De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezond geworden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezond geworden

8 minuten leestijd

Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tot hem: 'Zie gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.' Joh. 5 : 14

Daarna vond Jezus hem.

Zelfs daarna. Dat mag een wonder heten! Onbarmhartig zijn de oordelen op het hoofd van de genezene neergekomen: het is u niet geoorloofd. Het werk aan u geschied kan niet uit God zijn, want gij houdt onze regels niet. Daarmee is hij geoordeeld.

Nu zegt Paulus: Het is mij voor het minst of ik door u geoordeeld word of door een menselijk oordeel. Soms echter kan dat oordeel pijnlijk raken. Tot vertwijfeling toe kunnen mensen gebukt gaan onder het oordeel van de ander. Maar die oordeelt is de Heere.

Voor zijn aangezicht wordt het laatste woord gesproken.

En daar vond Jezus hem. In de tempel.

Onbarmhartig behandeld door de mensen, ontmoet hem Gods barmhartigheid. Opnieuw. Jezus vond hem. Jezus mag dan ontweken zijn, geweken is Hij niet. Hij komt terug. Voor een ogenblik mag de genezene alleen gelaten zijn met de vragen van de schare, losgelaten is hij niet. Tot zijn verwondering mag de man het merken: Hij is er weer. Hij die roept is getrouw. Hij komt op zijn eerste ontmoeting terug. Zou Hij, die gekomen is om hèt oordeel weg te nemen, de genezene, de geroepene, laten ondergaan in een oordeel van mensen?

Jezus vond hem in de tempel. Voor Gods aangezicht. En daar verstommen alle aanklachten van mensen. Daar heeft de Vader Hem het woord gegeven. Hij is immers het Woord! En Hij neemt het woord: Jezus zei tot hem. Eerst waren het de Joden, die iets tot hem zeiden. Nu is het Jezus.

Daar is verschil in. Daar mag u ook verschil in maken. Bij al de stemmen, die u tegenklinken, is dit de vraag: hébben ze recht van spreken? Nee, de vraag is niet: hebben ze reden om te spreken? Hoe zou ik de reden ontkennen? Maar recht om te spreken heeft slechts die ene stem. De stem van Hem, die vond en vindt. Te herkennen temidden van vele stemmen. Is het niet dezelfde stem, die u deed opspringen? Hij is het. Hij herinnert er zelf aan: Zie gij zijt gezond geworden!

Zie!

Kijk wie je bent. En weet wie je was.

Hij was een zieke. Hij is de genezene, die genezen is.

En het verschil heet: gezond geworden. Geworden! Dat woord doet de spanning voelen tussen heden en verleden. Het houdt de herinnering levend aan Hem, die dat verleden tot verleden maakte.

Gezond geworden. Wie het uitspreekt, spreekt met verwondering. Was u altijd gezond?

Nee, ik was het niet. Ik had zelfs de hoop al opgegeven. Maar ik ben het geworden. Dat tekent mij als een machteloze. Maar het tekent Hem als de machtige. Wat ik heb, heb ik niet van mijzelf, maar dat heb ik gekregen, van Hem.

Wie is Hij?

Jezus - de HEERE redt. Hij kwam mijn leven binnen en zó ben ik gered. Gezond geworden. Zie!

Dat richt onze aandacht niet alleen op wat er gebeurd is, maar vooral op Hem, die het gedaan heeft. Vergeet nooit één van zijn weldadigheden, vergeet ze niet, 't is God, die z' u bewees.

Zie! Vergeet niet!

Moet dat gezegd? Zou iemand dit vergeten? Kennelijk wel. Negen van de tien vergeten het. Althans: vergeten Hem. En wie Hem vergeet, is aan 'het' gauw gewend! Die meent het zelf zover gebracht te hebben en zelf wel verder te kunnen.

Zie, gij zijt gezond geworden. Daarmee houdt Hij zelf de herinnering levend.

Aan Hem! Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

O, dat 'anders'. Dat is kijken over de rand van de afgrond. Ik moet er niet aan denken...

Maar ik moet er toch aan denken. Hij wijst mij die afgrond aan. Zie!

En ik mag er aan denken. Dat het anders is. Had moeten, dat zegt Hij.

Maar dat is verleden tijd. Voltooid verleden tijd. Zelfs meer dan voltooid: het is volbracht!

Zie, gij zijt gezond geworden.

Daarmee bindt Hij mij aan Hem. Zonder Hem ben ik niet wat ik geworden ben.

Heere, hoe zal ik u danken?

En Jezus zei tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer...

We aarzelen bij het lezen van die woorden. We herlezen. En inderdaad, het staat er. Zo

zegt Hij het: zondig niet meer!

Kan dat?

We zijn gauw geneigd om te zeggen: dat kan niet. Immers een mens is zondaar en een mens blijft zondaar. En Johannes schrijft in zijn brief: Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.

Kortom: we zijn zondaar - we doen zonde - we hebben zonde...

Maar zegt u dat niet licht, hoe 'zwaar' het ook mag klinken!

