Uit de pers
Bij het vertrek van ds. C. Snoei
In Idea, het orgaan van de Evangelische Alliantie trof ik het verslag aan van een gesprek van de redaktieleden met ds. C. Snoei naar aanleiding van diens afscheid als predikant-direkteur van de IZB in december jl. Zondag 18 januari jl. is ds. Snoei bevestigd als predikant te Noordhorn (Gr.). Het werk van de IZB heeft in de afgelopen jaren een grote uitbreiding gegeven.
Van meet af aan beschouwde hij evangelisatie als een van de belangrijkste taken van de gemeente, zodat zijn weg naar de dagelijkse leiding van de IZB niet vreemd was. Voordat hij in 1973 die job op zich nam, was hij predikant geweest van de gemeenten in Langerak en Reeuwijk. De groei van het IZB-werk wenst hij allerminst tot zijn persoonlijke verdiensten te rekenen. 'Toen ik hier kwam waren er zes evangelisten, nu 22. Dat kwam doordat de nood zo ontstellend is toegenomen en doordat de gemeenten zich meer van hun roeping bewust werden. Daardoor kwamen er ook meer financiële middelen beschikbaar. Wij verwonderden ons er over dat het werk zo groeit. En we weten dat we kennelijk worden gezegend. We hebben het echt niet aan onze persoonlijke capaciteiten te danken dat het gaat, zoals het gaat. Goed, er wordt hier keihard gewerkt, maar als je toch op de keper beschouwt wat voor mensen het allemaal met elkaar moeten doen, dan kunnen we ons alleen maar verwonderen.'
De persoonlijk getinte aanpak heeft - zeker 'onder' ds. Snoei - ook bij de IZB steeds veel nadruk gehad. 'We proberen het menselijke hart te benaderen', zegt hij. 'Alles is in deze tijd gericht op schaalvergroting en wij proberen de mens te helpen die verpletterd dreigt te worden. Het gaat niet alleen om de kudde, maar ook om het ene schaap. Dat hebben we van Jezus kunnen leren. Niet alleen het gebouw is belangrijk, maar ook afzonderlijke stenen zijn het.'
De toenemende evangelisatiearbeid, de tegenstellingen binnen de kerken, de invloed van de nieuwe theologie zijn mede oorzaken geweest dat velen die willen buigen voor het gezag van de Heilige Schrift als het onfeilbare en betrouwbare Woord van God, zowel uit reformatorische kerken als uit evangelische groepen contact met elkaar gezocht hebben dat resulteerde in de oprichting van een Evangelische Alliantie.
Ds. Snoei: 'Wij vinden dat we met alle evangelische christenen een duidelijke band hebben in het willen verstaan van de bijbel als gezaghebbend woord van God. En we weten ons ook verbonden aan de gedachte dat persoonlijk geloof nodig is om het koninkrijk van God in te gaan. En we vragen ook aandacht voor het werk van de Heilige Geest, althans 'voor zover een mens dat kan, want de Heilige Geest vraagt zélf wel om aandacht.'
Een voor een kerkelijke zendingsbond als de IZB toch wel wat rumoerig gezelschap, die EA. Ds. Snoei beaamt dat. 'Maar het is ook een platform waar je elkaar ontmoet, waar je je bezint en impulsen kunt opdgen voor je eigen werk. En misschien kom je er ook zover dat je iets samen kunt gaan. doen. Maar dat is, eerlijk gezegd, het laatste waar ik op uit ben.'
Wat hij wel wil, is de goede dingen die hij binnen EA ontdekt integreren in zijn eigen werk. Als IZB doen we dat niet alleen bij de EA, maar ook in oecumenische contacten. Wij proberen in feite te staan tussen de oecumenischen en de evangelischen. En het is een principe dat we daar ook blijven staan. We krijgen dan ook opdoffers van beide kanten.'
