De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en politiek (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prediking en politiek (1)

10 minuten leestijd

Wannéér de kerk met politiek te maken heeft dan zal dat ook op één of andere wijze in de eredienst tot uitdrukking moeten komen.

Het voor vandaag aangekondigde onderwerp is Prediking en politiek. Dat heeft alles te maken met de verhouding tussen kerk en politiek. In de prediking klopt immers het hart van de kerk. Wannéér de kerk met politiek te maken heeft dan zal dat ook op één of andere wijze in de eredienst tot uitdrukking moeten komen.

Er worden overigens op de vraag of de kerk met politiek te maken heeft in onze tijd verschillende antwoorden gegeven. Sommigen zeggen: de kerk heeft in ambt en prediking niet met de politiek te maken. Christenen afzonderlijk wel! Anderen zeggen: de kerk heeft bij uitstek een politieke functie; en prediking moet daarom vooral politieke prediking zijn. Wéér anderen zeggen: we hebben het gehad. We leven in een na-christelijk tijdperk. We moeten als christenen a-politiek zijn. In de politiek moeten we geen vuile handen meer maken. Deze a-politieke houding vindt men vandaag vooral in bepaalde evangelische kringen.

Velen wéten het ook niet meer. Er is ook onder christenen grote verwarring en verdeeldheid als het gaat om het bepalen van hunhouding in de politiek. Neem alleen al het feit, dat over de vraag of de christen kiezen moet voor een christelijke partij grote verdeeldheid bestaat. Maar we spreken vanmiddag niet over partijpolitiek. Wel willen we nadenken over de verhouding van kerk en politiek in onze tijd. En het zij nogmaals gezegd: als er sprake is van een verantwoordelijkheid voor de kerk in politicis, dan kan zich dat onmogelijk los van de prediking manifesteren.

Onze geschiedenis

Wie meent dat de kerk niets met politiek heeft te maken kent de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme niet, óf neemt er op één of andere wijze afstand van. Men leze de prachtige boeken van dr. E. B. Evenhuis 'Ook dat was Amsterdam' om te beseffen hoe er van een directe wisselwerking tussen en verbondenheid van kerk en staat sprake was in onze natie.

Groen van Prinsterer zegt in zijn 'Handboek der geschiedenis':

'De Hervormde Kerk was het middelpunt en de kern van het Gemenebest. Elders is de Kerk opgenomen in de Staat; hier is de Republiek niet slechts met de Kerk verenigd, zij is geboren uit de belijdenis der Kerk. Elders is de bevolking Protestansch geworden, hier is, door het zamenvloeijen van verdrijvelingen uit vele Natiën, eene Protestansche Natie gevormd en het volkskarakter niet verloren gegaan, dat zij verre! maar in christelijken zin veredeld en vernieuwd.'

Evenhuis zegt daarvan: 'Men kan zelfs zeggen dat de kerk er was vóór de staat en dat de kerk de staat heeft doen geboren worden.'

Vele sprekende voorbeelden vindt men in de boeken van Evenhuis over de wisselwerking tussen kerk en staat. Het straatje in Amsterdam tussen het toenmalige stadhuis in Amsterdam en de Nieuwe Kerk: De Mozes en Aaronstraat! Mozes, vertegenwoordiger van het burgerlijk bestuur; Aaron, representant van het kerkelijk bestuur. Evenhuis zegt: 'Hoe vaak zijn de burgemeesters overgestoken van het stadhuis naar de Nieuwe Kerk om met de kerkeraad te beraadslagen en omgekeerd. Vaak wekelijks en soms dagelijks. Maar er was een scheidslijn. Het kerkelijk ambt respecteerde dat van de overheid, het ambt van de overheid het kerkelijke.'

De overheid betaalde in die tijd de predikanten, die in de Oost en de West werden beroepen. Vooral Ceylon en Formosa zijn daarvan prachtige voorbeelden, zegt Evenhuis. De overheid schreef ook nationale bid-en dankdagen uit. Evenhuis zegt:

'Dan gaf de overheid de zgn. biddagbrieven uit, waarin zij de nood of de verlossing van het vaderland uiteenzette met een dringend vermaan om Gods aangezicht te zoeken. Dan stroomden de kerken vol en werd op een en dezelfde dag de ene dienst na de andere gehouden. Ook wanneer geloofsgenoten in het buitenland vervolgd werden, schreef zij zulk een biddag uit, gepaard gaande met een collecte, waarbij de collectezakjes boordevol gouden en zilveren voorwerpen konden zijn.'

