De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De oprichting van de Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De oprichting van de Gereformeerde Bond

11 minuten leestijd

Op 18 april 1906 werd te Utrecht de 'Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Nederlandsche Hervormde Kerken' opgericht.

18 april 1906

Op 18 april 1906 werd te Utrecht de 'Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Nederlandsche Hervormde Kerken' opgericht. Eén en ander was voorafgegaan door een Manifest, dat op 17 februari van dat jaar stond afgedrukt in het Gereformeerd Weekblad. In de eerste zin van dat manifest valt de naam van Bahler, predikant in de Hervormde Kerk, tegen wie in 1905 een proces liep vanwege zijn brochure 'Het christelijk barbarendom in Europa'. In deze brochure wordt het christendom omlaag gehaald en het boeddhisme verheerlijkt. Boeddha werd gesteld boven Christus. Maar de Algemene Synode gaf dr. Louis Bahler vrijspraak. De kerk - tuchteloos en machteloos als ze was (geworden) onder de Reglementenbundel, die Koning Willem I haar in 1816 oplegde - liet Bahlers opvattingen ongemoeid. Het werd één van de aanleidingen tot het ontstaan van de Gereformeerde Bond.

Het manifest, ondertekend door de bestuurders van het eerste uur, vinden de lezers hiernaast afgedrukt. De statuten, waarin als doel de 'vrijmaking' van de plaatselijke kerken (van genoemde reglementenbundel) werd gesteld staan eveneens hiernaast afgedrukt.

Oprichtingsvergadering

De oprichtingsvergadering stond onder leiding van ds. E. E. Gewin die - blijkens de gedenkbundel bij het vijfentwintigjarig bestaan - zei:

'Gij zijt uitgenoodigd door den Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Kerken. Gij gaat dus met ons van de veronderstelling uit, dat onze Ned. Hervormde Kerk niet vrij is. Dit nu is reeds het geval van het begin van de vorige eeuw. De Synodale Organisatie moed noodlottig voor de Kerk geheeten worden, omdat er gezondigd wordt tegen het gebod, dat Jezus Christus moet zijn de Koning der Kerk. En daarom heeft dr. Hoedemaker eens zeer terecht gezegd: er moet niet alleen geen moderne Synode zijn, neen, er moet in 't geheel geen Synode zijn, zooals wij die nu hebben. Voortgekomen uit het liberalisme, is de Synode een werktuig om de Kerk te spelen in de handen van het liberalisme. Daarom heeft Chantepie de la Saussaye eens zeer juist gezegd, dat de kerkelijke toestand onder de Synode een georganiseerde ontbinding is. Het laatste bewustzijn van kerkelijk leven wordt dan ook onder ons uitgebluscht en wat moet er zoo worden van het opkomend geslacht, het zaad der Kerk? En dat in een tijd, dat het ongeloof zijn strijd heeft aangebonden en met alle kracht en macht tracht het pleit te winnen. Hoe noodig is nu een kerkelijke moederzorg! En nu zitten wij met een moeder, die haar kinderen voor het ongeloof te vondeling legt. Dit is immers gebleken in de laatste dagen, toen het hoogste Kerkbestuur der Ned. Hervormde Kerk dr. Bahler vrij heeft gesproken, een predikant die Boeddha durfde stellen boven Jezus Christus. Wij hebben ons de vraag gesteld: mogen wij bij zulke schreeuwende feiten stil blijven zitten? Gedoogt dat onze verantwoordelijkheid voor de bedreigde kinderen van ons volk, dat de buit dreigt te worden van het steeds veldwinnend socialisme? En wij hebben gezegd: neen! er moet door ons gezocht worden naar bevrijding van het juk en naar een weg, dien een beteren toestand voor de Kerk mogelijk maakt, een toekomst van weder herleven van de Gereformeerde Kerk.

Laat ik u echter uitdrukkelijk mededeelen, dat wij niet willen herhalen den weg van Separatie of Doleantie, noch ook dat wij willen zijn de slippendragers van het Confessionalisme.

Wij wenschen iets anders; en in het zoeken hiervan willen wij den weg bewandelen, die aangewezen is door een man, wiens naam zeker bij u allen bekend is. Ik bedoel Groen van Prinsterer. Groen heeft ons geleerd, dat de vrijmaking van 1843 en 1852 een schijnbare vrijmaking is geweest. Deze vrijmaking was niets anders dan een overlevering aan de Synode, creatuur van het Gouvernement; daarom voortzetting van de slavernij in gewijzigden vorm. De Synode ontleent haar macht aan de Regeering - zoo zei de heer Van Lynden van Sandenhurg in de Tweede Kamer - en dat is de fout, die herziening eischt.

Wilt gij nu met ons vereenigd de schouders zetten onder den last om te werken voorde vrijmaking der Kerk? Wij rekenen stellig op u! Ziet er geen vrees in voor uw eigen naam, maar hebt alleen vrees voor de lastering van den naam des Heeren. Het kan gebeuren, dat er tengevolge van de actie wanorde ontstaat. Maar ik vraag u: wat geeft dit? Alle wanorde is geen doodelijk kwaad. Groen heeft eens gezegd: er is een wanorde, die de kern draagt van de wezenlijkste, van de voorbeeldigste orde.'