Zegen
Intussen heeft ds. Snoei af vastgesteld dat ook binnen de alliantie te weinig mensen te véél moeten doen. 'Te weinig mensen hebben er visie voor', meent hij. Aan dat euvel lijdt trouwens zo ongeveer de hele gemeente van Christus in dit land, zo valt uit zijn uitlatingen te destilleren. Komt met een voorbeeld uit zijn eigen praktijk: 'Er zijn veel oude stadswijken, waar de ene na de andere predikantsplaats wordt opgeheven, waar kerken worden afgebroken en restanten van kerkeraden overblijven. Enkele mensen moeten daar dan de taak gaan vervullen, die in het verleden door veel méér mensen ter hand werd genomen. En intussen neemt de nood alleen maar toe waardoor er steeds méér werk komt.'
Terug naar de EA. Zijn deelname daarin heeft hij persoonlijk als een zegen ervaren. 'Door de contacten met zoveel evangelische christenen heb ik meer oog gekregen voor het werk van de Heilige Geest en de gaven, de charismata, die er ook nu nog zijn. Dat heeft ook vragen bij mij opgeroepen. Maar de zorgen over een bepaalde eenzijdigheid van sommigen t.a.v. de gaven van de Geest wegen niet op tegen de zegen die ik persoonlijk heb ervaren. Er is mij duidelijk geworden dat er een spreiding van de gaven is over het gehele lichaam van Christus. Door de EA is ook een voor mij vrij onbekend stuk van zending en evangelisatie, dat overal ter wereld wordt gedaan, dichter bij mij gekomen. Wat er in de EA gebeurt, vind ik de moeite waard. Die geloofszendingen hebben mijn ogen geopend voor een heel andere kant van zending bedrijven. Bij ons hebben we allerlei systemen, de salarissen zijn goed geregeld, enzovoort. Ik heb er wel wat moeite mee dat zendelingen en geloofszendingen helemaal zelf een thuisfront moeten opbouwen, want als zij uit de gratie vallen, zijn ze weg. Maar ik zeg er meteen bij dat bij óns dat contact met de zendelingen te weinig bestaat. Het zou goed zijn als de gemeenten een band hebben met een bepaalde zendingswerker. We kunnen van de geloofszending veel leren. Er moet wel een goed systeem zijn en dat hebben wij dan ook. Maar je moet op dat systeem niet te veel vertrouwen.'
Graag hebben we in dit persoverzicht van de gelegenheid gebruik gemaakt aandacht te schenken aan het afscheid van collega Snoei. De IZB en de gehele kerk is hem veel dank verschuldigd, voor het vele werk dat hij, in deze jaren heeft mogen verrichten. We weten dat het God is die ons daartoe bekwaamt en toerust. We weten ook dat de uitbreiding van het evangelisatiewerk mede ook te maken heeft met de voortgaande ontkerstening van ons land. Dat is een verontrustende zaak. Desalniettemin mag er dankbaarheid zijn dat steeds meerderen in de gemeenten aandacht krijgen voor de zendingsroeping van de gemeente. En we zeggen het Snoei graag na dat we in dat opzicht niet bij de angst, maar uit de belofte van Pasen mogen leven. Want de opgestane Christus zorgt voor open deuren voor Zijn Woord. Evangelisatiearbeid is maar geen zaak van een bond of een commissie. Het zou wel eens aan kunnen komen in de toekomst op de contacten van mens tot mens, zoals ook in de eerste eeuw het Evangelie van mond tot mond is doorgegeven.
Ds. Snoei is inmiddels predikant geworden inhet Groningse Noordhorn. Moge God hem en de zijnen ook daar nabij zijn en de arbeid in pastoraat en evangelisatiewerk zegenen.
***
Daar en hier
In Woord en Dienst van 17 januari schrijft ds. H. de Leede uit Twijzelerheide over een ontmoeting met christenen uit Ghana die in de periode van 25 september tot 12 oktober een bezoek brachten aan enkele kerkelijke gemeenten in ons land. Van de 16 leden van de delegatie bezochten er vier Nederland, terwijl anderen Schotland, Zwitserland, West-Duitsland en Oostenrijk bezochten. De delegatie bestond uit vertegenwoordigers van de Presbyterian Church of Ghana.
