De Bijbel een Joods Boek? (1)
De Heilige Schrift
De Bijbel is het Boek van de christelijke kerk. Dat weet iedereen. En iedereen weet ook, dat de christelijke kerk een wereldkerk is. Dat wil zeggen, dat men haar in velerlei gestalten vindt in New York, in Kaapstad, in Moskou en in Parijs, in Sydney en in Amsterdam. En overal, waar christenen samenkomen van zeer verschillende volkeren, van zeer verschillende kulturen en van alle mogelijke talen, komen ze samen rondom één en hetzelfde Boek, hun Bijbel. De Bijbel is daarom, om zo te zeggen, het Boek van heel de wereld en de boodschap van die Bijbel is wereldnieuws. Zij gaat in meer dan duizend talen rond onder de volkeren. Van de ongeveer 2000 talen en dialecten op aarde zijn er, naar men aanneemt, ruim 1200, waarin de Bijbel of een deel daarvan is vertaald.
De Bijbel is het Boek van de christelijke kerk. Dat weet iedereen. En iedereen weet ook, dat de christelijke kerk een wereldkerk is. Dat wil zeggen, dat men haar in velerlei gestalten vindt in New York, in Kaapstad, in Moskou en in Parijs, in Sydney en in Amsterdam. En overal, waar christenen samenkomen van zeer verschillende volkeren, van zeer verschillende kulturen en van alle mogelijke talen, komen ze samen rondom één en hetzelfde Boek, hun Bijbel. De Bijbel is daarom, om zo te zeggen, het Boek van heel de wereld en de boodschap van die Bijbel is wereldnieuws. Zij gaat in meer dan duizend talen rond onder de volkeren. Van de ongeveer 2000 talen en dialecten op aarde zijn er, naar men aanneemt, ruim 1200, waarin de Bijbel of een deel daarvan is vertaald.
De Bijbel is het boek van de christelijke kerk. Best-seller bij uitnemendheid, het meest verkochte, het meest gelezen boek ter wereld. Zo zeggen wij het meestal. Dat is inderdaad een geweldig iets.
Maar met dat alles dreigen wij zo langzamerhand wel iets te gaan vergeten. Want wie denkt er eigenlijk nog aan, waar dit wereldwijd verspreide en overal gelezen boek vandaan komt? De Bijbel is ónze Bijbel. Daarmee klaar. Maar de Bijbel is van oorsprong natuurlijk helemaal niet onze Bijbel. Van orgine is onze Bijbel, kort gezegd, een Joods Boek.
Devaluatie gedurende de cirkulatie
Het is net als met een Hollandse gulden, die al wel jaren inomloop is, door duizenden handen is gegaan, in ontelbare beurzen heeft gezeten en voor o zo veel doeleinden is uitgegeven. Iedereen gebruikt die gulden, omdat ze een bepaalde koopkracht vertegenwoordigt. Het gaat er om, wat die gulden waard is. Ja en toch (dat weet iedereen) gaat de vraag, in welk jaar dat geldstuk is uitgegeven en welke de waarde daarvan was in dat jaar, hoe langer hoe meer een rol spelen, naarmate hij langer in omloop is. In de tijd, waarin hij cirkuleerde, is hij nl. meestal behoorlijk gedevalueerd.
Welnu dat gevaar van devaluatie tijdens de cirkulatie is ergens ook het gevaar, dat de Bijbel bedreigt. Het is elk geval een vraag waard, of de Bijbel niet aan zijn oorspronkelijke waarde heeft ingeboet, sinds hij door duizenden handen is gegaan en in duizenden boekenkasten terecht is gekomen. O zeker, het is van belang om te weten, wat de waarde, 'de koopkracht' van de.boodschap van de Bijbel is in 1981: in New York, in Kaapstad, in Moskou en in Parijs, in Sydney en in Amsterdam. Maar het is stellig van net zo veel belang om te weten, wat de meest oorspronkelijke waarde is geweest, toen de Bijbel zijn glorieuze omloop op aarde begon. Het is zeker van geweldig belang om te weten, in welk land, onder welk volk, met welke bedoelingen de Bijbel oorspronkelijk is uitgegeven. Want het is haast wel zeker, dat de meest originele Bijbel aan het gevaar van devaluatie heeft blootgestaan, doordat ze in zo vele talen is omgetaald en daarna door zo vele volkeren der wereld is 'geannexeerd' als hun Bijbel.
