De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Dat is toch niets voor zulke mensen!' (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Dat is toch niets voor zulke mensen!' (1)

10 minuten leestijd

Het blijkt dat er in onze samenleving (én de vrees ook in onze Christelijke gemeenten) een aantal opvattingen leven die je het accepteren van de gebrokenheid van je lichaam extra moeilijk maken.

Op zaterdag 14 maart 11. werd in Nijkerk een hervormd-gereformeerde vereniging voor gehandicapten opgericht. Dit initiatief lag in het verlengde van de vacantieweken voor gehandicapten, die de laatste jaren zijn verzorgd door de Bond van Ned. Herv. Vrouwenverenigingen op g.g. Voorzitter van het voorlopige bestuur is ds. H. Harkema (Brakel). Het secretariaat berust bij mevr. M. J. Stoutjesdijk-van Driel, Hervormde Pastorie te Harskamp.  Op de oprichtingsvergadering sprak mevr. drs. J. van der Knijff, werkzaam aan het instituut voor verstandelijk gehandicapten 'De Hartenberg' te Wekerom, over het thema 'Dat is toch niets voor zulke mensen? '  We geven in twee afleveringen, de tekst van dit referaat, dat indringend ingaat op de plaats van de gehandicapte in de christelijke gemeente, door. Op deze wijze mag dat wat in Nijkerk aan de orde kwam een breder kring bereiken.

Redactie


Mensen met een handicap in de Christelijke gemeente

Er heerst een diepe stilte in de konsistorie-kamer. De dominee vouwt de brief die hij zojuist heeft voorgelezen langzaam dicht. Eén voor één kijkt hij de aanwezige heren aan. Nog steeds grote stilte...

"Nu broeders, wat denken jullie ervan? '

"Daar moet ik eens even goed over nadenken', zegt iemand. 'Ja maar', komt dan een aarzelende stem: 'Dat is toch niets voor zulke mensen. Een kerkeraadslid in een rolstoel! Ik weet niet wat ik daar van denken moet!'

Een gebeurtenis die zich in elke gemeente kan voordoen. Ook in de gemeente waar u vandaar komt. Iemand met een handicap is voorgedragen om zitting te nemen in de kerkeraad. En men is duidelijk verlegen met het geval. Vooral in de reaktie van het kerkeraadslid proefje iets van een kloof: 'dat is toch niets voor zulke mensen'. Uit het woordje 'zulke' komt naar voren dat er voor hem mensen en mensen bestaan. In dit woordje klinkt iets door van een beoordeling. En ditmaal betreft de beoordeling iemand die een lichamelijke handicap heeft. Deze wordt daarmee (ongewild) afgescheiden van andere mensen. Van welke mensen? Van gewone mensen misschien? U begrijpt wel dat er in dat ene zinnetje een wereld van gedachten zit. Gedachten over mensen die een handicap dragen.

Mensen met een handicap in de Christelijke gemeente

Als we deze middag over de gehandicapten spreken, bedoelen we daarmee mensen met een lichamelijke handicap. Ik ben me ervan bewust dat ik in algemeenheden spreek: ieders situatie is uniek. Maar toch kunnen we wel enkele algemene aandachtspunten doen oplichten die samenhangen met het onderwerp. Het is niet mijn bedoeling om richtlijnen aante geven hoe wij als gehandicapten en niet-gehandicapten met elkaar om moeten gaan. Als we dat, zouden proberen lopen we een gevaar dat ik aan een voorbeeld wil illustreren:

Iemand stelt de volgende vraag aan een duizendpoot:

'Hoe krijg je het toch voor elkaar om op duizend poten tegelijk te lopen zonder dat ze in de knoop raken? ' De duizendpoot antwoordt: 'Dat kan ik zo niet zeggen, maar ik zal er eens goed over nadenken!'

En dan is het onheil geschied. Want vanaf het moment dat hij dat wil gaan verklaren kan hij letterlijk geen poot meer verzetten.

Zo kan het ook ons gaan als wij diep gaan nadenken over hoe wij met elkaar om moeten gaan. Omgaan met elkaar is niet het toepassen van allerlei regeltjes. Als we dat wel doen raken we alleen maar verkrampt en verliezen we onze spontaniteit.

