De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Bijbel een Joods Boek? (2)

Bekijk het origineel

De Bijbel een Joods Boek? (2)

De Heilige Schrift

12 minuten leestijd

In ons voorgaande artikel onder bovenstaande titel hebben wij vooral gelet op de Joodse origine van de Bijbel. We zagen, dat de Bijbel niet los te maken is van de leef-en denkwereld en van de geschiedenis van het Joodse volk. De woorden van de Bijbel zijn woorden van een Semietische, Joodse taalwereld, die in vele opzichten van die van onze Westerse taalwereld verschilt. Zij hangen ook samen met een belevingswereld, waarin de dingen vaak op een totaal andere wijze benaderd worden dan in de belevingswereld van ons Westerse intellectualistische en individualistische denken, dat in sterke mate bevrucht is door de Griekse filosofie. Nooit zullen we, bij het lezen van de Schriften mogen vergeten, dat het juist deze Oosterse Joodse belevingswereld is, waarin de woorden van God zijn neergelegd en gestalte hebben gekregen. Als we de Bijbel uit deze Kontekst lospellen, vertekenen we o zo gemakkelijk de boodschap van de Schriften en devalueren het Woord van God.

In ons voorgaande artikel onder bovenstaande titel hebben wij vooral gelet op de Joodse origine van de Bijbel. We zagen, dat de Bijbel niet los te maken is van de leef-en denkwereld en van de geschiedenis van het Joodse volk. De woorden van de Bijbel zijn woorden van een Semietische, Joodse taalwereld, die in vele opzichten van die van onze Westerse taalwereld verschilt. Zij hangen ook samen met een belevingswereld, waarin de dingen vaak op een totaal andere wijze benaderd worden dan in de belevingswereld van ons Westerse intellectualistische en individualistische denken, dat in sterke mate bevrucht is door de Griekse filosofie. Nooit zullen we, bij het lezen van de Schriften mogen vergeten, dat het juist deze Oosterse Joodse belevingswereld is, waarin de woorden van God zijn neergelegd en gestalte hebben gekregen. Als we de Bijbel uit deze Kontekst lospellen, vertekenen we o zo gemakkelijk de boodschap van de Schriften en devalueren het Woord van God.

De waarheidsvraag

Met een enkel voorbeeld willen we dat nu gaan duidelijk maken. We kiezen daartoe een zeer centraal thema uit de Bijbel, nl. dat van de verlossing. Laten we om daar enig zicht op te krijgen, proberen om één Bijbels woord te peilen, nl. het woord 'waarheid'. 'Wat is waarheid? ' Deze vraag heeft in het leven der mensheid altijd een geweldige rol gespeeld. Denk aan het historische woord van Pontius Pilatus, uitgesproken toen Jezus voor Hem stond: 'Wat is waarheid' (Joh. 18 : 38a).

