Een Beproefd Prediker (1)
Ds. B. van der Wal (1864-1924)
Op de verliezen, die mijn vader troffen door de dood, wil ik wat dieper ingaan.
Zorgen
Wie het voorgaande aandachtig las, heeft begrepen, dat de weg van de roeping tot de verwezenlijking daarvan, geen eenvoudige was. Wel werd door de familie van weerskanten veel hulp geboden. Ook ontbrak het niet aan de producten van de boerderij van mijn grootvader De Vos. Dat werd er niet minder op, toen deze grootvader, die van huis uit een liberaal man was, en die het aanvankelijk er helemaal niet mee eens was, dat zijn schoonzoon de onderwijzersloopbaan prijsgaf om (en dan met zijn gezinsomstandigheden) te gaan studeren voor predikant, zelf getroffen werd onder de prediking van ds. Bouthoorn en daardoor alle dingen in een ander, hoger licht ging zien. Hij heeft toen ook veel van de geldelijke zorg overgenomen. Maar in een gezin met opgroeiende kinderen is zovéél nodig. Drie kinderen werden geboren in deze jaren van studie, twee werden er in die tijd weggenomen. Bovendien eiste de zwakke gezondheid van mijn moeder telkens allerlei extra's. Huishuur, kleding, collegegeld, aanschaf van studiemateriaal - dat alles woog zwaar.
Sterfgevallen
Op de verliezen, die mijn vader troffen door de dood, wil ik wat dieper ingaan. Het heengaan van een jonggestorven broer heb ik even gememoreerd. Maar eigenlijk alleen als een voorbeeld van een roepstem, die echter nauwelijks een rem wist aan te brengen aan zijn jonge levenslust en aan het enthousiasme voor de boeiende leefwereld van de Schoonhovense kostschool. Pas later zal dit vroegafgesloten leven tot mijn vader gaan spreken.
Zijn moeder
Anders was het toen in 1892 zijn moeder stierf. Dat jaar 1892 was een bijzonder jaar. Het was het jaar waarin ds. Bouthoorn van Dirksland naar Groot-Ammers kwam. Zijn prediking betekende een grondige verandering in het kerkelijk en geestelijk leven. Het was ook het jaar, waarin voor mijn vader de beslissing viel voor de theologische studie, met, in september, de aanvang van de gymnasiumstudie in Gouda.
En dan - in oktober - sterft zijn moeder. Dat was een grote teleurstelling. Dat juist zij, die hem van jongsaf met haar hartelijke belangstelling begeleid had, die hem gewaarschuwd en de weg gewezen had, die voor hem gebeden had, zoals niemand anders, die in alle eenvoudigheid en ootmoed hem het leven van een christen had voorgeleefd; en die zich juist zozeer verblijd had in de grote ommekeer van zijn leven - dat die nu juist weggenomen werd en geen belangstellend getuige mocht zijn van de voorbereiding tot het predikambt en het bekleden er van! Wel was er geen twijfel omtrent de grote toekomst, die voor haar was aangebroken. Maar een bijzonder gemis was het wel.
Kinderen
In 1890 had de dood al eenmaal toegeslagen in zijn huisgezin. Een zoontje, Cornelis Bastiaan werd 11 september te Streefkerk geboren, maar werd 3 oktober, drie weken oud al weer ontnomen. Over de manier, waarop dit verlies verwerkt werd, vind ik geen enkele aantekening. Het was nog in de tijd vóór de grote ommekeer.
