De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

A. E. Wilder Smith: Wie denkt moet geloven, (telos-boek); Uitg. Buyten-Schipperheyn, Amsterdam in samenwerking met de Evangelische Omroep, 64 pag., prijs ƒ 2, - .

Is alles ontstaan en voortgekomen uit Gods scheppende handen of is er sprake van toeval? In het laatste geval ontkent men het bestaan van een almachtig God. Maar alle levende wezens zijn zo ingewikkeld gebouwd, dat een ontstaan door toeval is uitgesloten. Toch houden vele geleerden, tegen beter weten in vol, dat er geen sprake is van een God, die alles geschapen heeft. Prof. A. Ernest Wilder Smith legt in het boekje 'Wie denkt moet geloven' evenwel uit, dat alleen een machtig Schepper aan het begin staat van al het leven op onze aarde. Hij doet dit door middel van een discussie tussen primitieve Neanderthalers en moderne mensen van grote geleerdheid. Neanderthalers worden beschouwd als voorlopers van de mens en zijn dus opgenomen in de zogenaamde menselijke stamboom. Maar de primitieve Neanderthalers op Papoea Nieuw Guinea hebben een betere kijk op Gods macht, dan vele hedendaagse geleerden van naam. Wilder Smith laat de Neanderthaler uiteenzetten, dat bijvoorbeeld ingewikkelde computers steeds door een mens zijn voorgeprogrammeerd. Is het zo ook niet met het leven? Bovendien, miljoenen experimenten hebben onomstotelijk aangetoond, dat levende wezens nooit zichzelf hebben voortgebracht, zelfs niet onder de meest gunstige omstandigheden. Op dit vaststaande feit berust zelfs de gehele conservenindustrie. Zou toch af en toe leven in een blik ontstaan, dan zou de industrie voor het conserveren van levensmiddelen totaal onbruikbaar zijn. Prof. Wilder Smith tracht zo in deze korte studie door logisch denken het dwaze van de evolutietheorie aan te tonen. Ook op grond van de moderne wetenschap, met haar experimenten, is het geloof, dat alles door toeval ontstaan is, onhoudbaar.

Het boekje, gedeeltelijk geschreven in de vorm van een sprookje, accentueert de evolutietheorie als een parabel die eveneens niet op waarheid berust. Daarom kunnen wij u deze studie van harte aanbevelen.

J. Slot

A. E. Wilder Smith: Waarom laat God het toe? (telos-boek), Uitg. Buyten-Schipperheyn, Amsterdam, in samenwerking met de Evangelische Omroep, 62 pag., prijs ƒ 2, - .

In dit tweede boekje stelt Wilder Smith een belangrijke en veel gestelde vraag aan de orde, namelijk: Waarom laat God al het leed toe? Waarom laat één en dezelfde God zowel het goede als het kwade gebeuren? Maar God heeft geen marionettenstaat opgericht, aldus Wilder Smith bevolkt met mensen, die onmiddellijk en volledig zijn wil uit-, voeren. God wil Zijn wil niet onder dwang opleggen en het laatste sprankje liefde uitschakelen. Maar liefde wekt juist wederliefde. Wilder Smith wil vanuit de Bijbel een antwoord geven op de vraag wat de zin is van het leven.

J. Slot

Samen door één doop: Boekencentrum Kok 1979, 88 blz., ƒ 5, 80.

Dit boekje samengesteld door de raad van deputaten van Samen op Weg, is vrucht van de 'verheugende ontwikkeling', dat op allerlei plaatsen ook de Doop bediend wordt in gemeenschappelijke diensten. De gescheiden kerkelijke situatie veroorzaakt het denken over de sakramenten als eigenheden, verworvenheden van de verschillende kerkgenootschappen. Het geschrift gaat vervolgens in op de vraag, waar de verschillen ten aanzien van Doopbeschouwing nu eigenlijk zitten, om die verschillen vervolgens op grond van oecumenische principes af te Wijzen.

Er staat verder heel veel goeds in dit boekje, maar in het genoemde ligt de reden van m.i. twee principiële bezwaren, die men ertegen moet aanvoeren:1. de inhoudelijke reden, waarom de Doop nooit tot 'eigenheid van een kerkgenootschap' mag worden verlaagd, ontbreekt; 2. men moet niet vanuit een oecumenische situatie principes beoordelen, maar men moet bij die principes beginnen en zich vervolgens door de bestudering daarvan bij oecumenische vragen laten leiden. In het boekje is de oecumene zelf het leiddinggevend principe.

C. A. Tukker

L. de Blois: Kerk en Vrede in oudheid en middeleeuwen. Kok Kampen 1980, 202 blz., ing., ƒ 27, 50.

Deze bundel is samengesteld door historici van de VU ter gelegenheid van het eerste eeuwfeest. Het is een boeiend boek geworden over een boeiend thema, geschreven op een manier die ook de leek op het terrein van de geschiedwetenschap moet aanspreken.

Wat de kracht is van het boek, is tegelijkertijd de zwakte ervan. Al te gemakkelijk wordt geconcludeerd dat het vroeg-christelijk vredesbegrip een symthese van oudtestamentische, griekse en romeinde noties was (blz. 11) of dat de enige echte beschaving in de tweede eeuw 'het werk van de Griekse geest' was (blz. 22-23). Al te eenvoudig ook lijkt me de verklaring van De Blois over de veranderde houding der christenen t.o.v. militiare dienst en oorlogsvoering (blz. 38 e.v.). Het wegvallen van de heidense cultus voor de genius van de keizer en van de heidense veldtekenen heeft in die verandering een hartig woordje meegesproken. Kramer heeft een zeer evenwichtig artikel over Ambrosius en het thema van het boek geschreven, maar ook vanuit de visie dat het vroege christendom pacifistisch was en dat het tot de zondeval van het christendom (J. Lindeboom) behoort, wanneer dit onder Constantijn en nadien verandert.

