De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hervormd en Gereformeerd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormd en Gereformeerd

13 minuten leestijd

Wij willen aandacht geven aan de omstandigheid, dat wij als leden van de Gereformeerde Bond zowel hervormd als gereformeerd zijn, althans begeren te zijn. En daarbij ons afvragen welke consequenties daaraan verbonden zijn.

Sommigen van u hebben mogelijk gedacht, toen zij de aankondiging van deze causerie lazen: het zal daarin wellicht gaan over de verhouding van de Nederlandse Hervormde Kerk tot de Gereformeerde Kerken. Komt er misschien een nadere positie-bepaling ten opzichte van 'Samen op weg'? Of zal het gaan over de verhouding van de Nederlandse Hervormde Kerk tot de kerken van gereformeerde signatuur meer in het algemeen? Zeker was het denkbaar geweest daarover thans te handelen.

Toch is dat nu de bedoeling niet.

Wij willen aandacht geven aan de omstandigheid, dat wij als leden van de Gereformeerde Bond zowel hervormd als gereformeerd zijn, althans begeren te zijn. En daarbij ons afvragen welke consequenties daaraan verbonden zijn.

Eerst even iets over het taalkundig aspekt van dit onderwerp. Een bijzonderheid van onze Nederlandse taal is, dat wij wat kunnen 'spelen' met de woorden 'hervormd' en 'gereformeerd'.

Dat is immers noch in het Duits, noch in het Engels, noch in het Frans zo mogelijk. Vertaalt men de woorden 'hervormd' en 'gereformeerd' dan is het resultaat steeds één en hetzelfde: reformiert, resp, reformed, resp. reformé(e).

Wanneer wij het in deze causerie hebben over 'hervormd' dan is de naam van onze kerk bepalend. Hebben wij het over 'gereformeerd', dan is het in de confessionele zin van het woord. De Hervormde Kerk heeft, zo plegen wij te zeggen, een gereformeerde belijdenis.

In deze tweeslag of beter nog tweeëenheid hervormd én gereformeerd ligt de bijzondere positie van de Gereformeerde Bond opgesloten. Daarmee is ook het spanningsveld aangegeven (en gegeven) van de gereformeerden in de Hervormde Kerk.

Velen in de Hervormde Kerk zijn immers niet gereformeerd. Dat wil zeggen, zij hebben nauwelijks of geen band met de belijdenis van hun kerk, die een gereformeerde belijdenis is.

Vele gereformeerden evenwel hebben geen band met de Hervormde Kerk. Juist om wille van de belijdenis hebben zij of heeft hun voorgeslacht zich van de Hervormde Kerk losgemaakt, teneinde in een voluit gereformeerde kerkgemeenschap te kunnen leven.

Hoezeer deze zaken hun beslag gekregen hebben, blijkt wel duidelijk uit het feit, dat voor de doorsnee-Hervormde geldt: als je 'gewoon' Hervormd bent, ben je niet gereformeerd. En de opinie van de meesten buiten de Hervormde Kerk is: als je écht gereformeerd bent; kun je onmogelijk Hervormd zijn.

Voor de én niet Hervormd, voor de ander niet gereformeerd - dat is nu al driekwart eeuw zo ongeveer de positie van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk.

Natuurlijk stelt lang niet iedereen het zó scherp. Maar toch... Het komt me voor, dat de zojuist genoemde mening, eventueel zelfs beschuldiging, bij de één voortkomt uit een overwaardering van de belijdenis, bij de ander uit een over waardering van de kerk.

En het komt me eveneens voor, dat het niet alleen goed maar ook nodig is, dat wij als Gereformeerde Bond van onze kant dit kritisch beschouwd en gevolgd worden (hoewel dat soms-erg negatief, soms zelfs boosaardig geschiedt) aanvaarden als een stimulans om écht Hervormd en tegelijkertijd écht gereformeerd te zijn.

U zult dan begrijpen, dat ik de titel van dit korte referaat vooral versta en uitwerk als een opdracht aan de Gereformeerde Bond: wees Hervormd, en gereformeerd, wees het beide, breng het één niet in mindering op het ander, noch het ander op het één.

Voor ik nu verder ga, heb ik er behoefte aan nadrukkelijk uit te spreken, dat zo vaak ik de woorden 'Gereformeerde Bond', 'wij', en 'ons' gebruikte en zal gebruiken dit louter is om redenen van duidelijkheid en nooit met enig gevoel van triomfantelijkheid. Want tot dit laatste is werkelijkheid niet de minste aanleiding. In deze bedéling is de gestalte van de kerk, welke naam zij ook draagt, altijd gebroken. En een noodverband als de Gereformeerde Bond is zeer gebrekkig en verzacht de pijn om de kerk niet.

