'Dat is toch niets voor zulke mensen!' (2)
Mensen met een handicap in de Christelijke gemeente
Er is een ontwikkeling gaande die probeert de gehandicapte uit zijn isolement te halen.
Misschien zegt nu iemand: 'Ben je nu toch niet een beetje pessimistisch bezig? Er worden toch geweldige dingen gedaan voor de gehandicapten, aangepaste woningen worden gebouwd, drempels worden letterlijk verlaagd... Dit jaar is toch door de Verenigde Naties uitgeroepen, tot het jaar van de gehandicapten! Er is toch wel iets gaande. Het is waar! Er is een ontwikkeling gaande die probeert de gehandicapte uit zijn isolement te halen. En dat is verheugend! Maar het feit, dat een jaar van de gehandicapten nodig is zegt al zoveel. Ook dat benadrukt toch weer de gehandicapten als aparte groep in de samenleving. De wat-kan-ik-voor-u-doen-mentaliteit wordt daarmee toch weer aangewakerd. Het initiatief is goed zolang er in doorklinkt, wat kunnen we met elkaar doen! En dat proberen we deze middag ook te benadrukken.
Hoe leeft dit alles nu binnen de Christelijke gemeenten?
Denkt men daar anders over het gehandicapt zijn dan buiten de kerk?
De Bijbel leert ons wel anders. Ik denk aan Jesaja 40 waar we lezen: Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid is als een bloem des velds. Het gras verdort en de bloem valt af, als de Geest des Heeren daarin blaast.
Ook Psalm 90 getuigt van de vergankelijkheid van de mens. In 2 Kor. 12 kunnen we lezen wat Paulus te horen krijgt als hij drie maal gebeden heeft om verlost te worden van de doorn in zijn vlees: 'Mijn genade is u genoeg, want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. '
Ik denk ook aan 1 Cor. 12 waar gesproken wordt over de verscheidenheid van gaven: vers 21: het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet van node; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet van node. En vers 25: Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander zorg dragen. Voor elkander zorg dragen!
De Bijbel ademt hier de wederkerigheid. Het gaat er niet in de eerste plaats om dat de sterkere alleen maar voor de zwakken zorgt. Maar de sterken en de zwakken zijn er voor elkaar. Anders is het lichaam niet volledig.
Tot nu toe is het in de Christelijke gemeente erg stil om de gehandicapte. En dat is geen goed teken. Ik denk dat er ook daar nog veel veranderen moet. Te veel wordt er ook daar nog gekeken naar wat je kunt, wat voor functie je hebt en noemt u maar op. En de gehandicapte wordt dan te veel vastgepint op zijn handicap; hoe vaak hoor je in dit verband niet spreken over iemand die 'ongelukkig' is. De mens achter de handicap wordt snel vergeten. Men ziet te veel naar dat wat voor ogen is.
Frappant
Een frappant voorbeeld ben ik herhaaldelijk tegengekomen in de tijd, dat prinses Christina in het huwelijk trad. Heel vaak hoorde ik toen de opmerking: Hij zal het toch niet om haar geld doen? ! Zo'n knappe kerel met zo'n vrouw! Met zulke ogen!
De prinses wordt beoordeeld op haar ogen. Alles wat ze verder nog heeft wordt vergeten; dat ze oren heeft om te horen, een stem om te troosten, handen om te zorgen, kortom wat ze is wordt vergeten. Dat je met bijna blinde ogen net zo kunt liefhebben als ieder ander schijnt voor sommigen bijna ondenkbaar te zijn.
Dat de gehandicapte ook in de Christelijke gemeente nog te weinig als volwaardige partner wordt gezien blijkt uit vele dingen.
Eredienst
Ik neem de eredienst als voorbeeld. Veel kerken zijn moeilijk toegankelijk voor een rolstoel. Hoge stoepen en veel drempels markeren het kerkgebouw. In de kerk bevinden zich vaak veel deuren met ook daar weer drempels.
Opvallend is ook dat je als rolstoelrijder bijna altijd in het gangpad moet zitten. Dit is voor veel mensen een teer punt. Je staat dan voor je gevoel letterlijk te kijk en ook wat buiten de gemeenschap.