Het is altijd weer een belangrijke zaak als broeders van verschillende landstreken elkaar ontmoeten, zeker als het gaat om contacten met de kerk overzee. Christus' gemeente is immers hoe ook verspreid éen in haar Here. Zending is bovendien tweerichtingverkeer, van hier naar daar en omgekeerd. In de gesprekken kwam onder meer ter sprake, hoe de Ghanese christenen omgaan met hun nietchristelijke volksgenoten.
Het was tijdens een ontmoeting met de kerkeraad. Het gesprek kwam terecht bij hun visie op andere godsdiensten.
Ter informatie: In het noorden van Ghana heeft de Islam enige aanhang; verder is de Ghanese bevolking christelijk of traditioneel-religieus. Het laatste is de verzamelnaam voor de stamreligies met voorouderverering, fetisjisme, amuletten aanbidding etc.
Hoe is uw visie op en uw houding tegenover vooral deze traditionele religies? Hun antwoord was opmerkelijk:
Allen vereren en bidden tot dezelfde God - de hoogste God, schepper van hemel en aarde, de Vader van de Heere Jezus Christus.
Alleen: de traditionele gelovige bidt tot die hoogste God via z'n heilige boom of via z'n voorouderverering of iets dergelijks. Wij bidden tot God via Jezus Christus: Hij is de Weg! Hoe moet dus onze houding zijn? We mogen hen zeggen: 'Jullie bidden wel tot God, maar verkeerd! Ik mag je de goede weg zeggen: Jezus Christus'. Later in een gesprek over hun methode van evangelisatie, verduidelijkte één van hen het nog: Het gaat de traditionele gelovige om contact met, de weg tot God; alleen: hij weet niet hoe. Daarom is het een dienst van vrees, angst, onvrijheid. Daarvan mogen wij hem bevrijden door Christus te verkondigen als de Weg!
Dat deed Paulus toch ook op de Areopagus? Zie Handel. 17 : 23. Hij begint ook in de religie van de Atheners - hun altaar voor de Onbekende God. Die mag ik u verkondigen! En dan begint Paulus en verkondigt Jezus Christus.
'Een mislukt experiment van Paulus - hij doet het nooit meer zo: dit starten in de religie van de mens om zo bij Christus te komen' - zo zeggen prof. Hasselaar en prof. Beker in hun nieuwe dogmatiek. Zij verwoorden daarmee een duidelijke theologische gedachtenlijn. Lijnrecht er tegenover staan twee vertegenwoordigers van een kerk in een andere situatie etc. en zij hanteren juist deze 'methode' door rustig aan te knopen bij de traditionele heidense religie.
Er is hier natuurlijk meer aan de hand dan een theologische kwestie. In elk geval is duidelijk: De context waarbinnen getheologiseerd wordt, speelt geducht mee. Dat blijkt hier wel! Zij werken, verkondigen en theologiseren in een alleszins religieuze context. 'Iedereen is religieus; de vraag naar het bestaan van God wordt niet gesteld.' Dat is geen vraag: Hij bestaat! Dat is een werkelijkheid.
Wij hier werken, verkondigen en theologiseren in een totaal andere situatie: Hier wordt de vraag naar God vaak ook niet gesteld, maar dan juist van de andere kant: "Hij bestaat niet", of 'het interesseert me niet'.
Een situatie van agnosticisme of, nog veel moeilijker, een massale indifferentie: onverschillig en toegesloten zelfs al voor elke vraag naar God. Veel van het religieuze besef wat er is onder de mensen is dan ook zo rudimentair en vlak, dat het zelfs als negatieve klankbodem voor het Evangelie niet kan fungeren, zodat het Evangelie daar ontdekkend en oordelend tegenover komt te staan. Dus als oordeel over de mens die in z'n religie in wezen zichzelf probeert staande te houden. Zou het dan een positieve klankbodem zijn voor het Woord van Jezus Christus?
Dus als de religie waarin de mens overblijft met een open vraag?
De religie waarin de mens met zichzelf overblijft: in een dienst van onrust, vrees en ten diepste de vraag naar God? Zodat het Evangelie hier, óók oordelend, maar tegelijk bevrijdend, antwoordend op in kan gaan?
Duidelijk is, dacht ik, dat hier heel wezenlijke vragen liggen: theologisch en praktisch: hoe bedrijven wij evangelisatie; kun je zeggen dat de context zó verschillend kan zijn, dat je theologisch en daarna praktisch-theologische methoden totaal anders vorm geeft?
