Boekbespreking
Nico Bouhuijs en Karel Deurloo: Een vreemdeling in ons midden, 96 blz., ƒ 10, - , Ten Have, Baarn 1980.
Aan de hand van een aantal, vooral oudtestamentische gedeelten gaan de schrijvers in op de vraag: Wie is God? In de daden van God komt openbaar wie Hij is. Dat is tegelijk een aanspraak. Mensen die van God horen krijgen in hun leven zijn rol te spelen. Zo is Hij de vreemdeling in ons midden. Horen we niet naar Hem, dan is God machteloos. Wij vinden God in de broeder. Dat geldt in het bijzonder de mens Jezus. Vergoddelijking van Jezus, betekent zo zeggen de schrijvers dat we Hem verliezen.
Dat is in het kort de teneur van dit onmiskenbaar vlot geschreven boekje. Mijns inziens wordt hier toch een mistekening gegeven van de bijbelse boodschap. Ik meen dat de auteurs de oudtestamentische teksten voor de wagen van hun eigentijdse theologie spannen. Een theologie die ik niet anders kan karakteriseren als een humanistische theologie waarin wij mensen het in feite doen. Typerend is daarvoor de visie op Jezus. Met de belijdenis van de kerk der eeuwen raken de schrijvers wel op zeer gespannen voet. Verschillende passages deden me denken aan het joodse denken waarin God en mens partners zijn. Leviticus 19 : 18 wordt vertaald in overeenstemming met Martin Buber. De kritiek die daarop destijds door Vriezen geuit is, is m.i. nog altijd niet weerlegd. Het taalgebruik van de schrijver, met name het jij en jou voor God, doet me bijzonder onplezierig aan. Of heeft dat te maken met de visie van de auteurs? Dat men kritiek heeft op bepaalde uitzendingen van de E.O. is op zich te begrijpen. Maar de sarcastische manier waarop er door de auteurs over gesproken wordt, getuigt weinig van de broederlijkheid en humaniteit waar het boekje zo vol van staat. Moeite heb ik ook met het spreken over de verhalen van de Bijbel. Ik krijg de indruk dat het Oude Testament toch niet meer is dan een bundel verhalen waarin mensen hun ervaringen met God vertellen. Is de Schrift dan niet het getuigenis van de sprekende God Die zich daarin openbaart?
Resumerend: een vlotgeschreven boekje, waarmee ik inhoudelijk de grootste moeite heb. Ik vrees dat we er niet dichter mee bij de Schrift komen, maar integendeel ver van huis raken, ver ook van wat de Kerk de eeuwen door geloofd en beleden heeft.
H. J. J. Keijzer: Marcus, boodschapper van een goede tijding, 216 bIz., ƒ 24, 90, boekencentrum 's Gravenhage 1980.
Een beknopte en eenvoudig geschreven uitleg van het Marcusevangelie met de bedoeling allen die zich bezig houden met bijbelstudie in persoonlijkof in kringverband van dienst te zijn en een handreiking te bieden. Zo zou men dit geschrift van de Maaslandse predikant kunnen karakteriseren. U moet hier dus geen uitvoerig commentaar verwachten. Wel blijkt de schrijver uitstekend op de hoogte te zijn van wat er alzo over het tweede evangelie geschreven is.
In de inleiding onderstreept Keijzer de verbinding tussen Jezus' woorden zoals die in het Evangelie zijn te boek gesteld en het latere belijden over Hem. Er loopt een lijn van de prediking van Jezus naar Chalcedon. Met verschillende andere onderzoekers neemt de schrijver aan dat Marcus zich aangesloten heeft bij het oud-christelijk verkondigingsschema zoals dat oplicht in de redevoeringen in Handelingen. Marcus 8 : 26 vormt de overgang in de twee hoofddelen die we in Marcus kunnen onderscheiden. Het commentaar is zoals ik al schreef, beknopt, en biedt toch een aantal gegevens om de tekst te verstaan. Een overzichtelijke indeling maakt ook het gebruik als naslagwerk mogelijk. Een fijn boekje, dat naar we hopen zijn weg zal vinden in de gemeente. Van harte aanbevolen.
A. Noordegraaf
M. P. van Dijk, Edward Schillebeeckx: hoofdlijnen in de christologie van zijn Jezus-boeken, 52 bIz., ƒ 7, 90, Kok, Kampen 1980.
