Youth for Christ
Vorig jaar is een commissie uit de Centrale Kerkeraad van Huizen (N-H), bestaande uit de predikanten J. van Rossem en J. L. W. Koppenhol en de broeders F. van der Heuvel en F. W. J. Veerman, bezig geweest met een standpuntsbepaling ten aanzien van Youth for Christ. We laten hieronder het grootste gedeelte van het rapport - dat intussen werd goedgekeurd door de Centrale Kerkeraad - volgen, namelijk het informatieve deel en het deel, dat een waardeoordeel geeft. Het slot van het stuk, bevat enkele adviezen over plaatselijke benadering van Youth for Christ b.v., verstrekken van informatie in het kerkblad, voorbede en financiële steun en het voeren van gesprekken. We menen dat de lezers van ons blad door dit duidelijke rapport ook goed kunnen worden geïnformeerd.
1. INFORMATIE
1.1. Aan te merken onderscheidingen:
Het is een goede zaak om onderscheidingen aan te geven, die om een adequate beoordeling vragen.
1.1.1. Geen kerk: YFC is een jeugdevangelisatie-beweging, van gelovige jongeren uit verschillende kerken en geloofsgemeenschappen, gedreven vanuit een evangelische bewogenheid en zich identificerend aan een beginselverklaring (zie 2.1.).
1.1.2. Beweging: Op een beweging zijn de bijbelse noties van een christelijke gemeente niet van toepassing. Een beweging wordt gekenmerkt door éénzijdigheid, omdat zijn doelstelling slechts bepaalde aspecten beoogt. Alle kenmerken van een beweging zijn ook op YFC van toepassing; namelijk die van tijdelijke bloei en van perioden van inzinking.
1.1.3. Jeugd(evangelisatie)werk. YFC doet interkerkelijk jeugdevangelisatiewerk, te onderscheiden van
a. kerkelijk jeugdevangelisatiewerk in de aanpak
b. kerkelijk jeugdwerk in verzorgingsgebied en doelstelling.
1.2. Beleid van Youth for Christ:
a. Het bevorderen van alle middelen en activiteiten om jongeren met het evangelie van Jezus Christus in aanraking te brengen.
b. Om gelovige jongeren daarbij aktief te laten zijn.
c. Het (terug)leiden van bereikte jongeren naar de voor hen meest geschikte kerk (of kerk van herkomst). Bij voorkeur een bijbelgetrouwe gemeente. Derhalve is een goede relatie met de kerken noodzakelijk.
1.3. Verschijningsvormen:
YFC opereert a. internationaal b. landelijk c, in plaatselijke (regionale afdelingen.
1.3.1. Internationaal: Van Anglo-Amerikaanse herkomst, ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog en overgebracht naar Europa met de geallieerde invasie. Overige internationale aspecten niet ter zake.
1.3.2. Nationaal:
activiteiten:
Toerusting t.b.v. afdelingen
Bezinning op het werk
Publicatie: uitgave jeugdblad
Diaconale hulpverlening (opvang verslaafden)
Het landelijk werk stelt zich onder toezicht van een Nationale Raad YFC, waarin ook predikanten van verschillende orthodoxe kerken zitting hebben.
1.3.3. Plaatselijk:
activiteiten:
Koffiebarwerk
Bijbelstudiegroepen
Incidentele acties
Het geestelijk klimaat van het plaatselijk werk wordt mede bepaald door de kerkelijke herkomst van de jongeren-kaderleden. Achter YfC Huizen staat sinds kort een plaatselijke stichting (naar landelijk model) die de goederen beheert en als toeziend orgaan fungeert.
In deze stichting zitten leden uit 3 plaatselijke kerken, ook de onze, overigens op persoonlijke titel.
2. WAARDE-OORDEEL
2.1. Beginselverklaring: De beginselverklaring is verwant aan de 12 artikelen. In de beginselverklaring wordt gesproken over een 'noodzakelijke wedergeboorte'.
YfC (landelijk) is in opspraak vanwege een gevraagd onderzoek door een Tweede-Kamercommissie. Onze commissie acht het vooralsnog niet terecht, dat YfC in de aanklacht over één kam wordt geschoren met niet-christelijke sekten.
2.2. Ethische opstelling van YfC. De ethische opstelling met name t.a.v. de homofilie getuigt van een aan ons verwante (fundamentalistische) bijbelopvatting, temidden van een door moderne theologie gedesoriënteerd Nederland. Om deze reden verslechtert een goede verstandhouding met bepaalde kerken. Het is te bezien in hoeverre gemeenten als de onze, YfC in deze een ruggesteun kunnen geven.