De overgang van de religie naar het geloof in Jezus Christus is niet vloeiend, maar betekent een breuk met de machten, met de angst voor boze geesten waarvan alleen het Evangelie bevrijden kan. Ter sprake kwam ook de vraag, in hoeverre de Evangelievertolking wordt bepaald door de culturen.
In meerdere gesprekken kwam naar voren de vraag: in hoeverre bepaalt de culturele context de wijze waarop het Evangelie wordt verwerkt in het menselijk leven en samenleven. Een natuurlijk bekende vraagstelling vanuit de zendingstheologie en - praktijk. Het Woord Gods gaat in in de culturele, religieuze, sociologische en historische situatie en het wordt met geloof beantwoord. Dat geloof krijgt vorm en gestalte in belijdenis, levensstijl, eredienst enz.
Die vorm, die gestalte verschilt overal - dat is duidelijk.
En soms is het verschil zo groot dat je denkt: raken de inhouden elkaar nog? ! Mag dat? Kan dat niet anders? Waar liggen de grenzen der verscheidenheid? Vragen die hier niet beantwoord kunnen worden. Maar ze komen wel boven in zo'n ontmoeting. Toch - en daar gaat het mij nu om - toch legden onze gasten uit Ghana juist de nadruk op de keerzijde: Als het Evangelie van Jezus Christus verkondigd wordt aan mensen - mensen in uiteraard een bepaalde culturele, sociologische situatie - dan 'laat Christus de mensen door Zijn Woord zien wat in hun cultuur zich niet verdraagt met de boodschap van Zijn Koninkrijk'.
Anders gezegd: De Waarheid maakt vrij, ook van culturele banden, die als zondig worden aangewezen.
Op de gemeente-avond in onze gemeente verduidelijkten zij dat met een ontdekkend voorbeeld, wat ik de lezer niet wil onthouden: Eén van hen had 3 jaar in Australië gestudeerd, dus de westerse levens-en gedragswijze kende hij goed. Het was hem opgevallen dat een vrij algemeen cultureel trekje van de westerse mens is: gereserveerdheid t.o.v. wat vreemd is, anders eruit ziet. Wij zouden zeggen: 'de kat eerst uit de boom kijken'.
'Zondagmorgen hadden wij een fijne dienst in de Kerk - ik mocht het woord voeren, met u bidden. Dan lopen we de Kerk uit, en in enkele minuten staan wij alleen op het kerkplein. Niemand die ons de hand kwam drukken. Binnen de gemeente dus dezelfde culturele trek - die zich niet verdraagt met het Evangelie.'
Een ontdekkend voorbeeld, beschamend ook. Maar het is een voorbeeld van de principiële vraag die zij steeds aan ons stelden: de vraag naar de herkenbaarheid van de christelijke gemeente in de samenleving. Het 'gij geheel anders' uit de brieven van Paulus. B.v. in de verhouding tot onze samenleving. De grote uitdaging voor de gemeente hier, zo formuleerde één van hen het, is: 'te blijven beseffen wat de wezenlijke basisbehoeften zijn om te leven'. Zodat je weet dat de rest extra is, welvaart.
Maar de herkenbaarheid komt ook tot uiting in de andere houding t.o.v. ziekte, dood, wijze van begrafenis. Grote nadruk legden zij op het gebed als dragende kracht van de christelijke gemeente. Kortom: De culturele situatie is medebepalend voor de vorm, de gestalte van geloven, vieren en herleven van het Heil in de Here Jezus Christus. Dat is overduidelijk.
Maar allereerst het omgekeerde. Het Woord Gods laat zien wat in een cultuur zich niet laat rijmen met het Evangelie. Het wijst zonde aan en eist en schenkt bekering. De Waarheid maakt vrij.
Daar en hier. Als de kerken overzee ons bezoeken, dan vormen hun vragen een spiegel voor ons. Soms schrik je dan. Tegelijk is er de bemoediging vanuit het Evangelie, en mag er de blijdschap zijn om het feit dat God daar en hier grote dingen wil doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's