Metterdaad en in waarheid
Evangelisatie in 1982
Door de groeperingen, die bij de enige tijd geleden opgerichte Evangelische Alliantie (E.A.) zijn aangesloten, is het jaar 1982 uitgeroepen tot evangelisatorisch jaar.
Door de groeperingen, die bij de enige tijd geleden opgerichte Evangelische Alliantie (E.A.) zijn aangesloten, is het jaar 1982 uitgeroepen tot evangelisatorisch jaar. De Hervormde Bond voor Inwendige Zending, die ook betrokken is bij de Evangelische Alliantie zal op eigen wijze aan deze evangelisatiecampagne meedoen, evenals groeperingen als Youth for Christ, het Leger des Heils, deBijbelkioskvereniging, de Navigators, Tear Fund en het Instituut voor evangelisatie (de Nederlandse tak van Campus Crusade for Christ). Elk van deze groeperingen zal een eigen wijze van benadering hebben in deze evangelisatiecampagne. Het één zal ons meer 'liggen' dan het ander, maar het belangrijkste is, dat in een gezamenlijke campagne ons volk, waarin zovelen van evangelie en kerk vervreemd zijn, en wel geconfronteerd gaat met de ene Naam, die tot behoud is gegeven.
Kritiek
Intussen is er forse kritiek op deze campagne losgekomen, nl. in een nota, die is opgesteld door de afdeling evangelisatorisch werk van Kerk en Wereld (het instituut voor apostolaat van de Hervormde Kerk) en het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken. De bijbelse boodschap zou worden versmald in de te voeren campagne, 'omdat de opbouw van missionaire kerken wordt verstoord en omdat veel niet-christenen uit woede over deze benaderingswijze (van de groepen in de E.A., v. d. G.) nog meer van de kerken en het evangelie zullen worden vervreemd'. Wat de kritiek betreft citeren we het Hervormd Weekbulletin:
'In de eerste plaats moet men zich bij evangelisatiewerk, aldus de opstellers van de nota, afvragen of er zorgvuldig wordt omgegaan met de Bijbel. De Bijbel, aldus de opstellers, is geen losse verzameling van teksten, maar een bibliotheek van 68 bijbelboeken.
In de tweede plaats moet de vraag gesteld worden of er zorgvuldig wordt omgesprongen met mensen. De benadering van mensen in het evangelisatiewerk dient met respect te gebeuren. Het gaat er niet alleen om mensen te bekeren.
In de derde plaats moet men zich bij evangelisatie altijd de vraag stellen of er voldoende rekening wordt gehouden met maatschappelijke omstandigheden. Problemen als armoede en onrecht krijgen in de Bijbel veel aandacht. Daarom kan ook het evangelisatiewerk niet om deze problemen heen.
In de vierde plaats dient men zich af te vragen of de gemeenschap gediend wordt met bepaalde evangelisatieactiviteiten. Evangelisatiewerk mag niet gebruikt worden als hefboom om bepaalde christenen uit te stoten of als middel tot scheiding en conflict.
In de vijfde plaats moet er op gelet worden dat er gewerkt wordt volgens de methode van het proces. Dat wil zeggen dat evangelisatie geen incidenteel gebeuren mag zijn. Evangelisatie vraagt om een permanente inzet van kerken en christenen, om een missionaire gemeente. Massale acties die in korte tijd een hele buurt of plaats op zijn kop zetten, zijn voor een opbouwproces niet vruchtbaar.
In de zesde plaats móet de vraag gesteld worden of het Koninkrijk Gods centraal staat. In de Bijbel gaat het over het komende Rijk van God. Daarbij gaat het om veel meer dan alleen om de persoonlijke relatie met God.'
'Voor wat betreft 'Projekt '82' komen de opstellers van de nota tot de conclusie dat op geen van de zes vragen een bevredigend antwoord kan worden gegeven. Over de Bijbel wordt alleen gezegd dat deze als het onfeilbare woord van God aanvaard moet worden. Een veelheid van teksten wordt losgepeld uit de context en wordt zonder meer overgeplaatst naar onze tijd. Ook mak, en de samenstellers van de nota zich ongerust over de wijze waarop men van plan is mensen aan te pakken. Er wordt gebruik gemaakt van een reclame-achtige aanpak en de niet-christelijke omgeving wordt afgeschilderd als een omgeving van moreel verval, die in ons land afschuwelijke vormen begint aan te nemen. Gesprekken met mensen worden in sterke mate voorgeprogrammeerd, van gelijkwaardige ontmoeting en gesprek is geen sprake. In 'Projekt '82' komen maatschappelijke verhoudingen niet voor. Over armoede, onrecht en onvrijheid wordt met geen woord gerept. Nergens licht het bijbels perspectief van het Koninkrijk Gods op. De bijbelse boodschap wordt versmald tot de persoonlijke relatie met God. Ook de opbouw van de missionaire gemeente wordt in deze campagne niet gediend. De plaatselijke medewerkers worden alleen gebruikt als uitvoerders van een nationaal programma. Gevreesd moet worden, aldus de opstellers van de nota, voor de voortgang van het bestaande evangelisatiewerk, voor de tegenstellingen die deze eenzijdige actie zal oproepen en voor het gat dat na afloop van deze actie valt.'
