Alkoholisme (1)
Ik ben een alkoholist!Lees ik het wel goed? U keert het blad nog eens om. Ja - het is inderdaad de Waarheidsvriend!
Ik ben een alkoholist!
Lees ik het wel goed? U keert het blad nog eens om. Ja - het is inderdaad de Waarheidsvriend! Een ogenblik dacht u wellicht dat u één of ander op sensatie gericht blad in handen had. Niettemin schrikt u enigszins en ik kan het me levendig voorstellen! Maar laat ik u wat gerust stellen. Heel bewust en pas na langdurige overwegingen ben ik er toe gekomen om enige artikelen aan de Waarheidsvriend aan te bieden.
Wij zijn als trouwe lezers toch vrienden van de Waarheid en we horen immers graag de oude en tevens fonkelnieuwe Waarheid. En wel deze Waarheid, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben. En dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig (1 Tim. 1 : 15).
Welnu, hier leest u de story van iemand die na een hele lange weg de waarheid onder ogen moest zien. Vleselijk ben ik, vleselijk en verkocht onder de zonde. Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik (Rom. 7).
Een alkoholist - Wat zegt u ervan?
Het roept verschillende beelden bij u op. Een door en door verdorven mens. Drankzuchtig tot en met. De vrouw wordt mishandeld - de lieve kindertjes worden geslagen. Schulden maken, korten op het huishoudgeld. Moeder met de financiële en talrijke andere zorgen helemaal alleen laten. Goede raadgevingen in de wind slaan. Van mijn eigen zorgzame vrouw en van anderen. 'Bekijk het maar - ik neem er nog één.' En dat alles om die drank. 'Slappeling, zie je dan niet dat je je gezin te gronde richt.'
Veelal ongeschoren - stinkt 's morgens vroeg al naar de drank. We lopen er met een grote boog omheen - we laten hem maar links liggen. Vooral geen paar'len (dat zijn de lieve woorden van brave mensen) voor de zwijnen (die zwijn, dat ben ik!) werpen. Hij moet zich (dood)-schamen - die drinkeboer - die zuiplap. Laat 'ie eens aan z'n lieve vrouw en kinderen denken.
Een alkoholist - Wat mèèr begrip
Ik begrijp het, lieve lezer. Een alkoholist roept allerlei - en vooral - ongure gedachten bij u op. Wellicht zal een ander zeggen. Nou, dat beeld is wel erg eenzijdig. Zo mogen we niet spreken. Ik ben eerder geneigd te denken aan iemand die maatschappelijk ontspoord is. Die geholpen moet worden. Het zoveelste slachtoffer van onze harde prestatie-en onze weke konsumptie-maatschappij.
En een volgende kent het probleem nog wat beter. Heeft er het één en ander van gelezen en weet ook dat er nogal uiteenlopende drinkgewoonten zijn. Houdt daarbij goed voor ogen dat in veel gevallen een wereld van problemen aan het excessief drinken vooraf gaat en er mee gepaard gaat.
Een alkoholist - Wat zeg ik er zelf van?
Na bijna 20 jaar gedronken te hebben - beginnend met een onschuldig glaasje bier tot en met het 20 a 30 voudige dagelijkse gebruik van alkohol is wel de nodige ervaring opgedaan.
Eerst dit: Al snel had ik jaren geleden ontdekt dat een gematigd gebruik van alkohol een uitnemend middel was (leek te zijn) om van nature wat aanwezige spanning, verlegenheid, geremdheid, op te heffen. Na enkele glazen genuttigd te hebben, was je wat méér jezelf. Op een wat beteren normaler niveau. Je kon je vlotter onder de mensen begeven en bewegen. Je stond niet meer met knikkende knieën en hartkloppingen voor een deur, waar je toch moest aanbellen. Het was eigenlijk meer een medicinaal gebruik. Door velen onschuldig beoordeeld - ook artsen - soms zelfs aangemoedigd, (ik kom daar later op terug.)
In wezen onredelijke gevoelens van angst en fobie-achtige verschijnselen werden verminderd. En het verdwijnen van allerlei emotionele remmingen werd als bijzonder stimulerend ervaren. En in alle eerlijkheid kan ik verklaren dat ik niet zelden 'onder invloed' grote hoeveelheden werk heb verricht. Maximale prestaties heb geleverd, zeker ook ten dienste van allerlei vormen van kerkewerk. Wat gedaan werd zag er meestal prima uit. Helder, overzichtelijk en in hoog tempo werd een verbazende hoeveelheid werk verricht. En dat naast een ook niet geringe dagtaak. Kwam er enige verslapping? En was de werking van alkohol kennelijk wat voorbij? Geen probleem! Ik schonk me weer een glas in - en nog één, gauw nog één en... de motor liep weer op volle toeren. 'Hoe houdt die man het vol' zei de omgeving. Van de (veelal stiekeme) borrel had men geen weet. 'Wat een energie, wat een inzet, nooit doe je tevergeefs een beroep op Joop. Een huisbezoekje extra - een wat moeilijker doopgesprek? 'Bel Joop even, joh. Als hij maar even kan, staat hij voor je klaar." Zeg, Joop - kun jij zaterdagavond de meditatie kerktelefoon van me over nemen? Moet er een kommissie opgestart worden. Laten we Joop eens polsen. En ja hoor, ik zet er mijn schouders onder. Binnen de kortste keren heeft ieder kommissie-lid een keurig dossier met alle nodige informatie. - De kerkeraad buigt zich diepzinnig over het aangeleverde materiaal - een enkeling vraagt nog (meer uit beleefdheid) om enige opheldering en krijgt een bevredigend antwoord. De praeses knikt stemmig, toestemmend... en de voorstellen van de kerkeraad worden aangenomen, onder hartelijke dankzegging voor het daaraan verbonden werk. Joop krijgt weer een tien op z'n rapport. Staat op en alweer hoger voetstuk. Wat een sieraad voor de gemeente en wat een stimulerende kracht in de kerkeraad. Zelfs de dominee vraagt hem herhaaldelijk om raad en met zijn meer dan gemiddelde kennis van het kerkelijk leven en de problematieken van de betreffende gemeente - weet men samen vaak tot een goede en gedegen beslissing te komen. Zo bouwde ik mijn reputatie op!
Andere gedachten werden weggedrongen
Ten diepste wist ik wel beter. Ik ontleende mijn energie niet aan mijn eigen struktuur. Nog minder aan een levende omgang met God. Het was niet de Heilige Geest, die de krachten geeft en vernieuwt. Ik wist wel beter. Al werd het nog zo verdrongen. Het was het voortdurende gebruik, van het (schijnbaar) stimulerende middel, dat alkohol heet.
Het is goed in eigen hart te kijken en eigenlijk moest ik reeds bekennen dat ik al een prooi was van de verslaving. De gedachte hieraan werd echter weer gauw verdrongen en verdronken. Verslaafd? Ach, dat valt toch wel mee. En maatschappelijk gaat alles (nog) goed. Ik maak geen brokken! En nog nooit heeft iemand mij (echt) dronken gezien. Behalve mijn eigen vrouw, maar die zwijgt wel! Bij een nuchtere analyse - een eerlijke zelftest was ik al lang door de mand gevallen. Niet aan denken! Doorgaan - een weg terug, zie ik niet - kan ik niet - en ten diepste - wil ik ook niet.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's