Omgaan met elkaar is veel meer leven vanuit een gemeenschappelijke basis. Vanuit een diep besef dat we eikaars mede-mensen zijn. En waarom zijn wij elkaars medemensen?

Omdat wij een gemeenschappelijk Schepper hebben, de HEERE God. Hij heeft ons gemaakt.

In Genesis 1 lezen we, als God de mens geschapen heeft: En God zag al wat hij gemaakt had en ziet, het was zeer goed.

We weten hier allemaal dat dit niet zo gebleven is. De harmonie in de schepping is verstoord doordat de meris Zijn Schepper heeft losgelaten. De gebrokenheid van de schepping zien we wel zeer in het bijzonder openbaar komen in de kroon op de schepping: de mens. Niemand van ons ontkomt daar aan: ieder moet in zijn of haar leven vroeg of laat de gebrokenheid van zijn lichaam ervaren. En dat geeft strijd! Vraag is nu hoe wij leven met de realiteit van deze gebroken schepping. Buigen we er onder en drijft het ons uit naar de Heere Jezus of proberen wij op onze manier onder deze realiteit uit te komen door desnoods een schijnwereldje op te bouwen.

Voorbeelden

Het blijkt dat er in onze samenleving (én de vrees ook in onze Christelijke gemeenten) een aantal opvattingen leven die je het accepteren van de gebrokenheid van je lichaam extra moeilijk maken. Ik noem er een aantal en zal dit met voorbeelden duidelijk maken.

Dit zou ik willen aanduiden met: 'Doe je wat, dan ben je wat'. Wij beoordelen elkaar vaak op wat we presteren. Dan gaat het er niet om wie je bent, maar wat je doet. Hoe bedreigend is het b.v. niet voor iemand om zijn baan kwijt te raken. En dat is ook geen kleinigheid.

Maar het feit dat men daar bang voor is komt meestal niet in de eerste plaats door angst voor verlies aan inkomen, maar door angst niet meer voor waardevol te worden aangezien. Als je niets presteert ben je immers niets!

De tweede opvatting heb ik eens als volgt horen uitdrukken: 'Heel veel mensen gaan gebukt onder de terreur van het gaafheidsideaal'.

'De wereld is zo mooi!' Dit wordt ons in allerlei toonaarden voorgehouden en voorgeschoteld. Zodanig dat we bijna gaan geloven dat het echt de werkelijkheid is. Ik denk aan de reklame: Wat zien we daar voor mensen? Super gave aantrekkelijk uitziende mensen. Een lach op hun gezicht tovert een puntgaaf 'ultrabrite' gebit te voorschijn. Gelukkige gezinnetjes, rijdend in een glanzende wagen langs idyllisch plekjes prijzen ons slank-makende en jong-houdende waren aan. Boeken die grif over de toonbank gaan eindigen altijd in een happy end. De meisjes zijn er altijd mooi en de mannen altijd stoer en schatrijk.

We worden met deze dingen vol gegoten. En zegt niet daar laat ik me niet door beïnvloeden. Staat u nooit voor de spiegel en kijkt spijtig naar uw afstaande oren of kromme neus?

Ik noem een derde opvatting.

'Heb maar moed het komt wel weer goed.'

Dit is vaak de troost waar wij elkaar mee op de been trachten te houden. Daar getuigen b.v. ook veel liedjes van: eens komt de tijd dat alles beter gaat. En gelukkig komt er ook veel goed in deze wereld. Maar lang niet altijd. Er zijn zoveel dingen die niet goed komen in het leven. Dat is met het leven gegeven.

Een vierde opvatting die ons denken beïnvloed is: Als je gewoon bent en doet is het goed.

Je moet in onze samenleving voldoen aan een aantal normen voordat men je als een volwaardig lid van deze samenleving accepteert. Mensen die buiten de maat zijn vallen er buiten. Als je niet doet wat iedereen doet ben je een buitenbeentje. Als je er niet ongeveer zo uitziet, als iedereen ben je ook een buitenbeentje.

