Drie vragen rondom het Avondmaal (7)
Pastorale overwegingen
Velen zien het verband tussen openbare belijdenis en Avondmaalsviering niet meer, als zij 't al ooit zagen.
De psychologische faktor
Hoewel bij verschillenden of velen van onze lezers, zo zij de Heere vrezen, reeds in de vroege kinderjaren de eerste indrukken waren van God en genade kan zijn verheerlijkt, toch zijn we terecht voorzichtig met de religieuze geloofsbeleving van kinderen en opgroeiende jongeren. Dat leven maakt een proces van groei en ontwikkeling door en niet alle religieus gevoel of godsdienstig besef is nog geloof. Menigmaal is 'de tijd de beste verklapper'. Wat kan er later niet slechts een inzinking maar ook een onverschilligheid én afkeer zelfs zich voordoen. Wie het argument van psychische steun hanteert, loopt op zijn minst groot gevaar de deelname te gronden in het menselijk of kinderlijk gevoel en het behoefteelement. De Avondmaalsviering legt nu juist geen enkele grond in de mens, klein of groot, maar doet de ware grond kennen buiten de mens in Christus en Zijn volbracht werk. De Heere oefent Zijn kinderen in de weg van de gehoorzaamheid des geloofs. Al te veel kan men op verstandelijk inzicht of warm gevoel afgaan, en dat zijn bedriegelijke gronden. Wel gaat het geloof in de beoefening niet buiten het verstand, de wil, het gevoel om, maar het steunt op het genadewoord Gods. Ik denk dat juist de betekenis en de doorleving van de doop veel te veel achterwege blijft en verwaarloosd wordt.
Drie keer eenzijdig
Naar het mij voorkomt, wordt het geloof nogal eens zeer eenzijdig en daardoor verkeerd verstaan. Men zegt: het geloof is: inzicht, kennis. Ongetwijfeld, de Heere verlicht het verstand bij het wonder van de wedergeboorte, en kostelijk als 't met goddelijk licht bestraald wordt. Maar het geloof is niet maar kennis alle. Denken we aan de schone omschrijving in de Heidelberger 'het is niet alleen een stellig weten of kennis...' Anderen zeggen: het geloof is passi men moet het gevoelen. Ongetwijfeld, er is veel gevoel buiten geloof om, maar nimmer gaat het geloof buiten het gevoel om. Het geloof komt van buiten naar binnen, is gave Gods, een geheimenis van de Geest. Het gevoel echter komt van binnen uit naar buiten toe, is menselijk. Er zijn er ook die beweren: het geloof is actie. Men moet geloven met de handen, 't gaat om de daad. Zeker, het geloof zonder de werken is dood. Maar is er niet veel actie buiten het geloof om? U ziet, op drie manieren kan men eenzijdig, onbijbels over 't geloofdenken en spreken. Mij dunkt, het geloof omvat de gehele mens, niets wordt buitengesloten.
Bij Jezus horen
't Is ongetwijfeld een onuitsprekelijk heerlijk voorrecht, als we mogen weten voor rekening van de Heere Jezus te zijn. Johannes schrijft daarover in zijn eerste zendbrief-en wie van Gods kinderen zal daar niet bij vallen - niet dat we Hem uitverkoren hebben, maar Hij ons. Niet dat wij Hem eerst liefgehad hebben, maar Hij ons. Maar nimmer kwam iemand tot deze belijdenis dan na te zijn overgegaan uit de dood tot het leven. Wie redeneert: wie naar 't Avondmaal gaat doet dat om bij Jezus te behoren, keert precies de zaak op. We komen niet naar de tafel om tot geloof te komen, maar om het door de Geest gewerkte geloof te versterken. Het gaat om de geloofskennis van Christus in het hart. De Avondmaalsgang zelf is geen grond voor de behoudenis. De viering waarborgt op zichzelf geen voorkoming van kwaad. Wel is het zo, dat elk die aan de dis de gedachtenis vierde aan het zeer bitter lijden en sterven van de Heere Jezus te meer met heilige en hartelijke liefde aan de Heere verbonden wordt en te meer gaat strijden tegen en afkeer heeft van de zonde. De zonde heeft zoveel teweeggebracht, oneindig veel meer gekost om verzoend te worden.
Ontkoppeling Belijdenis-Avondmaal
Velen zien het verband tussen openbare belijdenis en Avondmaalsviering niet meer, als zij 't al ooit zagen. Is de openbare belijdenis als 'voorwaarde voor' de Avondmaalsviering slechts kerkelijke traditie, en moet deze zo spoedig mogelijk als een ondragelijk juk worden afgeschud? Deze stemmen gaan wel op, klinken luider in onze tijd dan voorheen, maar... terecht? Men moet niet eenzijdig kijken naar de openbare belijdenis vanuit het Avondmaal, ook vanuit de Doop, - om de betekenis ervan te verstaan. Zonder in dit verband de gehele kwestie van de openbare belijdenis aan de orde te stellen, maak ik in dit verband een paar opmerkingen erover.
Geen aanvulling van de doop
U kent de uitdrukking, dat men bij de openbare belijdenis 'zijn/haar doop voor eigen rekening neemt'. Maar beloofde God niet veel meer zondaren voor Zijn rekening te nemen? Ouders namen voor zich - niet: namen zich voor!! - de kinderen groot te brengen in de vreze des Heeren. Nu vraagt de Heere aan de dopeling antwoord voor Zijn aangezicht, inwilliging van Zijn verbond. Er is geen verbonds-automatisme! Wie door Gods genade belijdt, spreekt niet uit wat zij nu doen als aanvulling op de Doop, maar wat God gedaan heeft, reeds lang geleden. Jammer dat in onze tijd door individualisme en subjektivisme dat is gaan verschuiven. Gods werk gaat door. Calvijn zou destijds graag aan deze handeling de oplegging der handen verbonden hebben als afbeelding vooral van de zegen Gods..., op Zijn eigen werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's