Een gezegend prediker (1)
Ds. B. van der Wal (1864-1924)Gaarne maak ik van de mij geboden gelegenheid gebruik om in 'de Waarheidsvriend' een en ander te vertellen van mijn vader.
Toen wij de geschiedenis van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk bestudeerden, ter voorbereiding van het boek Delen of Helen? , kwamen wij ook tegen de persoon van ds. B. van der Wal, vader van ds. C. van der Wal en van de inmiddels overleden ds. J. H. van der Wal. Ds. C. van der Wal bleek van zijn vader een grote hoeveelheid correspondentie en andere bescheiden te bezitten. We vroegen hem al ruimte tijd geleden in onze kolommen eens iets door te geven van de arbeid van deze markante predikant in kerk en gemeente. Thans is het zover gekomen dat ds. Van der Wal in een serie artikelen één en ander doorgeeft. Hij schrijft over 'Een gezegend prediker', 'Een beproefd prediker' en over de arbeid in de vijf gemeenten die ds. Van der Wal sr. diende. We zijn dominee Van der Wal dankbaar dat hij de lezers iets uit het leven en werk van zijn vader en daarin van het gewone (geestelijke) leven in de gemeente wil vertellen.
J. van der Graaf
Ds. B. van der Wal (1864-1924)
Gaarne maak ik van de mij geboden gelegenheid gebruik om in 'de Waarheidsvriend' een en ander te vertellen van mijn vader. In het boek van ir. J. van der Graaf over de geschiedenis van de Gereformeerde Bond 'Delen of Helen?' komt zijn portret reeds voor met vermelding van het door hem een tijdlang uitgegeven blad 'Uit de fontein des levens'. Dat hij daar vermeld wordt is niet omdat hij zulk een voorvechter zou geweest zijn van zulk een organisatorische beweging op kerkelijk gebied. Hij had een grote afkeer van het gevaar mensen in hokjes te plaatsen voorzien van een etiket. Voor hem bestonden er maar twee soorten van mensen, zoals hij zei: levenden en doden. Ook zag hij in verschillende vooraanstaande figuren in de Bond vertegenwoordigers van een soort voorwerpelijke prediking. Waarvoor hij als bevindelijk prediker nogal meende te moeten waarschuwen. Hij duchtte ook een te grote invloed van Kuypers systematisch denken en kerkelijk activisme.
Daartegenover staat dat hij in Gereformeerde Bondsplaatsen een zeer begeerd en zeer geliefd prediker was. Overal waar hij preekte waren de kerken vol, ontstonden er banden en bleven er herinneringen, soms tot op vandaag toe.
Overigens had hij even grote bedenkingen tegen allerlei kleine afscheidingen, die de naam 'Gereformeerd' dragen als tegen de Gereformeerde kerken. Enerzijds was hij volop Hervormd, en zag hij de Ned. Herv. kerk ondanks alle verwarring en verval als de nog altijd niet van God verlaten, integendeel nog altijd door Hem gebruikte kerk, die Hij in de tijd der Reformatie in deze landen geplant had. Bovendien was hij zeker zo bang voor de zuurdesem der Farizeen als voor die der Sadduceeën. Hij placht mensen, die meenden de Hervormde kerk te moeten verlaten, de vraag te stellen of zij het bij zichzelf nogal konden uithouden! Anderzijds maakte zijn warm bevindelijke prediking, dat velen, die tot allerlei gescheiden kerken behoorden, zich tot zijn prediking en persoon aangetrokken gevoelden. Tot uit Ledeboeriaanse kring toe.
Van de 60 jaren, die zijn leven telde, heeft hij slechts 24 jaar het ambt mogen bedienen. Laat (28 jaar oud) is hij pas gaan studeren. Hij had toen al een gezin met 3 kinderen. Zonder middelen van zichzelf en zonder èèn van de toen zeer schaarse beurzen, is hij gaan studeren. Van geleend geld. In zijn studiejaren werden drie kinderen geboren en drie werden hem in die tijd ontnomen. Daarachter ligt het sterke bewustzijn van een bijzondere roeping tot het predikambt, met al de strijd, die de begeerte van daaromtrent zekerheid te hebben, met zich meebracht. Ik stel mij voor het levensbeeld van mijn vader onder drie gezichtspunten te tekenen, die ik kan samenvatten met de woorden: geroepen, beproefd, gezegend.
Geroepen
Bij het spreken over de roeping tot het predikambt moet ik denken aan de brede wijze, waarop de apostel Paulus zijn eigen roeping tekent in Gal. 1 : 15: maar wanneer het Gode behaagd heeft. Die mij van mijn moederslijf aan afgezonderd heeft en geroepen heeft door Zijn genade...
Daar gaat Paulus achter het ingrijpende gebeuren op de weg naar Damascus terug op zijn geboorte. In het licht van de bestemming, die God aan zo'n leven geven wil, zijn niet alleen de dingen van via de bekering en van na de bewust verstane roeping van belang. God de Heere heeft van meet af aan de hand in de levensgeschiedenis van hen, die Hij in Zijn dienst wil stellen. Voorgeslacht, milieu, levensgeschiedenis, karakter, gaven enz. - alles moet in de handen van de grote Pottenbakker medewerken aan de vorming van Zijn uitverkoren instrumenten. Al staat de locomotief aanvankelijk op verkeerd spoor, het is Hem, Die te Zijner tijd de wissel om zal gooien, niet onverschillig, hoe die locomotief samengesteld is. Zelfs het leergeld van de deraillementen moet dienstbaar zijn.
