De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Cornelis baron van Zuylen van Nijevelt (1777-1833) 1

Bekijk het origineel

Cornelis baron van Zuylen van Nijevelt (1777-1833) 1

10 minuten leestijd

Aangezien hij meer betekend heeft dan over het algemeen bekend is, en hij toch behoort tot het beeld dat wij ons moeten vormen van onze kerk aan het begin van de 19e eeuw, willen wij in een paar artikelen iets vertellen over zijn persoon, en nog meer over zijn beginsel, waaraan hij uitdrukking heeft gegeven in enkele nog al geruchtmakende brochures.

Interesse 19e eeuw

Het zal wel niet toevallig zijn, dat althans in ons eigen land de 19e eeuw, dus de eeuw die direct aan de onze voorafgaat, heden zoveel belangstelling geniet in het kerkhistorisch onderzoek.

Nog verleden jaar verschenen er twee lijvige boekwerken over het Nederlandse Reveil, waaraan namen verbonden zijn als die van Da Costa, Capadose en Groen van Prinsterer. Een andere belangrijke studie over een figuur uit de vorige eeuw was die van dr. Schram over Willem van den Bergh. En dan was er ook nog het boek (dissertatie) van collega Van Brummelen gewijd aan Van Oosterzee, ook een negentiende-eeuwer.

De 19e eeuw heeft mee, dat er nog zoveel van te achterhalen is. Het was de tijd dat er nog geen telefoon was en dus veel geschreven werd. Briefwisselingen bieden steeds ontzaggelijk veel interessant materiaal. Onze eigen tijd is er arm aan. Dat zal een volgende generatie het niet gemakkelijk maken zich een juist beeld te vormen van de tijd die wij heden beleven en van de gedachten, waarbij wij vooral denken aan de meest intieme gedachten, van hen die nu nog leven of sinds kort zijn heengegaan.

Pluraliteit

Maar er is stellig meer wat velen boeit in de 19e eeuw. Er is in die eeuw zoveel gebeurd en ook zoveel gezegd en geschreven en gedaan dat nog altijd doorwerkt, tot op het heden toe. Meer dan de eeuwen ervoor biedt de 19e eeuw een heel prospectus van meningen en gedachten. De eenheid is ver zoek. Er zijn meerdere kerken en groepen. Er zijn allerlei stromingen en bewegingen. Niet zodra is er iets beweerd of het wordt ook weer tegengesproken. Het is een eeuw van veel strijd.

De moderne theologische stromingen hebben zo goed als allen hun wortel in de 19e eeuw. Er mogen voorlopers van geweest zijn in de 18e eeuw of nog eerder, de voldragen vrucht aanschouwen wij pas in de 19e eeuw.

Er waren ettelijke theologische scholen. Die van de Groningers, die van de Modernen, die van de Ethischen, die van Doedes en Van Oosterzee in Utrecht, later die van de Vrije Universiteit. Er ontstonden richtingen. Nog maar net na de 19e eeuw ontstond de Gereformeerde Bond. Wij hebben het nu nog maar alleen over Nederland. Betrokken wij het buitenland er bij dan werd het alles nog gevarieerder.

Gereformeerde orthodoxie

En temidden van dat alles heeft zich toch in ons land de Gereformeerde orthodoxie weten te handhaven. Aan de universiteiten was zij zwak of helemaal niet vertegenwoordigd. Maar des te meer onder het gewone kerkvolk. Zij heeft ook herhaaldelijk stem gekregen. De mannen van het Reveil hebben zich laten horen, maar zij niet alleen.

In ons blad heeft al eens een hele reeks artikelen gestaan over 'Zij die bleven', en daar waren dan predikanten mee bedoeld. De titel van deze serie zegt al, dat er dus ook waren die niet bleven, en dan denken wij aan de Afgescheidenen, van allerlei soort. En ook onder hen leefde de Gereformeerde religie; ja juist terwille daarvan hebben zij zich afgescheiden. De rechtzinnigheid was dus niet dood. Men mocht het van vrijzinnige kant hopen, het was toch niet zo. Zelfs niet aan het begin van de 19e eeuw, toen wij nog maar net de patriottentijd en de napoleontische overheersing achter de rug hadden. Toen ons als Hervormden een nieuwe kerkorde werd opgedrongen, en toen ons volk aan de Jan Salie-geest scheen overgeleverd.