Met deze vraag, de waarheidsvraag, is door heel de geschiedenis der mensheid heen geworsteld. Er is bv. ook in de wereld van de Griekse wijsbegeerte, waardoor ons Westerse denken sterk is beïnvloed, mee geworsteld. En in deze Griekse wereld is op die allerbelangrijkste vraag een zeer speciaal antwoord gegeven. Ik denk in het bijzonder aan Socrates en Plato. Volgens hen is immers de waarheid een vaststaand iets, een eeuwig iets, maar tegelijk ver bij ons vandaan. Wat wij op de aarde van de waarheid (be-)vatten kunnen, is op zijn best een flauw idee, een glimp. Deze aardse werkelijkheid is niet meer dan een film, die wordt afgedraaid. Het is als met iemand, die in de opening van een grot zit met zijn rug naar de buitenwereld toe. Binnen in die grot, op de achterwand vallen wat schaduwen van mensen en dingen, die voorbijgaan. Dat is alles, wat die man in de opening van de rots ziet. Zo is het ook met de waarheid: wat wij er op deze wereld in de zicht-en tastbaarheid van ontdekken kunnen, is slechts wat afschijnsel, schaduw. De waarheid heeft met ons stoffelijk bestaan dus maar amper wat te maken. Dat stoffelijk bestaan is dan ook eigenlijk niets bijzonders. Het is op zijn best laag, vuil omhulsel. Men moet er door heen. Men moet er van af. Een mensenziel bv., vonk van het goddelijke, flits van een eeuwige rede, is als in een kerker gevangen, zolang hij in een stoffelijk, hinderlijk en laag lichaam woont. Zij moet er uit. Zij moet er af. En hoe kan zij dat beter dan door de contempleren, redelijk te denken en daarmee het aardse leven zoveel mogelijk te ontvluchten. Of hoe kan zij dat beter dan door in extase te geraken, in de roes van het goddelijke, bv. door zich te laten in­ wijden in één van de vele mysteriën? En zo leefde er dan in de Griekse wereld heel sterk de gedachte, dat het aardse leven moest worden losgelaten. Aan de éne kant leidde dat tot een ascetische levenshouding: 'Raak niet, smaak niet, roer niet aan'. Je kunt ook net zo goed in een ton gaan wonen' (Diogenes). En anderzijds (maar dat is in feite precies dezelfde grondgedachte) kon men zich ook te buiten gaan aan de roes van de zg. Bachus-feesten (God van de wijn) en de bloemetjes flink buiten zetten. (Libertinisme-vrijbuiterij). Het is toch allemaal maar aards. Het heeft met iemands ziel en zaligheid niet te maken.

De Bijbel staat haaks op het Griekse denken

Heel de Griekse wereld is oudtijds doortrokken geweest met dit zg. dualistisch denken, waarbij stof en geest als het vuile, slechte en onwerkelijke tegenover het schone, goede en ware kwamen te staan. Ieder, die zich in dit gedachtenklimaat probeert in te leven., voelt ogenblikkelijk, hoezeer onze Westerse kultuur en ook het Westerse theologisch en kerkelijk leven door dit Griekse denken gestempeld is geworden. Hebben de rooms-katholieke kloosters bv. met hun vlucht uit het leven er niet mee te maken? Hebben ook wij niet al te vaak gedacht, dat het aardse leven een noodzakelijk kwaad was en het lichamelijk leven een hindernis voor een echt geestelijk bestaan? Zijn ook onder ons lichaam en ziel niet vaak als twee vijanden tegen elkaar uitgespeeld. 'Het komt er maar opaan, hoe een mens uit het leven komt en niet zozeer, hoe hij erdoor komt.' En daarbij kwam het dan vaak tot een dubbel leven. Want het eeuwigheidsleven van het geloof sloeg op geen manier op het leven van alledag. En menigeen gaf zichzelf wat dat laatste betreft dan maar de vrije hand om de oude Adam te laten zondigen of zich althans van al' aards gedruis niets aan te trekken.

Verlossing hier en nu!

