De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele opmerkingen over echtscheiding (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele opmerkingen over echtscheiding (1)

7 minuten leestijd

Het is mijn bedoeling om in deze artikelen de kwestie bijbels, principieel te doorlichten en daarnaast de practische en juridische kanten te bespreken.

In het nummer van dit blad van 8 juni 1978 staat een discussie vermeld tussen drs. A. van Brummelen en drs. E. S. Klein Kranenburg naar aanleiding van een artikel in de Waarheidsvriend van 4 mei 1978 van de hand van eerst genoemde, in de serie 'ambtelijke zorg voor het gezin'. Aanleiding tot deze discussie vormde met name de door drs. Van Brummelen gebezigde uitspraak, dat de geest van het moderne denken zonder meer de echtscheiding propageert.

Het is niet mijn bedoeling om op deze discussie nader in te gaan. Ik ben overigens van mening, dat de standpunten van Van Brummelen en Klein Kranenburg niet zo ver uit elkaar liggen. Mijns inziens bestaat er tussen beide scribenten slechts een verschil in benaderingswijze. Van Brummelen beoogde slechts het moderne cultuurbeeld te schetsen, waarin het gesaeculariseerde denken de overhand heeft, terwijl Klein Kranenburg naar voren wilde brengen, dat het vroeger ook niet alles was.

De uitdrukking, dat het moderne denken zonder meer de echtscheiding propageert, vind ik niet zo gelukkig. Niemand juicht namelijk de echtscheiding toe, laat staan, dat deze wordt gepropageerd. Men behoeft zich slechts de nare situaties te realiseren, die door een echtscheiding plegen te worden teweeggebracht. Daarom zal ook de moderne mens nimmer tot echtscheiding aanmoedigen.

Toch zitten we met het verschijnsel van de echtscheidingen, waar we niet om heen kunnen. We hebben er nu eenmaal mee te maken, dat één op de vier huwelijken, die worden gesloten, weer door echtscheiding wordt ontbonden. Niemand kan zeggen: dat raakt ons niet. Ook in kerkelijke kringen, ook in onze eigen kringen, worden we er mee geconfronteerd. Deze zaken kunnen niet zo maar met een ja of neen worden afgedaan. Er ligt op dit punt een enorm stuk nood, zowel sociaal als geestelijk. Deze nood vraagt om hulp en bezinning. We dienen ons in deze kwestie uit te spreken en onszelf en de naaste rekenschap te geven, en wel in de eerste plaats op grond van hetgeen de Bijbel erover zegt. Met de Bijbelse boodschap dienen we in te gaan op deze noden.

De discussie tussen Van Brummelen en Klein Kranenburg was voor mij aanleiding tot het schrijven van deze artikelen. Dit te meer, daar ik als advocaat in de praktijk dagelijks met echtscheidingen en de gevolgen daarvan te maken heb.

Het is mijn bedoeling om in deze artikelen de kwestie bijbels, principieel te doorlichten en daarnaast de practische en juridische kanten te bespreken.

Het huwelijk

Aan iedere echtscheiding is logischerwijs een huwelijk voorafgegaan. In het verband van deze artikelen is het daarom nodig voor het goede begrip om eerst enkele regels aan het huwelijk op zich te wijden. Men verwachte echter geen breedvoerige beschouwing daarvan, daar we anders te ver van ons onderwerp afdwalen.

Het huwelijk is een instelling van God. Geen menselijke instelling en niet iets, dat door bepaalde omstandigheden is ontstaan, geen cultuurproduct. Ook is het huwelijk niet één van de meerdere samenlevingsvormen, welke mogelijk zijn en die allemaal hun voor-en nadelen hebben. Het huwelijk, het gezin is de enige door God bedoelde en ingestelde vorm van samenleving tussen man en vrouw.

Het huwelijk is gegeven bij de schepping. Man en vrouw schiep Hij hen. Het huwelijk hoort bij de schepping, vloeit uit de schepping voort, doch niet uit de herschepping. Het is één van de bloemen, die ons uit het paradijs zijn overgebleven. Ook het huwelijk is echter door de zonde aangetast, zoals alle gaven Gods door de duisternis der zonde bedekt zijn. Daarom komt pas door de herschepping, vanuit het nieuwe leven in Christus, het huwelijk goed tot zijn recht. Eerst vandaar uit valt het juiste licht erover.