Er waren in die eerste jaren niet alleen nog predikanten als Schotsman, Molenaar en meer andere; en er was niet alleen een Bilderdijk met zijn school, er waren ook nog andere, minder bekende gemeenteleden, die min of meer verwant met de Reveilfiguren, in elk geval op een geheel eigen wijze, protest aantekenden tegen de geest der eeuw en tegen hetgeen er in de kerk gaande was. Eén van deze gemeenteleden is geweest de man wiens naam boven dit artikel staat afgedrukt: Cornelis baron van Zuylen van Nijevelt.

Aangezien hij meer betekend heeft dan over het algemeen bekend is, en hij toch behoort tot het beeld dat wij ons moeten vormen van onze kerk aan het begin van de 19e eeuw, willen wij in een paar artikelen iets vertellen over zijn persoon, en nog meer over zijn beginsel, waaraan hij uitdrukking heeft gegeven in enkele nog al geruchtmakende brochures.

Levensloop

Over zijn levensloop kunnen wij kort zijn. Onze baron stamde af van een oud Nederlands geslacht. De titel die hij droeg doet denken aan de adel. Volgens H. Algra (Chr. Encyclopedie) is nog in 1822 de adeldom van het geslacht waaruit Cornelis van Zuylen voortkwam erkend. Eén uit het geslacht mocht de titel graaf voeren, de andere heetten baronnen. Algra stelt dat Cornelis gestorven is in 1831, maar dat is een vergissing, het was 1833, zoals mevr. Kluit (Het Reveil in Nederland) terecht verbetert.

Cornelis heeft vier broers gehad, die tegelijk ook zijn geestverwanten waren. De eerste heette Jacob Abraham, hij was in zijn leven gemeentesecretaris van Rotterdam; de tweede was Hugo, een man in diplomatieke dienst, de derde Philip Julius, hij was kolonel in militaire dienst; en de vierde was Paulus Jacob, een zee-officier, met Rotterdam als woonplaats. Laatstgenoemde heeft ook enkele brochures nagelaten die betrekking hebben op het kerkelijke en staatkundige leven van zijn tijd. Deze familiegegevens ontleen ik aan E. Gewin, In de Reveilkring (Baarn 1920, blz. 15). Volgens Kluit heeft Cornelis van Zuylen onder koning Lodewijk Napoleon een geheime zending in Italië vervuld. Hij kende dus het land van de paus. Daarna was hij gezant eerst aan Duitse hoven en daarna te Petersburg, waar de tsaar van Rusland resideerde. Men heeft verondersteld dat hij aan het hof van de tsaar 'mystieke ideëen' zou hebben opgedaan, die tierden daar namelijk nogal welig. Bewijzen voor deze stelling kwam ik niet tegen, en ik acht de stelling nogal gewaagd.

In 1813, toen ons land bevrijd was van het Franse juk, werd Van Zuylen onder koning Willem I staatssecretaris van buitenlandse zaken. Een hoge functie die hij echter slechts een jaar bekleedde. In 1814 werd hij thesaurier van de Orde van de Nederlandse Leeuw, en dat is hij, voorzover ik kon nagaan, gebleven tot zijn dood.'

Van Zuylen heeft een moeilijk leven gehad. Een leven van veel pijn lijden Hij leed namelijk aan jicht. Al sinds 1814. De pijnen namen steeds meer toe. En hij kon moeilijk lopen. Een enkele maal komen wij daar in zijn geschriften zinspelingen op tegen.

Zijn woonplaats was Den Haag. Daar behoorde hij tot de Reveilkring. Andere leden van deze kring waren Capadose, de gebr. De Clercq en de gebr. Van Hogendorp. Het echtpaar Groen heeft zich er ook bij aangesloten. Er behoorden ook twee predikanten toe, de Waalse ds. Secretan en de Nederlandse ds. Dirk Molenaar. Wanneer wij deze allen tot het Reveil rekenen is dat begrip wat ruim genomen.

Een bewijs van aangeraakt zijn door de geest van het Reveil was dat men persoonlijke stichting nastreefde, en daartoe bijeenkwam in 'oefeningen', die in Den Haag echter, mede omdat men in de kerk de 'oude waarheid' kon beluisteren, niet ontaardden in buitenkerkelijke conventikels.

Men deed ook, in de geest van de mannen van de Nadere Reformatie, aan huisgodsdienstoefeningen, waarin men niet alleen de Bijbel las maar ook knielend bad. Van Zuylen is daarmee begonnen in 1825.

