Een gezegend prediker (3)
Voordat ik nu aan andere kanten van het werk van mijn vader aandacht ga schenken, moet ik eerst aan Waddinxveen verbinden het tweede huwelijk van mijn vader in oktober 1902.
Tweede huwelijk
Voordat ik nu aan andere kanten van het werk van mijn vader aandacht ga schenken, moet ik eerst aan Waddinxveen verbinden het tweede huwelijk van mijn vader in oktober 1902. Mijn tweede moeder was uit de Waddinxveense familie Herfst.
Mijn vader heeft bij het sluiten van dit huwelijk gedacht aan de ledige plaats van een moeder in ons gezin. Nu, zij heeft die taak levenslang zo goed mogelijk trachten te volbrengen. Vooral schrijver dezer artikelen heeft haar goede zorgen ondervonden. De verhouding was zo, dat b.v. in Barneveld velen niet wisten, dat dit het tweede huwelijk van mijn vader was. Toen mijn vader dan ook in 1924 overleed en ik de dag na zijn begrafenis het beroep naar mijn eerste gemeente Rijnzaterwoude aannam, en daar ongetrouwd naar toe zou gaan, was het voor alle partijen vanzelfsprekend, dat zij met mij mee zou gaan om voor mij te zorgen. Dat heeft zij dan ook gedaan tot mijn huwelijk in 1930.
Het was geen jonge liefde met romantische trekken, - zoals die van het eerste huwelijk van mijn vader. Hij was nu 38 jaar en zij 42 jaar. Maar daar was wel de geestelijke verbondenheid. De prediking van ds. Zijlstra was reeds beslissend voor haar geweest. Ik zal dan ook altijd met respect en dankbaarheid aan haar terugdenken. Zij heeft ook, naar de mate van haar gaven haar taak in gezin én gemeente vervuld. In maart 1940 is zij te Schoonhoven in de hope des eeuwigen levens (in de bijbelse, niet afgezwakte betekenis van dit woord) overleden.
Zondagavonden
Die brachten voor mijn tweede moeder wel bijzondere lasten mee. Mijn eigen moeder was te zwak geweest om een stormloop van bezoekers te kunnen verdragen.
Maar nu kwam het getal zondagavondbezoekers op plm. 40. Daarvoor moest alles wat als zitplaats dienst kon doen uit het hele huis bij elkaar gesleept worden. Er werd bij het orgel, dat mijn vader zo gaarne bespeelde, gezongen, er werd gebeden, er werd over de prediking van die dag gesproken en er werden ervaringen uitgewisseld.
Toch waren we niet onverdeeld gelukkig met deze grote belangstelling. Mijn vader was moe. Hij had soms driemaal gepreekt. En hij moest toch maar weer de leiding op zich nemen. Mijn broer ging na het stoelen sjouwen ter ruste. Ik was al in bed gestopt. Er moest koffie gedronken en... gerookt worden! Bovendien waren er nogal wat, die meenden, dat met 'tijd' geen rekening behoefde te worden gehouden, zodat, als het tegen en zelfs tot na middernacht ging lopen en mijn moeder daar voorzichtig attent op maakte, zij te horen kreeg, dat zij maar een doek over de klok moest hangen. Bij alle goede bedoelingen en bij alle waardering voor de waardevolle elementen, was er toch het gevaar, dat sommigen te veel en anderen te weinig aan het woord kwamen. Bovendien kwam voor mijn vader het gevaar om de hoek kijken, dat zijn persoon al te zeer in het middelpunt kwam te staan. Ik heb hem eens horen zeggen: het was goed, dat ik uit Waddinxveen wegging. Ze zouden de profeet van Zuid-Holland van me hebben gemaakt.
Veel mooier waren dergelijke zondagavonden in de pastorie in Barneveld. Het was alles soberder. Niet iedere zondag. Met een kleinere groep. Minder emotioneel, waarbij de verstandigen tijd en wijze kenden. Ik heb die zelf vaak bijgewoond, en ik moet zeggen, dat deze avonden tot het mooiste behoorden, dat ik in deze vorm mij in zijn leven kan herinneren.
