PASEN - de dood aan het doemdenken?
Ik heb het vermoeden, dat ook 'onze kringen' worden gerekend tot de doemdenkers.
Een nieuw woord
Er is weer een nieuw woord.
Ditmaal een echt Hollands woord.
Doemdenken.
Het komt uit de politiek.
Het wordt gebruikt om er een bepaalde manier van denken mee aan te duiden.
En vervolgens wordt die manier van denken afgewezen.
Ik heb het vermoeden, dat ook 'onze kringen' worden gerekend tot de doemdenkers.
Daarom lijkt het goed om er eens aandacht aan te besteden.
Zeker in de paastijd.
Dan is er alle reden voor.
Onder 'doemdenkers' worden verstaan: mensen, die denken, dat er in de wereld geen redden meer aan is.
De luchtvervuiling. De waterverontreiniging. De bodemvergiftiging. De kernbewapening. De liefdeloosheid. Het egoïsme.
Langzaam maar zeker gaat alles naar de absolute vernietiging.
Dat is onafwendbaar.
Mensen, die zó denken, laten daardoor óók hun handelen bepalen.
Zij winden zich niet zo op over de verontreiniging van lucht, water en bodem.
Zij betogen niet tegen de kernbewapening. Zij maken zich niet druk over de multinationals.
Over deze aarde ligt toch de 'doem' van het komende oordeel van God.
Dit denken maakt de mensen (zo redeneren zij, die het etiket 'doemdenker' bij voorkeur op andere plakken) ongeschikt voor het gewone praktische politieke leven.
Er is heus nog wel respect voor dit soort mensen op te brengen.
Dat kun je óók wel hebben voor de Rechabieten uit Jeremia 35.
Maar serieus moet je ze niet nemen.
Je politieke denken moet je er niet door laten bepalen.
Een oude vergissing
Deze wereld gaat voorbij.
Het Woord van God is daar heel duidelijk over.
Wij horen ook in de schokkende berichten over de verontreinigingen in Krimpen (en waar dan ook) het 'zuchten van de schepping' (Rom. 8 : 22).
Wij weten, dat God eens een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal geven.
De Bijbel zegt ook duidelijk, dat dat niet óns werk, maar Zijn werk zal zijn.
Alleen als God Zelf de mensen gaat ontwapenen zal er eeuwig vrede zijn.
Deze door de zonde aangetaste wereld heeft geen toekomst.
Mensen, die dit geloven zijn daarom nog geen doemdenkers.
Want 'wij verwachten naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont'.
Er is niet alleen Gods oordeel.
De verschrikkelijke verdoemenis.
Voor ieder, die in Jezus Christus gelooft is er het eeuwige leven.
De onuitsprekelijke vreugde.
God maakt alle dingen nieuw!
De grote vergissing is, dat mensen, die dit zó geloven ongeschikt zouden (denken te) zijn voor het leven hier en nu.
U kent de uitspraak van Luther.
'Als ik zou weten, dat Jezus morgen wederkwam, dan zou ik vandaag toch nog een boom planten en belasting betalen'.
In de loop der eeuwen zijn er inderdaad binnen de christenheid altijd wel groepen geweest, die zich zó bezighielden met het hiernamaals (soms ook uit een begrijpelijke reactie), dat zij met voldoende oog hadden voor het hiernumaals.
Bovendien: Pasen werpt óók op het hiernumaals nieuw licht! ' Aan het meer van Tiberias bleek de Jezus van na Pasen in veel dingen Dezelfde van vóór Pasen.
Lenteboden
Voordat de Heere Jezus Zelf opstond uit de doden heeft Hij drie mensen opgewekt.
Iemand, die op de drempel stond naar het grote leven (de dochter van Jaïrus).
Een kostwinner (de jongeling van Naïn).
Een ouder gemeentelid (Lazarus).
Deze opwekkingen - uit elke leeftijdsfase één - waren al lenteboden van Pasen.
Hoe koud en guur het leven vóór Pasen ook nog was, in deze drie opwekkingen werd Christus' opstanding al aangekondigd.
Wij leven in de herfsttijd van de geschiedenis. Een gure wind van twijfel en ongeloof waait over ons land.
'Tekenen van leven' (ik bedoel dan van 'christelijk leven') die er bijvoorbeeld in onze wetgeving nog waren te vinden worden vertrapt of sterven door de koude golf van de geesteloosheid.
En toch...
Pasen is een lentefeest.
In velerlei opzicht.
Gods Kerk gaat niet de winter, maar juist 'de grote zomer' tegemoet!
In de tuin van het doemdenken is Pasen de Lentebloem.
Een eenzame bloem.
Een prachtige bloem.
Doemdenkers de deur uit
In de goudkust van Kapernaüm woonde Jaïrus.
Vader van een gezinnetje; dat tot de gegoede stand behoorde, en tóch iets voor de gemeenschap betekende.
Man, vrouw, één kind.
Als hun enige kind de leeftijd heeft bereikt, waarop 'het grote leven' op haar (en dus ook op haar ouders) afkomt, komen zij te staan voor 'het grote sterven'.
Jaïrus aarzelt niet. .
Teneinde raad haalt hij Jezus er bij.
