De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alkoholisme (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alkoholisme (2)

12 minuten leestijd

Een symptoom, welke altijd aan de dag treedt - en daardoor ook vrij snel kan worden herkend - is, dat in feite iedere gelegenheid wordt aangegrepen om een glas te nemen.

Een glaasje voor dit, en een borrel voor dat!

Een symptoom, welke altijd aan de dag treedt - en daardoor ook vrij snel kan worden herkend - is, dat in feite iedere gelegenheid wordt aangegrepen om een glas te nemen. Is er een feestelijke stemming? - de fles op tafel en drank in overvloed. Heb ik een wat drukke dag gehad? -een borrel extra. Een beetje kiespijn? Giet er een paar borrels in. Tegenslag in het zaken doen? De fles biedt de oplossing. Levens(!)-gevaarlijk (ik aarzel niet om deze aanduiding te gebruiken) is het zelfs, om bij een méér of minder ernstige stress-situatie naar alkohol te grijpen.

Temeer gevaarlijk omdat in zo'n situatie niet zelden kalmerende middelen zijn voorgeschreven.

De gewenning aan de alkohol is er gauw - de verslaving kan en zal er veelal op volgen. Het lichaam heeft steeds méér nodig om tot het beoogde effekt te komen. Op wat langere termijn kan bij een aanhoudend (en geleidelijk toenemend) gebruik een lichamelijke en psychischeafhankelijkheid ontstaan en dat is wat wij verslaving noemen.

Dan is er weer een alkoholist meer!

Een volgend symptoom - en die is voor de omgeving niet één, twee, drie herkenbaar - is het altijd nét wat meer drinken. Waarom wordt dat niet zo gauw waargenomen? Wel omdat het stiekem gebeurt. Alkoholisten zijn er ware meesters in. Een voorbeeld? Destijds stonden enige flessen bij mij altijd in een kast in de huiskamer en aldaar werd visite van een drankje voorzien. De sherry, port of wat dan ook verhuisde echter al gauw naar een bergruimte in de gang en in de keuken. Was er bezoek en was het tijd om een glaasje te offeren dan nam ik daar al snel een paar glazen. Met een dienblaadje kwam ik uit de keuken de kamer binnen - de glaasjes gevuld. Maar mijn glas was vooraf al 2 of 3 keer volgeschonken en snel geledigd. Later werd het glas maar overgeslagen en werd ervan deze en gene fles een flinke teug genomen. De fles aan de lippen! Een ernstig symptoom!

Toen mijn vrouw steeds meer bezwaren ging opperen tegen de dagelijkse borrel en mij een keer bij het stiekem drinken had betrapt, ging de vrees mij bekruipen dat de kontrole te sterk zou worden. Dit leidde er toe dat flessen verstopt gingen worden. Wel enkele jaren lang had ik geregeld in één (of meerdere) laden van mijn bureau in de huiskamer een fles drank verborgen. Vooral de bekende zakflacon is snel ergens weggemoffeld. Wanneer mijn vrouw even naar de keuken liep... gauw de la open - een flinke teug - en de fles weer terug.-Wie herkent dit beeld?

Op het laatst waren overal en op de meest ondenkbare plaatsen flessen verstopt. Het was voor mijn vrouw een voortdurende kwelling; ze vond een fles en soms nog één en kon niet bevroeden dat er nog meer geheime plekjes waren benut. Zeker niet, wanneer ik haar plechtig verzekerd had dat nu alles weg was. Ze rook de alkohollucht en wist niet...; om radeloos van te worden. Flessen achter een rij boeken - in de kelder - op zolder - in de schuur. Een bergplaats die het heel lang goed deed was de stortbak van het toilet. Wie doet me wat? Steeds was ik haar de baas, maar ook en in veel sterkere mate werd de drank mij de baas.

Liegen en bedriegen!

Het bovenstaande klinkt wat cru, maar het moet toch duidelijk gezegd worden. Naarmate het drinken toeneemt, naar die zelfde mate neemt het bedriegen van zichzelf en van anderen toe. Het leven van de alkoholist wordt gekenmerkt door een aaneenschakeling van leugens.

Hij weet terdege dat hij te veel drinkt - hij gaat gebukt onder het feit dat hij het drinken onvoldoende of in het geheel niet meer onder kontrole heeft. Maar hij kan met deze afschuwelijke gewoonte niet breken. Vandaar het voortdurende zelfbedrog; hij maakt zichzelf wijs dat hij de drank best kan laten staan, maar hij doet het niet. Alleen al het feit dat hij steeds meer stiekem gaat drinken is er het overtuigende bewijs van dat hij de hoeveelheid drank niet wil toegeven! Waarom anders niet openlijk het glas gehanteerd?

Wanneer ik inderdaad eens de balans opmaakte en de konsumpties ging optellen (zo ik de tel niet was kwijt geraakt) schrok ik me werkelijk wezenloos. Een gevoel van radeloosheid - van onmacht - van schuld. En weet u lezer, deze gevoelens zijn ook oprecht. Ik leed er onder, ook al werd het nooit uitgesproken en toegegeven.