Deze kritiek, dat is duidelijk, is niet mals. Zoals al eerder gebleken is, namelijk bij het project Zending in Nederland (toen de IZB niet mee kon gaan met de daarin voorgestane visie op evangelisatie), wordt ook uit déze kritiek duidelijk hoezeer we in kerkelijk Nederland op twee sporen zijn terecht gekomen als het gaat om de benadering van ons volk met het evangelie. Bij het project Zending in Nederland was de kritiek van de IZB, dat de maatschappelijke vragen de noodzaak van de persoonlijke bekering wegdrukten. Nu zeggen zij, die het project Zending in Nederland geleid hebben, dat in de evangelisatorische aanpak van 'Projekt 82' de maatschappelijke verhoudingen niet voorkomen en 'de bijbelse boodschap wordt versmald tot de persoonlijke relatie met God'.
Brummelkamp
Kort geleden verscheen ook een boekje over de 'kijk op evangelisatie en werken aan een missionaire gemeente'. De schrijver ervan, dr. J. D. te Winkel, die zelf stafmedewerker is van het eerder genoemde evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken, wil in dit boekje duidelijk maken wat de achtergrond ervan is, dat men ook binnen de Gereformeerde Kerken dmgen anders is gaan bekijken en anders is gaan doen, terwijl dat toch alles te maken heeft met 'wat onze voorouders bedacht en gedaan hebben'. In dat boekje, getiteld 'Metterdaad en in der waarheid' grijpt hij dan terug op Anthony Brummelkamp, de bekende man van de Afscheiding, aan wiens graf W. H. Gispen zei, dat de uitdrukking 'metterdaad en in der waarheid' een lievelingsuitdrukking van Brummelkamp was. Het ging deze afgescheidene om woord en daad. Van het doen, het leven van Brummelkamp ging een getuigenis uit, aldus Te Winkel. Hij zegt: 'Eigenlijk heeft Brummelkamp weinig of niets over evangelisatie in de enge betekenis van het woord geschreven, maar vanwege de passie die zijn hele leven beheerst heeft om de eer van God op alle terreinen van het leven te dienen, heeft hij toch aan evangelisatie gedaan. Dat kwam uit in zijn daden, in zijn levenshouding en zo ook in brochures die hij over de problemen van zijn tijd het licht deed zien. Zo is hij te typeren als een evangelist, als een missionaris in de brede betekenis van het woord'.
En de zoon van Brummelkamp zegt over zijn vader:
'De nood der armen en behoeftigen ging hem zeer ter harte... De waarheid dat we niet eigenaars, maar rentmeesters van ons goed, rekenplichtig aan den Gever zijn, lag hem diep in de ziel...
Hulpvaardigheid en vriendelijkheid was een karaktertrek bij hem. Op bijna elk gebied van christelijke, kerkelijke en maatschappelijke belangen vond men hem werkzaam. Hij had door Gods genade een oog en hart, een ziel en hand voor eiken nood, voor elk belang. Onwrikbaar vaststaande op den bodem van Gods Woord, boog hij zich over en stak hij zijne hand uit tot allen, die hij benaderen kon en diende hen, gedreven door de liefde Christie.'
Hij was een man, zo concludeert Te Winkel, die niet als de orthodoxen van zijn dagen 'de boze wereld' al had afgeschreven..
De vraag, die na lezing van dit boekje van Te Winkel, komend uit de kring van de kritiek van Project '82, bovenkomt is of nu b.v. Brummelkamp als scheidsrechter in het geding, dat thans aan de orde is over evangelisatie, mag worden te hulp geroepen. En wel op een zodanige wijze, dat de beslissing uitvalt ten gunste van hen die thans het evangelisatiewerk met name zullen, op de noemer van het Koninkrijk Gods, waarin het gaat om recht en gerechtigheid, en die hen in gebreke stellen, die evangelisatie versmallen tot 'persoonlijke relatie met God'.
