Een gezegend prediker (1)
Ds. B. van der Wal (1864-1924)
Gezegend. Zo zou ik de jaren willen aanduiden, waarin mijn vader in het ambt heeft mogen staan (1900-1924).
Gezegend
Zo zou ik de jaren willen aanduiden, waarin mijn vader in het ambt heeft mogen staan (1900-1924).
In plaats van 'gezegend' zou ik ook kunnen zeggen: begenadigd. Maar dan op de manier, waarop Paulus in Rom. 1 : 5 zegt, dat hij ontvangen heeft 'genade en het apostelschap'. Daar grijpen het persoonlijke en het ambtelijke in elkander. Het bewustzijn zelf alleen van genade te kunnen leven is, ook voor de geroepen prediker, een noodzakelijke drijfveer om de rijkdom van Gods genade aan anderen bekend te maken.
Bevestigd werd mijn vader op 23 juli 1900 door ds. C. Bouthoorn, met als bevestigingstekst 2 Tim. 4:5: maar gij wees wakker in alles; lijd verdrukkingen, doe het werk van een Evangelist, maak dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. Zijn eigen intreetekst was uit Hand. 4 : 12: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden. Na de afgelegde lange moeilijke weg, was het nu wel een zaak van bijzondere vreugde in een eigen gemeente dienaar des Woords te zijn. Wel drukte hem de verantwoordelijkheid voor de rechte bediening van het Woord telkens zwaar. In een brief van augustus 1900 (dus een maand na bevestiging en intrede), schrijft hij aan zijn schoonouders; 'Welk voorrecht, ouder, is ons geschonken. We hebben ons levensdoel, waarnaar we zoveel jaren biddend hebben mogen uitzien, mogen bereiken. We mogen prediker zijn, maar o, wat zijn die zondagen bezwarende dagen. Moe zei gisteren zoo terecht: 's Zondags is pa gemakkelijk te vangen, dan kan hij wel in een klomp, 's Heeren ondersteuning echter mag ik telkens ondervinden, wanneer ik de blijde tijding breng.'
Reveil
Mijn vader kwam in Waddinxveen in 1900. Dus vlak na de 19de eeuw met de glorietijd van liberalisme en vrijzinnigheid. Daartegenover stonden als grote bewegingen: het Reveil, de Afscheiding en de Doleantie. (De beweging van de ultra-mystieke Zwijndrechtse Nieuwlichters is wel in Waddinxveen begonnen, maar heeft zich vandaar verplaatst naar Zwijndrecht en Mijdrecht. Bij alle onzuiverheid en verwording, zat daarin volgens ds. A. B. W. M. Kok in de Chr. Encyclopedie ook veel verzet tegen sociaal onrecht en geesteloosheid in de kerk).
Het is echter merkwaardig, dat in deze gemeente, ondanks de sterk liberale, heersende bovenlaag, zowel in de tijd van de Afscheiding als in die na de Doleantie, na tijden van vrijzinnige prediking, rechtzinnige, alleszins respectabele predikanten beroepen konden worden. Dat was in de jaren 1831-1847. Bij alle opleving bleef echter de tegenstroom sterk, zodat de vrijzinnige prediking weer terug kwam. Deze verstond echter de kunst om zowel de kerk als de kerkekas leeg te maken. En andermaal ging na de vrijzinnige ds. Luttenberg, de gemeente 'om', mede door toedoen van de Evangelisatievereniging, die enkele jaren in de Chr. Nat. School aan 'het sluisje' eigen diensten was gaan houden en nu aan de kerkelijke lichamen belangrijke finantiële hulp toezegde, bij het beroepen van een rechtzinnige predikant. Dat werd ds. Ph. Peter, die veel goed werk heeft gedaan. Na hem kwam ds. G. J. Antink, die in deze lijn voortging. Dat kostte de gemeente wel enkele zeer gegoede familie's. Maar deze aderlating kwam de gezondheid ten goede. Daarna kwam in 1893 de nobele, eerbiedwaardige ds. W. Zijlstra, in wie de Gereformeerde belijdenis scherper profiel kreeg in prediking en zielszorg.
Ik heb mijn vader zelf wel over deze geleidelijke weg, die God met Zijn gemeente in Waddinxveen gegaan was, horen spreken. Het geheel doet mij denken aan de geschiedenis van het volk Israël, vooral in de koningstijd. Als wij zouden denken: van deze dorre doodsbeenderen is niets meer te verwachten (Ezechiël 37 : 1-10 was de tekst van de intreeprediking van ds. Zijlstra), is er Een, Die bij machte is levend te maken en het ogenschijnlijk ten dode gedoemde, niet prijsgeeft.