Dit oordeel wordt door Davidse in een bijdrage over kerk en vrede ten tijde van de Karolingers herhaald (blz. 78), waarbij dan ook nog aan het begin van de studie de 'constantijnse situatie' zonder meer van toepassing wordt geacht voor het karolingische tijdperk. Van politici verwacht ik zulke slogans, niet van historici.

Heel boeiend zijn de slothoofdstukken van het boek, over vrijwillige armen als vredestichters en wat daar allemaal kerkelijk achteraan komt. Bij Lettinck, die een aanzet wil geven tot het beoefenen van middeleeuwse mentaliteitsgeschiedenis, rond Ordericus Vitalis (plm. 1100), vraag ik me af, waarom de schrijver zich nauwelijks iets gelegen laat liggen aan wat dogmenhistorische studiën te berde hebben gebracht. Zijn we dan zó 'maatschappelijk' gepreoccupeerd, dat de dogmengeschiedenis van de mentaliteitsgeschiedenis nauwelijks meer onderdeel uitmaakt? Kort en goed: een boeiend boek, dat gemakkelijk leesbaar is. maar lijdt aan het euvel van naar mijn gevoel vaak voorbarige conclusies, en ook zulke die niet altijd op het terrein van de historicus liggen. Maar daarover verschillen nu eenmaal de meningen..

C. A. Tukker

Prof. dr. A. Th. van Deursen: Het kopergeld van de Gouden Eeuw, deel 4 Hel en hemel. Van Gorcum, Assen 1980, 148 blz., ƒ 17, 90.

De schrijver van dit boek, prof. Van Deursen, schreef een jaar of zes geleden een boek Bavianen en Slijkgeuzen, waarin hij op een levendige wijze het kerkelijke leven in de 17e eeuw beschreef. Het boekje dat nu voor ons ligt bevat voor een deel dezelfde stof, maar is tegelijk breder van opzet, want men komt er behalve een hoofdstuk over de calvinisten ook een paar hoofdstukjes in tegen over de rooms-katholieken en de doopsgezinden.

Ook nu weer een zeer levendige en aansprekende stijl. Voor liefhebbers van historische boeken een genot om te lezen. Van Deursen heeft getracht het leven van de gewone man in het begin van de 17e eeuw te bereiken. Hij heeft daarbij bronnen ontsloten die gewoonlijk onaangeroerd blijven. Het menselijke in al wat er gebeurde komt heel duidelijk uit. Ook de calvinisten waren, hoe zou het ook anders kunnen, mensen met hun gebreken. Toch blijkt ook telkens weer hoe onmogelijk het is geheel objectief te zijn. Alleen al in het naast elkaar zetten van het een en ander, zit iets relativerends. De achtergrond verdwijnt dan soms uit het gezichtsbeeld. Niet ieder kan alle bronnen geraadpleegd hebben. Als voor de calvinisrische prediking vooral het boek van J. Hartog benut wordt, ja dan moet men wel zeggen dat deze prediking niet zozeer stichtend als wel polemisch was. Maar is het de waarheid? Beter was die preken zelf eens te lezen, en die zijn er wel. Bovendien wat nu 'dogmatiserend' (40) overkomt, had toen een direkte relatie met de beleving van het christelijk geloof. Van Deursen trekt soms in twijfel wat ik bepaald niet in twijfel trek; en kent soms waarde toe aan iets waar ik niet geneigd ben waarde aan toe te kennen. De geestelijke instelling waarmee men de stof benadert zegt ook iets. Maar dit alles neemt niet weg: het is een mooi boekje. En zoals de lezers wel begrepen zullen hebben, de vierde (laatste) in een reeks. Over de vorige deeltjes kunnen wij niet oordelen. Maar die zullen wel even fraai zijn en dus evenzeer te lezen waard.

K. Exalto

Kracht en Troost, Brieven van Calvijn aan vrouwen, Van den Tol, Dordrecht 1980, 84 blz., ƒ 11, 90.

Dit boekje is al een keer in de Waarheidsvriend 'aangekondigd', nu wordt er echter nog even extra aandacht aan geschonken. Calvijns brieven verdienen dat zeker. Ook déze brieven. Calvijn schreef ze aan vrouwen. De portretten van deze vrouwen werden opgenomen in het bundeltje. Het bundeltje zelf is een herdruk. Fijn dat het nu weer beschikbaar is. Opvallend is hoe Calvijn de vrouwen aan wie hij schrijft altijd weer vermaant tot standvastigheid, tot christelijke moed, tot volharding in het geloof, ook al brengt het lijden met zich mee. Er zit in deze brieven niets 'wekelijks', hoewel zij ook bepaald niet 'harteloos' zijn. Er zit wel veel bemoedigends in. Steeds weer zijn het de trouw en de beloften Gods waarmee Calvijn de wankelmoedigen sterkt en troost. Een boekje voor mannen om eens aan hun vrouw of dochter cadeau te doen. Nadere aanbeveling overbodig.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1981

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1981

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's