Welvaart en welzijn
In een drietal artikelen geven we aandacht aan de decentralisatie van het welzijnswerk. Na het hierna geplaatste artikel volgen nog artikelen van burg. H. Hardonk (Oldebroek) en de heer J. Graveland, jeugdwerkleider van de H.G.J.B.
Welvaart! Van Dale's Groot Woordenboek omschrijft dit begrip als 'toestand van voorpsoed, van volle behoeftenbevrediging, gunstige ontwikkeling in maatschappelijk en economisch opzicht, zowel met betrekking tot een persoon als tot de gemeenschap'.
Welzijn! Dit begrip wordt omschreven als 'welvaren, goede gezondheid', en (in algemene zin) het publiek belang.
Welzijnszorg! Dat is - nog steeds volgens van Dale - 'de zorg voor het geestelijk welzijn van patiënten in ziekenhuizen, van langdurig zieken en invaliden door het bezig houden en wekken van belangstelling'.
Het is opvallend dat van Dale het begrip welzijn allereerst omschrijft als welvaren, terwijl de voorbeelden voor het oprapen liggen dat onze (economische) welvaart beslist niet gelijk te schakelen is met welzijn.
Toch legt de Bijbel ook duidelijk verband tussen dit welvaren en (geestelijk) welzijn. Wèl moeten zij varen, die u beminnen, zegt Psalm 122 : 6. En verder lezen we: 'Ik wens dat gij welvaart zoals uw ziel welvaart.' .
Welvaart heeft, als het erop aankomt, veel meer met geestelijk welzijn te maken dan met gunstige economie, met economische groei. Maar intussen staan we wel voor het feit, dat in onze huidige welvaartsmaatschappij (in economisch opzicht) het geestelijk welzijn een meer en meer aangevochten zaak is.
De welzijnszorg richt zich in onze tijd intussen in het bijzonder op het zich wel bevinden van de mensen. Daartoe richt de aandacht zich op het gezonde samenleven van mensen. Hoe kunnen mensen leven, in hun omgeving, met hun problemen, in hun zorgen, in hun relaties? Hoe kunnen ze daar als mens volledig tot hun recht komen?
De functie van de kerk
Welzijn en welzijnszorg raken zo echter ook helemaal de kerk. De kerk heeft vanuit haar bijbelse roeping aandacht voor armen, weduwen, wezen, zieken, bejaarden, gevangenen, verslaafden. Daarom is de kerk, op welke wijze dan ook, betrokken bij werk van bejaardentehuizen, verpleeg-en ziekenhuizen, instellingen voor maatschappelijk werk, opvangtehuizen voor mensen met bijzondere problemen, gezinsverzorging. Met name het diakonaat heeft hier door de jaren heen haar duidelijke taak gehad.
Nu heeft zich in onze samenleving echter, wat betreft de welzijnszorg, langzaam maar zeker een ingrijpende verschuiving voltrokken. Denken we aan de vorige eeuw - toen Nederland nog een 'gedoopte natie' was - toen lag de welzijnszorg in niet onbelangrijke mate bij de kerk(en). Afgezien nu van de vraag hoe de kerk de weizijnsvraag beantwoordde - dat werd ook bepaald door het tijdsbeeld. De kerk heeft wel immer aan armenzorg bijvoorbeeld gedaan. En het Reveil in de vorige eeuw was mede gekenmerkt door zorg en aandacht voor de sociaal zwakken, de mensen met bijzondere problemen en noden.
Met de secularisatie van onze samenleving nam wat dit betreft echter de zorg van de kerken voor de verhoudingen in de samenleving - totaal gezien - af en nam de zorg van de overheid toe. In de naoorlogse jaren met name heeft de welzijnszorg van de overheid grote vormen aangenomen. Méér en méér zijn instellingen op sociaal terrein, in de gezondsheidszorg, op het terrein van het maatschappelijk welzijn door de overheid gesubsidieerd. De (financiële) participatie van de kerken werd geringer en die van de overheid nam toe. De Algemene Bijstands Wet regelde het 'recht van de burger' op bijstand, wanneer hij of zij in moeilijke omstandigheden kwam. Maar bovendien ontwikkelde zich een wijd vertakt net van welzijnsorganisaties, welzijnsvoorzieningen. Welzijnswerk is nu een verzamelnaam geworden voor allerlei aktiviteiten op het gebied van behandelen, begeleiden, helpen en opvangen van groepen van mensen in de samenleving. Daarbij zijn ook de specifieke problemen van de welvaartssamenleving aan de orde, die weer geheel anders liggen dan de problemen in een armoede-samenleving. Dit welzijnswerk is evenwel ook vaak in handen gekomen van hen, die met God en Zijn dienst geen rekening meer (willen) houden.