De Bijbelschrijvers - Joden
Welnu, niemand kan om het simpele feit heen, dat de Bijbel van oorsprong een Joods Boek is.
Men moet twee a drieduizend jaren overbruggen om bij al de schrijvers van de boeken van de Bijbel uit te komen. En probeert men met hen kennis te maken, dan is het onmiddellijk duidelijk, dat zij nagenoeg allemaal Joden zijn geweest. Mozes en David, Jesaja en Daniël, Paulus en Johannes... Alleen van Lukas, op wiens naam een Evangelie en het boek der Handelingen staan, is een heiden (niet Jood) geweest: een arts, die Griek was van geboorte. Maar voor het overige is er niet één Bijbelschrijver, die zijn domicilie niet ergens in Israël had, die niet geboren en groot geworden is onder het volk, uit Abraham voortgekomen. Al die Bijbelschrijvers zijn in een Semietische (kultuur-)wereld opgevoed (met alle variaties in de loop der tijden bovendien). Al die Bijbelschrijvers spraken de 'tale Kanaans', het Hebreeuws (Aramees). Onze kennismaking met hen betekent dus meteen ook een kennismaking met de wereld, waarin zij leefden. En dat dat een wereld is geweest, die van de onze nogal verschilde, wie zal dat willen ontkennen? In taal, in gewoonte, in kultuurpatroon, in het denken.
Jezus - een Joodse Rabbi
De Bijbel is afkornstig uit het Joodse land. En ook Jezus, de Rabbi van Nazareth, van Wie al de Schriften getuigen, dat Hij de Messias is, was tenslotte een volbloed Joodse Leraar. M.a.w. de boodschap van de Schriften en die van de Christus der Schriften is ten enenmale niet en nooit te verstaan, los van zijn Israëlitische kontekst, los van de oud-Oosterse Semietische wereld.
Hij gaf aan Jakob Zijne wetten
Trouwens, al is de boodschap van de Bijbel naar Gods bedoeling een boodschap voor al de volkeren der aarde, zij is in haar meest oorspronkelijke vorm, in eerste instantie op Abraham en zijn zaad gericht geweest. Aan het volk, dat uit Abrahams lendenen is voortgekomen, zijn de woorden Gods toebetrouwd geweest. De Bijbel is in de kontekst van het Joodse volk, van de geschiedenis en de kultuur van dat volk ontstaan. En dat het Bijbelwoord aan dat alles niet gebonden is, betekent nog niet, dat het er niet voortdurend op betrokken moet worden. Eerst zo is het recht te verstaan. Er ligt tenslotte een stuk van Gods verkiezing in, dat de woorden Gods het eerst gericht zijn tot Abraham en zijn nakomelingen. De Woorden Gods zijn voorts geschiedenis geworden in Israël. Zij zijn vlees en bloed geworden in een Semietische denk-, leef-en taalwereld. En deze wereld, hoe verdorven ook in zichzelf, is daardoor in Gods geheiligde dienst genomen.
Het Woord is vlees geworden. En het is tenslotte vlees geworden in een Mens, die uit de Joden was, Jezus Christus. Zo is het Woord Gods ingegaan in het bestaan van Israël. Het is het Joodse volk geweest (Joods in de zin van: de nakomelingen van Abraham), waaraan de woorden God zijn toebetrouwd. Het is het Joodse volk geweest, waaraan de Messias Jezus Christus in eerste instantie is gegund. En Hij heeft Zich dan ook tijdens Zijn verblijf op aarde, naar de opdracht. Hem door de Vader gegeven, tot Israël beperkt.
Er is dan ook geen volk op heel de aardbodem dat zozeer kan zeggen, dat de Bijbel hun Bijbel is als het volk der Joden. Hun Bijbel, althans dat deel wat wij gewend zijn het Oude Testament te noemen (in het Nieuwe Testament de Schriften genoemd). En er is dan ook geen volk op heel de aarde, dat met deze Bijbel zo is bezig geweest als dit volk. Het heeft de wet der tien geboden met zich meegedragen in de ark door de woestijn van Sinaï. Het heeft bij alle afval en ongehoorzaamheid onder de klem van de profetische prediking gestalte gegeven aan de vele zg. burgerlijke wetten, die God in de boeken van Mozes had meegegeven, in een nationaal volksbestaan in het heilige land. Denk maar (om een voorbeeld te noemen) aan het instituut van de vrijsteden. Denk ook aan de instelling van het jubeljaar, waardoor het mogelijk moest worden gemaakt, dat een arm en ellendig man zijn 'erve in Israël' weer terugkreeg (een geweldige bestrijding van blijvende armoede dus). Gods wetten zijn ingeweven geworden in de maatschappelijke strukturen van het Joodse volksbestaan. Voorzover ze het zijn althans. Want nogmaals: hoe weinig heeft Israël er vaak van verstaan en in praktijk gebracht. Verder heeft ook op het terrein van de eredienst het volk der Joden als geen ander volk op aarde geworsteld met het hun toebetrouwde Woord Gods. Het heeft in de tabernakel en tempel gestalte gegeven aan de tientallen zg. ceremoniële geboden. En zo, door de dienst van heilige mannen Gods, de priesters en zo, door offeranden en andere plechtigheden van de wet beleefde het de tegenwoordigheid des Heeren.