Want dat is ook misleiding; een misleidend excuus. En dat is niet luisteren naar wat Jezus zegt: zondig niet meer!

Trouwens, ook Johannes schrijft in zijn brief direkt daarna: Kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt.

Kinderkens. Let u op dat woord. Zie, gij zijt gezond geworden. Want dat was het toch? Zo is het toch begonnen? Wilt gij gezond worden? Wilt gij opspringen van vreugde en dan ook wandelen als een kind - in het licht? Zie, gij zijt gezond geworden - wandel in het licht - zondig niet meer.

Gij. Dat is niet zomaar iemand. Dat is de man, die uit het donker van zijn ellende is gezet in het licht. En nu: zondig niet meer. Nee, Hij zei niet: zondig niet meer, dan zult gij gezond worden. Hij zegt: gij zijt gezond geworden - dat hebt u ontvangen, onvoorwaardelijk - zondig nu niet meer..

Gij! Dat bent u, die onder de bediening van Woord en Sacrament Hem ontmoet hebt.

U, die gezien hebt wat u mist buiten het Licht. U, die beleden hebt, dat u midden in de dood ligt, maar die het leven zocht en vond in Hem. U, die opgesprongen bent toen Hij u aansprak en aangreep. U, die er elke keer aan herinnerd wordt wat Hij voor u gedaan heeft. U, die het telkens opnieuw hoort, wat het Hem gekost heeft om u gezond te maken: door zijn striemen genezing! U, die een kind van het licht geworden bent, omdat de Vader zijn Zoon aan de duisternis prijsgaf.

Gij, zondig niet meer.

Gij, vat uw oude leven niet weer op. Want dat oude leven was geen leven. Dat was neerliggen in de gebrokenheid van uw bestaan; neerliggen in de dood.

Zondig niet meer. Wie het leven ontvangen heeft, die kan toch de dood niet meer liefhebben?

Wij herinneren ons zijn eerste vraag: Wilt gij gezond worden?

Dat is nu de vraag niet meer: zie, gij zijt gezond geworden.

De vraag is nu: wilt gij gezond blijven? Wilt u dat? Zondig niet meer.

Maar kan dat dan? Vraagt Hij hier niet het onmogelijke?

Maar Hij vraagt niet naar uw mogelijkheden. Hij beveelt. Zeker, Hij beveelt hetgeen u onmogelijk is. Dat deed Hij ook toen Hij zei: sta op! Maar is toen niet duidelijk geworden, dat Hij nooit meer beveelt dan Hij zelf geeft? Zie, gij zijt gezond geworden!

Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig. Maar die gezond geworden zijn, die hebben de medicijnmeester altijd nodig. En vooral het medicijn, dat Hij geeft: de Geest, die leidt in alle waarheid.

Niet meer zondigen. Is dat uw vraag? Dan mag u méér vragen:

Och schonk Gij mij de hulp van uwe Geest, mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken. 'k Hield dan uw wet...

Dan! Want die Geest maakt ons indachtig wat Hij gesproken heeft: zie, gij zijt gezond geworden. Zie hoe grote liefde Hij u gegeven heeft. Dan gaat ons hart kloppen van liefde voor Hem. Omdat Hij van zijn Geest in onze harten heeft gegeven. En wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Zondig niet meer. Nee, niet omdat ik béter geworden ben, maar omdat ik gezond geworden ben. Omdat Hij mij het leven geeft - èn mijn leven neemt. Dezelfde, die zei: wordt gezond!, zegt: blijf gezond. Op dezelfde wijze. Door zijn kracht. In Hem.

En dat wordt zichtbaar. In het persoonlijk leven en in het leven van de gemeente.

Want wie in Hem blijft, draagt veel vrucht.

Vrucht, die gezien mag worden. Gezien moet worden. Opdat de wereld wete, wie Hij is; en Hem kenne: het Licht der wereld. Daarom: zondig niet meer.

Opdat u niet wat ergers overkome. Maar wat is er erger dan 38 jaar ziek zijn?

Dit: dat u de duisternis liever hebt dan het licht. Toch nog! Nadat u in het licht gezet bent. Dat is erger. Want God heeft de duisternis geoordeeld door het licht te zenden. Daarom, wie de duisternis kiest - de zonde liefheeft - die dient een verloren zaak; die wacht niet anders dan de buitenste - dat is buiten bereik van het licht! - duisternis.

Maar Hij zegt tegen u: opdat u dat niet overkome.

Hij heeft u geroepen tot het licht.

Zondig niet meer. En indien wij gezondigd hebben - en dat met pijn ontdekken - wij hebben een voorspraak bij de Vader. En Hij is een verzoening voor onze zonden.

Die tot u spreekt, spreekt ook tot de Vader. Vóór u. En Hij zegt: zie, deze is gezond geworden. Want Ik heb mijn leven voor hem gegeven. Vader, Ik wil, dat ook die bij Mij is. Bij Mij; in het huis van de Vader.

Kind van de Vader.

Aangenomen kind.

Gezond geworden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gezond geworden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's