De Bijbel een Joods Boek? (4)
De Heilige Schrift
De Bijbelse taalwereld is in vele opzichten een totaal andere dan die van ons, die door een Westerse kultuur, sterk beïnvloed door het Griekse denken, is gestempeld. De Bijbel benadert de dingen veel meer als een geheel, analyseert niet op intellectuele wijze, ziet de dingen in hun totaliteit. De Bijbel maakt geen tegenstelling tussen stof en geest, hemel en aarde, ziel en lichaam. Daarom is verlossing in de Bijbel ook iets, dat heel het menselijke bestaan raakt. We zagen, dat dit Bijbelse denken de Joodse denkwereld diep heeft bevrucht. In dit opzicht noemden we de Bijbel een typisch Joods Boek. En zo zou er nog wel een aantal dingen te noemen zijn, waaruit ons duidelijk kan worden, door hoeveel misverstanden wij moeten heenboren om werkelijk in de Bijbelse taalwereld terecht te komen, een wereld, nogmaals, waardoor het Joodse leven zo zeer, de eeuwen door, is gevormd. Nu is het altijd weer een worsteling geweest om het eigene van de Bijbelse woorden en de Bijbelse taal in termen van een andere kultuur en in woorden van een andere taal weer te geven. Deze worsteling is al begonnen met de vertaalarbeid van de Septuagint, de vertaling van naar men zegt zeventig Joodse mannen, die in de tweede eeuw voor Christus het Oude Testament in het Grieks hebben overgezet. Hoevaak hebben ook deze vertalers van de Bijbel al niet moeten zoeken naar woorden, die het minst belast waren met vreemde inhouden, met heidense voorstellingen. Door vertalingen kunnen o zo gemakkelijk misverstanden worden oproepen.
De Bijbelse taalwereld is in vele opzichten een totaal andere dan die van ons, die door een Westerse kultuur, sterk beïnvloed door het Griekse denken, is gestempeld. De Bijbel benadert de dingen veel meer als een geheel, analyseert niet op intellectuele wijze, ziet de dingen in hun totaliteit. De Bijbel maakt geen tegenstelling tussen stof en geest, hemel en aarde, ziel en lichaam. Daarom is verlossing in de Bijbel ook iets, dat heel het menselijke bestaan raakt. We zagen, dat dit Bijbelse denken de Joodse denkwereld diep heeft bevrucht. In dit opzicht noemden we de Bijbel een typisch Joods Boek. En zo zou er nog wel een aantal dingen te noemen zijn, waaruit ons duidelijk kan worden, door hoeveel misverstanden wij moeten heenboren om werkelijk in de Bijbelse taalwereld terecht te komen, een wereld, nogmaals, waardoor het Joodse leven zo zeer, de eeuwen door, is gevormd. Nu is het altijd weer een worsteling geweest om het eigene van de Bijbelse woorden en de Bijbelse taal in termen van een andere kultuur en in woorden van een andere taal weer te geven. Deze worsteling is al begonnen met de vertaalarbeid van de Septuagint, de vertaling van naar men zegt zeventig Joodse mannen, die in de tweede eeuw voor Christus het Oude Testament in het Grieks hebben overgezet. Hoevaak hebben ook deze vertalers van de Bijbel al niet moeten zoeken naar woorden, die het minst belast waren met vreemde inhouden, met heidense voorstellingen. Door vertalingen kunnen o zo gemakkelijk misverstanden worden oproepen.
Het eenzijdige en genadige verbond van God
Eén voorbeeld daarvan willen we nog noemen. En moge dat voorbeeld er dan goed voor zijn om duidelijk te maken, dat de Joden zelf (c.q. de 70 mannen van de Septuagint) het gevaar van devaluatie van de Bijbel in de overdacht naar buiten toe wel degelijk hebben besefd. Tegelijk ook moge dat voorbeeld ons duidelijk maken, dat het Joodse Boek (de Bijbel ) door het Joodse volk bepaald niet altijd op gelijke wijze is verstaan.