Wat is er aan de hand rondom de Nijmeegse theoloog Edward Schillebeeckx, die ter verantwoording is geroepen door Rome? Is hij inderdaad slachtoffer van roomse machtspolitiek? Of betrekt Rome terecht de wacht bij de oude Christus-belijdenis van de kerk en is wat Schillebeeckx in zijn twee dikke boeken over Jezus leert in strijd met de Schrift en de belijdenis? Van Dijk gaat in enkele korte hoofdstukjes in op bepaalde gedachtengangen van Schillebeeckx, o.a. de vraag: Wie is Jezus? Hoe te denken over Zijn lijden? Wat betekent Jezus' weg voor ons? De auteur doet dat terzake kundig, maar is wel wat erg beknopt. Wie niet op de hoogte is van Schillebeeckx's ideeën zal misschien toch met de vraag blijven zitten waarom het nu eigenlijk allemaal gaat.
In een aantal vragen gaat Van Dijk nader in op de problematiek. Zo is er de vraag naar het verstaan van de Schrift? Hoe verhouden zich Schrift en openbaring? Waar liggen de grenzen van de kerk, als het oecumenisch belijden niet meer gezamenlijk vertrekpunt is? Overschrijden we dan geen grenzen? Van Dijk wil de motieven van Schillebeeckx, nl. de kwestie van de verstaanbaarheid voor de moderne mens, wel honoreren, maar terecht is hij van oordeel dat Schillebeeckx methode toch het eigentijdse denken normatief stelt. Zoals gezegd: een wat te beknopt boekje, maar als oriëntatie toch aan te bevelen. De kritiek die de schrijver uit, deel ik. Ook zijn visie dat wat Schillebeeckx poneert, zich niet alleen tot de roomse kerk beperkt. De vragen aan hem gesteld kunnen ook aan menig protestants theoloog gesteld worden.
A. Noordegraaf
J. N. Nammensma: Twijfelend geloven en gelovend twijfelen, serie Pastorale handreiking, 19, 120 blz., ƒ 15, 90, Voorhoeve, Den Haag 1980.
Op pastorale wijze behandelt de schrijver het vraagstuk van de twijfel in het geloofsleven. De behandeling van de bijbelse gegevens is (te) summier, terwijl ook een bijbelse doorlichting van het geloven gemist wordt. Veel aandacht schenkt de schrijver aan allerlei vormen van twijfel, aan de oorzaken die tot twijfel kunnen leiden, aan de positieve kanten die de twijfel heeft, om tot verdieping in het geloven te komen. De schrijver is goed thuis in de psychologische aspecten van zijn onderwerp. De pastorale toon verdient waardering. Vraagtekens heb ik gezet bij de paragraaf over de projektie. Wordt de openbaringswerkelijkheid hier toch niet wat ten achter gesteld bij de religieuze ervaring? Ook de slotbladzijden over Christus' werk zijn m.i. aanvechtbaar. En hoezeer we ook met voorzichtigheid te werk moeten gaan, ik had toch iets sterker geaccentueerd willen hebben dat twijfel ten diepste een nevel betekent over de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van God, zoals wijlen ds. Boer het eens uitdrukte.
Loes Mali: Het leven beleven, enige wegen tot positief denken, 96 blz., ƒ 15, - , Voorhoeve, Den Haag 1980.
De schrijfster, werkzaam als orthopedagoge, schenkt in dit boek aandacht aan de tussenmenselijke relaties, waarbij de levensbeschouwelijke aspecten niet vergeten worden. Achtereenvolgens komen ter sprake: het zelfbeeld, de levenservaringen, de maatschappelijke verhoudingen, vorming, de kracht om verder te gaan, levensstempel. Het bijbels gehalte van dit boek is uiterst zwak. Voor mijn gevoel lopen humanistische visies en christelijke uitgangspunten door elkaar heen. De schrijfster is nogal optimistisch over de groeimogelijkheden van mensen. Een evolutionistische tendens is hier en daar aanwezig. Erkend moet overigens worden dat de schrijfster vele fijnzinnige opmerkingen maakt die ook van nuchterheid getuigen. Hier en daar b.v. op blz. 56 vond ik het betoog verwarrend. Wie kritisch kan lezen kan niettemin toch aan het denken gezet worden door wat mevr. Mali uchrijft over de relaties van mensen onderling en de wijze waarop we elkaar tegemoet treden.
A. Noordegraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's