De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jacob Revius: christelijk dichter en renaissancist

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jacob Revius: christelijk dichter en renaissancist

7 minuten leestijd

Ze horen bij elkaar: Amsterdam en Vondel, Den Haag en Huygens, Muiden en Hooft. De reeks kan nog langer gemaakt worden: Deventer en Revius.

Deventer en Revius

Ze horen bij elkaar: Amsterdam en Vondel, Den Haag en Huygens, Muiden en Hooft. De reeks kan nog langer gemaakt worden: Deventer en Revius. In Deventer namelijk werd Jacob Reefsen - Revius is een verlatinisering van Reefsen - in 1586 geboren, Deventer bekostigde zijn studie in de godgeleerdheid te Leiden, Franeker en Orleans, Deventer beroep hem in 1614 als Verbi Divini Minister. Meer dan 25 jaar is hij in die stad predikant geweest. In die tijd verrichtte hij tevens belangrijke wetenschappelijke arbeid. Hij werkte mee als revisor aan de Statenvertaling. Mede door hem werd in Deventer een Illustre School gesticht, een soort universiteit zonder het recht de doctorstitel te verlenen; de huidige Atheneumbibliotheek, met een zeer waardevol boekenbezit, ook van Revius zelf, is daar nog een zichtbaar overblijfsel van. En in datzelfde Deventer schreef hij zijn prachtige psalmberijming De CL psalmen Davids en zijn Over-Ysselsche sangen en dichten, een poëziebundel met hoogwaardige poëzie.

Revius' dichterlijke programma

Revius staat als dichter op hoog niveau. Als overtuigd calvinist, die met inzet en felheid (!) de zijde van Gomarus koos tijdens de twisten tussen remonstranten en contra-remonstranten, probeerde hij diep-christelijke gedachten te verwoorden in de taal, de vormen van de cultuurperiode van zijn tijd, de renaissance. We vinden bij hem voortreffelijke sonnetten' - de renaissancevorm bij uitstek - , prachtige klankcombinaties en ritmische patronen, harmonieus geconstrueerde strofen en knap toegepaste stijlfiguren.

Toch heeft hij de - van oorsprong heidense - renaissance, met de sterke klassieke invloeden ook in levensbeschouwelijk opzicht, nooit als totaliteit willen aanvaarden. Hij wilde zijn dichterschap namelijk in dienst stellen van God en van Zijn gemeente op aarde.

Bijzonder duidelijk maakt hij dit kenbaar in een gedichtje, gebaseerd op gegevens uit Deuteronomium 21 : 11-13, waarin wordt voorgeschreven wat er met een heidense vrouw moet gebeuren als een Israëlitische man haar wil trouwen: ze moet haar hoofd scheren, haar nagels afsnijden en een ander kleed aandoen, d.w.z. ze moet zich ontdoen van alles wat herkenbaar is als heidens. Zó dient nu ook een dichter te handelen, aldus Revius:

Heidens huwelijk

Zo wie een schone vrouw van Griek of ander heiden 
Ving in de oorlog, en daarvan niet wilde scheiden
Haar nagels korten moest, afsnijden al haar haar.
Veranderen haar kleed, en (-Muze)
ze daarnaar: (-daarna)
O dichters, wilt gij u vermaken in de minne
Van de Romeinse of de Griekse Piërinne - Muze)
Snoeit af al wat ze heeft
Van weidse dartelheid
Van domme afgodij, en spitse schamperheid,
Omhelzet ze daarna, zij zal u kinders geven
Die u gedachtenis in eeuwigheid doen leven.

Dit is Revius' poëtisch programma: gebruik maken van het goede, maar het kwade (het heidense) afsnoeien. Niet Phoebus Apollo, de Griekse God van de zon en de schone kunsten, verschaft hem inspiratie, maar Jezus als Zon der gerechtigheid, de lijdende Christus, de opgestane Heiland.

Val en verlossing

Centraal staat in Revius' poëzie het diepe besef van de menselijke schuld. De mens is diep gevallen. Maar even centraal staat daarin de grootheid en ruimheid van Gods genade voor zondaren. De geboorte van de Heiland in deze duistere wereld is daarvan hét teken. Diep bewogen tekent hij de geboorte van Jezus in Bethlehem; met grote ontroering beschrijft hij het lijden en sterven van de Zoon van God, die voor ons mens werd en de toorn van God droeg die wij zouden moeten dragen. Hij is het Paaslam:

Lam Godes, ons van God gezonden.
Door een zo zuiverlijke maagd.
Wij bidden, maakt ons rein van zonden
Gij die des werelds zonden draagt.

Onschuldig lam gans onbevlekt
Bekleed ons met uw witte vacht
Opdat wij daarmee overdekt
Ten hemel worden ingebracht.