Ik ging ook op zoek naar allerlei argumenten die een verontschuldiging en een rechtvaardig ging zouden kunnen zijn voor het vele drinken. Zelfbeklag, zelfmedelijden, is daarvan een wezenlijk onderdeel. Het zit me ook niet allemaal mee - ik moet eigenlijk te hard werken - ik ben de laatste tijd ook zo gespannen - . Toch eens naar de dokter toe; mijn alkoholmisbruik werd overigens niet genoemd. Er werd trouwens niet eens naar gevraagd! Zijn diagnose schoot te kort. Ik kreeg pillen mee!

Ik zakte steeds dieper weg

Waarschijnlijk met behulp van wat kalmeringsmiddelen (een ander en ook niet ongevaarlijk soort drugs) slaagde ik er in een paar dagen te stoppen en daarna wat gematigder te drinken. Na een week zei ik triomfantelijk tegen mezelf: Zie je wel - het loopt zo'n vaart niet. Ik gaf mezelf een schouderklopje en trakteerde mezelf op een extra borrel.

En binnen de kortste keren lag ik weer helemaal op snelheid.

Wanneer een alkoholist gevraagd wordt hoeveel hij gedronken heeft, moet u er nimmer op rekenen het juiste aantal te vernemen. Ik kwam wat later thuis - het gezin zat al aan tafel. 'Waar kom je zo laat vandaan. Joop? ' Oh, nog even een pilsje met een paar kollega's gedronken. Even een pilsje! Het waren er acht!

Wanneer het echt een keer uit de hand liep, was het berouw aandoenlijk. Ik beloofde dat ik beter zou oppassen en dat het toch wel verstandig is om te minderen. En de partner, de vrouw of de hulpverlener is zeker in het begin geneigd daar geloof aan te hechten. Onder tranen werd soms beterschap beloofd. 'En ik houd toch van je'.

Men leeft op - het lijkt nu toch wel oprecht - er is hoop en verwachting gewekt. Het gaat drie dagen redelijk; een paar borreltjes en... ach, die worden niet misgund. Maar de vierde dag werd ik laveloos op bed aangetroffen. Was stilletjes thuis gekomen en stiekem de trap op gestrompeld. De kinderen mogen hun vader zó niet zien!

Wat een teleurstelling - welk een ontgoocheling!

Een onbetrouwbaar mens?

Het moet ook wel mateloos irriteren! Al die loze beloften. De vele leugens. Nog maar net heeft hij bezworen dat er nu echt geen drank meer in huis is en even daarna worden twee weggestopte flessen gevonden. De alkoholist wordt bestempeld als in hoge mate onbetrouwbaar. Het wekt bij vrienden en kennissen weerzin op. Hij voelt zich betrapt, ontredderd, onbegrepen... en vooral eenzaam. Op zich voor de hand liggende verwijten werken alleen maar averechts. Ik zat boordevol zelfverwijt - een zwaar drukkende schuldenlast - wroeging - zelfhaat.

Iedere opmerking die in wezen nog meer bitterheid, schuld en zondegevoel aandraagt, helpt geen zier. De situatie is al ondragelijk. En de goedwillende, maar ondeskundige hulpverlener weet niet dat de verslaafde wel moet liegen en bedriegen. Hij drinkt allang niet meer voor z'n plezier en hij wil o zo graag van de drank af. Want het brengt hem geen vreugde, maar hij kan het niet. 'Een alkoholist hunkert er naar te leven zonder drank, maar hij vreest het moment, waarop hij niet meer over drank kan beschikken' (uit het twaalf-stappenboekje van de A.A.; d.i. de Anonieme Alkoholisten).

Hij kan zijn fles niet inleveren - de drank tiranniseert hem. 'De wijn is een spotter' zegt de Spreukendichter. Het is waar - de drank heerst over hem. De satan lacht - ik ben een prooi van de satan geworden. Hij bespot mij - hij weet dat ik hem haat, maar ook dat ik weer terugkeer!

Ziet u, lieve lezer, dat is verslaving. 'In de wurgende greep van de duivel, onze grote tegenpartij.

We moeten onze ellende leren kennen, zeggen we; want dan pas kan de Heere Zijn Werk doen... en dan pas gaan we roepen om ontferming. Nou, ik kan het u niet aanbevelen; wordt maar geen alkoholist. Pas op uzelf en op de ander. Waakt en bidt...!

De vicieuze cirkel

De rem is er af! Hij kan niet meer stoppen tot de roes bereikt is. Hij maakt zichzelf niet meer, maar anderen meestal nog wel wijs dat het kwam door het laatste glas. Had ik dat laatste glaasje nu maar niet gedronken. Maar het kwaad schuilt in het eerste glas.

Ondertussen is het drinken een obsessie geworden - het geschiedt dwangmatig. Hij zit volkomen gevangen en verstrikt in een vicieuze cirkel. De alkoholist wordt verscheurd door angst, twijfel aan de mogelijkheid of er ooit een herstel zal optreden; hij gaat diep gebukt onder grote schuldgevoelens en diep in z'n hart weet hij dat hij bezig is zich dood te drinken. Dat gevoel van angst, wat er dus weer toe leidt dat hij opnieuw drinkt, wordt steeds sterker. En heel zijn gedachtenleven wordt beheerst door de drank.