Het is het voorbeeld van het woord verbond. In de Hebreeuwse Bijbel is dat het woord 'berith'. En dat woord duidt een éénzijdige wilsbeschikking van God aan, waarbij om zo te zeggen de liefde van één kant, van Gods kant komt. Een prachtwoord om de genade van God tot uitdrukking te brengen. De mens valt hier met al zijn verdiensten radikaal buiten. Hij kan dat verbond Gods slechts in stille verwondering en diepe ootmoed aanvaarden en dan ook nog alleen, omdat Gods Geest dat verbond in het hart legt, doof Gods wet in het binnenste in te graveren (Jer. 31).
Om dat alles nu te kunnen vasthouden heeft de vertaling van de zeventig (Septuagint) het Griekse Woord 'diathèkè' voor het Hebreeuwse 'berith' gebruikt, hoewel eigenlijk het woord 'synthèkè' (het Griekse woord voor verbond) voor de hand lag. Maar dit Griekse voor de hand liggende woord was geladen met de gedachte van het kontrakt, een overeenkomst tussen twee gelijkwaardige partners. Daarom kon het niet dienen om de eenzijdige en genadige beschikking van God in het verbond met Israël uit te drukken. Dit woord moest worden verworpen om geen verkeerde gedachten te wekken. Het woord 'diathèkè' was beter, al was ook dit woord eigenlijk niet precies, wat het woord 'berith' wilde zeggen. Want 'diathèkè' immers was meer een woord, dat in de Griekse wereld gebruikt werd voor iemands laatste wilsbeschikking (testament). En zo is dan voor het woord verbond (via het Latijnse 'testamentum') onder ons het woord testament in gebruik gekorpen. En zo spreken wij dan van het Nieuwe Testament of verbond der genade, dat in Christus bloed is gegrond en bekrachtigd, zoals oudtijds ook elk verbond door bloed werd gegrond en bekrachtigd.
Israël lijmt de scherven van een werkverbond aan elkaar
Met dit éne voorbeeld, nl. van het woord verbond, maken we dan nu duidelijk, hoe ontstellend moeilijk het altijd is geweest om de Bijbel een andere taal te laten spreken dan die van het Hebreeuws. We hebben er tegelijk mee aangetoond, hoeveel moeite Joodse mannen (de vertalers van de Septuagint) zich hebben getroost om het eenzijdige en genadige in de verbondsbetrekking tussen God en Zijn volk ook in hun woordkeus over te dragen. Maar mogen wij daar dan ook het volk der Joden in onze dagen weer aan herinneren? Mogen we dat volk er ook aan herinneren, dat het boek der Joden zelf ons de verlossing en bevrijding van de zonde predikt als een zaak van een eenzijdige en genadige beschikking van God? Mogen wij dat volk toch vooral ook vragen om te letten op de worsteling van deze zeventig mannen uit zijn eigen midden om het verbond Gods niet te devalueren tot een verdienstelijk kontrakt? En dan vragen wij opnieuw: Heeft Israël zijn eigen boek verstaan? Jezus heeft eens gezegd: 'Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen' (Joh. 5 : 29). Heeft Israël het verstaan? Waarom verstaat het niet, dat Jezus Christus de hoogste uitdrukking van dat eenzijdige en genadig verbond van God is? Waarom leeft het nog steeds, alsof het mogelijk is om de scherven van een verbroken werkverbond weer bij elkaar te garen en aan elkaar te lijmen?
Enige tijd geleden hadden wij met een twintigtal theologen uit Nederland en zg. seminar in Israël. Tijdens dat seminar hoorden we hedendaagse rabbi's spreken over het verbond en de verkiezing, een thema, dat ons uiteraard als vertegenwoordigers van de christelijke kerk bijzonder interesseerde. Helaas, wat zij zeiden over het verbond klonk ons nogal eens onbijbels en ook 'on-Joods' in de oren. Soms leek het er sterk op, dat het verbond naar hun inzicht veel meer een overeenkomst was tussen Jahweh, de God van Israël en het Joodse volk, waarbij van hen, dat Joodse volk gevraagd werd, dat zij het met hun werken, hun gehoorzaamheid en trouw waarmaakten. Zelfs beweerde één van deze rabbi's, dat Abraham als verbondspartner Gods door de Heere was uitverkoren, omdat Hij zo'n voorbeeldig mens was, die zo hartstochtelijk bewogen was bv. over Sodom. Dus verkiezing op grond van de werken? Dus niet meer dat verbond, dat gegrond is in de eenzijdige, genadige, verkiezende liefde Gods? 'Niet uit de werken, opdat niemand roeme.'