2.3. Diepgang: Er is een neiging waarneembaar tot een simplificatie van de levensvragen in het getuigenis van de jongeren. Hierbij dient hun jeugdige leeftijd in aanmerking te worden genomen. Ook in de bijbelstudie speelt dit mee. In de beoordeling past ook hier een vergelijken in welke hoedanigheid een en ander in ons jeugdwerk aan de orde komt.
2.4. Betrokkenheid op de Bijbel: Een grotere betrokkenheid van jongeren van YfC, die onze catechisaties bezoeken en op de godsdienstlessen op de middelbare scholen steekt gunstig af bij die van de doorsnee kerkelijke jeugd.
2.5. Methodiek: YfC dringt aan op een bewuste keuze voor Jezus Christus. Een methodistische aanpak is waarneembaar. Het genadekarakter van de keuze kan ons inziens meer benadrukt worden. Herkenning van een beproefd (bevindelijk) geloofsleven is er nauwelijks bij de YfC-jongeren. Voor een goede ontwikkeling van het geloof past opname en meeleven in de gemeente (kerk). Het is een goede zaak, dat YfC wil doorverwijzen naar de kerken (vergelijk 1.2.c.).
2.6. Stijl en werksfeer: YfC zal qua stijl nauwelijks passen in het patroon van onze gemeente. YfC kent de waardering voor het klassieke erfgoed van onze kerken niet. Er zijn dan ook geen traditionele vormen (vergelijk punt 1.1.1. en 2.7.).
Eenzelfde problematiek doet zich voor als die van de I.Z.B. bij de Evangelische Alliantie.
2.7. Lied en muziek: YfC wil geen waarde-oordeel geven of voorkeur uitspreken over de liederenbundels van de kerken of de psalmbundel (vergelijk 1.1.1.). YfC komt met een eigen bundel, waarin ook psalmen voorkomen, veelal onberijmd, en schriftgedeelten op een eigen moderne toonzetting. De commissie staat gereserveerd aangaande de muzikale vertolking van het christelijk getuigen van YfC. De commissie is in deze niet kritiekloos, hoewel in aanmerking genomen de goede motieven. Deze motieven beogen jongeren te pakken in hun eigentijdse smaak. Met een internationale uitwisseling van muziekgroepen zal de stijl en waardering overeenkomstig zijn.
2.8. Presentatie: YfC-landelijk zal zich niet altijd met iedere plaatselijke aktie willen identificeren. Het gezicht van het plaatselijk werk wordt mede bepaald door zijn plaatselijke medewerkers en hun herkomst.
2.9. Diversen
2.9.1. In 'de Waarheidsvriend' stond onlangs een advertentie van YfC.
2.9.2. Stagiares van de G.S.A. te Ede bij YfC. Omgekeerd waardering vóór en verwijzing naar de G.S.A. (...).
In veel gemeenten is de procedure om te komen tot een zgn. gemeentelijk welzijnsplan in volle gang. Met inspraak van de bevolking wordt gepoogd, al dan niet met vorming en inschakeling van een welzijnsraad, dit welzijnsplan tot stand te brengen. De gemeenteraad zal het welzijnsplan moeten vaststellen en aan de hand van de beschikbare middelen prioriteiten voor de in de toekomst te ondernemen welzijnsaktiviteiten moeten stellen. In deze procedure is het van belang, dat de insprekers en degenen uit wie de welzijnsraad zal bestaan niet beperkt blijven tot hen, die goed de weg weten in dit inspraakland. De inspraak zal - wil zij goed verlopen - tot resultaat moeten hebben, dat de opvattingen van de totale bevolking zo goed mogelijk en zo volledig mogelijk tot uitdrukking worden gebracht. In dit verband moet de kerk er op worden gewezen, dat zij zich ten aanzien van de nu voorliggende materie niet afzijdig mag opstellen. Integendeel, de kerk dient ook in dit opzicht wakker te zijn en zich te beseffen dat zij behalve een boodschap voor de kerkmens tevens iets richtinggevends voor het maatschappelijk gebeuren heeft.
Het is nog niet te laat
Als de kerk zich niet heel snel realiseert dat zij ook van betekenis is voor het maatschappelijk gebeuren, dan kan zij vandaag of morgen weleens tot de ontdekking komen dat het te laat is. In welzijnsland voltrekken zich op dit moment dingen waar de kerk attent op moet zijn. Hoe? Door bekwame - en niet alleen maar goedwillende! - leden van de kerk aan te sporen zich toch vooral in de welzijnsmaterie te verdiepen en zich er in te storten. Alle mogelijkheden die hierin voor de kerk liggen dienen secuur te worden onderzocht.