De kerk voelde - zo blijkt - haar eigen verantwoordelijkheid voor het politieke leven. De Zuid Hollandse synode van 1567 sprak uit: 'Sommigen vragen, wat heeft de kerk te doen met de politiek, met de wapenen, met de koks. De kerk heeft te maken met alle zaken en kan vanuit het Woord het licht laten schijnen op alle terreinen van het leven.'

De voorbede voor de overheid had dan ook van meet af een duidelijke plaats in de Gereformeerde Kerk hier te lande.

Prof. dr. A. A. van Ruler zegt over deze voorbede in 'Religie en Politiek' (p. 329):

'De betekenis van deze voorbede der kerk is veelvoudig. Men kan met Arthur Frey er op wijzen, dat het een sterkende gedachte is voor de staatslieden in hun zware taak, te weten dat er een biddende gemeente achter hen staat. De wijze, waarop zij met hun gruwzame (en heilzame) werk bezig zijn, wordt er minder ongoddelijk door. Want dat is toch wel het ergste: met politiek bezig te zijn, over anderen te zijn gesteld, mét het zwaard, in een zo rauwe en verlaten, woestijnachtige omgeving als het moderne godloze leven is. Men kan er dan verder op wijzen, dat deze voorbede der kerk de hele zaak van het politieke leven met één slag zo oneindig veel serieuzer maakt. Daarop wijst ook Arthur Frey; hij zegt: Ware nicht gerade diese betende Gemeïnde der wirkliche Weckruf zur Verantwortung für alle? Dat er voor gebeden wordt, en dat er zo onophoudelijk voor gebeden wordt, en dat er met zoveel accenten en exponenten voor gebeden wordt, en dat er in deze zin voor gebeden wordt: tot de God der openbaring en des heils - dat alles scherpt toch op een onvergelijkelijke wijze in, dat een van de hoogste dingen der existentie op het spel staat. Ik herinner mij de schrik in de ogen der raadsleden (in Wommels, Fr., v. d. G.), toen ik, de eerste keer dat ik als toehoorder een gemeenteraadsvergadering ten plattenlande meemaakte, mijn aanwezigheid motiveerde met de opmerking, dat ik iedere zondag voor hen bad en dat ik nu wel eens wilde zien, wat ze er van terechtbrachten.'

Ik laat hierover nog eenmaal uitvoerig dr. Evenhuis aan het woord. Hij benadrukt enerzijds de verantwoordelijkheid van de kerk voor het politieke leven, terwijl hij ook de eigen verantwoordelijkheid van de overheid dik onderstreept. Hij zegt:

'Daartegenover aanvaardde de kerk de overheid als Gods dienaresse. Zij heeft zich nooit bewogen op politiek terrein. Wel heeft zij naar liaar roeping de overheid steeds voorgelicht in prediking en persoonlijk gesprek over het licht dat, Gods Woord werpt op het terrein van het publieke leven. Vooral des zondags kwam dat op een schone wijze tot uiting, De magistraten vulden de regeringsbanken tijdens de dienst des Woords en de predikant ging voor in het gebed voor de overheid. Bijzonder treffend is nog het volgende. Elk jaar werd, voordat op Vrouwendag de nieuwe burgemeesters door de vroedschap gekozen werden, in alle kerken gepreekt over het ambt van de overheid! Zo werd de gemeente daar voortdurend bij bepaald en de overheid op haar dure roeping gewezen.

In Amsterdam gebeurde dit laatste dus niet alleen wanneer een bepaalde tekst of een zondag van de catechismus er toevallig aanleiding toe gaven, maar geregeld elk jaar op een vaste zondag!' (Ook dat was Amsterdam, deel I, p. 281, 282).