De heer C. Neven te Waddinxveen, archivaris der Herv. Gemeente, is de schrijver van een prachtige, goed gedocumenteerde studie over de kerkgeschiedenis van deze gemeente. Het eerste deel verscheen een paar jaar geleden onder de titel 'Omme 't Woort Gods'. Aan het tweede deel, dat de laatste eeuwen behandelt, is hij nog bezig. Hij was zo vriendelijk mij verschillende gegevens te verstrekken, waarvoor ik hem bijzonder dankbaar ben. Hij meent, dat ds. Zijlstra en mijn vader veel hebben mogen oogsten van hetgeen hun voorgangers geplant en natgemaakt hebben. Die planters mogen dan ook niet vergeten worden. Ik schreef al, dat mijn vader zeer afkerig was van scheiding. Hij was zelf, mede door persoonlijke aanleg, nogal sterk aan allerlei Reveilfiguren verbonden. Ik denk vooral aan een figuur als Da Costa wiens Bijbellezingen hij bezat en raadpleegde. Daarbij kwam zijn levendigheid, de duidelijke eenheid van boodschap en boodschapper, zijn vrijmoedigheid en blijmoedigheid. Ook zijn, naar onze begrippen wat poëtisch, maar toch tegelijk ook frisse taal, met veel, vooral aan de natuur ontleende beelden, het opene en authentieke van de manier, waarop hij predikte, sprak de mensen aan. Bovendien was er in zijn prediking enerzijds de begeerte de gekozen tekst in zijn verband te laten zien, met graag nogal wat historische gegevens; maar ook anderzijds sterk het verband te leggen tussen het Woord Gods en het werk des Geestes in de harten, dus een prediking te brengen, die sterk betrokken was bij de grote realiteiten van leven en sterven, van zonde en genade, van geloof en bekering.
Hij begeerde het volle Evangelie te brengen tot alle mensen. Ik herinner me een gesprek, waarin het bekende woord uit 1 Tim. 2 : 4 ter sprake kwam, waarin staat, dat God wil, dat alle mensen zalig worden. Voor de uitlegging van het woordje 'alle' als 'allerlei', zoals ook de kanttekenaren van de Statenvertaling doen, was hij een beetje huiverig omdat hij daarin een inperking vreesde van de benevolentia Dei (de welwillendheid Gods) tegenover alle mensen, aan wie het Evangelie der zaligheid gebracht moest worden.
Hij legde het woordje 'wil' in 1 Tim. 2 : 4 natuurlijk niet uit als een uitdrukking van de wil van Gods besluit. Dat zou alverzoening betekenen, waarvoor geen Schriftuurlijke grond bestaat. Maar als de wil van Gods bevel. En dat dan ook in volle ernst en aandrang.
Het vrije woord
Mijn vader heeft ontzagelijk veel gepreekt. Van harte. Niet alleen 's zondags twee en vaak drie keer, maar ook in de week. In zijn brieven kom ik herhaaldelijk lijstjes tegen van plaatsen, waar hij geweest was, of naar toe moest. Dat is tot het laatst toe zo gebleven. Zijn keel had, in die tijd zonder geluidsinstallaties, wel erg veel te verduren, soms blijkbaar wel eens te veel. Maar ook zijn hart leed hieronder en het begaf het tenslotte nog onverwacht in december 1924, toen hij nog maar 60 jaar oud was.
Ik ben nog in het bezit van enkele geschreven preken uit de begintijd in Waddinxveen. Maar ik heb geen zekerheid, dat mijn vader ze zó gehouden heeft. Want het was voor hem een bevrijding, wanneer hij op de kansel zó duidelijk de inhoud van het Woord en de betekenis er van voor de levenspraktijk vóór zich mocht zien, dat hij de 'krukken' van het op schrift gestelde kon loslaten en zich vrij kon bewegen zonder 'papieren muur' tussen zich en de gemeente.
Hij beschouwde het als een bijzondere genade, wanneer God hem dat schonk. Dat nam niet weg, dat hij in de studeerkamer allerlei uitleggers had geraadpleegd. Ook later gingen dan toch bijna altijd wel enkele 'punten', opmerkingen en verwante Schriftwoorden mee naar de kansel. Vooral was dat het geval bij de Catechismusprediking, waarbij de bekende duitse Thelemann een belangrijke gids voor hem was.
Daar kwamen nog twee dingen bij. Het eerste was: veel en dringend gebed. Het tweede was: meditatie. Niet alleen op de studeerkamer, maar ook buiten, in de tuin. Typerend is, dat de kerkvoogdij de tuinschutting liet verhogen, opdat hij zich vrijer in de open lucht, zich in zijn tekst verdiepend, zou kunnen bewegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's