Niettemin hoort het huwelijk bij de schepping en niet bij de herschepping en de verlossing. Daarom kan het huwelijk ook nooit een sacrament zijn, zoals de R.-K. kerk leert. Het vloeit immers niet voort uit de verlossing.

Bovendien zal in de voleinding der eeuwen het huwelijk opgeheven zijn. Het is alleen maar verbonden met de aardse bedeling. De Heere Jezus heeft gezegd in het gesprek met de Sadduceeërs: 'De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven. Maar die waardig geacht zullen zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden'.

Het vasthouden van de bijbelse lijnen kan ons behoeden voor enerzijds een onderschatting en voor anderzijds een overschatting van het huwelijk. Het dient in zijn juiste, bijbelse proporties te worden gezien. In het licht van de Bijbel zullen we ook het onderhavige onderwerp, de echtscheiding hebben te bezien.

De Schrift en de echtscheiding

Voorop dienen we te stellen, dat het huwelijk op grond van de Heilige Schrift in beginsel onontbindbaar is. Slechts de dood vermag scheiding te maken. Daar is het zevende gebod van de Wet des Heeren, dat een zeer duidelijke taal spreekt: Gij zult niet echtbreken. Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Zo spreekt de Heere Jezus zelf (Matth. 19 : 6).

Niettemin komt in de Bijbel ook de echtscheiding ter sprake, en we! op de volgende plaatsen.

Deuteronomium 24

Allereerst Deuteronomium 24 : 1-4. 'Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis." (vers 1). Wanneer deze vrouw nu opnieuw trouwt met een andere man en deze laatste man zendt haar evenzo weg of hij sterft, dan zal die eerste man haar niet weer terug mogen nemen. Dat zou immers een gruwel zijn voor het aangezicht des Heeren. Aldus kort de verdere inhoud van deze pericoop. We mogen dit allerminst zien als een toelating van de echtscheiding in het algemeen. Dan zou dit schriftgedeelte een vrijbrief zijn voor overspel. En op overspel stond toch in de Mozaïsche wetgeving de doodstraf. Veeleer is het omgekeerde het geval. Mozes geeft deze regels juist ter inperking van de echtscheiding. Het aangehaalde schriftgedeelte behoort tot de burgerlijke wetgeving van Israël, die beoogde paal en perk te stellen aan verkeerde gewoonten, die ook in Israël verbreid waren. Dr. F. W. Grosheide merkt in zijn commentaar op Mattheüs 19 op: Wegzending van de vrouw werd in het oosten algemeen geoorloofd geacht. De Israëlieten, hard van hart, waren met de gewoonten van hun tijd en omgeving meegegaan. En nu komt de burgerlijke wetgeving althans enige verbetering brengen en zegt: een scheiding in Israël, tenzij voor het minst aan de formaliteiten behoorlijk is voldaan. ' (Commentaar op Mattheüs, Kok Kampen).

Mozes heeft dus aan de man, die zijn vrouw wegzond, bevolen de scheidbrief te geven. Zulks niet om de echtscheiding te legaliseren, en geoorloofd te rnaken, doch om deze terug te dringen. Deze scheidbrief was een document, dat de man voorzien van zijn handtekening aan zijn vrouw overhandigde en waarbij de huwelijksband werd doorgesneden. In deze scheidbrief werd de vrouw weer haar volledige vrijheid teruggegeven om te gaan en te staan, waar zij wilde en om eventueel met een andere man te trouwen. Meerderen, waaronder Calvijn, veronderstellen, dat deze scheidbrief een getuigschrift van kuisheid was, dat de man aan zijn vrouw overhandigde. Hiermee erkende de man dus, dat de schuld van de scheiding bij hem lag en dat zijn vrouw niets te verwijten viel, zodat voor een nieuw huwelijk haar niets in de weg zou staan. De scheidbrief was alzo een getuigenis tegen de man zelf, die hem aan zijn vrouw had gegeven.

In dit licht is het te verstaan, dat de onderhavige ordinantie van Mozes juist ten doel had om het gebruik van de echtscheiding, althans het wegzenden van de echtgenote, in Israël te beperken en terug te dringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Enkele opmerkingen over echtscheiding (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's