In het blad Onderling Kontakt (1970, nr. 6, pag. 13, 14) maakt hij hierop de volgende treffende toepassing:

'Dan werd dus de gemeente expresselijk bepaald bij de betekenis van Rom. 13. Ik mag hier verklappen dat ik dit jaar hetzelfde heb gedaan de zondag voorafgaande aan de derde dinsdag van september. Grif kreeg ik van meer dan een kant te horen, dat ik politiek op de preekstoel had gebracht! Men mag zelfs in de kerk blijkbaar niet meer zeggen dat alle gezag niet van beneden maar van boven komt. Onze vaderen dachten er anders over. En dat zegt des te meer, omdat zij, zoals wij zagen, de overheid ook wel in het aangezicht durfden weerstaan. Ik noem nog een laatste punt. De kerkeraad zag het als zijn voornaamste taak tegenover de overheid om . . . voor haar te bidden! De theocratie gaat er immers van uit dat elke overheid, de goede en de slechte, de vrome en de goddeloze, regeert bij de gratie van God, met de volle nadruk op het laatste. Niet de overheid is soeverein - vandaar de betrekkelijke onverschilligheid van het calvinisme voor de staatsvorm, democratie, aristocratie, parlementair koningschap - maar God is Soeverein. Hij alleen kan een goede overheid dusdanig besturen dat zij geen slechte wordt. Daarom bad de kerk. Zij geloofde nog in de kracht van het gebed. Zij nam terecht aan dat het publieke gebed de kurk is waarop staat en kerk beide drijven.'

Calvijn

Met dit alles wil ik maar zeggen, dat we niet al te kopschuw moeten zijn voor politiek in de preek. Romeinen 13 spreekt over het ambt der overheid. Artikel 36 van de N.G.B, is een geloofsartikel van de kerk. Willen we bovendien gereformeerd zijn in de Calvijnse zin, dan kunnen we er niet omheen in de kerk ook sterke aandacht te geven aan het politieke gebeuren.

Ik zal over de visie van Calvijn niet véél zeggen. Die is overbekend. Men leze zijn vierde deel van de Institutie, waarin men overduidelijk het Schriftbewijs vindt voor de kerkelijke verantwoordelijkheid in politicis. Calvijn spreekt over tweeërlei regering. 'God heeft de staat in het leven geroepen om het leven op aarde door wetten en politieën mogelijk te maken', zegt Calvijn. Er is geen enkel gebied, dat aan de dienst aan God onttrokken mag zijn.

De overheid heeft daarom en daarin een ambtelijk karakter. De christen leeft dan ook onder een geestelijke en een burgerlijke regering. Door de prediking worden de mensen onderwezen tot de ware vroomheid en wordt de Schrift hen opengelegd als regel voor leer en leven, terwijl de kerk ook levenstucht oefent (hoewel zij nooit het zwaard hanteert). In de burgerlijke samenleving vallen alle burgers (gelovig en ongelovig) onder de burgerlijke regering. Daar is de roeping om het openbare leven voor allen leefbaar te maken. Daar heeft de overheid ook een taak ten aanzien van de religie. Calvijn zegt:

' Want zij dient niet alleen hiertoe, dat ze maakt dat de mensen samen kunnen leven, maar ook opdat er geen afgodendienst, geen heiligschennis van Gods Naam geen lasteringen tegen zijn waarheid en andere kwetsingen van de religie openlijk zouden opduiken en zich onder het volk verbreiden.' En op een andere plaats: 'Ik keur de burgerlijke orde goed, die zich erop toelegt dat de ware religie, die in Gods Wet vervat is niet openlijk en door openbare heiligschennis ongestraft geschon­den en bezoedeld wordt.' Het doel van deze zorg is, dat 'er een openbare gedaante van religie onder de christenen zal zijn'.

Calvijn heeft beseft, dat Gods souvereiniteit, het ganse leven in kerk en staat raakt. Dat het in kerk en staat gaat om de gloria Dei, de eer van God. Kerk en staat zijn in taak onderscheiden maar moeten gericht zijn op hetzelfde doel. Van Ruler zou zeggen: kerk en staat zijn de brandpunten van de ene ellips, waaromheen zich het gehele geordende leven voltrekt.

In het Schriftberoep van Calvijn vinden we teksten als psalm 82 vers 1. 6: God oordeelt in het midden der goden (overheden); Romeinen 13 (uiteraard); de overheid Gods dienares ("omdat zij door God zijn aangesteld zullen zij ook aan Hem rekenschap geven"); psalm 33: alles moet Hem eren; 1 Tim. 2 : 5: voorbede voor de overheid, opdat wij een stil en gerust leven hebben; en Openbaring 2 1: de koningen zullen de eer en heerlijkheid der volkeren indragen in het nieuwe Jeruzalem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en politiek (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's