In november 1892 werd een dochtertje geboren, Jannigje (Jansje) genoemd. Daarmede werd de in de vorige maand overleden grootmoeder vernoemd. In mei 1894 werd dit kind, na een kortstondige ziekte weggenomen. Daaraan heeft mijn vader ongeveer een jaar later, een In Memoriam gewijd. Hij beleeft dan weer levendig de spanning, waarmee hij op een maandagmorgen het gezin in Streefkerk achtergelaten had. Alle 3 kinderen waren ziek. De twee oudste, resp. in december 1887 en in augustus 1889 geboren, waren het reeds. Ze hadden mazelen. Maar ook de jongste was lang niet in orde. Waarschijnlijk dezelfde ziekte. Die week was mijn vader sterk met zijn gedachten thuis. Hij hield rekening met de mogelijkheid, dat hij elk ogenblik gehaald kon worden. En - vóór het eind van de week kwam zijn schoonvader hem al halen. In zijn 'herinnering' schrijft hij dan, hoe er tijdens de rit weinig gesproken werd, en weinig gezien (het was mei!). Maar dan tekent hij zo levendig, hoe hij dit jonge leventje voor zich ziet, met al de aantrekkelijke maniertjes en woordjes van zo'n peuter. Allemaal even lief en aardig. Uit heel die beschrijving blijkt (en dat zal hem levenslang kenmerken), dat deze man geen overgeestelijk mens is geworden, voor wie aardse verhoudingen te onbetekenend zijn om er aandacht aan te schenken. Maar dat dit een warmlevend mens was, voor wie de strijd daardoor des te zwaarder zal worden. Het In Memoriam vertelt dan van die strijd, de pijn om het lijden van het kleine kind, vertelt van de arts, die erkent, dat bij God alle dingen mogelijk zijn, maar dat hij medisch gesproken geen hoop meer kan geven. Dan volgt al spoedig de dood. En de droefheid sluit eigenlijk alle andere gedachte uit. Een vriend komt en bidt met vader en moeder. Weer volgt een slapeloze nacht; en dan komt de zondagmorgen, de enige morgen, waarop mijn vader rustig met het gezin samen kon zijn. De kleine Jansje kwam hem dan altijd wekken om te spelen. En nu - in de andere kamer het lijkje! Maar de troost wordt gezocht en gevonden in de Schrift. Gelezen wordt Romeinen 5: wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; en de lijdzaamheid bevinding en de bevinding hoop; en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.
Er zou nog veel aan te halen zijn. Hoe het kindje 's woensdag begraven werd en mijn vader 's avonds al weer voort moet (en kan) gaan met de studie; hoe moeilijk het gescheiden leven nu vooral voor mijn moeder viel. Maar de weg lag vooruit.
Nogmaals rouw
Op 29 april 1896 werd het gezin nogmaals verblijd met de geboorte van een meisje: Jannigje (Jansje) Neeltje Petronella. De eerste naam sprak voor zichzelf. De beide andere namen herinnerden aan een in september 1894 overleden halfzuster van mijn moeder - overigens een hele zuster in het geloof.
Dit meisje was met blijdschap verwacht en ontvangen. Maar bij mijn moeder van meet af aan gepaard met de vrees... Deze vrees werd na 9 maanden al bewaarheid. 17 februari 1897 werd ook dit kind weggenomen, na een ziekte van een paar maanden.
Ditmaal heeft mijn moeder een herinnering geschreven. Het was voor mijn moeder aanvankelijk zulk een rijk bezit geweest, als mijn vader naar college b. v. was en de andere kinderen naar school. De vraag komt: ben ik er te sterk aan gehecht geweest? Is de verzoening ook dit kind ten goede gekomen? Sterk komt tot uitdrukking het bewustzijn van het recht van God: het recht om weer te nemen, wat Hij gaf; het recht om terwille van de erfzonde alleen al te veroordelen; de herinnering aan Davids bekende woord in 2 Sam. 12 : 23: ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen. Maar meer als wens dan als zekerheid. Alleen in een van haar brieven uit februari 1897 naar haar ouders, spreekt zij van 'een klein hoopje', dat ze voor de kleine mocht koesteren. Zulk een positieve uiting kwam niet zo gemakkelijk uit mond of pen van mijn moeder. Enig zicht op beloften van het verbond der genade voor de kleine kinderen der gelovigen tref ik nergens aan. Daarvoor was de vrees voor misbruik van het genadeverbond, de omstredenheid en daardoor onzekerheid, tengevolge van de theologische situatie in en buiten de Hervormde Kerk wat betreft het genadeverbond, te groot. Achtergrond voor hoop is de binnenkamer met zijn verborgen omgang met God en de meerdere of mindere vrijmoedigheid in het toegaan tot de troon der genade. Jammer is, dat ik uit die tijd geen aanduiding aantref van de reactie van mijn vader op dit droeve gebeuren. Wel zal hij na de dood van mijn moeder blijkbaar zich nog gaarne verdiepen in hetgeen zij op schrift had gesteld. Zij eindigt haar In Memoriam met de woorden: Hij gaf het; Hij nam het; het is alles van Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's