Contact met Reveil

Dat Van Zuylen nauw betrokken was bij het Reveil bewijst wel het feit dat hij het is geweest, die het boekje van Ami Bost, 'Geneve religieuse en 1819' vertaalde in het Nederlands. De bekende predikant ds. Nic. Schotsman schreef in deze uitgave een voorwoord. Ter nadere informatie even iets over deze Ami Bost. Hij was een Frans sprekend Gereformeerd theoloog in Zwitserland en heeft in het bovenbedoelde werkje in de letterlijke zin van het woord een boekje opengedaan over het diepe verval waarin de Gereformeerde kerk in Geneve in die tijd verkeerde. Het is duidelijk dat Van Zuylen het nuttig gevonden heeft hieraan door middel van een vertaling in ruime kring bekendheid te geven. En dat niet slechts om de Nederlanders te informeren over wat er in de oude stad van Calvijn aan de hand was, maar ook omdat hij hetzelfde zag, dus eenzelfde diep verval, in eigen kerk in eigen land. Toen in 1827 de Haagse predikant ds. Molenaar zijn befaamd 'Adres aan alle mijne Hervormde geloofsgenooten' het licht deed zien en er een storm van verontwaardiging opstak, stond Van Zuylen zoals wel te begrijpen valt, geheel aan de kant van Molenaar en leefde hij zeer mee met de strijd die door deze gestreden moest worden.

Van Zuylen en De Cock

Een hoofdstuk apart is de verhouding die bestaan heeft tussen Van Zuylen en Hendrik de Cock, de vader van de Afscheiding. Ontmoet hebben zij elkaar nooit. En de Afscheiding is ook niet meer door Van Zuylen beleefd.

En toch is er wel een relatie geweest tussen beide: Van Zuylen en De Cock. Meerdere schrijvers hebben Van Zuylen genoemd de 'geestelijke vader' van De Cock. En daar kon weleens alle reden toe zijn. Maar te ver gaat mijns inziens J. C. Rullmann (De Afscheiding, blz. 93), als hij zegt dat Van Zuylen de overgang heeft gevormd van het Reveil naar de Afscheiding. Niemand kan met enige zekerheid zeggen wat Van Zuylen gedaan zou hebben indien hij de Afscheiding nog wèl zou hebben beleefd. Van enige neiging tot afscheiding van de Hervormde Kerk ben ik in zijn brochures niets tegengekomen.

Wel is het een feit dat De Cock zeer hoge achting gehad heeft voor Van Zuylen en hem meermalen in zijn geschriften genoemd heeft. Wij geven daarvan enkele voorbeelden. Al in zijn berucht boekje 'De Schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven' (Groningen 1833) spreekt De Cock over 'de moedige en edele Baron van Zuilen' (1), 'de moedige en nu zalige geloofsheld, de edele Baron van Zuilen Nijeveld (25), 'de vrome Baron van Zuilen' (41). Ook later, in zijn Drie Achitoffels (Groningen 1836) beluisteren wij nog hetzelfde: 'de edele en moedige baron Van Zuylen van Nijeveld' (38).

Het boekje van Van Zuylen dat De Cock het meest heeft aangesproken is 'De eenige redding' (Amsterdam 1831). Daarop grijpt De Cock steeds terug. Niet alleen in zijn 'Schaapskooi' maar ook in andere geschriften, als 'Berigt nopens mijne verantwoording voor de synode' (Veendam 1835, 71) en 'Noodige waarschuwing en tegengift' (Veendam 1834, 30).

Tegenover de Groninger hoogleraar Petrus Hofstede de Groot heeft De Cock Van Zuylen verdedigd - , maar daar zullen wij het later over hebben.

Algemeen stelt men dat De Cock diep beïnvloed is door Van Zuylen en de feiten wijzen dat ook inderdaad uit. Daarmee is echter nog niet gezegd en nog minder bewezen, dat Van Zuylen ooit bereid zou zijn geweest om kerkelijk de weg te gaan die De Cock is gegaan. De mannen van het Reveil hebben, op een enkele uitzondering na, bij alle kritiek die zij op de kerk der vaderen hadden, toch niet die kerk verlaten. Maar kritiek hadden zij wel, ook Van Zuylen; wij zullen er nog meer over horen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Cornelis baron van Zuylen van Nijevelt (1777-1833) 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's