De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De aard van het Schriftgezag (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De aard van het Schriftgezag (2)

Rapport Gereformeerde Kerken

9 minuten leestijd

De korzeligheid van synodale kant over de voortijdige beoordeling van het synodale rapport is intussen wel te begrijpen. Want uit het rapport zelf valt op te maken, dat het geschreven is juist om de sterk gepolariseerde meningen in de Gereformeerde kerken weer meer tot elkaar te brengen. Niet voor niets luidt het laatste hoofdstuk: Samen verder. Als nu gelijk al zo'n ernstige negatieve beoordeling uit de kerk zelf wordt gehoord, is het alsof er meteen al een flink aantal ruiten wordt ingegooid, die juist waren hersteld. Dat de Synode dit verdrietig vindt en dat dit haar ergens prikkelt, is heel goed te begrijpen. Alleen kan die ergernis beter eerlijk worden uitgesproken en niet op een formele wijze worden omgeleid.

Met algemene stemmen aanvaard

Ook nog voordat wij aan het rapport zelf beginnen, willen wij op iets anders wijzen. Velen zijn erdoor verrast of hebben zich erover verbaasd, dat dit rapport met algemene stemmen is aanvaard. Dat iets met algemene stemmen wordt aangenomen, gebeurt op zichzelf al weinig in een synodevergadering en is in de synodevergadering van de Gere­formeerde kerken sinds lang niet meer voorgekomen. Dat het nu, op zo'n centraal punt, waarover toch sterk de meningen en inzichten uiteen gingen, tot een algemene aanvaarding van een gemeenschappelijk getuigenis is gekomen, is iets, dat boven of tegen veler verwachting ging. Nogmaals: het wekte verrassing en verbazing. De één beschouwde het als een geschenk (uit de hemel), de ander als een zondeval.

Nu geeft het blad Waarheid & Eenheid daar wat meer licht over. (Ik schrijf er even bij: tot nu toe moet ik me met de editie van het rapport via Waarheid & Eenheid behelpen. Zo gauw als het maar enigszins kan schakel ik over op de officiële editie). De verrassing èn verbazing namen bij mij nog toe, toen ik in dit blad (het staat overigens in de inleiding van het rapport zelf) las, dat ook ds. D. H. Borgers aan het opstellen van dit rapport had meegewerkt. Persoonlijk ken ik ds. Borgers niet, maar uit wat ik van hem als synodelid lees, heb ik de indruk gekregen, dat hij toch wel tot de rechtse vleugel moet worden gerekend, gelijk met of althans op een geringe afstand van de verontrust gereformeerden. Nu wordt in de inleiding gezegd, dat ds. Borgers niet tot aan het eind toe meegewerkt heeft, en dat dus daarom zijn naam niet onder het rapport vermeld staat. Maar uitdrukkelijk wordt er dan bij verteld, dat ds. Borgers door tijdgebrek verhinderd was de 'beleidsbeslissende laatste vergaderingen' van het deputaatsschap bij te wonen. De inhouds-beslissende vergaderingen heeft hij dus wel kennelijk meegemaakt. En dat hij de andere vergadering niet heeft meegemaakt, was dus niet vanwege inhoudelijke bezwaren, maar om de formele reden, dat hij geen tijd had. En om die formele reden ontbreekt dan ook zijn naam onder het rapport.

Ik heb me even af zitten vragen, waarom dit alles in de inleiding van het rapport zo uitdrukkelijk vermeld staat. Ik kan mij niet onttrekken aan de gedachte (maar als ik er naast ben, wil ik het graag terugnemen), dat men hiermee heeft willen duidelijk maken, dat zelfs iemand als ds. Borgers met de inhoud van het rapport instemt, en dat in hem dus ook de rechtervleugel van de kerk zich in dit rapport heeft kunnen vinden.

Als nu de reactie van de kant van de verontrusten toch zo sterk negatief is, wat moeten wij er dan van denken? Zoals het nu is, blijft alles toch een beetje onduidelijk. Waarom heeft ds. Borgers niet zijn naam eronder laten zetten, als zijn afwezigheid aan het eind slechts een formele kwestie is. Trouwens, ik neem aan, dat ook ds. Borgers in de synodevergadering zelf zijn stem aan het rapport heeft gegeven. Hij is het dan toch met het rapport eens geweest. Of moeten we (op grond van het ontbreken van zijn naam onder het rapport) aannemen, dat er toch wel reserve bij hem bestond? Maar waarom dan niet tot het laatst toe deelgenomen aan het deputaatsschap? Ik vraag me af, hoe iemand door tijdgebrek zulke uiterst belangrijke (laatste beslissende) vergaderingen over zo'n uiterst belangrijke zaak moet verzuimen. Dan moeten het toch wel hele bijzondere redenen geweest zijn, die hem verhindering gaven.

Ik leg hier even de vinger bij, omdat ik hier iets herken van een manier van kerkelijk handelen, die wij zelf in eigen kring ook nogal eens tegen komen. Ik wil ds. Borgers hierbij helemaal erbuiten laten, want ik weet niet zijn concrete redenen en wil daar ook niet over oordelen. Maar wel geeft het mij aanleiding om op iets te wijzen binnen onze eigen kring, dat me even van het hart moet. Namelijk, dat men om formele redenen (ik heb geen tijd, ik was toen afwezig, ik had andere dingen te doen, enz.) verstek laat gaan op momenten, dat er binnen de kerk uiterst belangrijke zaken worden behandeld. Als men dan toch later met critiek komt, dan is het wel te begrijpen, dat men van andere zijde het antwoord hierop klaar heeft: u had erbij moeten zijn, toen de zaken werden opgesteld. Want toen was er recht en gelegenheid om critiek te geven. Als men er niet bij gehaald wordt of er is niet merkbaar naar ons geluisterd, dan is het anders. Dan heeft men dat recht tot critiek achteraf wel. En dat komt helaas ook nog al eens voor.