Opdracht

Hervormd en gereformeerd. Het wordt nu tijd op deze beide aspecten wat nader in te gaan. Wat betekent het voor ons, vraag ik dan nu, dat wij hervormd zijn, dat wij behoren tot de Nederlandse Hervormde Kerk?

a. In de eerste plaats versta ik dit als een opdracht, namelijk dat wij onszelf zo veel wij maar kunnen loyaal aan haar geven. Nog liever zeg ik, dat wij binnen haar, die wij toch erkennen als openbaring van het lichaam van Christus (verg. art. 1 van de Kerkorde) zo getrouw als wij kunnen de Heere Christus, die het Hoofd van zijn Gemeente is, dienen. Dat is voor gemeenteleden en ambtsdragers voortdurend de roeping: midden in de kerk, ook heel concreet in haar ambtelijke vergaderingen, te staan met het Woord van God. De beste dienst die wij God en onze naaste (en dus ook de kerk) kunnen bewijzen, is het Woord van God doorgeven. De schat van de kerk is het Evangelie. Kostbare schatten worden meestal zorgvuldig in een kluis opgeborgen. Maar déze schat moet worden uitgedeeld. Aan dat uitdeel-werk mogen wij ons niet onttrekken. Evenmin mogen wij denken, dat het wel goed zit, wanneer het in beperkte, eigen veilige kring gebeurt. Wij moeten bevorderen, dat het overal in de kerk gebeurt. Dat ook velen buiten de kerk worden bereikt met het Woord, opdat zij Christus leren kennen, die alleen hun leven redden en zaligmaken kan.

Naar de mate dat het Woord van God in ere is en gezag heeft in de kerk is zij kerk, Kuriakè, lichaam des Heeren, wijngaard en schaapskooi. Daarvoor - wat is dat een schone taak, wat is dat een hoge roeping! - mogen wij ons inzetten naar de ons geschonken gaven als leden van de gemeente, in ambten en bedieningen.

In de ruimte van de kerk staan - daar is het doorgaans tochtig. En ook helaas nogal wat koud. Maar laten we niet te gauw opzoeken de beslotenheid en het isolement. Pas als de wacht wordt afgelost mag een soldaat zijn post verlaten. Nier eerder.

Met andere woorden: laten we niet tevreden zijn met allerlei organisaties en bonden op gereformeerde grondslag (en we hebben er nogal wat: voor mannen en vrouwen, voor zondagsscholen en de jeugd, voor in-en uitwendige zending!) en tegelijkertijd het geheel van de kerk vergeten. De eigen organisaties mogen geen vluchthaven zijn, waar wij jaar en dag wegschuilen omdat het 'buiten' boos weer of dood getij is. Zij mogen een thuishaven zijn vanwaar wij steeds weer uitvaren om in de brede stroom van de kerk Christus' netten uit te werpen. Als wij dat doen, zal Hij het dikwijls maken dat ge u verwonderen moet.

Ontvangen

b. Hervormd zijn houdt dus in de roeping dat wij het goede van en voor de kerk zoeken. Daaraan is het belang van de eigen groep ondergeschikt. Maar, al gevende, mogen wij ook veel ontvangen. Wij mogen ook veel van de kerk ontvangen. Door deze bedding zijn het verbond en het Woord van God tot ons gekomen. Van haar ontvangen wij de heilige sacramenten. Door haar ontvangen de gemeenten de ambten. En dat is nogal wat: het verbond, het Woord, de sacramenten, de ambten! Nooit ontvangen wij deze van een groep, een richting, een bond. Maar van de kerk. Dat wordt weinig beseft. Daarom is er, ook helaas onder ons, te weinig kerkelijk besef. En soms vrees ik, dat dit weinig kerkelijk besef nog afneemt ook, ten gunste van separatistische tendenzen, waarin zowel de kerk als de belijdenis worden ondergewaardeerd.

Wanneer de Heere heiligt aan mensenharten wat Hij door de dienst van de kerk laat uitdelen, wordt het hun tot eeuwige zegen. Daarvoor zij dan ook voortdurend ons gebed, dat het levende Brood wordt uitgedeeld opdat verloren mensen het eeuwige leven ontvangen.

Dit brengt mij ook tot de overweging, dat wij niet alleen voor onszelf veel van de kerk (ten diepste van de Heere zelf door de bemiddeling van de kerk) ontvangen mogen, maar ook veel aan mogelijkheden om mensen te bereiken. Mensen in de kerk, aan wie stenen voor brood gegeven is. Helaas geschiedt dit wanneer het Evangelie wordt aangepast, de verzoening door voldoening geloochend, afgedaan van het 'de Heere is waarlijk opgestaan'. Wanneer wij midden in de kerk staan wil de Heere ons mogelijk ook gebruiken dat zulken horen van de enige Naam die onder de hemel tot behoud gegeven is. Maar omdat onze kerk vele openingen heeft naar het volksleven toe, liggen ook hier mogelijkheden die wij niet mogen verzuimen. Deze mogelijkheden zijn ook een gave, waarmee wij ernst hebben te maken.

Ootmoed

c. Hervormd zijn houdt in de roeping ons te geven. Méér dan wij geven kunnen mogen wij van en door bemiddeling van de kerk ontvangen.

Hervormd zijn is ook een zaak die tot ootmoed stemt. Er is echt geen reden ons boven andere kerkgemeenschappen te verheffen. De christenheid is verscheurd. Onze eigen kerk is het ook. Zij is zeer ontzonken aan haar belijdenis. De reorganisatie van 1951 bracht geen reformatie. Er is veel wat voor gereformeerde belijders moeilijk te verdragen is.

