Drie vragen rondom het Avondmaal (5)
Pastorale overwegingen
De gedoopte kinderen behoren tot de gemeente en zijn toch opgenomen in Gods verbond? Waarom wordt hun het teken, dat zij er echt bij mogen behoren dan onthouden? Horen ze er echt bij dan behoren ze ook aan het Avondmaal te kunnen komen.
Deelname van kinderen
Hebben we op verzoek enige artikelen gewijd aan de zelfbeproeving, nu komt de tweede van de drie vragen rondom het Avondmaal aan de orde en wel die over de deelname van kinderen aan de tafel des Heeren. Hier en daar wordt deze deelname reeds gepraktiseerd. Daarbij kan het gaan om kinderen, die de leeftijd hebben bereikt om naar de basisschool te gaan, zeg dus die van(af) zes jaar! De getrokken grenzen wat de leeftijd betreft zijn veeleer gradueel dan principieel te noemen. En heel sterk legt men bij kinderdeelname het accent op deelname aan de tafel des Heeren in gezinsverband! Vader en moeder spreken er thuis over, als onderdeel van de godsdienstige opvoeding en gaan dan met hun jongens en meisjes gezamenlijk aan de dis des verbonds.
Afwijzend en duidelijk standpunt
Het zal u duidelijk zijn, dat de Geref. Bond over deze materie niet onduidelijk is. In de destijds uitgebrachte beleidsnota wordt ook met grote beslistheid gesproken over de Avondmaalsviering. Als ik in deze rubriek de binnengekomen vraag bespreek, is dat niet om het standpunt van de Geref. Bond af te zwakken, als zou ook deze zaak 'bespreekbaar moeten zijn', want hierbij is wel ter dege aan de orde de gehele bijbels-gereformeerde visie op het sacrament. Maar het kan zin hebben op pastoraal vlak er met elkaar over te spreken, ook al omdat heel wat hervormd-gereformeerden in gemeenten wonen, waar kinderdeelname aan het Avondmaal bekend is of wordt door invoering ervan.
Argumenten pro
Als ik probeer de overwegingen op een rijtje te zetten, die worden gebezigd als argumenten voor kinderdeelname aan het avondmaal, blijkt, dat deze van uiteenlopende aard zijn. In de loop van de tijd kwam ik er enige tegen, die ik probeer ietwat te groeperen.
1. De gedoopte kinderen behoren tot de gemeente en zijn toch opgenomen in Gods verbond? Waarom wordt hun het teken, dat zij er echt bij mogen behoren dan onthouden? Horen ze er echt bij dan behoren ze ook aan het Avondmaal te kunnen komen.
2. Doop en Avondmaal zijn beide de tekenen en zegelen van Gods genade voor Christus gemeente. Waarom moet dan een bepaalde leeftijd gelden voor een van beide? Trekken we deze zo niet heel erg uit elkaar?
3. Kan deelname aan het Avondmaal voor jonge kinderen niet een geweldige steun zijn voor het kinderlijk geloofsleven? Psychologisch kan juist de deelname zo goed zijn voor de opgroei en de opvoeding bij en in het religieuze leven.
4. Bij de kinderen kan veel kwaad worden voorkomen, als ze aan het Avondmaal mogen, want dan weten ze, dat ze 'bij Jezus horen' en dat leidt tot een goede levenspraktijk.
5. De tussenfase tussen doop en Avondmaal van het afleggen van de openbare belijdenis is veeleer een belasting en juk dan een aanbevelenswaardige zaak en is niets anders dan een kerkelijke traditie, waar we zo snel mogelijk van af moeten stappen.
6. De instelling van het Avondmaal gaat in de bijbel terug op de viering van het Pascha. Als aan deze viering ook kinderen deelnamen. Exodus 12 : 24 vv., waarom mag het aan de maaltijd van het nieuwe verbond dan niet?
7. Wordt bij de nadruk op het 'onderscheiden van het lichaam des Heeren', 1 Cor. 11 niet te veel het intellectualistische benadrukt, en ziet dat eenvoudig niet op de misstanden in de viering in de Korinthische gemeente?
8. Wandelen we de kerkgeschiedenis door, dan blijkt, dat ten tijde van de kerkvaders Cyprianus (dus al vrij vroeg) en Augustinus, ook kinderen deelnamen aan het Avondmaal. We doen dus niets nieuws als we in gezinsverband de viering van de tafel des Heeren meemaken.
Ik schrijf nu niet, dat ik hiermede alle argumenten bij elkaar vermeld heb, maar uit allerlei artikeltjes en stukjes kwam ik deze overwegingen tegen. Het kan best zijn, dat u het ene argument even waardeloos vindt als het andere zeer waardevol, de moeite van overwegen waard in elk geval, maar ik zal proberen op deze 'bewijsplaatsen' in te gaan, met een pastorale toon, rekening houdend met de rubriek, waarin ik schrijf. Intussen denkt u met mij mee, of... al vast vooruit?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's