'God en Mijn recht'

Op diezelfde vergadering sprak prof. dr. H. Visscher over 'God en mijn recht'. 'Gans een eikenwoud slaapt in een enkelen eikel' is het gevleugeld geworden woord uit Visschers rede. Uit een enkele eikel ontstaat een grote verscheidenheid, van bomen door de jaren heen. Zo is er ook in de kerk verscheidenheid. Visscher zou later met deze visie komen tot de zogeheten modus-vivendi voorstellen, die hij samen met vrijzinnigen ondertekende, en die ten doel hadden de verscheiden stromingen in de kerk ieder voor zich een eigen leven te laten leiden, vanwege de verscheidenheid die er nu eenmaal is.

'Samenwerking met het exclusief karakter der waarheid is noodig. Men moet in de Kerk onder het doorzichtig waas van leugenachtige vormen, niet vereenigen richtingen, die elkander uitsluiten. Afzondering van heterogene elementen moet men voorbereiden door aaneensluiting van alle belijders.

Die worsteling kan dan lang duren. En dan aaneensluiting van geestverwanten, met erkenning van aller recht, ook met betrekking tot het kerkelijk bezit. We moeten aanvaarden het historisch gewordene.

Het gaat ons om vrijheid en recht. We moeten komen tot eenheid der Hervormde Gereformeerden en laat ons, ziende op de toekomst onzer kinderen, niet aflaten te strijden ook op dit terrein, den strijd des geloofs, sterk zijnde in de heerlijke wetenschap, dat het niet is onze kracht, noch ook ten laatste onze zaak, maar de roeping Gods, zoodat wij mogen optrekken onder de oude wapenspreuk: 'God en mijn recht!'

De leiding van de Gereformeerde Bond zou later intussen prof. Visscher inzake diens keuze voor de modus-vivendi niet volgen.

Verder spraken op de oprichtingsvergadering dr. J. D. de Lind van Wijngaarden ('de gedeformeerde kerk moet gereformeerd worden'), ds. M. van Grieken over 'Kerkgemeenschap door geloofsgemeenschap' en It. gen. L. F. Duymaer van Twist. Ds. M. van Grieken zei o.a.

'Nu is het ons niet onbekend, dat zij, die kerkelijk gescheiden van ons leven, met name in de Gereformeerde Kerken, ons zoo gaarne toeroepen: 'sta dan op, maak u vrij van de zonde van het Synodale Genootschap en woon bij ons in; dan zijt gij waar gij wezen wilt: een vrij Gereformeerd kerkelijk leven!'

Maar - dat mogen, dat kunnen, dat willen wij niet! Scheiding noch Doleantie begeeren wij; noch 1834, noch 1886 is voor ons het model. Dat is voor ons niet wat wij verstaan onder de vrijmaking der Kerk. Een gedeelte van de Gereformeerde gezindheid, duizendtallen Gereformeerden zijn 'vrij' gekomen langs deze weg. Maar de Gereformeerde Kerk, waar de strijd voornamelijk om gaat, is niet vrij geworden. En dat, waar de zonden van onze Vaderen en van ons roepen tot God. Saam hadden we moeten blijven, dragende de schuld, strijdende den strijd, sterkend ons in het gebed, pleitend op Gods beloften, die voor een biddend volk, dat naar 's Heeren wegen vraagt, zoo rijk aan vertroosting zijn, óók in het land van donkerheid en duisternissen. Dan had de vrijmaking der Gereformeerde Kerk reeds verderen voortgang gehad dan nu, ook waar de Heere bij gebroken krachten Zijn zegen niet heeft onthouden en in de steden en in de dorpen ontwaking schenkt bij velen. Wij maken aanspraak op onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk en wij willen - met belijdenis van onze zonden en van onze schuld, met Daniël bekennen: 'wij en onze Vaderen hebben misdreven'. Neen, de Heere doet geen onrecht, indien de moeiten velen zijn. Dat het goud is verdonkerd, heeft waarlijk wel oorzaak. Vol verbazing en met stille verwondering moeten we onszelf telkens bekennen: des Heeren hand is niet verkort. En daarom geen nieuwe scheuringen, waarbij de verwarring op het terrein van Gods Kerk in het midden van ons volk nog weer zal toenemen. Maar saam kloek en geloovig den strijd aangebonden voor de eere Gods en de wederoprichting van onze Hervormde of Gereformeerde Kerk. En als onze Hervormde (Geref.) Kerk dan weer mag leeren om den Heere te eeren naar Zijn Woord en Hem te dienen in geloof en Zijn Naam te belijden in liefde, vasthoudende aan de aloude, beproefde Waarheid, die naar de Schriften is en in onze belijdenisschriften is omschreven - , dan wone een ieder, die niet wenscht te buigen voor Gods Woord en die zich niet wil bekeeren tot den Heere, in zijn eigene tente, om daar te knielen voor het maaksel van eigen hand.