Mijns inziens moet het toch niet veel moeite kosten om op diverse plaatsen in de kerk een stukje van de bank af te halen, zodat de gehandicapte zich tussen de mensen kan begeven. Denk niet dat dit overdreven is. Dergelijke kleine zaken kunnen een huizenhoge barrière betekenen voor iemand met een handicap. Is het u ook nooit opgevallen dat je tijdens de kerkdienst eigenlijk weinig gehandicapten ziet?
Ik wil in aansluiting hierop even praten over het medium kerktelefoon. In vele gemeenten wordt hiervan gebruik gemaakt. En op zich is het voor langdurig zieken een prachtig vervangingsmiddel. Maar een gehandicapte is in de meeste gevallen niet ziek! Natuurlijk kunnen er redenen zijn dat je echt niet naar de kerk kan gaan. Maar besluit men soms niet te snel om iemand kerktelefoon te geven?
Een voorbeeld:
Een bejaarde dame wordt steeds slechter ter been. Op een dag krijgt zij een diaken van de kerk op bezoek. Zij vertelt hem dat het gaan naar de kerk steeds moeilijker wordt.
'O, maar mevrouw dat is toch geen probleem! Dan krijgt u toch kerktelefoon. Dan kunt u de preek iedere zondag in uw eigen huis beluisteren.'
Het lijk de ideale oplossing. Maar wordt hier het doel van de kerkgang niet erg eng gesteld? De kerkgang is toch niet alleen het aanhoren van de preek! De kerkgang is ook het lijfelijk aanwezig zijn; het samen opgaan, het samen zitten, het samen bidden, het samen zingen. Kortom; de kerkgang is ook een stuk gemeenschap der heiligen beleven. En dat gaat voor een deel verloren via de kerktelefoon. Misschien was de bovengenoemde dame ook geholpen geweest met een gemakkelijke stoel of met iemand die haar kon komen halen.
Ik ga nog een stapje verder.
Mensen die spastisch zijn maken veel bewegingen waar zij geen controle over hebben. 'Neen' zegt men snel: 'kerkgang is niets voor zulke mensen!' En misschien zeggen velen van hen het zelf ook wel: Neen, dat is niets voor ons, dan storen we anderen.
Ik weet dat er grenzen zijn. Maar mensen weren uit de eredienst omdat zij storend zijn... En bovendien, wat is storend? Vergeten wij dan niet hoe snel we aan iets wennen? De eerste keer valt iemand op, de tweede keer al minder, de derde keer is men er aan gewend. Mensen zijn zo ongelofelijk flexibel! Laten we dat benutten. Daarom moeten we niet te snel naar een gemakkelijke oplossing als kerktelefoon grijpen. Liefde maakt vindingrijk, wordt er wel gezegd. Dat er dan zowel van de zijde van de gehandicapten als van de zijde van de niet-gehandicapten maar veel creativiteit aan de dag gelegd mag worden om elkaar te vinden in de eredienst.
Ambtsdrager?
We komen nu ook even terug op het voorbeeld waar we vanmiddag mee begonnen zijn. Kan de gehandicapte ambtsdrager zijn? Natuurlijk moeten we rekening houden met de belemmeringen die iemand heeft. Het is b.v. moeilijk om met een rolstoel huisbezoeken af te leggen, omdat in negen van de tien huizen de deuren te smal zijn om goed met een rolstoel te kunnen manoeuvreren.
Maar er zijn natuurlijk wel andere taken in het ambtswerk. Waarom benutten we b.v. de rijke levenservaring van veel gehandicapten niet. Wij vinden zo gauw iets 'gek'. Maar waarom moet iets zo snel 'gek' zijn als het anders is dan gewoon?
Misschien zegt u weer: schilder je het nu niet wat te zwart af allemaal? Dat is mogelijk! Ik hoop dat u feiten weet die voor het tegendeel pleiten. Ik probeer slechts de vinger te leggen bij de zwakke plekken in onze samenleving, in onze gemeenten. Zodat we er met elkaar over na gaan denken!
Er is veel nood!
