De aard van het Schriftgezag (1)
Rapport Gereformeerde Kerken
De laatste tijd is al veel geschreven over het door de Gereformeerde Synode met algemene stemmen aanvaardde rapport over het Schriftgezag. Het stuk, zoals het ter synode diende, was bij de behandeling op de synode voor de pers beschikbaar. Ook in ons blad hebben we er toen een eerste opiniërend artikel aan gewijd. De vereniging Schrift en Getuigenis heeft in een speciaal nummer van Waarheid en Eenheid de volledige tekst van het ter synode dienende rapport gepubliceerd. Op deze wijze is het rapport reeds in duizenden exemplaren verspreid.
Thans is het definitieve rapport, dat ten opzichte van de oorspronkelijke tekst slechts enkele formele wijzigingen onderging, uitgekomen onder de titel God met ons (verkrijgbaar bij de administratie van Kerkinformatie. Postbus 202, 3830 AE Leusden, 033-943244). Prof. dr. C. Graafland, die op zijn colleges in Utrecht aan dit rapport uitvoerig aandacht geeft, gaat in een serie artikelen op dit stuk, dat zóveel stof doet opwaaien nader in. De eerste twee artikelen zijn geschreven vóór de uitgave van de definitieve tekst. Dat blijkt ook uit de inhoud. De overige artikelen zijn geschreven na de verschijning van het rapport.
We hopen dat op deze wijze de lezers inzicht zullen verkrijgen in wat op dit moment ten aanzien van de opvatting over het Schriftgezag in de Gereformeerde Kerken en ten aanzien van de kerkelijke en theologische ontwikkeling aldaar in het algemeen aan de hand is. Het gaat om een zaak van de allereerste orde.
De redactie
Reden van behandeling
We willen in een aantal artikelen bespreken het rapport over de aard van het Schriftgezag, dat vorig jaar op de synode van de Gereformeerde Kerken met algemene stemmen is aanvaard. Dat we hierop onze aandacht richten heeft meerdere redenen.
A. In de eerste plaats moet het altijd een belangrijke gebeurtenis zijn, wanneer de kerk, of een bepaalde kerk een officiële uitspraak doet over de Schrift. De Schrift is immers de bron en norm van het christelijk geloof. Hoe er over deze Schrift geoordeeld wordt, bepaalt dus, hoe er geoordeeld wordt over de bron en norm van ons christelijk geloof. Het is duidelijk, dat dit altijd van ingrijpende, zo niet van beslissende betekenis is. Bijna zou men tot de uitspraak kunnen komen: zeg mij, hoe u over de Bijbel denkt, dan zal ik u zeggen, hoe het staat met uw geloof. Het belangrijke hiervan wordt echter nog onderstreept, wanneer het maar niet gaat om een individuele uitspraak, maar om een officiële kerkelijke uitspraak. De kerk als geheel spreekt zich dan uit, hoe zij over de Schrift denkt. Dat heeft grote consequenties voor heel die kerk, in haar belijden, haar prediking en onderricht, in haar praktische beleving en uitleving van het geloof, in heel haar orde en inrichting. Zo is het dus te begrijpen, dat wanneer de Gereformeerde Kerken, één van de grootste reformatorische kerken in ons land, zich uitspreekt over de Schrift, alle andere christenen van andere kerken met belangstelling hiervan kennis nemen. B. Daar komt nog bij, dat wij als hervormden met een bijzondere interesse ons daarbij betrokken weten. De Gereformeerde Kerken is immers de kerk, waarmee de Hervormde Kerk samen op weg is gegaan. Wel is het zo, dat de deelneming hieraan van onze zijde tot nu toe een zeer kritische en ook een zeer afstandelijke is geweest, maar toch hebben ook wij er in toegestemd om aan de bezinning op de vragen, die zich rondom Samen-op-weg voordoen, deel te nemen. Daarom letten wij op de gebeurtenissen en beslissingen, die uit de hoek van de Gereformeerde Kerken komen met een bijzondere belangstelling en willen wij ook op allerlei wijze daar extra aandacht aan schenken.
C. Een derde reden vinden wij in het feit, dat genoemd rapport dadelijk al sterk de aandacht heeft getrokken, met als merkwaardig gevolg, dat de reacties erop lijnrecht tegenovergesteld zijn. Er zijn er, die uiterst positief zich erover hebben uitgesproken. Ik denk hierbij vooral aan de reactie van prof. dr. H. Berkhof, die de mening is toegedaan, dat met dit rapport de Gereformeerde Kerken een grote voorsprong heeft gekregen öp andere kerken, ook op de Hervormde Kerk, en dat ze tot een voorbeeld kan dienen voor de wereldkerk zelfs, hoe er óver deze zaken kerkelijk gesproken dient te worden.