'Geen Kerkgemeenschap zonder waarborgen van geloofsgemeenschap', schreef mr. Groen van Prinsterer in een tijd, toen velen heengingen, maar hij bleef wonen op de erve der Vaderen.

Wij zeggen hem deze woorden na - ook nu begeerend te blijven in het huis, waar de Heere ons deed geboren worden.

En blijvend waar de Heere ons doet wonen, blijven wij, om allen, die de Gereformeerde Waarheid liefhebben toe te roepen: gordt u aan lot den strijd en schaart u mee onder de banier der Waarheid.'

'Gelijk een spin...'

Van Duymaer van Twist is het gevleugeld woord: 'Gelijk een spin zijn webbe bouwt, hebben wij rondom ons pioniersdiensten te verrichten... Op Gods tijd hebben we te wachten: en intussen biddend werken en werkend bidden.'

Dit beeld, waarin het ging om de verbreiding van de waarheid in de kerk ('gelijk de zon haar stralen schiet over het aardrijk, zo hebben wij ook vanuit dit centrale punt des lands ons volk te doordringen van de noodzakelijkheid van ons optreden') werd in feite de doelstelling van de Gereformeerde Bond, die bij de naamwijziging in 1909 werd geformuleerd: Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Geref.) Kerk.'

Gedenken

Thans bestaat de Gereformeerde Bond 75 jaar. Opnieuw besteden we aandacht aan het ontstaan en het bestaan van de Bond, zoals dat in 1931 en in 1956 bij het respectievelijke vijfentwintigjarig bestaan en het vijftigjarig bestaan ook gebeurde. Het woord 'jubileren' vermijden we maar liefst, omdat de doelstelling ongewijzigd bleef: de kerk opheffen uit haar 'diep verval'.

Gedenken mogen we intussen wel vanwege de trouw des Heeren over kerk en gemeenten. Dat is vertolkt in de titel van het gedenkboek, dat vandaag verschijnt: 'Beproefde trouw'. Aan Gods deugdelijk gebleken trouw is onze menselijke trouw, hóe vaak ook op de proef gesteld, ondergeschikt. In de gebedsdienst, die gister werd gehouden, is God gedankt voor Zijn trouw over een ontrouwe kerk en een ontrouw volk.

Vandaag - op de dag van de jaarvergadering zal ook teruggedacht worden aan een geslacht van voortrekkers, die de roeping hebben verstaan om in de kerk getrouw te arbeiden aan de verbreiding van de Waarheid Gods, naar de Schrift en de Confessie der kerk.

In ons blad van volgende week zullen we uitvoerig aandacht geven aan wat in de gebedsdienst en op de jaarvergadering is gesproken.

Gasten aan het Woord

Gasten aan het Woord In dit nummer van ons blad laten we een aantal gast-scribenten aan het woord. Allereerst - voorafgaande aan de artikelen van de gasten - een stuk van de oud-voorzitter ds. W. L. Tukker: 'Wat ons bond'.

Dan een stuk van onze synodepraeses ds. C. B. Roos, die verwoordt hoe hij als niet G.B-er de Gereformeerde Bond ervaart. Verder een artikel van dr. B. W. Steenbeek, lid van het hoofdbestuur van de Confessionele Vereniging, een organisatie binnen de kerk, waarnaast de Gereformeerde Bond in het begin van deze eeuw ontstond en waarmee toch de sterkste verbinding bestond, vanwege de confessie (hoezeer ook soms verschillend geïnterpreteerd in de kerkelijke praxis).

Prof. dr. W. van 't Spijker schrijft vanuit de Chr. Gereformeerde Kerken en prof. dr. J. Douma vanuit de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken. Zij vertegenwoordigen om zo te zeggen de kring van de Afscheiding.

Ds. H. Paul (Vlissingen) is predikant van de Gereformeerde Gemeenten, ontstaan uit de kring van Ledeboerianen en Kruisgezinden. En - tenslotte - prof. dr. J. Veenhof, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, geeft stem aan gevoelens vanuit de uit de Doleantie ontstane Gereformeerde Kerken.

Banden

Met al de kerken, die genoemde scribenten vertegenwoordigen, zijn er vanuit de Gereformeerde Bond historische banden: van geestelijke, theologische, politieke, of confessionele aard. De scribenten schrijven vrijuit wat ze ons te zeggen hebben. Zij hebben niet geschroomd zichzelf af te vragen wat 75 jaar Gereformeerde Bond betekent voor hun eigen Kerk of kerkelijke groepering. Ze laten ook niet na ons de spiegel voor te houden.

Er is geen reden tot 'jubileren', tot jubelen. Wèl tot lofzeggen. Daarbij kan het zelfonderzoek niet worden gemist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De oprichting van de Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's