De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat betekent de opstanding van Jezus Christus voor ons ethisch handelen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat betekent de opstanding van Jezus Christus voor ons ethisch handelen?

11 minuten leestijd

Rekent niet met een andere werkelijkheid dan die God gemaakt heeft.

Het thema

'Want nu de Heer' is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven, aan, een leven door Zijn dood bereid, een leven in Zijn heerlijkheid.'

In feite zitten in deze twee eenvoudige regels uit een bekend Paaslied de meeste elementen, die ik graag aan de orde wil stellen.

Leven in het eeuwigheidsperspectief

Laat me beginnen met het laatste, dat in die twee regels wordt genoemd. Wij schuiven dat namelijk bijna altijd naar de achtergrond en zeggen: Dat komt wel. Straks. Als het volmaakte zal gekomen zijn. Maar vanuit Pasen moeten we zeggen: Mis! Het begint niet pas, wanneer dit leven eindigt. Het begint hier en nu. En dan bedoelen we met 'het begint' niet een 'beginnetje, maar 't is nog niet veel'. Wat óns betreft, is dat waar. Maar een ouderling in m'n eerste gemeente heeft me geleerd, dat ook het kleinste ware geloof deel heeft aan de volle Christus. De volle Christus betekent in dit verband: Hij is de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde. Hij is de dood te sterk geworden. Hij heeft de sleutels van dood en hel. Hij is de Heere, de Meester, de Grootste.

Hij is de tweede Adam. De ware Mens, namelijk de God-Mens staat op, en het nieuwe leven breekt aan. Niet alleen een Ieven tot in eeuwigheid, maar (zegt de Heere Jezus in het Evangelie naar Johannes) eeuwigheidsleven. Eeuwigheidsleven is niet alleen onsterfelijk leven, maar het is ook van een andere orde dan het leven, dat wij hier en nu sedert de zondeval kennen. Het kent geen verderfelijkheid, zeggen de Nieuwtestamentische schrijvers. Het is een leven dat niet aangetast is. Wat is er in ons leven over van de resten van het paradijs? Genoeg, zegt onze belijdenis, om de mens alle onschuld af te nemen. Van positieve luister, die Gods eer en heerlijkheid verkondigt, is er aan ons menszijn na al die eeuwen zonde en zondigen weinig meer over. Welnu, aan zulke mensen is het besteed, wanneer Jezus zegt: Die in Mij gelooft, heeft eeuwigheidsleven. Zomaar, gratis, door het geloof, en toch hoogst werkelijk. Omdat de Geest het geloof in ons werkt, en ons daarmee niet alleen een hand geeft om Christus aan te nemen, maar Christus Zélf in ons gestalte geeft. Hem in ons verheerlijkt. Dat is eigenlijk: geloven in de opgestane Jezus Christus. Dat HIJ in mij leeft.

Die mensen die zeggen, dat het eeuwige leven begint na je sterven hebben dus niet gelijk. Integendeel! Eigenlijk is Pasen in het leven van Gods Kerk een repeterende breuk-van levendmakende wonderen. En daarom hebben die theologen óók niet gelijk, die zeggen: Je moet niet meer over een eeuwigheid na dit leven praten.

We hebben niet méér te verwachten dan wat we al hebben. Maar zo is het niet, Gode zij dank! Gods eeuwigheidsleven openbaart zich in mijn weerstanden. Ik moet overwonnen en ingewonnen worden voor en door dat leven. Dat wil zeggen: ik moet met Christus opstaan en zó rekenen ('alzo ook gij, houdt het daarvoor', zegt de apostel) dat Hij in mij leeft en regeert. Dat heeft allerlei consequenties, maar een van de belangrijkste is, dat ik op weg ga achter Hem aan, om mijn zonden kwijt te raken, mijn boezemzonden kwijt te raken, mijn aard en neigingen, die Christus tegenstaan, kwijt te raken. Dat ik mij aan Hem ga onderwerpen, dat ik lust krijg in Zijn heerlijkheid, dat ik Zijn geboden liefheb en ze doe, d.w.z. dat Hij ze in mij doet.

Het is de weg, die onze catechismus noemt: de weg der bekering, het sterven van de oude en de opstanding van de nieuwe mens. Dat alles is niet alleen vrucht van Pasen, maar dat is nu Pasen.