Dan is zijn dochter al gestorven.
De rouwklagers zijn al in huis.
Dat was voorschrift van de rabbijnen (die blijkbaar soms goede psychiaters waren).
Zelfs de armste man moest na het sterven van zijn vrouw minstens twee betaalde klagers en één betaalde fluitspeler in huis halen.
Als Jezus in het huis van Jaïrus komt, stuurt Hij eerst de klagers weg.
Doemdenkers de deur uit.
Mensen, die alleen maar oog hebben voor de harde feiten, de realiteit, de nuchtere werkelijkheid, en die geen geloof hebben, geen hoop, geen verwachting van wat Hij doet, moeten de deur uit.
Zij staan Jezus in de weg.
Zó kan Hij Zijn Paaswerk niet doen.
Was dat meisje dan niet echt dood?
Leven we dan niet in een angstaanjagende tijd?
Dacht je nu werkelijk dat de Russen echt weg zijn uit Polen?
Gaat er dan geen koudegolf van ongeloof over ons land?
Moet je dat alles niet zien in het teken van het naderende einde?
Ja, en toch...
De zonde heeft geen toekomst.
Maar de zondaar wel.
Althans wie wordt aangeraakt door de Levende.
Doemdenkers de deur uit.
Geestelijke doemdenkers
Uit elke leeftijdsfase heeft Jezus er één opgewekt.
Een aantal onderlinge verschillen zijn heel opmerkelijk.
Lazarus lag als een aantal dagen in het graf.
Zijn lichaam ging al in ontbinding over.
De jongeling van Naïn werd juist uitgedragen.
De dochter van Jaïrus was nog maar net gestorven.
Omstanders zeiden 'Als je niet beter wist zou je zeggen, dat ze slaapt'.
Je kon het aan haar nog niet zien.
Er lag nog een blos op haar ademloos gezicht, Zo zou je kunnen zeggen: er zijn drie groepen 'onbekeerde mensen'.
Er zijn mensen bij wie de ontbindende kracht van 'de zonde al van verre te merken is (1).
Er zijn mensen (in ons land ruim honderdduizend per jaar) die zich laten uitdragen uit de kerkelijke registers (2).
En er zijn mensen aan wie je het niet kunt zien, dat ze nog geen oprecht geloof hebben (3).
Althans niet zo gemakkelijk.
Ze komen trouw in de kerk.
Bijbel en gebed hebben nog even grote plaats. Uiterlijk zou je zeggen: ze léven!
Maar God kent hun harten.
Ongetwijfeld wonen deze drie groepen verspreid over ons hele land onder vele verschillende kerkgenootschappen, en groepen.
Misschien is er in de éne regio toch wat meer van de éne groep te vinden dan in de andere regio.
In het westen wat meer van de eerste en rond de Velu we wat meer van de derde categorie.
Onder de laatste groep zijn ook de 'geestelijke doemdenkers'.
Mensen, die nog trouw in de kerk komen.
Mensen, die er nog veel 'aan doen'.
En toch: mensen, die niet meer verwachten dat de Heere ook in onze tijd wonderen doet.
Mensen in het klaaghuis van onbekeerlijkheid en geesteloosheid, zonder te verwachten, dat de Heere ook in onze tijd grote dingen doet.
Hij maakt mensen, die 'dood' zijn weer levend.
Huwelijken, die al bijna werden 'uitgedragen' maakt Hij weer nieuw door Zijn Geest.
Jonge mensen worden door Zijn Woord gered uit de ontbindende greep van de verslaving.
Kerkelijke verhouding waaruit mensen wegliepen omdat 'het er niet te harden was' worden door Hem gezuiverd en geheiligd.
Leven zonder doem
Leven zonder doem Deze wereld gaat voorbij.
Vele tekenen wijzen daarop.
Maar kinderen van God leven niet onder die doem.
Want het is Pasen geweest.
De Heere is waarlijk opgestaan.
Dat was geen prachtige herfstbode van een toch koude winter.
Dat is de lentebode van 'de grote zomer'.
Zó roept God Zijn kinderen.
In deze kille wereld.
Doemdenken doet alleen wie niet gelooft in Jezus Christus.
Die leeft onder de doem.
Maar kinderen van God leven zonder de doem.
Er wacht een grootse roeping voor ieder die gelooft.
In een wereld die leeft bij de dag, of vreest voor de toekomst getuigen zijn van Pasen.
Lenteboden in Gods tuin.
Mensen oproepen om zich niet door 'klagers' en 'fluitspelers' van de Levensvorst te laten afhouden.
Een grootse roeping.
Niemand kan dat in eigen kracht.
Maar het Woord van Jezus was voor de dode dochter van Jaïrus genoeg. Toen zij dat Woord had gehoord kon voor haar 'het grote leven' beginnen.
Een leven zonder doem.
Een leven door en met Christus.
Dat leven biedt God u ook vandaag.
Op Uw Woord, o Leven van ons leven
werpen wij het Doemkleed af!
door de kracht Uws Geestes uitgedreven
treden w'uit ons zondengraf.
Leer ons daag'lijks, leer ons duizendwerven
in Uw kruisdood meegekruisigd sterven
en herboren - opgestaan
achter U ten hemel gaan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's