Maar er worden ook uiterst negatieve reacties vernomen. Zo hebben wij uit de hoek van de verontrust Gereformeerden kunnen horen, dat met de aanvaarding van dit rapport het verval van de Gereformeerde Kerken nu officieel aan het licht is getreden en is gelegitimeerd. Dit soort stemmen zijn ook uit andere kerken te beluisteren. Deze zo tegengestelde reactie moet onze aandacht wel prikkelen. Wat is hier aan de hand? Hoe is het mogelijk, dat voor de ene'groep christenen hier een bevrijdend geluid valt te beluisteren, terwijl voor de andere groep het zonder meer duidelijk is, dat de kerk hier aan haar grondslag is ontzonken. In ieder geval moet ons dit ertoe brengen om, voordat wij zelf ons oordeel hierover geven, eerst zelf van de stukken ernstig kennis te nemen.
Publikatie perikelen
Wanneer wij nu overgaan tot de bespreking van het rapport zelf, moet ik toch nog weer beginnen met enkele opmerkingen vooraf te maken. In de eerste plaats is het nodig om duidelijk te maken, waarom wij nu reeds daarrnee beginnen. Het feit ligt er immers, dat iedereen al over dit rapport spreekt en het beoordeelt, terwijl het rapport zelf nog niet eens verschenen is. Men heeft dat van de zijde van de Synode van de Gereformeerde Kerken de mensen, die dit doen, kwalijk genomen. Vooral betrof dit de Evangelische Omroep, die aan het rapport een kritische uitzending besteedde, direct al nadat het rapport in de synode was aanvaard. Even later werd het hele rapport in het blad van de Verontrust Gereformeerden Waarheid & Eenheid (16 jan. 1981) gepubliceerd en van een kritisch commentaar voorzien. En nog steeds is (op het moment dat ik dit schrijf, 12 febr.) de officiële uitgave van het rapport niet verschenen. Begin februari belde ik het hoofdbureau van de Gereformeerde Kerken in Leusden op met de vraag om het rapport toegezonden te krijgen, omdat ik toch liever aan de hand van de officiële publicatie ervan mijn oordeel wilde vormen. Ik kreeg toen echter te horen, dat ik dan toch nog tot eind februari zou moeten wachten, omdat het vóór die tijd er nog niet zou zijn.
Dat is natuurlijk wel een vervelende omstandigheid. Ik kan me voorstellen, dal de Gereformeerde synode het niet zo prettig vindt, dat er overal in den lande over het rapport gesproken wordt, terwijl het er in feite (officieel) nog niet eens is. Maar men moet het toch niet zo voorstellen, alsof anderen daarvan (alleen) de oorzaak zijn. Het publicatiebeleid van de Gereformeerde Kerken is hieraan toch ook wel enigermate schuldig. Daar komt bij, dat het rapport zoals het in de synode is besproken en aanvaard in een vrij royale mate in handen is gegeven, niet alleen van de leden der synode maar ook van de kerkelijke pers. Er is dus wel sprake van een zekere publicering van het rapport. Alleen niet in de definitieve vorm, die er volgens synodebesluit nog aan gegeven moest worden, maar die slechts de formele kant en , niet de inhoud raakt. Zo is het rapport in zijn materiale inhoud toch op een legitieme manier bekend geworden. En wat kan er op tegen zijn als er dan ook over gesproken en geschreven wordt? Dat geldt zelfs, wanneer 'Waarheid & Eenheid' dit onofficiële rapport in haar blad direct volledig heeft afgedrukt. Men wil dan in ieder geval niet spreken over het rapport zonder het rapport.
Natuurlijk is het te begrijpen, dat de Gereformeerde synode het niet leuk vindt, wanneer dit blad met het afdrukken van het rapport ook tegelijk een vernietigende kritiek erop doet horen. Maar het is niet af te keuren, dat men de inhoud van het rapport doorgeeft aan de lezers. Want zo kan de lezer zelf oordelen, of de kritiek juist is. En daarbij komt, dat ieder vreselijk benieuwd is wat in een rapport over zo'n centraal onderwerp en dat met algemene stemmen is aanvaard, te lezen valt. Ik zou zeggen: de synode moet deze intensieve belangstelling waarderen en had er zelf voor moeten zorgen, dat zij op de juiste wijze, langs de weg van officiële publicatie, kon worden bevredigd. Trouwens, het is Ook niet helemaal objectief, wanneer de verontrust Gereformeerden het verwijt van een overhaast oordelen krijgen toegeschoven. Men had dat verwijt dan op zijn minst ook moeten doen in de richting van hen, die zich lovend over het rapport hebben geuit. Ook dat zou dan een te voorbarig oordeel zijn geweest. En als men zegt: ja maar het gaat niet om het oordeel, maar om het publiceren van het rapport als zodanig, dan is het toch ook een vreemde situatie, wanneer wel in het publiek oordelen pro en contra worden uitgesproken, maar datgene waarop deze oordelen betrekking hebben, aan het kerkvolk (vooralsnog) wordt ont houden. Kortom, we doen het beste dit alles maar te beschouwen als een bedrijfsongeval.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's