Pasen is de inzet van God en tegelijk het onderpand van God van de opstanding die komt. Pasen leert een mens te leven naar het laatste heilsfeit toe. Pasen maakt een levend verlangen wakker naar de volmaaktheid.

Alle dingen nieuw

Op verschillende plaatsen worden in het Nieuwe Testament deze woorden gebruikt. Aan het einde van de geschiedenis, wanneer Hij Die op de troon zit, zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw', en als vrucht van de verzoening, wanneer Paulus aan de Corinthiërs schrijft: 'Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden'. We willen zien, hoe dat 'oude' er nu vanuit Pasen uitziet. Het 'oude', is het 'vlees' en vooral het 'leven naar het vlees' en het 'elkaar kennen naar het vlees'. Dat wat vroeger was... En daar behoeven nu niet altijd vreselijke zonden - mee bedoeld te zijn, maar toch... Alle dingen nieuw! Anders gaat een mens met zijn naaste om, als hij in Christus is. Anders ziet hij de schepping aan en gebruikt hij die schepping, als hij in Christus is. Anders denkt hij, leeft hij, handelt hij, spreekt hij, speelt hij in de wereld van Gods aardrijk, als hij in Christus is. Hij is een 'nieuw schepsel', ik kan ook vertalen: hij is een nieuwe schepping. Dat woord voor 'het oude' betekent: wat van het begin af was. Zijn vorige leven. Nu mag hij dat leven opnieuw leven. Het is net alsof hij nooit eerder op aarde was. En het is ook zo. De Heere heeft dat oude begraven, in het graf van Jozef van Arimathea, 'en ik heb het nooit weergezien', zegt Bunyan.

Dat heeft geweldige consequenties. Onder andere deze, dat ik ga rekenen zoals God rekent. Wat Hij achter Zijn rug heeft geworpen, dat ga ik niet lekker weer tevoorschijn halen. Ik laat het daar, waar Hij ermee heeft afgerekend. Dat bedoelt de apostel met een ander woord: 'Dat Hij (-Christus) gestorven is, dat is Hij voor de zonde eenmaal gestorven, en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel voor de zónde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus'. Wat bedoelt hij met dat 'houdt het daarvoor'? Betekent dat: neem het nu maar aan, of je het weet of niet? Betekent het: doe nu maar bij wijze van veronderstelling, of je het gelooft? Neen, volstrekt niet! De apostel bedoelt: Trekt nu, allen die in Ghristus zijt, door het geloof, de consequenties uit dood en opstanding van Christus. Rekent niet met een andere werkelijkheid dan die God gemaakt heeft. En laten we nu eens even konkreet worden. Waar zien wij onze naaste op aan? Waarderen wij zijn leven naar de mogelijkheden van de opgestane Christus? Waar rekenen wij in het algemeen mee, met wat bij God mogelijk is, of bij wat bij ons mensen onmogelijk is? Wat hebben wij die aansporing van God nodig om nu te rekenen met wat uit Gód is en niet te rekenen en elkaar te kennen 'naar het vlees'!

Leven door de Geest

'Een leven door Zijn' dood bereid'; we zouden ook mogen zingen: een leven door Zijn Geest bereid. Het is opvallend dat Johannes vertelt dat de opgestane Jezus Christus tot Zijn apostelen spreekt van de Heilige Geest. Zoals het even opvallend is, dat de Pinksterboodschap in Handelingen het Evangelie van Pasen blijkt te zijn, in Hand. 2, in Petrus' Pinksterrede, maar ook daarna in vele hoofdstukken van Handelingen. De opgestane Heere is zelfs de Geest, zegt Paulus ergens, en hij bedoelt dat de Heilige Geest de verheerlijkte Christus tegenwoordig stelt. Leven uit Pasen is leven door de Geest. Dat geeft aan dat leven een geweldige ruimte. Wanneer immers alles nieuw is geworden, dan laat zich dat niet tot mijn ziel een zaligheid beperken. Neen, daar moeten de mensen van horen. Vandaar dat de opgestane Heere de apostelen de 'zending' instuurt. De einden der aarde moeten het horen en zich tot de Heere bekeren, want Hij is de tweede Adam, de Heere uit de hemel. We spreken vandaag van 'overlevingskansen' in verband met een nucleaire oorlog en zo meer. Welnu, met Pasen behoort de Kerk te prediken dat de enige overlingskans voor de mensen is gelegen in het nieuwe van het in-Christus zijn.

