Schriftkritiek (1)
De Heilige Schrift
Als je het woord 'Schriftkritiek' ziet staan in de kolommen van dit blad, dan weet je eigenlijk al van te voren wat er komt. Zo stel ik me dat tenminste voor. Iedereen verwacht dat je ertegen bent. En verder: Niemand van ons zal aan dit bedrijf ooit kunnen deelnemen zonder zijn identiteit als gereformeerd theoloog in de gemeente te verliezen.
Werk aan de winkel
Als je het woord 'Schriftkritiek' ziet staan in de kolommen van dit blad, dan weet je eigenlijk al van te voren wat er komt. Zo stel ik me dat tenminste voor. Iedereen verwacht dat je ertegen bent. En verder: Niemand van ons zal aan dit bedrijf ooit kunnen deelnemen zonder zijn identiteit als gereformeerd theoloog in de gemeente te verliezen.
Waarom dan toch dit artikel?
In de eerste plaats om de gemeente te informeren. Al voel je intuïtief aan dat je iets behoort af te wijzen, je moet dat toch ook kunnen verantwoorden. Anderen zullen er misschien naar vragen. Dat mag. Ook op dit punt is het apostolisch vermaan van toepassing: 'Weest altijd bereid tot verantwoording aan 'n ieder, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze'. Voor Petrus is die voortdurende bereidheid een van de aspekten van de bevinding van het geloof: 'Heiligt God, de Heere, in uw harten', 1 Petr. 3 : 15. Dan leer je het af om te vragen of een dergelijk verweer wel zin heeft. De Schrift is ons ook gegeven om - zo nodig - bepaalde opvattingen te weerleggen, 2 Tim. 3 : 16.
In de tweede plaats om elkaar als theologen - voor het forum van de gemeente - te wijzen op onze opdracht. Als wij de Schriftkritiek verwerpen, is daarmee de kous nog niet af. Integendeel. Juist dan komen de problemen. Want het gaat bij de Schriftkritiek niet om de kritiek op zich, maar om de Schrift, om de interpretatie van de Schrift. Men kan zich daarbij laten leiden door verschillende - ook vaak weer aan elkaar tegengestelde - motieven. De impulsen komen meestal van buitenaf. Maar daarover later. Wie de Schrift op akademisch niveau wil uitleggen, betreedt daarmee het uitgestrekte gebied van de Bijbelwetenschap. Feitelijk is de Schriftkritiek in de Bijbelwetenschap geïntegreerd. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Ook weer in allerlei gradatie en. toonaard. Maar in het algemeen gesproken staat 'kritisch' toch wel voor 'wetenschappelijk'.
Laten we een voorbeeld nemen. In de Bijbelwetenschap is algemeen de opvatting aanvaard dat er twee scheppingsverhalen zijn. Deze zijn afkomstig uit twee verschillende bronnen. Het eerste. Gen. 1 : 1-2 : 4a, is jonger, planmatig van opbouw, en stamt uit de 'priestercodex'. De priestercodex is ontstaan in de (of een? ) kring van priesters in of na de Babylonische gevangenschap. Dus na 587 vóór Chr. Deze bron wordt aangeduid met de letter P. Het tweede. Gen. 2 : 4b-25, is ouder, heeft een 'primitief' karakter, is meer een verhaal en stamt van de 'Jahwist'. De Jahwist, aangegeven, met de letter J, dateert men meestal in de-8ste eeuw vóór Christus, de tijd van Amos, Hosea, Micha en Jesaja. Misschien hebt u zich al lezend afgevraagd, waarom de geleerden tot zo'n ingewikkelde constructie zijn gekomen. Waar is dat nu voor nodig? Wel, men heeft op deze manier geprobeerd de vragen, die de bestudering van deze tekst oproept, te beantwoorden. Eén zo'n vraag is: hoe kun je het verklaren, dat in het eerste stuk de Heere 'God' wordt genoemd en in het tweede stuk 'HEERE God'? Men ziet de Tora (de vijf boeken van Mozes) als een samenvlechting van vier bronnen. Behalve de Jahwist en de Priestercodex zijn er ook nog de Elohist en Deuteronomist. De Elohist is te herkennen aan het gebruik van de naam Elohim (God) voor de Heere, zoals de Jahwist vooral te herkennen is aan het gebruik van de naam Jahwe (HEERE). De Elohist wordt meestal afgekort met E. De opvattingen van de Deuteronomist worden bepaald door de 'theologie' van de deuteronomistische reformatie. Daaronder verstaat men de reformatie onder koning Josia, 2 Kon. 22-23 : 30, 622 vóór Chr. Deze bron wordt afgekort met de letter D. De chronologische volgorde van deze bronnen is J. E. D. en P. In déze bronnen zijn weer onderverdelingen aangebracht, bijvoorbeeld Jl, J2 en J3. Men heeft ook van bepaalde bronnen weer nieuwe afgesplitst om bepaalde verschijnselen te kunnen verklaren. Dit laten we nu verder maar rusten.