Denk rnaar aan het verschijnsel 'mode'. Als je daar niet aan meedoet val je spoedig uit de toon. En wie valt er graag uit de toon? Dus, doen we mee. Ik noem nog een laatste opvatting.

Je moet je schamen voor je zwakheden.

Het 'grote mensen huilen niet' is een veel gehoorde opmerking in onze samenleving. Het vervelende is dat het niet bij een opmerking blijft, maar ook in de praktijk wordt toegepast.

Hoe vaak zie je niet mensen met verkrampte gezichten bij het graf staan van iemand die hen lief is? Huilen? Dat doe je toch niet in het openbaar! Neen dan liever de kiezen op elkaar. Wat dit betreft kunnen wij veel leren van de Oosterling. Hij huilt en klaagt als hij verdriet heeft en zijn vrienden huilen en klagen mee.

Bij ons is er moed voor nodig om niet moedig te zijn. Een lastige paradox.

We zien dat we allemaal door deze opvattingen beïnvloed worden. Wij beoordelen de mens (en dus ook onszelf) niet op wat hij is, maar op allerlei kenmerken: zijn prestaties, zijn bezit, zijn baan, zijn huwelijk, zijn uiterlijk en noemt u maar op.

We kunnen ons ook allemaal stoken aan deze opvattingen als het ons niet zo voor de wind gaat in het leven. Echter iemand met een handicap staat wel extra kwetsbaar in deze dingen. Daar zullen we nu nog iets over zeggen. Als je als gehandicapte net zo denkt als hierboven beschreven is, dan zul je het extra moeilijk hebben om met je handicap te leren leven.

Als je b.v. vindt dat je pas waardevol bent als je iets presteert. Wat moet je dan als je hoofd het enige lichaamsdeel is dat je kunt bewegen. Als je rolstoel je benen zijn en het verpleeghuis je thuis is?

Als je vindt dat je pas waardevol bent als je er normaal uitziet. En je rechterhand ontbreekt? Als je vindt dat je je moet schamen voor zwakheden en jouw lichaam het toonbeeld van zwakheid is?

Ik noem het voorbeeld van Joni Earreckson. Misschien kent u haar boeken wel en zo niet dan kan ik ze u van harte aanbevelen.

'Dit meisje was tot haar 18e jaar een meisje als de meeste anderen. Zij ging naar school, hielp haar vader op de boerderij, was sportief en haar lievelingssporten waren zwemmen en paardrijden.

Dan breekt de dag aan waarop haar leven binnen een fractie van een seconde radicaal veranderd wordt. Zij duikt in ondiep water en breekt haar nek. Gevolg is, dat zij tot aan haar nek verlamd raakt. Zij kan niet meer lopen, niet meer naar school, niet meer zwemmen. Als we ons denken laten beheersen door het boven genoemde dan:

- kan ze niet veel meer presteren

- ziet ze er niet zo mooi uit

- weet ze dat het niet meer goed komt, tenzij er een wonder gebeurd

- kan ze lang niet voldoen aan wat men gewoon vindt

- is ze uiterlijk een toonbeeld van zwakheid

U ziet wel dat er dan weinig meer overblijft voor dit meisje. En toch geeft zij de moed niet op! Zij raakt er na veel strijd van overtuigd dat zij waardevol is. En waar baseert zij dat op? Op de diepe overtuiging dat God haar waardevol vindt. Hij leidt haar leven. Haar waarde wordt bepaald door het feit dat Hij haar Schepper is en zij de Heere Jezus als haar Heiland leert kennen. Zij leert dat de mens niet bepaald wordt door wat hij kan, maar door dat waartoe hij geroepen is.

Het gaat er echter niet alleen om hoe mensen met een handicap over zichzelf denken. Als mensen in het algemeen hun denken laten beheersen door bovengenoemde opvattingen dat zullen zij ook op een bepaalde manier tegen gehandicapten aankijken. Als je vindt dat je waarde als mens voor een belangrijk deel bepaald wordt door b.v.

- de prestaties die je levert

- de funktie die je bekleedt

- je uiterlijke verschijning

- de kracht van je lichaam.

Dan zul je het erg moeilijk vinden om mensen met een handicap als gelijkwaardige partner te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Dat is toch niets voor zulke mensen!' (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's