Veel sterker dan de lichamelijke afhankelijkheid - sterker in de zin van moeilijker definitief te doorbreken - is de psychische afhankelijkheid van de alkohol. Hij is steeds op de vlucht, want de werkelijkheid durft hij niet onder ogen te zien. Ondertussen staat mij nu(!) helder voor ogen dat er legio mensen op de vlucht zijn - ze vluchten in hun werk - in hun hobby's - in een andere werkkring - in een ander land - ; ze plaatsen tegenover de werkelijkheid van hun leven hun fantasie. Het is nog nooit bij hen opgekomen om met de veelal niet zo beste en wat harde werkelijkheid van hun leven voor God te komen. Want daar - voor God - als we stil voor Hem willen zijn, worden we eraan ontdekt wie we in werkelijkheid zijn - wat wij er van gemaakt hebben. En we worden gewaar wat God er van wil maken - we horen precies wat we te doen hebben en daar ligt het begin van een daadwerkelijke gehoorzaamheid. We moeten dan soms door zure appels heen bijten - we worden een kopje kleiner gemaakt; we moeten van ons voetstuk af - we gaan onszelf verloochenen en we nemen ons kruis op en we volgen de Heere Jezus. Een moeilijke weg, maar veel meer - een heerlijke weg. 'Wie op Hem vertrouwt, zal niet beschaamd worden'. Maar zover was ik nog lang niet en daarom kwam er ook geen uitweg voor mijn stikkende eenzaamheid en wurgende angst. Weliswaar heb ik meermalen gebeden 'O, God, verlos mij toch van het drinken'. Maar het wonder, waar ik overigens ook niet op rekende, bleef uit. Geen wonder! Het was eigenlijk een gebed... met de fles binnen handbereik. God is geen Sinterklaas, Joop, zegt mijn ongelovige vriend van de A.A. Een Chinees spreekwoord luidt: God helpt alleen, wanneer je jezelf helpt. Er valt op deze uitspraak best wel wat af te dingen, maar in dit verband is het juist. Je moet zelf de eerste stap zetten.

Ik zie weer de puinhoop om me heen en de chaos op m'n bureau - een radeloze vrouw, die haar angst en verdriet dapper verbergt en zich met nog grotere ijver en liefde aan de kinderen wijdt. Hartverscheurend om het te zien. 'Pappa, komt u ook aan tafel; het is zo gezellig.' Hartverscheurend om het te horen. Wat zou ik me graag willen aansluiten.

Maar dan weer de gedachte aan de achterstand in het werk - het ontoereikende banksaldo. Ik moet vluchten, maar waar moet ik heen? 'Pappa, heeft het erg druk, hoor meid.' 'Ja, maar u moet niet zoveel slapen, pap - u moet gelijk met mamma gaan slapen en overdag lekker werken'.

Ik moet hier weg - ik moet vluchten - en ik vlucht weer in de drank. Alles vergeten - even wat boven die zware gedeprimeerdheid uit zien te komen; een lichte roes... een zware roes.

En bij het ontwaken - diep gevoel van onvoldaanheid, van schuld, van pijn, wrok en haat. Ik beef over m'n gehele lichaam. Ik kan zo niet naar m'n werk. Zal ik me ziek melden? Zachtjes het bed uit; schuw en gehaast. Ik ben beneden - boven is alles nog stil - ze hebben niks gemerkt. Nu een paar borrels op de nuchtere maag - zal ik het eens deftig doen en eerst een glas pakken. Zo, nu een flinke slok en tijd voor een sigaret. Nog eens een teug - niet te vlug, Joop. Het moet er ook inblijven - het heeft allemaal geld gekost. Als die tremor (trilling) maar ophoudt. Zo, eindelijk wat onder kontrole - hè, ik voel me al een stuk beter. Het glas nog maar eens vullen en dan kan de fles wel weer weg. Steek weer een sigaret op en ga achter mijn bureau de krant doornemen. Even later - 'Wat doe jij beneden en wat een rook hangt er al 'in de kamer.' 'Ja, ik voel me helemaal niet zo lekker; (het glas was net op tijd weggeschoven) m'n hoofd bonst zo en ik voel me zo rillerig. Ik wou vandaag maar eens flink uitzieken.' 'Nou, je moet het zelf weten - ik sta er niet achter en je belt zelf maar op.' Ik grijp de telefoon - zakdoek bij de hand. 'Ja, Nel, moet je luisteren - ik ben wat grieperig - ook wat koorts, dacht ik. Kruip liever vandaag stevig onder de wol - dan hoop ik morgen wel weer fit te zijn.' 'Een dagje ziek - ik. Een dagje ziek - 'ik zal het doorgeven hoor!'

Het zoveelste werkverzuim. Oorzaak drank!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Alkoholisme (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's