Waar het ons om gaat is dit: Wij verwerpen de bronnensplitsing. Om twee redenen. In de eerste plaats blijft dan van het Mozaïsch karakter van de Tora niets over. Wat overigens niet wil zeggen dat de Tora als geheel door Mozes geschreven zou zijn. In de tweede plaats is de Tora onmiskenbaar een eenheid en is als zodanig reeds in vroeger tijden zo door velen opgevat. Maar als de vragen, die de tekst zelf ons stelt, niet door de theorie van de bronnensplitsing opgelost kunnen worden, hoe dan wel? Het gaat hier om de praktisering van ons gereformeerd-dogmatisch standpunt op het terrein van de Bijbelwetenschap. Die praktisering vereist vele vaardigheden. Zonder grondige kennis van de wereld van het antieke Oosten hoef je er niet aan te beginnen. Het is met dit vak net als met de muziek. Een orgelwerk van Bach horen spelen is nog iets anders dan het stuk zélf spelen. Wat moet daarvoor gestudeerd worden. Dagelijks! En dan de vingeroefeningen! Hoewel alle vergelijkingen mank gaan, zou ik hier vooral de talen uit de wereld van het Oude en Nieuwe Testament willen noemen. Maar bovenal: Vertolken is een kunst. Je moet er jong mee beginnen. En daartoe worden geïnspireerd! Elk vak in de theologie heeft zijn bekoring. De Bijbelwetenschap óók!
Daar komt nog dit bij. In deze wetenschap hangt alles met alles samen. We bepalen ons nu weer tot het Oude Testament. De datering van de bijbelboeken bepaalt het beeld dat men ontwerpt van de geschiedenis van Israël. Die geschiedenis van Israël heeft men nodig voor de beschrijving van de godsdienst van Israël, in haar ontwikkeling van Abraham tot Jaddua, Neh. 12 : I 1 en 22, een periode van 2000-380 V. Chr. (Ik houd me hierbij aan het hebreeuwse Oude Testament, dat wordt afgesloten met de boeken Ezra, Nehemia en Kronieken, die samen nog al eens Groot-Kronieken worden genoemd.) Deze gegevens vormen dan weer het uitgangspunt voor de theologie van het Oude Testament. Met dit "bouwmateriaal", dat door de Bijbelwetenschap wordt "geleverd", werkt de dogmatiek.
De afwijzing van de Schriftkritiek vraagt om een intensieve beoefening van de Bijbelwetenschap op akademisch niveau. Er is werk aan de winkel!
Niet op een eilandje
Schriftkritiek is een manier van wetenschappelijk bezig zijn met de Bijbel. Een manier, niet dè manier. Op dit punt verschillen wij van mening met dr. C. J. Labuschagne. Zijn boek "Wat zegt de bijbel in Gods naam? " maakt, gezien het aantal drukken, grote opgang. Zo kritisch hij zich opstelt tegenover het "traditioneel bijbelgeloof', zo on-kritisch spreekt hij voortdurend over 'de' Bijbelwetenschap. Er bestaat geen onbevooroordeelde wetenschap en zeker geen onbevooroordeelde Bijbelwetenschap. Ben je bezig met de Bijbel, dan moet je ook zelf voor de dag komen als eens Adam na de zondeval in het paradijs. In de Bijbelwetenschap zitten we niet op een eilandje. De geestelijke stromingen uit de geschiedenis van Europa vind je hier net zo goed terug als in de andere wetenschappen.
De hoge vlucht die de Schriftkritiek heeft genomen hangt dan ook samen met de doorwerking van de beginselen van de franse revolutie. Een sprekend voorbeeld is Julius Wellhausen (1844-1918). In zijn ontwerp van de geschiedenis van Israël vind je duidelijk de hoofdlijnen van de filosofie van Hegel terug. Wellhausen beschrijft de geschiedenis van Israël als een evolutieproces. Het verloopt volgens het schema volksreligie - profetische religie - wetsreligie. Het is hetzelfde schema dat zich volgens Hegel voltrekt in èlk historisch gebeuren: these - antithese - synthese. We kunnen nog verder gaan zoals menig geleerde heeft ook Wellhausen de invloed ondergaan van Bismarck en de "grootduitse gedachte". Op zijn beurt heeft de negatieve instelling van Wellhausen tegenover het latere Jodendom als wetsreligie alle ruimte gegeven aan het opnieuw opkomend antisemitisme. Een ander groot en apart bijbelgeleerde, Paul de Lagarde (1827-1891) de 'vader' van het wetenschappelijk-onderzoek van de Septuaginta (de belangrijkste griekse vertaling van het Oude Testament), heeft dit antisemitisme zelfs in hoge mate bevorderd.