Wat verdient bijzondere aandacht?
Welk onderdeel van het welzijnsbeleid maakt het de moeite waard je voor in te spannen? Wel, er zou er wellicht meer dan één te noemen zijn, maar in het bijzonder wordt hier het jeugd-en jongerenwerk in de schijnwerper geplaatst. Er moet door en vanwege de kerk veel en veel meer aandacht aan de jeugd worden geschonken. De taak van de kerk, houdt niet op bij twee (?) preken op zondag en één keer per week catechisatie. De kerk mag zich niet tevreden op de borst kloppen en zich er van af maken door fier te stellen dat al een jeugdouderling is aangesteld. Ernstig moet worden getracht om de kerkelijk gebonden jongeren meer te bieden in de vorm van professioneel jeugdwerk. (Vanzelfsprekend laad ik hiermee geen enkele blaam op vrijwillig jeugdwerk, dat dikwijls met veel liefde en inzet wordt bedreven.) En als professioneel jeugdwerk wordt gerealiseerd, moet worden geprobeerd randkerkelijke, wellicht buitenkerkelijke en zelfs onkerkelijke jongeren bij dit jeugdwerk te betrekken. Van dit jeugdwerk moet een aangename geur uitgaan. Natuurlijk is het bekend, dat zich op dat terrein veel voetangels en klemmen bevinden en dat het jeugdwerk zich aan veel gevaren blootstelt als het zich een wat bredere opstelling kiest. Professionele begeleiding kan daarin veel positiefs doen en veel gevaren hun grimmig gezicht doen verliezen. Bij het denken hierover kieze men niet de weg van de minste weerstand, maar moet men zich voortdurend realiseren waar vele jongeren (ook kerkelijke!) een groot deel van hun vrije tijd doorbrengen. Te denken valt dan aan jeugdsociëteiten, jeugdbars, disco-dancings etc. Dat zou ons tot ernstig nadenken moeten stemmen en ons af moeten brengen van het wankelmoedig standpunt dat het zo moeilijk is deze problematiek aan te pakken. Als we iets om de jeugd geven en het lot van de jeugd - die door veel gevaren wordt bedreigd - ons ter harte gaat, is het gerechtvaardigd een uiterste poging te doen om die jeugd binnen de invloedssfeer van de kerk te trekken. Veel, zo niet de meeste, jongelui lopen rond met een gedoopt voorhoofden als zij zich niet zelf van hun verantwoordelijkheid in deze bewust zijn, ontslaat dat de kerk nog niet van de verantwoordelijkheid de handen naar hen uit te strekken.
Aan de kerk vreemde begrippen
Soms wordt men met de neus op feiten gedrukt. Zo kan dat bijv. het geval zijn met het inspraakbegrip in de welzijnsmaterie. Wat doe je daarmee als kerk, waarin het begrip inspraak geen of nauwelijks opgeld doet (ik pleit daar ook niet voor!)? Een andere vraag kan zijn of het zinvol of gewenst is als kerk richtinggevend te zijn voor het maatschappelijk gebeuren. Is het verantwoord de welzijnstaak te laten liggen? Is de kerk in veel opzichten niet te sterk naar buiten gericht? Vragen die ik thans niet beantwoord, maar waarover zinnig gediscussieerd en gepubliceerd zou kunnen worden.
De moeite waard
Voor het professionele jeugdwerk, waarover ik hiervoor schreef, moet de kerk zich in het kader van het gemeentelijke welzijnsbeleid druk maken. Dat is de moeite waard. Omdat professioneel jeugdwerk kostbaar is en niet zelden de financiële spankracht van de kerk te boven gaat, zou kunnen worden geprobeerd de kosten van professionele jeugdwerkers geheel of gedeeltelijk binnen het gemeentelijke welzijnsplan gedekt te krijgen. Daarvoor zal overtuigingskracht nodig zijn en gebruikmaking van de inspraakmogelijkheden niet mogen worden gemist. Samenwerking met andere kerken zou in het kader van de haalbaarheid van subsidie tot de mogelijkheden van overweging moeten behoren.
Maar allereerst is het zaak alle feiten en mogelijkheden goed op een rijtje te zetten. Daarbij is het interesseren van actieve kerkmensen in deze materie van bijzondere betekenis. De hand moet aan de ploeg... en snel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's