Maar er zijn meer aspecten aan deze zaak. Leven door de Geest betekent, dat we gaan leven in de charismata, de genadegaven die de Geest aan de gemeente van Christus toevertrouwt. Daarin bouwt de een de ander op.

Een christen is een begaafd mens, een begiftigd mens. Niet omdat hij zo getalenteerd is, want de Pinkstergeschiedenis vertelt al dat wat de apostelen prediken, geheel in tegenspraak is met wat ze van zichzelf voorstellen. Zo is het natuurlijk ook met de vrouwen met Pasen. Wat zij de broeders gaan verkondigen, is geheel niet in overeenstemming met wat er van hen verwacht werd en te verwachten was. IJdel geklap, zegt Markus, typische vrouwenpraat. Dat is het oordeel van de apostelen over wat zij te boodschappen hebben.

Wij moeten eens ophouden om elkaar vast te pinnen op onze 'natuurlijke' begaafdheden èn begrensdheden! Want de opgestane Heere breekt daardoor heen, zoals Hij met Pasen door gesloten deuren heenkwam. U en ik zijn niet nuttig in de gemeente door onze 'natuurlijke aanleg', want dan was er voor sommigen geen enkele kans, terwijl anderen maar konden kiezen, wat ze allemaal eens doen zouden. Neen, de Heilige Geest geeft elke christen één gave - ik kan 1 Cor. 12-14 niet anders lezen - en heel vaak staat die gave van Hém dwars op die 'natuurlijke gaven', die talenten van mij. Een stotteraar wordt een spreker. Een driftkop wordt zachtmoedig en lankmoedig. Een zwakkeling wordt een martelaar. En ga zo maar door. De Heere slaat, om zo te zeggen, twee vliegen in één klap. Hij leert ons het wonder van het sterven en opstaan met Christus in deze dagelijkse practijk, waarbij ik niet leef van het mijne maar van het Zijne. En zó, als een levende prediking, als een leesbare brief, gebruikt Hij mij voor de opbouw van het lichaam van Christus.

Leven in de beperktheid

Leven vanuit Pasen is zoveel als de hemel op aarde. Toch leef ik in dit 'aardse huis dezes tabernakels', en meer nog: ik bén ook in belangrijke mate die aardse tent. Ik bén die broze mens, ook door Pasen. Ik bén zwak en móet dat zijn, opdat de kracht van Christus in mij wone. Ik draag de littekenen van Christus in mijn lichaam, opdat ik mij nooit verhef en mijzelf uitgeef voor wat Hij in mij wil zijn. Want dan gaat het toch altijd mis.

Wat dat, dan voor een leven is, van zwak zijn en juist zo machtig zijn, wordt het duidelijkst in het lied der liefde, 1 Cor. 13, beschreven. Alles verdragen, alles hopen, alles geloven, geen kwaad denken, maakt de liefde niet kinderlijk, naïef, wereldvreemd, maar juist sterk en sterk genoeg om de 'eindstreep' te halen.

Op 1 Cor. 13 heeft de Amerikaanse ethicus Lewis Smedes een kommentaar geschreven (hij noemt het: een realistische visie) die de titel draagt: Liefde binnen grenzen (Love within limits). En hij zegt daarin dat de liefde die uit God is (agapè) bij ons alleen maar kan bestaan in onze beperkte liefde (mede bepaald door eroos en file, d.w.z. hartstochtelijke liefde en vriendschap). Wie echter mocht menen dat dat verlies is, vergist zich. Want - zo gaat Smedes verder - die volmaakte liefde van God transformeert, verandert ook die beper­kingen van ons in het liefhebbem D.w.z. het schadelijke wordt eruit weggenomen. Het gaat dienst bewijzen aan Gods liefde. Zó namelijk dat wij door de volmaakte liefde (agapè) worden aangespoord om weinig aantrekkelijke mensen lief te hebben en om lief te hebben zonder beloning te verwachten. Onze beperktheid wordt geen reden om op het volmaakte af te dingen, maar om dat volmaakte te onderstrepen en in het volle licht te zetten.

Zo is onze beperktheid die door Zijn liefde wordt getransformeerd, veranderd van iets negatiefs in iets positiefs, de onderstreping van Zijn volmaaktheid. En zo worden we een levende prediking en een leesbare brief. 'Want nu de Heer' is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan, een leven door Zijn dood bereid, een leven in Zijn heerlijkheid.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wat betekent de opstanding van Jezus Christus voor ons ethisch handelen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's