Een duidelijke illustratie uit de nieuwtestamentische wetenschap is de Tübinger school. Zijn grondlegger, F. C. Baur (1792-1860), gebruikte de formule van Hegel om het vroege christendom te verklaren. These is de misvatting van de leer van Jezus door de christenen uit de Joden met Petrus als exponent. De antithese is de reaktie daarop van de kant van Paulus. Hij stelt tegenover de wet het evangelie. De synthese geeft dan als resultaat de oudste vorm van het katholicisme.
De geschiedenis van het historisch-kritisch onderzoek van de Bijbel is een tijdspiegel. Je vindt de wijsgerige opvattingen uit een bepaalde periode er (min of meer) in weerkaatst. We moeten ons er dan ook niet over verwonderen dat in onze tijd de materialistische exegese is geïntroduceerd. Dit is een manier van wetenschappelijk bezig zijn met de Bijbel, die duidelijk onder invloed staat van het Marxisme.
Het spanningsveld
Een Schriftkritiek die voor honderd procent bestaat uit kritiek, bloedt vanzelf dood. Wie wil daar zijn leven aan wijden? En als je dat toch zou willen, wie denk je daarmee van dienst te kunnen zijn? Als de Bijbel jou niets zegt, moet je verder ook maar niets over de Bijbel zeggen. Me dunkt, alle inspiratie zal dan ontbreken.
Anders ligt het, als mensen gegrepen zijn door de Bijbel en zich toch niet kunnen losmaken van een wetenschappelijk-kritische instelling. Dat is meestal de praktijk. In dat spanningsveld zal het debat over de Schriftkritiek ook nooit ophouden. Fel waren de discussies tussen de ethischen en de confessioneel-gereformeerden, fel was ook de strijd rondom de theologie van Karl Barth. Een citaat van de ethische dr. J. H. Gerritsen uit 1906: 'Daarom, gemeente van Christus, waag het biddende met de zo gevreesde 'Schriftkritiek'. God wil het! Gij roept: een spooksel! een spooksel!, maar Christus zegt: Ik ben het' (ontleend aan G. C. Berkouwer, Het probleem der Schriftkritiek, Kampen z.j., blz. 57).
De theologie van Karl Barth wil voluit zijn een theologie van het Woord. Toch wil hij ook de Schriftkritiek positief honoreren. Deze constructie is alleen mogelijk door van de Bijbel hetzelfde te zeggen als van de kerkelijke verkondiging: zij moet het Woord van God keer op keer wórden.
Klare Wijn, een geschrift van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk uit 1967, wordt door dezelfde tweepoligheid gekenmerkt. Het probleem is, dat je nooit precies kunt aangeven wat in de Bijbel de menselijke "verpakking" is en de eigenlijke 'boodschap". De ethischen trokken destijds de grens bij 'het geloof der gemeente'. Maar wij kennen Christus op geen andere wijze dan als de Christus der Schriften. Die zijn het, die van Hem getuigen. Van die gezichtshoek uit moeten zij worden geëxegetiseerd. Het 'geloof, van de gemeente', dat zich concentreert op de heilsfeiten, biedt onvoldoende waarborgen. Het, bewijs daarvan levert Rudolf Bultmann, Deze beroemde nieuwtestamenticus, die onder invloed stond van de existentiefilosofie van Heidegger, zag in de heilsfeiten het apokalyptisch kader - en dus de menselijke 'verpakking' - van hét Woord, dat ons telkens weer voor de beslissing stelt of wij in de konkrete situaties van ons leven het willen wagen met God alleen. Dit thema kan eindeloos worden gevarieerd. Maar wat daarvoor karakteristiek is, blijft altijd herkenbaar: de mens beslist over wat in de Bijbel het Woord van God is. Daarbij maakt het natuurlijk wel een groot verschil of en hoe iemand deelt in 'het geloof van de gemeente' of dat men zich meer vrijzinnig opstelt.
Onze belijdenis
De Bijbel is het Woord van God. Dat geloven en belijden wij. Het is de belijdenis van onze kerk. Wat? dit inhoudt, is reeds ter sprake gekomen. Toegespitst op het probleem van de Schriftkritiek en de praktijk van het wetenschappelijk onderzoek van de Bijbel willen wij daarbij nog enkele opmerkingen maken in een volgend artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's