Een beproefd prediker (3)
Ds. B. van der Wal (1864-1924)
Hij wilde naar het woord van de Spreukendichter 'naarstig zijn om het aangezicht zijner schapen te kennen, en daarin zijn hart op de kudden te stellen' (Spr. 27 : 23).
In de gemeente
Daarin was zijn manier van optreden ook op de man af, met al de risico's daaraan verbonden.
Hij wilde naar het woord van de Spreukendichter 'naarstig zijn om het aangezicht zijner schapen te kennen, en daarin zijn hart op de kudden te stellen' (Spr. 27 : 23). Hoe zagen ze er van binnen uit? Sommigen wilden niet graag gesteld worden voor een stellig onderzoek naar de persoonlijke verhouding tot God en naar de oprechtheid van hart en wandel.
'k Herinner me het verhaal van iemand, die het huisbezoek naderbij zag komen en tijdig z'n maatregelen nam door de benedenverdieping te ontruimen met het verzoek aan de buren, aan de dominee te vertellen, dat hij verhuisd was!
Iemand wilde het huisbezoek afweren met er op te wijzen, dat hij 'er zo uit zag'. Het antwoord van mijn vader was: dat is niet erg; je ziet er van binnen veel erger uit. Maar dat viel niet in goede aarde!
Het is wel gebeurd - het was bij de bestraffing van een man, die zijn geld verdronk en zijn vrouw armoede liet leiden - dat mijn vader dankbaar was voor het gezelschap van een potige ouderling. Bestraffing van grove volkszonden en diepgewortelde verkeerde gewoonten bezorgden soms reacties, die van haat getuigden. Ik denk aan een prentbriefkaart met een gezicht er op met een slot door de mond.
Het allerergste wat ik me herinner is een verhaal van een met bloed geschreven brief, ondertekend 'uit de hel'. Daar zat de haat in van de duisternis tegen het ontdekkende en bestraffende licht.
Dit optreden van mijn vader kwam niét voort uit een zekere neiging om over de gewetens van de mensen te heersen, maar vanuit de overtuiging, dat de gemeente geroepen was het gezag van de Koning der kerk te erkennen met hart en wandel.
De Heere Jezus heeft Zijn discipelen erop voorbereid, dat de trouw in het uitoefenen van hun ambt zou leiden tot conflicten. Er heeft nu eenmaal een Scheiding der geesten plaats door de prediking zelf, maar ook rondom de Sacramenten. Mijn vader heeft dat vooral ervaren in verband met het Sacrament van de Heilige Doop. Bij het Sacrament van het Heilig Avondmaal censureert de gemeente voor een groot deel zichzelf. Bij de Doop wordt veel minder beseft, dat de grond, waarop men treedt, heilig land is, het aantal kinderen, dat vroeger geboren werd en aangegeven, was heel wat groter dan tegenwoordig. Daardoor presenteerden velen zich als doopouders, die 'onder christelijke naam onchristelijke leer of leven voerden' (Heid. Cat. Zondag 31). Het was mijn vader onmogelijk de ogen hiervoor te sluiten. Hier waren ernstige vermaningen en desnoods tijdelijke afwijzing en censuur op hem plaats. Maar dit leidde dan wel tot felle tegenstand. Het is wel gebeurd, dat een doopvader zich hevig beklaagde over de moeilijkheden, die hem op weg naar de doopvont in de weg werden gelegd en boos de vergadering wilde verlaten, zich beroepende op andere gemeenten, waar de hele doopzitting zich beperkte tot het noteren van de nodige gegevens. Maar mijn vader ging voor de deur staan, zeggende: u kunt weggaan, maar u zult eerst erkennen, dat ik mij aan uw zieleheil meer gelegen heb laten liggen, dan degenen, op wie u zich beroept.
Dit klemde voor mijn vader te meer, omdat hij een afkeer had van het zich afscheiden van de Hervormde kerk vanwege haar vele en grote gebreken. Hij wilde in de kerk der voorgeslachten blijven staan en door de kracht en het gezag van het Woord door de werking van Gods Geest het bederfwerende zout stellen. En dat was niet tevergeefs.
De school
Een ander strijdtoneel was dat van de school.
Mijn vader zag in toenemende mate de Openbare School prijsgegeven aan het ongeloof. Slechts hier en daar in kleine dorpsgemeenschappen kon een vorm van onderwijs in het Evangelie een plaatsje vinden.
Dat was geen wonder. De Schoolwet van 1857 had de bijl aan de wortel van de boom gelegd. En wanneer de bijl dan toeslaat en de boom valt zijn niet opeens alle bladeren dor. Hier en daar blijft misschien nog lang een twijgje over, waaraan groene blaadjes zitten. Maar ook die zijn op den duur tot verdorren gedoemd. In de Schoolwet stond: de onderwijzer onthoude zich iets te doen of te leren, wat in strijd is met de godsdienstige begrippen van andersdenkenden.
Zulk een wet laat eigenlijk geen dagelijks onderricht in het Woord en geen gebruik van christelijke leermiddelen toe. Een ongelovig onderwijzer heeft in de Openbare School altijd de wet aan zijn kant; de gelovige leerkracht in die school ziet, krachtens diezelfde wet zijn goedbedoelde pogingen steeds in gevaar gedwarsboomd te worden door een klacht uit de kring van 'anders denkenden'. Mijn vader placht zijn kijk op het schoolprobleem nogal wat scherp te formuleren met te zeggen: de Openbare School is erger dan de herberg. In de laatste kan, wie dat wil, z'n Bijbel lezen en bidden zonder dat het hem kwalijk genomen wordt. De Openbare School biedt daartoe principieel geen vrijheid ondanks de weinige uitzonderingen door tolerantie. Maar Christus' gezag mag niet afhankelijk zijn van menselijke tolerantie en toevallige situaties. Van meet af aan moet het recht van Zijn koninklijke heerschappij vast staan.
