De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet zien, toch geloven! (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet zien, toch geloven! (1)

5 minuten leestijd

'Jezus zeide tot hem: mdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.' Johannes 20 : 29

De opstanding van Jezus Christus is een feit. Dat kan geen mens ongedaan maken. De dood is overwonnen. Het leven, het eeuwige leven is verworven. De schuld is betaald voor al degenen die in Christus geloven en zullen geloven. Het Lam Gods heeft de zonde der wereld weggenomen. Dat zijn feiten. Dat is eenvoudig niet te ontkennen.

Maar gelooft u dat? Kent u de kracht van de opstanding van Christus? Dan hebt u daar ook de vrucht en de blijdschap van. Als u door het oprechte geloof mag zien, dat Christus uw dood gedood, uw zonden begraven heeft en opgestaan is tot uw rechtvaardigmaking. Dat is de grootste weldaad die er is. Dat is echt Pasen.

Het ongeloof is zo'n hardnekkig kwaad. Het is de grootste zonde die er is. Het maakt God tot een leugenaar. Het ontkent en negeert wat God gedaan heeft. U moet niets zozeer haten als uw ongeloof. U moet niets zo zeer bewenen als uw ongeloof. Gelukkig dat Christus Zelf raad weet met het ongeloof. Hij is de Levende. Dat bewijst Hij steeds weer. Hij doet door Zijn levendmakende opstandingskracht het geloof heerlijk doorbreken. Hij verbreekt de banden van on-en kleingeloof. Daarom kan het ook voor u echt Pasen worden.

De discipelen zitten weer met de deur op slot. Bang voor de Joden, terwijl ze een levende Heere hebben. Wat is een mens ook na ontvangen genade, in zichzelf? Eén stuk ongeloof. Maar gelukkig, Jezus komt door gesloten deuren, door gesloten harten zelfs. Niemand houdt Hem tegen. Als dat niet waar was, was het voor u en voor mij hopeloos. Maar nu klinkt het temidden van bange discipelen: 'Vrede zij ulieden!' Hij is het Zelf. Dan moet het ongeloof wijken. Dan worden we verlegen en beschaamd vanwege ons ongeloof. Dan wordt het wonder groot dat Hij toch weer terugkomt en van vrede tot onze ziel spreekt. En waar Hij zich openbaart, is het goed, onuitsprekelijk goed. Zijn komst is het alleen, die ons heil volmaken kan. Weet u daarvan?

Er is er één die dit mist: Thomas. Hij zit muurvast in de tang van het ongeloof. Hij kan onmogelijk loskomen. Hij heeft zelfs vastbesloten niet te geloven: 'Ik zal geenszins geloven'. Ondertussen gevoelt hij zich natuurlijk diep ongelukkig. Waar liefde is, is er de smart van het gemis. En dat was er, maar zelfs dat kon hij niet bekijken. Het kan zo donker worden: Daar alle hoop mij gans ontviel en niemand zorgde voor mijn ziel.

'Laat die Thomas maar gaan, met zulke mensen is toch niet om te gaan'. 'Je moet toch geloven? ' 'Waar tob je over? ' Zo wordt er dan niet zelden gesproken. Vooral door hen, die uit eigen ondervinding niet weten de macht van het ongeloof, zij die de diepten des satans niet gekend hebben. U die het geloof een min of meer vanzelfsprekende zaak vindt, bedriegt uzelf. Want dat is het helemaal niet. Het is een onuitsprekelijk wonder. Het is Gods gave. Zelfgemaakt geloof redt u niet. Door God gewerkt geloof redt van de dood. Dat verootmoedigt en verbreekt het hart. Dat verbindt met Christus. Wie waarlijk gelooft heeft geen stenen om naar Thomas te gooien. Mensen, vooral 'vrome' mensen kijken zo verachtelijk vaak op die tobbers neer. Dat doen de discipelen niet. Ze wisten zelf hoe ze er aan toe waren, voordat Jezus kwam. De woorden van de vrouwen waren voor hen als ijdel geklap. Daarom laten ze Thomas niet zitten. Ze mogen zelf spreken van de ontmoeting met de levende Heere. Spreken van het wonder. Zo vers van de lever. Daar gaat wat van uit. Dan gun je de Heere Jezus iedereen. En zeker, als je dan nog een vriend hebt,  van wie je weet, dat z'n hart naar de Heere uitgaat. Maar die zo gevangen zit in de banden van het ongeloof. Maar wat staat een mens machteloos. Die banden kunnen wij niet breken. Dat ondervinden we steeds weer. En toch werkt de Heere middellijk.

Thomas laat zich meenemen naar de kring van de discipelen. Probeer de mensen maar onder het woord te krijgen, met liefde en aandrang. Hoe cynisch en ongelovig ze ook zijn. Wat voor voorwaarden ze ook stellen. Zeg maar: 'Kom en zie!'. De Heere weet er wel raad mee. Hij slaat ze alles wel uit handen. Dat is nodig, dat alle voorwendsels voor ons ongeloof, ons uit handen geslagen worden. Want het ongeloof heeft geen bestaansrecht. Het doet zich vaak wel heel vroom en zwaarwichtig voor, maar het moet ontmaskerd worden. Het is en blijft een vuil, Godönterend monster. Thomas houdt toch de discipelen maar voor leugenaars of lichtgelovige mensen, die zich maar wat inbeelden. Wees toch voorzichtig in uw oordeel. De discipelen spraken van de levende ontmoeting met de Heere. En Thomas houdt dat verdacht door zijn ongeloof. Dat gebeurt niet zelden nóg. Was er dan nog maar een greintje liefde, hunkering, verlangen naar de Heere Jezus, zoals bij Thomas. Maar als zelfs dat ontbreekt. Zeggen, er zelf buiten te staan en dan toch hardvochtig oordelen over een ander. Dat is dodelijk gevaarlijk.

Thomas laat zich overhalen om mee te gaan. Dat moet u ook doen, als u zo in de put zit. Niet thuis zitten kniezen, met gedachten die steeds maar ronddraaien. Dan heeft de duivel schik, als hij u van het gezelschap van Gods kinderen vandaan kan houden. Als u zo in de put zit, dat u zelfs geen moed hebt om naar de kerk te gaan. Geef er niet aan toe. De ouden zeiden: 'Voegt u bij de Godgezinden, want ge mocht er Jezus vinden'. Na acht dagen is Thomas er ook. Dat is de trekkende liefde van de Heere. Hij weet van die tobbers af. Hij verstoot ze niet. Hij bestraft ze wel. Maar zo liefdevol. Hij openbaart Zich heerlijk en Goddelijk. En dat is alles. We zullen dat D.V. de volgende maal bij Thomas zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Niet zien, toch geloven! (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's