Een van zijn beroemdste sonnetten is ongetwijfeld Hij droeg onze smarten:

Het zijn de joden niet. Heer Jezus, die u kruisten.
Noch die verraderlijk u togen voor ' t gericht.
Noch die versmadelijk u spogen in 't gezicht, 
Noch die u knevelden, en stieten u vol puisten.

Het zijn de krijgslui niet die met hun felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht.
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht.
Of over uwe rok tsaam dobbelden en tuisten: (-dobbelden)

Ik ben 't, o Heer, ik ben 't die u dit heb gedaan,
Ik ben de zware boom die u had over laan.
Ik ben de taaie streng waarmee gij gingt gebonden.
De nagel, en de speer, de gesel die u sloeg.
De bloed-bedropen kroon die uwe schedel droeg:
Want dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden.

Na regel 8 komt sterk naar voren een persoonlijk schuldbesef.

Jezus' dood is niet tevergeefs geweest. Hij heeft de dood juist overwonnen. Op echt renaissancistische wijze beschrijft Revius dit aspect in een kort gedicht, daarbij gebruik makend van een toen veel toegepaste stijlfi­guur, de paradox (schijnbare tegenstrijdigheid): Jezus heeft de dood doen sterven!

Plechtanker onzer hoop, steenrotse van 't betrouwen,
Afgrond van onze liefd' in wie wij zijn behouwen.
Gij zijt het die de dood al stervende verwon.
Hoe! wie vermoedde dat de dood ook sterven kon?

Een christen mag niet in de zonde blijven 'liggen'. Daarom schrijft Revius van de opstanding, door Christus, tot een nieuw leven. In een prachtig gedicht trekt hij een parallel tussen Jacobs vreugde, als deze gehoord heeft dat Jozef leeft, én zijn eigen vreugde over Jezus' opstanding:

Verrijzenis

Leeft Jozef, die ik lang in ' t doodboek had geschreven,
Sprak Jacob, oude man, en werd hij zo verheven.
Zo ben ik vergenoegd, zo wil ik reizen heen
En zien zijn hoge staat, en sterven wel te vreên. 

Leeft Jezus, - die alreeds ten grave was gedragen.
Is hij gerezen op na drie gehele dagen.
En heeft hij alle macht in hemel en op aard'
Zo ben ik welgetroost: ik wil te Godewaard
En zien zijn heerlijkheid. Blijmoedig wil ik sterven
Verzekerd met mijn Heer de zaligheid te erven.

Inhoud en vorm

De Over-Ysselsche sangen en dichten - nog steeds verkrijgbaar! - Ieren ons een dichter kennen die vooral drie trekken had: een diep zondegevoel, een nauwe gemeenschap met Christus en een krachtige strijdbaarheid. Zeker om het laatste - en misschien ook om het eerste - is hij in de 17e eeuw niet populair geweest. Is hij dat nu wél? Zal Deventer Revius op waardige wijze herdenken, als we in 1986 zijn vierhonderdste geboortedag mogen beleven? Gezien het feit dat zelfs een dichter als Vondel in 1980 in Nederland nauwelijks herdacht is, zullen we er denk ik niet veel van hoeven te verwachten, maar hopelijk vergis ik me.

Als calvinistisch dichter staat Revius op eenzame hoogte. Hij verdient ten volle onze aandacht en belangstelling omdat hij een geslaagde poging heeft gedaan de 'heidense' renaissance als het ware om te smelten en ondergeschikt te maken aan zijn christelijke levensovertuiging. Zijn boodschap is thans nog even actueel als toen: Jezus, de Vorst van Pasen, heeft zonde en dood overwonnen, en wie in Hem is, is een nieuw schepsel en mag deel hebben aan een nieuw leven. Het is de kern van het christelijk geloof: zonde en verlossing, schuld en genade, verlorenheid in onszelf en redding door Jezus Christus.

Het unieke van Revius is nu dat hij die boodschap niet op een onverzorgde, goedkope manier onder woorden heeft willen brengen. Hij heeft gearbeid in de taal, hij heeft geworsteld met zijn materiaal, hij heeft gezocht naar het juiste woord, de juiste klanken, de juiste zinsconstructies. Als het erom gaat de woorden van God door te geven is het beste nauwelijks goed genoeg. Hier past geen goedkope gemakkelijkheid, geen onzorgvuldigheid, geen slordigheid. Dit heeft Revius beseft en dat zou ik zijn tweede boodschap willen noemen, een boodschap die uit het hoge niveau van zijn gedichten is af te lezen. Het ware te wensen dat diverse hedendaagse christelijke dichters en dichteressen ook déze boodschap tot zich lieten doordringen. Een hoogwaardige inhoud én een hoogwaardige vorm. Zó waren voor Revius vorm en inhoud één. En daarom kan zijn beste poëzie vergeleken worden met die van de 'grootmeesters' Vondel en Hooft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Jacob Revius: christelijk dichter en renaissancist

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1981

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's