Wat is waarheid? Die vraag (van Pilatus) komt in al zijn ernst naar ons toe. En dan te bedenken, dat naar het getuigenis van de Schrift de Waarheid in hoogst eigen Persoon voor Pilatus stond: Jezus Christus welnu. In het Bijbelse denken is de waarheidsvraag op een totaal andere wijze opgelost dan in de Griekse wereld. In de Bijbel is de Waarheid iets, dat te maken heeft met de levende God (Zijn eeuwige werkelijkheid). En deze eeuwige werkelijkheid van de levende God is geen ongrijpbare, boven-aardse waarheid slechts. Deze waarheid Gods is geopenbaard. Zij is ingedrukt in de geschiedenis van de mens, in de geschiedenis van Israël, in al die machtige heilsdaden Gods onder Zijn uitverkoren volk (de redding van het Godsvolk uit Egypte en Babel bovenal). Gods waarheid wordt werkelijkheid in 's mensen bestaan. Zij neemt tastbare vormen aan in duizend en één bewijzen van 's Heeren trouw, aan Israël bewezen. Zij krijgt de hoogste gestalte in het vleesgeworden Woord Jezus Christus. De waarheid is in Hem een hoogst eigen Persoon. De hoogst betrouwbare God Zelf in mensengedaante. De waarheid krijgt in Hem de gestalte van het kruis, openbaring van de hoogste liefde in het diepste lijden. De waarheid wordt tenslotte met de feiten gestaafd in het opstandingsbeuren van Christus' verrijzenis uit de doden. Het leven wordt geheiligd. Het krijgt weer zin en doel. Dat opstandingsgebeuren is geen schijnwerkelijk iets, een zin-gevend idee alleen maar, uitdrukkend, dat Jezus een onsterfelijke Jezus is. Paulus in Korinthe heeft er zijn hand voor in 't vuur willen steken. Hij heeft alles op die éne noemer van de lichamelijke opstanding gezet. Dwars tegen alle Griekse speculaties in. De waarheid heeft immers alles te maken met mijn lichamelijke leven en met wat ik daarmee denk te doen op deze aarde. Daarin zal God verheerlijkt worden. Of het dan niet waar is, dat het stoffelijk, aardse, lichamelijke, vleselijke leven doorgist is door de zonde? Zeker, dat is wkar. Net zo goed als het waar is, dat mijn binnenste doorgist is door de zonde van rebellie en vijandschap tegen God. Maar als ik door Gods genade uit deze tegenwoordige boze wereld getrokken ben en ik heb geleerd om te verlangen naar het leven der volmaaktheid aan gindse kant van het graf, dan veracht ik dit tegenwoordige leven om der wille van de zonde (vgl. Calvijn, Institutie III, 9 en 10), maar ik kan het tegelijk niet laten om hier en nu uit kracht van Christus' opstanding te leven, gedreven door een sterke begeerte om heilig te zijn voor God in woord en daad. Want hier op aarde immers, in het leven van alledag, moet Gods Naam geheiligd worden. En laat ik dan maar zuinig zijn op mijn lichaam. Want al is het om der zonde wil voor het graf bestemd (oude Adam), het heeft door Christus' opstanding uit de doden werkelijk ook nog een hogere bestemming gekregen. 'Ik geloof de wederopstanding des vleses.' Daarom schrijf ik de aarde niet af. Daarom is de aarde, al vergaat ze door vuurgerichten Gods, bepaald meer dan een oord van ballingschap. Ze ligt altijd nog in doorboorde handen. Jezus zei: 'Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.' De aarde is en blijft: theatrum Dei (schouwspel Gods). Dat is de volle waarheid. En dan zingt mijn hart maar dat eenvoudige versje: 'Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde; 't zal blijven bestaan'.

Wat is waarheid? Zo is die vraag onder Israël opgelost door de enige en levende God. In en door het vleesgeworden Woord, Jezus Christus vooral. Dat Woord (Logos) is geen illuster idee, vernuftig uitgedacht door filosofen of een verzameling van woorden in een prachtsysteem (logos komt bij de Griek van lego - verzamelen). Gods Woord wordt vlees. Het is een daad in de geschiedenis, op aarde, in 't mensenleven. En zo keert het nooit ledig weer (Jes. 55 : I 1 vv.). Het schept in Maria's schoot Gods eigen Zoon. Het schept in een mensenhart en - leven door de kracht van de Geest nieuwe levensmogelijkheden. 'Want geen Woord zal bij God werkeloos zijn. (Luk. 1 : 37).

Zo staat het er voor met het Bijbelse woord waarheid. Die waarheid heeft volop te maken met het volle leven van alledag. De waarheid van Gods verlossend ingrijpen in de geschiedenis van Israël en in Jezus Christus heeft alles te maken met het schepselmatige leven. Gods 'Dabar', Zijn Woord is een daad in de geschiedenis.