Schriftstudie in het Jodendom
Welk volk op aarde is ooit zo veel en zo lang met de Bijbel bezig geweest als het Joodse volk? In de Schriftstudie, vooral na de Babylonische ballingschap. Door dat volk zijn de Schriften bewaard. De Joodse 'kerk' heeft ze als onfeilbare regel voor geloof en leven aanvaard (gecanoniseerd). Het is ook dat volk, dat zich boog over het Woord des Heeren in de tempelzalen, waar de Schriftstudie plaatsvond (denk aan de twaalfjarige Jezus in de tempel). Het is dat volk, dat op de sabbatten in de synagogen samenkwam en uit de Schriften hoorde lezen.
Eeuwenlang is het Joodse volk bezig geweest met de Woorden van God. Er is uitleg van gegeven door rabbi's van naam. En deze uitleg ging van oor tot oor, van mond tot mond. Deze uitleg is tenslotte in schriftelijke vorm vastgelegd in de zg. misjna en Talmoed. En ook nu speelt de Bijbel in het bestaan van Israël nog steeds een grote rol. Niet alleen in de scholen van de rabbi's. Niet alleen in de synagogen. Ook op de scholen, waar Joodse kinderen hét boek van het Joodse volk, wet en profeten bestuderen.
De Bijbel is een Joods Boek. En niemand mag ontkennen, dat het van groot gewicht is om met dat alles rekening te houden, wanneer wij bezig zijn met de Schriften. De boodschap Gods verstaan in de kontekst, waarin die oorspronkelijk werd gegeven. Luisteren naar wat mensen, de eerste ontvangers en de eerste hoorders van dat Woord, ervan hebben verstaan en erover hebben gezegd. Dat moet van betekenis zijn. De Bijbel radikaal, tot in zijn wortel, de Bijbel origineel, tot in zijn diepste oorsprong leren verstaan. Dat is een nodige zaak.
Wie zeggen de mensen... wie zegt gij?
De Heere Christus heeft eens aan Zijn jongeren gevraagd: 'Wie zeggen de mensen, dat Ik ben'? Zij mochten het zeggen, hoe het (Joodse) volk het vleesgeworden Woord ontvangen had: de 'schare, die de wet niet kende', Nicodemus en Jozef van Arimathea... Daarna kregen zij zelf een beurt: 'En gij, wie zegt gij, dat Ik ben?' En toen hebben zij zelf, ook zelf Joden rondom Jezus, het gezegd. Petrus vooraan 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' En zij, Petrus en Johannes en Paulus hebben hun getuigenis, hun door de Vader geopenbaard, daarna neergelegd in de Schriften van het zg. Nieuwe Testament. Laat het Joodse volk het zeggen: 'Wat dunkt U van de Christus? ' Het mag aan het Woord komen. Hoe moeten Mozes en de profeten worden verstaan? Hoe hebben zij het getuigenis van de schriften gehoord en verstaan? En wat kunnen wij daarvan leren? En ook: hoe hebben zij het misverstaan en waarom? En wat kunnen zij leren van het getuigenis, dat hun eigen volksgenoten, Petrus en Johannes en Paulus in de geschriften van het Nieuwe Testament hebben gegeven?
En als wij, die allen uit de heidenen zijn, hen allen aan het woord hebben gelaten, dan komt ook tot ons de indringende vraag van Christus: 'En gij, wie zegt gij, dat Ik ben? ' Want wij hebben het alles tenslotte uit de tweede hand. De Bijbel is een Joods Boek. En (hoe) heeft Israël het verstaan? Hebben wij het verstaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's