Dat is gebleken uit de enquête die gehouden is. Mensen zijn eenzaam. Hebben behoefte aan contact.
Het is fijn dat in de achterliggende jaren de vakantie-weken mogelijk waren. Maar het is niet genoeg! Men heeft behoefte aan meer. Naast die ene week zijn er nog 51 weken in een jaar.
Zo is ook het initiatief voor de vereniging ontstaan. Op zich is dit een goed initiatief. Maar zoals het initiatief tot het uitroepen van het jaar van de gehandicapten iets over onze samenleving zegt, zo zegt dit initiatief iets over onze gemeenten. Het zou niet nodig moeten zijn! Dat er mensen vergeten worden is schuld! Schuld die goed gemaakt moet worden en ik denk ook goed gemaakt kan worden. Met nadruk moeten we stellen dat het er niet om gaat dat de niet-gehandicapte nu eens extra gaat zorgen voor de gehandicapte. Neen het is een zaak die de gemeente als geheel aan gaat of je nu gehandicapt bent of niet. Al veel te lang is de gehandicapte alleen als de passieve, de zorgbehoevende gezien. Terwijl we in wezen stuk voor stuk zorgbehoevend zijn, al is het dan misschien op verschillende terreinen. Het gaat om een gedachtenverandering van ieder van ons. Als gehandicapte moet je leren anders over jezelf en anderen te gaan denken. Je moet leren dat je handicap maar een deel van je wezen is. Dat menselijke mogelijkheden veel verder gaan dan sterke spieren of een rappe tong.
Als niet-gehandicapte moet je ook leren anders over jezelf en anderen te denken. Je moet leren hoe kwestbaar je niet-gehandicapt zijn is. Eén ongemak, één ziekte is genoeg om je tot gehandicapte te maken. Besef ook datje in je krachtig zijn volledig afhankelijk bent van de Grote Helper. Als hij je geen lucht in de longen gaf? Wat dan? Dit besef zal ons leren anders te denken over elkaar, en zal ons creatief maken om elkaar mogelijkheden te bieden niet elkaar op te trekken.
Het gaat er ook niet alleen om in de gemeente dat gehandicapten elkaar leren, kennen, maar dat gehandicapten en niet-gehandicapten met elkaar optrekken. Dat ze leren gebruik te maken van eikaars mogelijkheden en, heel nuchter, leren rekening te houden met elkaars onmogelijkheden. Het gaat om de vraag of de gehandicapte in de gemeente een lifter of een reisgenoot is.
Als je als lifter met iemand meerijdt sta je als vreemden tegenover elkaar. Je kent elkaar niet. Je bent niets aan elkaar verplicht! Omdat de tijd dat je samen bent maar kort is, kom je er niet toe elkaar beter te leren kennen. Als bestuurder is het je enige plicht de lifter op de afgesproken plaats te laten uitstappen. De dienst is eenzijdig van de bestuurder aan de lifter. Van de lifter wordt slechts veracht, dat hij dank-u-wel zegt.
Reisgenoten
Als reisgenoten ben je heel anders met elkaar op weg. Samen maak je plannen voor de reis. Je draagt wederkerig zorg voor elkaar tijdens de reis. Je bent elkaar tot een hand en een voet. Je bent op elkaar betrokken omdat liefde of vriendschap je samenbindt.
Voelt u het verschil?
Als de gehandicapte in de gemeente slechts een lifter is die je een dienst bewijst, dan is het geen wonder dat men snel de conclusie trekt van die ouderling uit het begin van ons verhaal: 'dat is toch niets voor zulke mensen'. Maar als je elkaars reisgenoten bent dan leef je vanuit dezelfde basis en deze basis bindt je samen: het diepe besef, dat God ieder mens zo laat leven als Hij het goed vindt. Dat Hij aan ieder van ons gaven geeft en beperkingen oplegt.
Dan is Hij onze Grote Reisgids en ons kompas is Zijn Woord. Daaruit weten we, dat er zonder Zijn wil geen haar van ons hoofd vallen zal en dat Hij ons leidt door alles heen. Ik wens u allen een gezegende reis toe èn een behouden thuiskomst!
mevr. J. v. d. Knijff
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's