Daad-gerechtigheid

'Wat is waarheid? '. Geen 'zielig' idee, uitzwevend boven de werkelijkheid van het dagelijkse leven, maar een Persoon, in Wie de werkelijke God met Zijn ondoorgrondelijke genade lijfelijk onder ons tegenwoordig is in Christus Jezus. Deze waarheid van het verlossend ingrijpen Gods in de geschiedenis krijgt dan voorts ook zijn rijke betekenis voor het leven van de enkele mens over heel de breedte van het leven. Het is immers de waarheid van een gerechtigheid, door Christus Verworven, waardoor een doodschuldig Adamskind weer een bestaan krijgt voor God. Hij kan God, de levende God weer onder ogen komen, als hij door het geloof met Christus verbonden is. Maar dat is dan tegelijk ook de waarheid van een gerechtigheid, die in ons dagelijkse leven gestalte moet krijgen. Daad-gerechtigheid. Want bij God, ook bij de Heilige Geest in Zijn wederbarend werk, zijn woorden daden. Dat wil zeggen, dat als een mens uit de waarheid geboren wordt, heel zijn leven daarvan de sporen gaat dragen. Hij begint in beginsel naar alle geboden Gods oprecht te leven. Want het gaat er tenslotte om, dat het leven van alledag geheiligd wordt en dat daarin blijkt, met welk een grote God wij van doen hebben. De waarheid van de levende God van Israël heeft alles te maken met de levendmaking (vertedering) van het hart. Zij heeft alles te maken met de verlichting van het verstand. Toch is zij niet slechts een zaak van de binnenkamer of van een verlichte rede. Zij is een zaak van een existentiële vernieuwing van de wil, van een dagelijkse bekering. God kennen in het aangezicht van Jezus Christus, 'verborgen omgang' oefenen met Hem is niet slechts een zaak van de diepste roerselen van de ziel (dat ook), van een hart, dat trilt van verwondering, van een oog, dat nooit verzadigd wordt van zien (dat ook), maar het is vooral ook een zaak van een ootmoedig wandelen met God, zoals Henoch wandelde met God.

Zo wordt in de Bijbel de waarheidsvraag op een gans unieke wijze opgelost. Zo stelt Zich de God van Israël in het boek der boeken, hét boek van het Joodse volk aan ons voor. Welnu deze wijze van bezig-zijn met de waarheidsvraag en laten we dan ook maar zeggen: deze hartstochtelijke roep naar verlossing over heel de breedte van het leven heeft het volksleven van Israël diep bevrucht. In de Joodse belevingswereld kan Gods verlossend ingrijpen niet worden losgemaakt van de totaliteit van het leven. Een Jood analyseert niet, zoals een Griek, maar beleeft veel meer de dingen als een synthetisch geheel.

Zou het daarom ook kunnen zijn, dat de christelijke kerk (van het Westen) het huidige Israël pas echt jaloers kan maken, wanneer zij de zo origineel Bijbelse vraag naar de verlossing in de daad-werkelijkheid van het dagelijkse leven weer serieus neemt? Want dat is uiteindelijk ook een echt Joodse vraag.

Israël tot jaloersheid verwekken

Nietzsche heeft eens gezegd: 'Ik kan niet in de Verlosser geloven, zolang als de "verlosten" er nog zo onverlost uitzien'. Zou het ook kunnen zijn, dat wij de weg naar de Verlosser Jezus Christus voor het huidige Israël barricaderen, zolang wij, gevangen in de Griekse denkschema's, met de waarheidsvraag filosoferen en met de waarheid manipuleren, door haar buiten het volle leven te houden? Met andere woorden: Kan en mag het huidige Israël het aan ons zien, dat Jezus Christus verlossing heeft teweeggebracht en dat Hij ons (dagelijks) leven fundamenteel vernieuwt? Jaloers maken, betekent dat niet, dat Israël gaat zeggen: 'Hoe is dat mogelijk?' Dat er onder ons weer iets zij van wat er in de eerste christengemeente was: warme, hartelijke liefde onder elkaar; een klaar staan voor elkaar in de dingen van het dagelijkse leven; en bovenal een radikaal voor rekening liggen van de ander, waarin een mens verlost is van zijn krampachtige zelfhandhavingsmethoden.

We lezen van die eerste christengemeente: En zij waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden; en een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die geloofden, hadden alle dingen gemeen; en zij verkochten hun goederen en have en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had. En dagelijks eendrachtelijk in de tempel volhardende en van huis tot huis brood brekende, aten zij tesamen met verheuging en eenvoudigheid des harten; en prezen God en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden'. (Hand. 2 : 42-47).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Bijbel een Joods Boek? (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's