Jezus ontweek. Letterlijk: Jezus boog van ' hen af. Op deze weg kan Hij niet met hen mee.
Hier scheiden de wegen.
De Joden zeiden dan tot hem.
Daar is een man, achtendertig jaar ziek geweest - in Bethesda. Jarenlang hebben ze hem in hun midden gehad, maar ze hebben aan hem niets kunnen doen en ook niets willen doen. Wèl hebben ze hem dagelijks 'goede morgen' kunnen wensen, maar niet één uur hebben ze werkelijk goed kunnen maken. Deze man ontmoet Jezus en wordt op het woord van de Heiland gezond. Gods barmhartigheid krijgt handen en voeten.
En wat doet de.schare?
Twistenoverde vraag of hij op de sabbath wel een matras mag dragen.
Of deze man, die opspringt van vreugde, dat wel mag.
Ging het nu nog over hen zelf, zaten zij zelf met de vraag wat wel en niet mag, dan was dat nog te verdragen. Maar het gaat over hem! Dat deze man niet blijft zitten in zijn ellende, omdat hun regels dat gebieden, maar opspringt van vreugde omdat Jezus dat zegt en dat hij zijn bed draagt als een teken van zijn verlossing, op de dag van de verlossing... daar zitten ze mee.
Daar herkent u ook de Farizeeër aan: die gaat niet gebogen onder eigen vragen, maar die buigt zich over de vragen van een ander. En: ' die wil de ander doen buigen onder de vragen, die hij te stellen heeft. Vragen, die hij vooral stelt aan iemand, die van vreugde opspringt.
De Joden zeiden dan tot hem.
En Jezus ontweek.
Dat staat er niet voor niets.
Dat staat er tenminste ook voor ons.
Jezus ontweek. Dat kan dus. Dat gebeurt. Dat kan ook daar gebeuren, waar een grote schare bijeen is in die plaats, waar Gods barmhartigheid geschiedt; waar de grote daden van God zichtbaar worden. Dan namelijk, als die schare, die het hoorten ziet, zich daarna verliest in twisten over bijkomstigheden en zwijgt over de grote daden van God. Dan kan er een grote schare bijeen zijn, op die plaats!, met een heleboel leven (geschreeuw dus), maar Het Leven is ontweken. En dan blijft de dood over.
Veel wordt er geklaagd over doodsheid in de gemeente. Zou Jezus misschien ontweken zijn? Dan komt de schare niet verder dan: Het is u niet geoorloofd!
flet kan zijn, dat er een mens in de gemeente leeft in al zijn ellende - ook geestelijk - en dat er 38 jaar en zelfs langer geen broeder of zuster is, die ook maar een hand naar hem uitsteekt. Als dan zo'n mens door Gods barmhartigheid wordt aangesproken, als hij dan opspringt van vreugde en als dat dan bijvoorbeeld gestalte krijgt aan de tafel des Heren, dan zijn er opeens handen te over.
Niet uitgestoken, maar wijzend. , Is het u geoorloofd?
Het is u niet geoorloofd!
Wij hebben een wet en naar die wet is het niet geoorloofd!
In naam der wet, in naam der waarheid! Maar De Waarheid komt er niet meer aan te pas. Veel gesprekken over een ander, veel twisting over wat wel kan en niet kan, maar zwijgen over Gods grote daden.
En Jezus ontwijkt.
En daar moet de mens, die genezen is buigen onder de wet.
Het is u niet geoorloofd. Dat klinkt hem aan alle kanten tegen. Vooral van de kant van de wet.
Wat moet hij antwoorden?
Hij blijft het antwoord schuldig - evenals trouwens de blindgeborene in Joh. 9.
Hij heeft geen antwoord op het wettisch verwijt.
Maar hij heeft wel een woord. Het Woord van Jezus!
Die mij gezond gemaakt heeft, die heeft mij gezegd...
Daarmee verwijst hij de aanklagers naar Hem, die gesproken heeft.
Uiteindelijk wordt het bekend, dat het Jezus was, die sprak.
En Jezus antwoordde hen.
Jezus. Hij vangt de vraag op, waarop de genezene'het antwoord schuldig moest blijven. Hij antwoordde hen. Ongevraagd. Want zij vroegen geen antwoord. Zij wisten het al: Het is u niet geoorloofd. En toch antwoordt Jezus hen. Zelfs hen, die Hem vervolgden om een weldaad aan een mens bewezen.
Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. De sabbath is de dag van de Vader.
De sabbath is er voor de mens, om te mogen rusten.
Maar voor de Vader is er geen rust. Sinds Gen. 3 is voor de mens de sabbath gebleven. Maar het rusten van God is voorbij. Hij werkt om te redden, wat er te redden valt. En zo werkt de Zoon ook. Gezonden om te redden. In de wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Om los te maken, wat gebonden lag. En dat is waarlijk sabbath, waar de mens opspringt van vreugde en zich ver-" heuut in het heil van God. Rust in het werk van God".
Het is u niet geoorloofd!
Is het mij niet geoorloofd? Van alle kanten klinkt het mij tegen. Tegen mij!
Wat zal ik antwoorden? Hij, die mij gezond gemaakt heeft, die heeft mij gezegd.
En wat sprak Hij? Sta op, neem uw'bed op en wandel. Het is u geoorloofd.
En die vraag dan? Die vraag van de wet? Die mag ik aan Hem overlaten. Hij gaat het gesprek aan met die wet. De aanklacht komt op zijn - hoofd neer. Hij breekt de wet niet, maar wordt onder die wet verbroken.
Hij werkt. Dat is zijn werk, dat Hij mensen bevrijdt van die wet: Het is u geoorloofd.
Hij die mij gezond gemaakt heeft, die heeft mij gezegd. Daarmee heb ik geen antwoord, maar wel een woord. Woord van Hem. En Hij zegt: Wie mijn Woord hoort en gelooft Hem, die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven en komt niet in het oordeel. Zeker, die moet wel onder het oordeel van de schare door.
Maar die komt niet in hèt oordeel. Maar die is uit de dood overgegaan in het leven.
En nu laat ik mij niet weer de dood aanpraten, want Hij heeft mij aangesproken.
Ik houd mij aan dat Woord van Hem. Ik houd Hem aan zijn Woord al zijn allen tegen mij. En zijn Woord is meer dan hun woorden, want Hij heeft mij gezond gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's