Oneigenlijke tegenstelling
Me dunkt dat in dit alles sprake is van een oneigenlijke tegenstelling. De bekering van de mens bestaat in afsterving van de oude mens en in de opstanding van de nieuwe mens, zegt de Heidelbergse Catechismus. En opstanding van de nieuwe mens heet dan 'Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil Gods in alle goede werken te leven'. Het is nu eenmaal onmogelijk, dat wie Christus door een waar geloof is ingelijfd niet zou voortbrengen vruchten van dankbaarheid. Als zodanig is wat we hierboven van Brummelkamp weergaven uit het hárt gegrepen. Maar intussen staat ook recht overeind, dat deze prediker, door Te Winkel geschetst als 'innemend, vriendelijk, ruim in de omgang, bereid om over kerkmuren heen te kijken, geen scherpslijper...' (vruchten van bekering!) ten aanzien van de Hervormde Kerk van zijn dagen uitdrukkingen bezigt, waarbij ons hervormde hart ineenkrimpt; als hij namelijk gispt degenen die 'de waarheid niet verkondigen' en hen 'moordenaars der zielen' noemt; en als hij elke predikant die wordt afgezet feliciteert met de uitreiking van zijn 'diploma'. Brummelkamp mocht dan gehandeld hebben naar het devies 'in noodzakelijke dingen eenheid: in het niet-noodzakelijke vrijheid; in alles liefde', het ging hem ook om de waarachtige bekering.
Geen versmalling
Als de kritici van 'Project '82' zeggen; 'het gaat er niet alleen om mensen te bekeren' dan kunnen we op ónze beurt vragen: gaat het er toch nog wél om mensen te bekeren? Of gaat het evangelie toch op in maatschappelijke vragen? En wordt de mens als zondaar voor God, die eenmaal gesteld zal worden in het gericht, wel voldoende ernstig genomen? We mogen elkaar best bevragen over onze methode van evangeliseren, over 'het' benaderen van de van God vervreemde mens met het evangelie. Als dit 'reclameachtig gebeurt', als het gaat om massale.acties, die 'een buurt op de kop zetten' en niets nalaten, als het inderdaad gaat om versmalling tot een soort bekering, die geen effect heeft naar buiten, of als inderdaad alleen individuen worden opgeroepen tot bekering en er geen oog is voor de maatschappelijke vragen, waardoor mensen kunnen worden benauwd en kapot geslagen, dan is er iets grondig mis. Maar als achter de aandrang tot evangelisatie niet meer zit de gedachte van het 'wee mij als ik het evangelie niet verkondig of het 'wij bidden u van Christuswege: laat u met God verzoenen', dan is er méér mis. Want het mag dan onmogelijk zijn dat wie Christus door een waar geloof is ingelijfd geen vruchten der dankbaarheid voortbrengt, het is nog méér onmogelijk, dat wie Christus niet door een waar geloof is ingelijfd wél vruchten der dankbaarheid voortbrengt.
Wanneer we de forse kritiek lezen, die vanuit Kerk en Wereld en van het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken wordt geleverd op Project '82 (welke feiten daar ook in aan te wijzen zijn), dan komt onweerstaanbaar de vraag op of de bewogenheid over de 'zielen' nog wel wordt gevonden. Als het gaat om 'de waarachtige bekering' blijkt er toch wel sprake te zijn van een beslissend moment in de evangelisatorische aanpak. Intussen laten we ons niet verleiden om de versmalling, die Kerk en Wereld ons aanwrijft ons ook werkelijk te laten aanleunen. Het gerechtvaardigde leven vraagt ook om een geheiligd leven; persoonlijk én in het geheel van de samenleving.
Tenslotte zet ik nog een uitroepteken (of een vraagteken) bij de zinsnede in het rapport van Kerk en wereld en van het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken, waarin gesproken wordi over 'bijbelteksten, die zonder meer worden overgeplaatst naar onze tijd'. Welke gedachtengang moeten we daarachter vermoeden? De Schrift wordt immers in onze tijd nogal voor de rechtbank van de menselijke rede gesteld! En waarom zou de oproep van Paulus 'laat u met God verzoenen' daar dan ook nipt vallen?
Men zie: dr. J. D. te Winkel: Metterdaad en in der waarheid; Uitgave J. H. Kok, Kampen, 136 pag., ƒ 19, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's