De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een groet bij het vijfenzeventigjarig jubileum van de Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een groet bij het vijfenzeventigjarig jubileum van de Gereformeerde Bond

5 minuten leestijd

De groet die ter gelegenheid van drie kwart eeuw Gereformeerde Bond vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken hierbij wordt gezonden, geschiedt omdat er in velerlei opzicht sprake is van een zekere herkenning.

De groet die ter gelegenheid van drie kwart eeuw Gereformeerde Bond vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken hierbij wordt gezonden, geschiedt omdat er in velerlei opzicht sprake is van een zekere herkenning. Het was en het is nog heel vaak zo, dat die herkenning op het gemakkelijkste niveau plaats heeft: op dat van de prediking. Wat dr. H. Berkhof indertijd in zijn boekje over de Crisis der Middenorthodoxie schreef, nl. dat de middenorthodoxen en de gereformeerde-bonders van elkaars fouten leven, geldt grosso modo niet van de christelijke gereformeerden en de gereformeerde bonders. Met betrekking tot de prediking geldt dunkt me in grote lijnen dat er sprake is van een zekere overeenkomst, die zich daarin uit dat de mensen, wanneer ze een preek voor de radio horen van een bonder of van een christelijke gereformeerde, eerst bij het vermelden van de naam van de predikant min of meer uit de droom geholpen worden. En dan ging het niet alleen over het feit dat er geen gezang werd gezongen. Het was dan meestal een bepaald timbre in de preek, dat herkend werd: een warme, persoonlijke toon waarin overeenkomst is. Het is de gereformeerde prediking die functioneert als bediening en toepassing van het Woord Gods, die ons dicht bij elkaar brengt.

Wanneer de preek het strand is, waarop de theologie uitvloeit, dan ligt er achter deze gemeenschappelijkheid ook een verbondenheid in de waardering van de gereformeerde theologie, niet maar als een historisch verschijnsel maar als een tot op heden toe springlevende zaak. Dr. Graafland heeft op een zeer beknopte manier op twee bepalende factoren gewezen: continuïteit en actualiteit van de gereformeerde theologie. Beide zijn even hard nodig. Een bewust kiezen voor de gereformeerde traditie betekent nog niet dat we vandaag hebben te leven van een soort reprinttheologie, die slechts heeft te herproduceren, wat in het verleden is gezegd door welk groot theoloog dan ook. De continuïteit zal slechts daar legitiem zijn waar de actualiteit zich bewijst in een radicaal ingaan op de vragen van de tijd. Alleen op deze manier willen wij in de gereformeerde traditie staan. Er valt altijd nog iets door te geven van het ene geslacht op het andere. Het geheim van deze theologie vindt zijn centrum in het gereformeerde verstaan van de vroomheid: practisch, innig, open naar God toe en ook naar de schepping, die immers het werk van Gods handen is.

Daarachter staat de verbondenheid aan het gemeenschappelijke gereformeerde belijden, dat ons lief is. Niet een steriele zaak is het, dat gereformeerd belijden. Het wil antwoord voor vandaag zijn op het Woord Gods, juist als Woord van de levende sprekende God zelf, die, wonder genoeg, nog steeds spreekt en nog steeds léért antwoorden in verbondenheid aan het belijden en aan de belijdenis der vaderen.

Op een heel voorzichtige manier vindt de herkenning gestalte in het gezamenlijk staan in de gereformeerde gezindte, hoe versluierend die term soms ook moge werken. Is het nog dezelfde gereformeerde gezindte, waarover Groen van Prinsterer voor het eerst sprak, toen hij het recht ervan verdedigde in en buiten de Hervormde Kerk? Is het vandaag niet oneindig veel moeilijker om dit standpunt van Groen vast te houden? Is het geen illusie, vandaag, of is het altijd al een illusie geweest van mensen, die ondanks de kerkelijke scheidsmuren, toch niet in staat waren om elkaar los te laten?

Ja, ook op dit punt, dat van de kerk is er een soort van gemeenschappelijkheid, die zich misschien het best demonstreert aan een zekere argwaan, waarmee de gereformeerde bonders binnen en de christelijke gereformeerden buiten de Hervormde Kerk, naar het mij voorkomt, het streven van 'Samen op weg' bekijken. Die argwaan kon wel eens een oorzaak vinden in een visie op de kerk, op de gereformeerde kerk, zoals ze in de belijdenis getekend wordt, de naar Gods Woord hervormde kerk, waardoor het voor de buitenstaander soms de schijn heeft, dat de bonders in de Hervormde Kerk net zo afgescheiden zijn, als de christelijke gereformeerden erbuiten, soms iets meer of soms iets minder. Maar hier raak ik een punt, waar de gemeenschappelijkheid haar grens, misschien zelfs haar einde vindt. En het is niet een onverschillig punt. Het hoort er, juist voor de gereformeerde, zo wezenlijk bij.

Hebben we op dit punt elkaar te dragen? Moeten we het voor het gemak van de samenwerking die vandaag op velerlei terrein vormen zoekt en vindt, en wie zou dit niet een gelukkige en een noodzakelijke ontwikkeling noemen, moeten we, terwille van de lieve vrede, dan maar doen alsof? En dit tere punt ongenoemd laten? Of zullen we in een houding van absolute lijdelijkheid, waarvoor Kohlbrugge bij tijden exemplarisch wordt gesteld, alleen maar afwachten, hoe het allemaal komen zal? Het antwoord lijkt duidelijk. Neen. Maar komen we verder? En hoe dan?

Een heel simpel antwoord komt van de kant van hén, die zeggen, dat de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk de sleutel heeft van het kerkelijk vraagstuk. Ik zou het anders willen zeggen. Die sleutel ligt in het Woord zelf en in het op dit Woord gegrond belijden vandaag. Laat het Woord mogen werken. Als het Woord Gods door de Heilige Geest kracht wint, zullen er krachten loskomen, die wij niet voor mogelijk hielden. Zij zullen doorwerken en doorbreken en zij moeten het doen, ook daar, waar wij aan de grenzen staan van onze gemeenschappelijkheid.

Een groet, vanuit een herkenning op zo vele punten.

Een groet, nu in de hoop, dat een honderdjarig jubileum niet meer nodig zal zijn, omdat allen die werkelijk gereformeerd begeren te zijn, elkaar gevonden hebben binnen een Hervormd-Gereformeerde Kerk.

W. van 't Spijker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een groet bij het vijfenzeventigjarig jubileum van de Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's