Decentralisatie
De welzijnszorg valt - praktisch gezien in Nederland onder het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Vanaf de Tweede Wereldoorlog is de welzijnszorg centraal geleid en begeleid. Thans valt het woord 'decentralisatie'. Dat wil zeggen, dat de welzijnszorg uit het (nationale) centrum wordt gehaald en wordt verlegd naar de plaatselijke gemeente. De burgerlijke gemeente krijgt wat het subsidiebeleid een grote vinger in de pap. Waar gemeentelijke organisaties, gericht op het welzijn, bezig zijn, of van de grond komen, krijgt men te maken met de burgerlijke overheid.
De vraag is nu hoe de kerk daarop zal moeten inspelen. Moet ze er eigenlijk wel op inspelen? Me dunkt, dat dat geen vraag mag zijn. Ik wil in dit verband niet de verhouding tussen kerk en staat nog eens principieel aan de orde stellen. Wel wil ik wijzen op het aspect, dat elke Nederlander, ook elke christelijke Nederlander, belastingcenten betaalt. Subsidiëring van christelijke doelen in onze samenleving door de overheid zal dan ook - overigens afhankelijk van de voorwaarden - een zaak van billijkheid zijn. Zo ligt het landelijk. Landelijke instellingen op het gebied van het onderwijs, de maatschappelijke dienstverlening, de gezondsheidszorg en zoveel terreinen meer worden door de overheid gesubsidieerd. Ook kerken profiteren, voor restauratie van kerkgebouwen en dergelijke van overheidssubsidies.
Nu het welzijnsbeleid wordt gedecentraliseerd, komen de plaatselijke gemeenten óók voor de vraag te staan of zij van de subsidiëringsmogelijkheden in deze sector gebruik zullen en kunnen maken.
Voorwaarde
Het is duidelijk dat de kerk en dus ook de plaatselijke gemeente - eigenlijk moet ik de volgorde omkeren - op eigen wijze tegen de vragen van het welzijn aankijkt. Ik herhaal de tekst: 'wel moeten zij varen, die U beminnen!' De kerk zal zich dus nooit de les mogen laten voorschrijven door de overheid, over het hoe van haar welzijnszorg. En wanneer de overheid aan dat hoe van de welzijnszorg van de kerk(elijke gemeente), als het gaat om subsidiëring, beperkende voorwaarden stelt dan is duidelijk dat de gemeente niet onder dat juk mag doorgaan.
Onder het welzijnswerk valt intussen ook het werk onder jongeren. Daarover zal in een tweetal volgende artikelen (door de heer J. Graveland van de H.G.J.B, en burg. H. Hardonk van Oldenbroek) verder worden geschreven. De zorg voor het welzijn van de jongeren mag vandaag de gemeente ook wel zeer ter harte gaan. En wanneer daar thans dan ook mogelijkheden liggen in de sfeer van de overheidssubsidie, waarom zouden we die mogelijkheden dan ook niet met beide handen, aangrijpen? Het welzijn van de jongeren is een zaak waarvoor kerk en staat, burgerlijke en kerkelijke gemeente, beide verantwoordelijk zijn. In het welzijnsbeleid zal de gemeente echter haar eigen door de Schrift genormeerde uitgangspunten moeten hebben en houden.
Welzijnswerk geschiedt in onze samenleving in een welvaartstijd. In een tijd, waarin om zo te zeggen materieel alles mogelijk is. In een tijd intussen ook, waar alles mag en moet. In dat spanningsveld - waarin de autonome mens, ook de autonome jonge mens het zeggen zal - voltrekt zich veel sociale arbeid, onder welke bevolkingsgroep dan ook, waarin we het bijbels geluid niet zullen herkennen. Dan gaat het in de kerk en in de gemeente om het 'gij geheel anders'. Voor dit prirtciep moet alles wijken. Dat principe mag niet worden ingeruild voor een schotel linzenmoes, bestaande uit duiten van de overheid. Maar waar ook vandaag de kerkelijke verantwoordelijkheid voor de jongeren recht overeind kan blijven, met een zilveren koorde naar de overheid toe, daar zeggen we: van harte!
Bronnen
Voor nadere informatie verwijs ik naar drie geschriften, zonder deze nader te beoordelen. Kerk en Welzijn, een brochure over de verantwoordelijkheid van de kerk voor mens en samenleving, uitgave van de Stichting landelijke Gereformeerde Raad voor Samenlevings-Aangelegenheden (G.S.A.), Postbus 203, Leusden-C.
Kerk en Decentralisatie, zelfde adres.
Ds. C. den Boer, prof. dr. W. H. Velema, W. Huizer e.a. .Met het oog op ons welzijn, uitgave J. H. Kok, Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's