Kortom, ik betreur het, dat in deze inleiding dit verhaal stond. Ik heb er toch iets in gevoeld van: jullie (de rechtervleugel) moeten je mond houden, want dan hadden jullie er maar tot het laatst toe bij moeten blijven.

De gezindheid achter onze critiek

Nu nog een laatste voorafgaande opmerking. Het ziet ernaar uit, dat wij straks nogal ernstige critiek op dit rapport zullen leveren. Toch moet niemand denken, dat wij dat doen, omdat wij menen zelf in dit opzicht de wijsheid in pacht te hebben. We doen dit niet, omdat wij menen, dat wij zelf een Schriftleer kunnen ontvouwen, die alleen zuiver is en boven alle critiek verheven is. Diep ben ik ervan overtuigd, dat de Bijbel Gods Woord is, en dat wij in het levende geloof daarin het onwankelbare fundament hebben voor onze zaligheid. Met het Woord Gods kunnen wij leven en sterven. En tot op vandaag toe bewijst het zijn goddelijke kracht, in de roeping en vernieuwing en het behouden van zondaren. Deze goddelijke kracht komt openbaar in prediking en persoonlijk geloof. Maar als het gaat om een sluitende leer te geven over de Bijbel als Gods Woord, die alle vragen beantwoordt en alle tegenwerpingen overwint, dan moeten wij erkennen, dat dit een uiterst moeilijke opgave is. We belijden het geloof in Gods Woord, met grote vrijmoedigheid. We mogen ook in onze verkondiging de kracht van Gods Woord ervaren. Zowel de gemeente als de prediker zelf. Maar dat is nog wat anders dan een leer aangaande de Schrift ontvouwen. Hier komen vele vragen ter sprake, die soms moeilijk, ja ons te machtig zijn, en waarop we vooralsnog geen afdoend antwoord kunnen geven.

Vanuit dat besef ben ik me ervan bewust, dat het voor een kerk helemaal geen eenvoudige zaak is om tot een gemeenschappelijk getuigenis aangaande de Heilige Schrift te komen. Als wij dus critisch op dit rapport ingaan, is dat niet om de indruk te geven, dat wij het al weten en zij het blijkbaar nog niet of niet meer weten. Veeleer doen wij het met de verwachting, dat hier aan gemeente en theologie hulp wordt geboden in de bezinning omtrent de Schrift. Als wij dan toch ernstige critiek hebben, dan komt dat wat mij betreft vooral daaruit voort, dat we in deze verwachting worden teleurgesteld, en dat bij alle gebrek onzerzijds wij toch menen te moeten zeggen, dat de weg, die dit rapport aanwijst, naar ons inzicht de goede weg niet is. Dit rapport leidt niet tot en helpt niet bij het geloven in en verstaan van de Schrift. Het tegendeel moet ik helaas zeggen. Het verhindert meer dit geloof en dit verstaan. Het leidt meer af van de Schrift dan dat het tot de Schrift leidt. Dit te zeggen, doet me leed. Ik had het zo graag anders willen zeggen. Temeer, omdat aanvankelijk mijn verwachting van het 'Samen op weg' vrij positief gericht was. Nu ik dit rapport gelezen heb, kom ik tot de conclusie, dat ik het 'samen verder', waarover het laatste hoofdstuk schrijft, beslist zó niet kan meemaken. Als de Gereformeerde Kerken de weg gaan, zoals deze in dit rapport wordt vertolkt, dan is dat naar mijn overtuiging de verkeerde weg, die deze kerk (zeker op de duur) tot een dwalende kerk zal doen worden.

Voorlopige conclusie

Toch stel ik dit als een voorlopige conclusie, die ik bij een eerste aandachtige lezing van het rapport meen te moeten trekken. De nu volgende nauwgezette behandeling ervan zal dat al of niet bevestigen. Wel moet ik zeggen, dat mijn eigen conclusie voor mijzelf onwaarschijnlijk voorkwam, nadat ik nog eens de namen las van hen, die dit rapport hebben opgesteld. Ik denk daarbij vooral aan de laatste drie genoemden: J. Veenhof, J. Vlaardingerbroek en H. B. Weijland. De vraag, die bij mij boven is gekomen, is: heb ik me nu zo vergist in mijn oordeel, of zijn deze theologen, die ik hoogacht en van wie ik een 'betrouwbaar' getuigenis aangaande het Schriftgezag verwacht op grond van hun hele theologische werkzaamheid, overstag gegaan en hebben zij zich mee laten nemen door de nieuwe theologische koers, die (steeds) meerderen in de Gereformeerde Kerken voorstaan en die ten diepste, naar mijn oordeel, verwant is met het klimaat van de vrijzinnige theologie?

Maar deze vraag dwingt ons temeer met grote nauwkeurigheid het rapport te lezen en te verstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De aard van het Schriftgezag (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's