Daarbij hingen voor hem kerk en school, beide onder het gezag van dezelfde Christus, ten nauwste samen, zoals ook het laten dopen van z'n kinderen en de schoolkeuze vóór die kinderen. Dit resulteerde in zijn uitgesproken voorkeur voor Hervormde kerkeraadsscholen. In dit met kracht voorgestane en tot praktijk gebrachte standpunt was al weer veel conflictstof gegeven.
De zwaarste strijd
Maar de zwaarste conflicten waren die, die op het slagveld van zijn eigen hart werden uitgevochten.
Want deze man was een geboren zondaar. En ook al zijn geloof en bekering, wedergeboorte en nieuw leven realiteiten, die diep en beslissend ingrijpen in het verborgen en in het openbare leven des mensen, zonde en ongeloof zijn daardoor niet als bij toverslag en totaal uitgebannen. Het vlees begeert tegen den Geest.
Het leven van de heiligen uit Oud-en Nieuw Testament getuigt daarvan. Maar ook het onderricht van Christus aan Zijn discipelen en Zijn uitwerking ervan door de brieven der apostelen.
Dat mijn vader geen volmaakt mens en dat ook niet op een geforceerde mamer wilde zijn, was gemakkelijk te constateren. Hij was iemand als een open boek. Alle 'gemaakte' vroomheid was hem een gruwel. Daarom was hem bv. de figuur van Luther zo aantrekkelijk. De waarheid Gods was voor hem wel bovennatuurlijk, maar niet onnatuurlijk.
Maar dat betekende niet de zwaarste strijd in zijn leven. Die lag in zijn binnenste. In één van zijn brieven aan zijn schoonouders, klaagt hij, dat het de laatste tijd zo verschrikkelijk dor en doods is geweest, ja, alsof hij het zonder God wel stellen kon. Maar dan schrikt hij weer van zijn eigen toestand en van de diepte van zijn tekort tegenover God. Hij weet dan wel, dat het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Maar die wetenschap spreekt soms niet zo sterk in hem, dat het hem kan opbeuren en vertroosten. Hij begeert er naar, dat de levensvonk weer zal worden aangeblazen. Dan ontvonkt ook weer de hoop in het hart. En dan is het, zo schrijft hij, of we Jezus stem weer horen: 'Komt allen tot Mij, gij belast en beladenen, gij verdrukten, dóór onweder voortgedrevenen.' En: 'Jezus' stem weer te horen stemt tot boetedoening, tot berouw, tot overgave des harten. Dan is er Eèn, Die niet is als wij, als mensenkinderen, Die mildelijk geeft en niet verwijt. Die niet zevenmaal, maar zeventig maal zeven vergeeft.'
Soms denkt hij: moet dat predikant worden! Neen, dat kan zo niet. 'Somwijlen gevoel ik me zo onbekwaam, dat de vraag opkomt, of het maar niet béter was het te laten varen'. Maar daartoe heeft hij ook geen vrijmoedigheid. Hij heeft gehoord, dat de Kapelstraat (waarin hij immers in Utrecht woonde), vroeger Kreupelsteeg heette. Nu die naam paste beter bij zijn gang op het geestelijke pad. Toch is zijn klagen het tegendeel van wat hij wel eens noemde met een dode tong over de ellende klagen. Het is de klacht van een hart, dat snakt naar verandering. Het was de vorst der duisternis, die hem graag in het donker zou willen houden. Van diens bestrijding had hij op allerlei manieren last. Tot op de kansel toe. Ik heb hem wel eens horen zeggen: 'Op de kansel, midden onder de verkondiging van het Evangelie kan het zijn, alsof er een spotduivel naast me staat.'
Ik denk hierbij aan een opmerking, die ik dezer dagen las op een blaadje van de G.Z.B. Wie nooit last van de duivel heeft, heeft geen lust in Christus. Alleen - die Christus kwam ongehavend uit de strijd, waarin wij zoveel wonden oplopen. Zijn strijd alleen en niet de onze is de grond van het geloof.
Binnenkamer
Maar in die binnenkamer lag ook het geheim van zijn kracht. Ik lees in één van zijn brieven, dat hij soms uren in gebed kon zijn. Dan werd hij niet moe van de verborgen omgang met God. Daarbij waren zoveel namen die hij op het hart droeg en die hij opdroeg aan de troon der genade. Bijna al zijn brieven getuigen daarvan. Maar dat waren uren waarin hij veel ontvangen mocht van de liefde Gods in Christus, uren, waarin hij niet alleen begeerde gesterkt te worden in de zekerheid een kind Gods te zijn en kracht te ontvangen om als een kind Gods te mogen leven in persoonlijk en ambtelijk leven. Maar waarin het hem alleen maar goed was om bij God te zijn (Ps. 73).
Dan kon het verlangen stijgen om uit dit leven weggenomen te worden. Zelfs vlak voor de voltooiing van zijn studie. Maar ook later.
In die binnenkamer ligt het geheim van zijn kracht en opgewektheid ook in zijn arbeid. Want, hoewel hij in zijn zeer persoonlijke brieven veel schrijft over zijn persoonlijk leven, hij heeft altijd de vermaning van de Heere Jezus ter harte genomen en toegepast: 'maar gij, als gij vast, zalf uw hoofd en wast uw aangezicht'.
De overheersende trek in zijn dagelijks optreden was die van een blijde opgewektheid. Ik meen te mogen zeggen: in toenemende mate. Na het spreken over zijn roeping en over zijn beproevingen, wil ik nu nog graag iets mededelen over zijn gezegende arbeid in de gemeenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's