Daarom - bij alle schuldbesef en alle belijdenis: 'ik heb tegen u, o HEER, zwaar en menigmaal misdreven' - was de bevordeling van het leven vóór zijn bekering, voor mijn vader niet louter negatief. Mijn vader waardeerde de positieve elementen, die hij aan herkomst, opvoeding en opleiding te danken had, ondanks het verkeerde gebruik en de miskenning van allerlei voorrechten en gaven in zijn jeugd.
Geboorte en jeugd
17 mei 1864 werd mijn vader geboren in Groot-Ammers. Zijn geboortehuis stond niet ver van de plaatsen, waar twee andere dienaren van het Evangelie in onze kerk het licht zagen, nl. ds. A. Dekker (in de verte ook nog familie) en ds. A.M. de Oudsten sr. Het gezin, waaruit mijn vader sproot, was zeer eenvoudig wat maatschappelijk en cultureel niveau betreft. Vader was een veekoper met een klein en naar mijn indruk niet zo voorspoedig bedrijf. Hij moet sterk van lichaamsgestel geweest zijn (hij liep vaak de afstand Groot-Ammers/Rotterdam heen en terug), iemand, die graag zong (met de vele broers zong hij in zijn jeugd meerstemming, zodat het, over het kerkplein weerklonk); hij heeft de kerkelijke gemeente gediend als ouderling in de tijd van ds. J.Ph. Ott, die 57 jaar in Groot-Ammers predikant was, dus in de tijd, die voorafging aan de grote omkeer, die vooral met ds. C. Bouthoorn doorzette.
Meer dan over mijn grootvader sprak mijn vader over mijn grootmoeder. Haar naam was Jannigje (of Jansje) Dekker. Zij was uit een geslacht, waarin vele godvrezende mannen en vrouwen voorkwamen, het geslacht waaruit ook de nog in leven zijnde (102 jaar) mej. L. Dekker stamt, over wie ir. Van der Graaf twee jaar geleden, toen zij 100 jaar werd, in dit blad geschreven heeft.
Typerend voor het karakter van het godsdienstig leven in dat geslacht was de vermaning, die mijn vader van zijn moeder ontving, wanneer al te wereldse neigingen in zijn jeugd zich openbaarden: 'jongen, je grootvader heeft al voor je gebeden'. Van deze moeder is mij het beeld overgebracht van een teer-godvrezende schuchtere, oprechte vrouw, die tot haar grote vreugde in 1892 nog even heeft kunnen genieten van de frisse, klare, krachtige en tegelijk warme prediking van reeds genoemde ds. Bouthoorn, wiens komst een ware reformatie heeft mogen betekend voor kerkelijk Groot-Ammers. Misschien is het aan die periode te danken, dat in deze gemeente geen enkele afscheiding tot stand kwam. Maar in datzelfde jaar 1892 ontsliep mijns vaders moeder in den Heere. Condoleantiebrieven bevestigen de innigheid van haar geloof. In dat gezin is mijn vader opgegroeid als achtste van in totaal elf kinderen.
Onderwijs
Op school kon mijn vader zeer goed mee. Zo goed, dat in 1876 het hoofd der (openbare) school met mijn grootvader ging praten over de mogelijkheid deze zoon een opleiding te geven overeenkomstig zijn aanleg. Dat was niet eenvoudig. Het dorp aan de Lek had gebrekkige verbindingen. En - er was geen geld. De enige mogelijkheid was het bezoeken als 'buitenleerling' van een kostschool in Schoonhoven. Dat betekende dagelijks heen en weer lopen en overvaren.
Dat heeft mijn vader jaren lang gedaan en daar met zijn uit het Dekkers geslacht afkomstige romantisch-gevoelige aanleg lopen fantaseren over de Middeleeuwen naar een aanleiding van de resten van het slot Liesveld, waar hij dagelijks langs kwam. Eerst wat onwennig onder de uit gegoede families komende jongelui van het internaat, veroverde hij zich door weetgierigheid, aanleg en ambitie een goede positie als élève-secondant, die de leraren hielp bij het corrigeren van proefwerken.
Maar - de sfeer van de kostschool ademde de geest van de glorietijd van het liberalisme. Dat bracht een conflict te weeg tussen de eenvoudige vreze Gods, waarmee hij thuis omringd werd en die van het zelfbewuste vrijzinnige denken. Dat liberalisme noemde zichzelf 'het denkend deel der natie'.
Daarbij kwam de kennismaking met allerlei cultuuruitingen, die hen tot nu toe vreemd waren gebleven. Hij dacht: moeder, moeder ik heb respect voor haar en ze méént het; maar wat heeft moeder ooit gelezen? Je moet maar eens in aanraking komen met allerlei andere levensbeschouwingen en de vele indrukwekkende producten van kunst en wetenschap! Resultaat van dit conflict was, dat hij zich te wijs achtte voor het eenvoudige geloofs-en levenspatroon thuis.
De normaalcursus, die hij na de kostschool volgde, bracht daarin geen verandering. Allen ademde de geest van een optimistische mensen cultuurbeschouwing. Zijn vrienden, die hij zocht en vond in de kringen van enkele notabelen van het dorp, hadden een gelijke levensinstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's