Verstaat gij ook hetgeen ge leest?
Maar dan vragen wij weer, met des te meer klem: 'Heeft Israël het verstaan?' Heeft Israël het nog steeds niet verstaan, dat de lijdende Knecht des Heeren van de Jesaja-profetieën geen ideaalbeeld van het Joodse volk kan zijn, hoezeer het Joodse volk ook geleden heeft (denk aan de Holocaust), zelfs dit lijden toch dit volk niet verzoenen kan en omdat alles, wat in Jesaja 53 van deze lijdende Knecht des Heeren gezegd wordt, zo verheven, zo geweldig, zo Goddelijk is, dat het nooit op Israël kan slaan. Hoe lang zal Israël zich nog maar steeds groothouden voor God in eigengerechtigheid? Hoe lang zal dit volk nog maar steeds leven bij het grote misverstand, nl. dat het verbond een werkverbond is en mede rust in wat wij presteren? Maar zolang ook ligt hier de grote kloof tussen het Joodse denken en... nee, zeg nu niet 'ons', zegt nu ook maar: de openbaring Gods in die Joodse Bijbel. En dan zouden wij met dat Joodse volk toch graag om die éne Bijbel willen gaan zitten en smekend om de leiding van Gods Geest, willen vragen: 'Verstaan wij ook, hetgeen wij lezen?' 'Wij bidden, u, van wie zegt de profeet dit?' (Hand. 8 : 29, 34). Als de Bijbel dan toch een Joods boek is, 'dan roepen wij Israël op, wel wetend, aan hoeveel misverstanden wij zelf blootstaan: Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Christus getuigen' (Joh. 5 : 39).
Het verbond komt eenzijdig van Gods kant. En het is nooit anders gegarandeerd geweest dan in het bloed der verzoening. Volk van God, Israël, waar is toch bij u het bloed der verzoening? Waar is dit verbond?
De klaagmuur en de roep om verlossing
Het Joodse volk roept en kermt bij de klaagmuur op iedere vrijdagavond om de Messias, om verlossing, zicht-en tastbaar. Wij roepen daar ook om. Want wij zuchten in onszelf naar de volle openbaring van het kindschap Gods. En de ganse schepping zucht mee.
Daarin voelen wij ons verbonden met het Joodse volk. Maar wat ons gescheiden houdt, is de vraag naar het hoe, de weg, waarlangs die verlossing komt. En om die vraag opgelost te krijgen, moet een volk, het Joodse volk en moeten ook wij het leren, dat het verbond aan duizend stukken ligt, als 't van onze trouw, van onze werken afhangt. En we moeten het leren, dat God niettemin Zijn genade heeft doorgezet in Jezus Christus, in Wiens verzoenend bloed het eenzijdige genadeverbond werd bekrachtigd. Er is geen andere Verlosser dan Hij. 'Hij is Degene, die komen zou en wij verwachten geen ander.'
Het spoor van Abraham, vader aller gelovigen
In Hem ligt de verlossing vast. Het leven wordt nieuw. En al gist het in mijn hart: 'Ik ellendig mens' en al breekt er nog zoveel stuk in de wereld, het geloof heeft in deze Christus het onderpand van de verlossing van hemel en aarde. Er is gelukkig meer dan een klaagmuur. Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere. En zo kan een schuldig en arm volk van zwervelingen met Abraham mee over de aarde. De verlossing ligt vast in Gods onfeilbaar Woord, in het vleesgeworden Woord. Abraham had daar voor zijn vlees ook niet al te veel zicht-en tastbare bewijzen van. O ja, aan 't eind van Sara's leven en aan 't eind van zijn eigen leven: een paar vierkante meter land, de begraafplaats Machpela. Dat was alles. Daar lagen toen twee mensen, die de stad met fundamenten verwacht hadden. Daar lagen toen twee mensen, die het altijd vast en zeker hadden geloofd, dat zij als zachtmoedigen de aarde erf'lijk zouden bezitten. Dat had God beloofd. En dat kwam en dat komt echt goed. Daar wordt voor gezorgd van Gods kant. De Bijbel is een Joods Boek, het boek van deze vader aller gelovigen, het Boek van Gods eenzijdig trouwverbond aan Israël, nooit te schenden.
Heeft Israël het verstaan? Hebben wij het verstaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's