Maar ja: er was inderdaad in Waddinxveen beweging, geestelijke beweging. Bewegingen gaan vaak gepaard met beroeringen. En dan mengen zich zuivere en onzuivere bestanddelen vaak door elkaar. Door dat alles heen houdt God Zijn eigen werk in stand en breidt het uit.
Doop
Ik heb al iets verteld van de Doop als conflictstof. De heer Neven uit Waddinxveen verstrekte mij enige betrouwbare gegevens. Daaruit blijkt, dat mijn vader de wantoestanden, die hij ontmoette met kracht aanpakte. De doopzittingen duurden vaak anderhalf tot twee uur.
In de Hervormde kerk, die toen nog de allure van een volkskerk droeg, waren koren en kaf op ruime schaal dooreengemengd. Het kaf was zelfs vaak zeer duidelijk kenbaar. Velen, die weinig of geen belangstelling toonden voor het Woord Gods en het daarin verkondigde heil, begeerden toch de bezegeling er van door dit Sacrament. Ondanks de eeuwenoude waarschuwing tegen 'gewoonte of bijgelovigheid' kwam men toch uit deze motieven of vanwege aandrang der familie of door de 'sociale controle' (de gemeenschap kijkt je er op aan) naar de doopzitting.
Uit gehouden aantekeningen blijkt hoe intens mijn vader met deze doopvaders (waarvan het aantal toen nog soms 15 bedroeg) bezig was, hen aansprak op hun persoonlijke verhouding tot God, de ongeregelden vermaande en allen opriep tot een biddend leven. Hij onderzocht hen ook op hun kennis. Ontstellende ontwetendheid wordt dan soms openbaar. Iemand meent dat er 12 sacramenten zijn!
Merkwaardig vind ik de handelwijze van mijn vader tegenover iemand, die begint met heftige woorden te verklaren, dat hij niet in het bestaan van God gelooft. Hij wordt dan door mijn vader 'zachtmoedig', staat er in de notulen, vermaand. De man bindt in, neemt alles wat hij gezegd heeft, helemaal terug en wordt tenslotte toegelaten.
Avondmaal
Daarover zijn de gehouden aantekeningen minder uitvoerig. Ook komen er minder gevallen van censuur voor bij het Avondmaal dan bij de Doop. Voor een belangrijk deel vanzelf omdat de meeste lidmaten terecht of ten onrechte zichzelf censureerden.
Toch blijkt de censura morum niet als een hamerstuk te worden afgedaan. Het pleit voor een gezonde opvatting van de positie van de kerkeraad, dat strijdende partijen zelf vaak de hulp van de kerkeraad inriepen.
Ook de aantallen Avondmaalgangers werden genoteerd. Deze lopen in brieven van mijn vader en in officiële aantekeningen uiteen van 40 (mijn vader noemt dat weinig voor zo'n grote gemeente) tot plm. 100. Ik heb mijn vader nooit het Heilig Avondmaal zien bedienen zonder het zelf te gebruiken. Hij zag het altijd wel als een wonder daaraan te mogen deelnemen. Het was hem ook nooit een vanzelfsprekende zaak. Er konden zelfs vele verzuchtingen en gebeden aan voorafgaan. Maar - de verordening van de Koning der kerk kon zo maar niet voorbijgegaan worden. Zwakker of sterker leefde in zijn hart ook de oprechte begeerte daar te mogen aanzitten. En bij het lezen van het formulier kon hij vaak niet nalaten bij de passage over het zelfonderzoek op te merken, dat er niet staat: 'Of gij ook gewis deze belofte Gods gelooft...', maar: 'of gij ook deze gewisse belofte Gods gelooft enz.' Het Avondmaal is als zegel juist ingezet om de gewisheid van Zijn gelofte te bekrachtigen, opdat het zwakke geloof gesterkt zal worden. Vaak lees ik in brieven van de zegen, die de bediening ook hemzelf bracht.
Hij kon er zich over bedroeven wanneer in grote gemeenten soms zeer weinigen de Naam des Heeren begeerden te belijden.
Tegenover schroomvalligen die toch wel een oprechte begeerte kenden, kon hij soms opmerken: de Heere is geen tyran.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's