In de koers van de Wereldraad van Kerken (om enkele voorbeelden te noemen) kunnen wij ons onmogelijk vinden. Met het doen en laten van de Raad van Kerken in Nederland zijn wij uitgesproken ongelukkig. Maar onze kerk maakt van wèl van beide deel uit.

Moderne theologieën hebben vrijelijk toegang en doen hun verwoestend werk. Maar de kerk als kerk weert ze niet.

Toestanden en pracktijken worden aangetroffen, die met de belijdenis als norma normata (een aan de Heilige Schrift genormeerde norm) volstrekt strijdig zijn. En zij worden niet gebeterd.

Deze dingen doen pijn. De gebrokenheid van de kerk mag ons wel doen lijden aan de kerk. En toch! Hoewel het riskant is stel ik de vraag of aan deze omstandigheid ook niet een positieve zijde op te maken is.

In sommige kerken van gereformeerde belijdenis vindt mijns inziens welhaast een vereenzelviging plaats van het behoren tot de kerk en het behoren tot Christus. Men kan zo veel nadruk leggen op de kerk, dat het Hoofd van de kerk, Christus op de achtergrond geraakt. Omdat wij grondig beseffen, dat de kerk in haar verschijningsvorm op aarde zwak is en gebrekkig worden wij ervan weerhouden haar een te zwaar accent te geven, en heilzaam genoodzaakt ons te concentreren op Christus, zijn persoon en zijn werk. Maar bogen op de kerk kunnen wij als Hervormden niet.

Ik kom nu toe aan het tweede: Gereformeerd.

De Kerk

a. Daarin beluister ik onze opdracht aan het, geheel van onze kerk. Wij moeten haar steeds weer voorhouden, dat zij een gereformeerde belijdenis heeft en dat zij daarmee ernst heeft te maken. Eertijds heeft onze kerk deze aanvaard als akkoord van kerkelijke gemeenschap. In de belijdenis spreekt de kerk uit in Wie zij gelooft, op Wie zij hoopt. Wie zij liefheeft en verwacht. Als wij pleiten vóór een kerkelijk leven en spreken overeenkomstig de Schrift en de belijdenis, stellen wij deze beide laatste niet op één lijn. De Schrift gaat voorop. Zij staat bovenaan. De belijdenis is van haar afgeleid, vat haar samen. Maar alszodanig is zij wel de spreek-en leefregel van de kerk. En daarvan komt zo bitter weinig terecht, zodat in een verwarrende tegenstrijdigheid plaats is voor allerlei meningen en leringen, ook als zij de vastheid en waarheid van het Evangelie verduisteren of ontkennen. Maar zó wordt het Woord van God in zijn loop gehinderd. Zó wordt het kruis van Christus opzijgezet. Zó is de kerk zonder karakter, waar elk kan zeggen en horen wat hij wil.

Daarom is de strijd in en om de Hervormde Kerk een worsteling om de waarheid, om de heerschappij van het Woord van God. En dan zijn wij inderdaad van overtuiging, dat deze strijd het beste gestreden kan worden binnen de Hervormde Kerk, die wij zien als de kerk der Hervorming, de kerk der vaderen, de kerk waarmee de Heere nog altijd bemoeienis heeft. Haar willen noch kunnen noch mogen wij verlaten, zo lang ons daar een plaats is gegeven. Zouden wij het wel doen, dan zouden wij vergeten, dat het niet aan mensen is om kerken te stichten en mensen onmogelijk is zuivere kerken te stichten. En als wij van doen hebben (naar het kernstuk van de reformatorische leer) met een God die om Christus' wil zondaren begenadigt en goddelozen rechtvaardigt, mogen wij dan niet hoop hebben, dat Hij zich nog over dit stukje van zijn christenheid, onze vaderlandse kerk, erbarmen wil?

De Gereformeerde Bond

b. Wie belijdt gereformeerd te zijn, spreekt daarmee tevens uit geen eindpunt bereikt te hebben. Wie gereformeerd is moet altijd gereformeerd wórden. Laten wij dat vandaag en steeds weer tot elkaar zeggen. Als Gereformeerde Bond zijn wij er ook niet. Wij hebben en weten het ook niet allemaal. Wij moeten ook tot de Heere roepen; Ga niet met ons in het gericht. Ook wij zouden niet voor U bestaan.

Ook onder ons is verduistering van het Evangelie, ook in Hervormde gemeenten van gereformeerde signatuur zijn toestanden en pracktijken te vinden die niet naar het Woord van God zijn en niet stroken met de belijdenis. En wanneer allerlei vragen uit deze moderne tijd op ons aanstormen hebben wij ook niet altijd meteen een antwoord. Vanuit de belijdenis zal nog menig vraagstuk, met name op het terrein van de ethiek, zowel de micro als de macro-ethiek moeten worden doordacht.

Laten wij ons evenmin ontveinzen, dat het moderne leven ook 'onze' gemeenten binnendringt, terwijl de oprechte godsvrucht, een beleefd geloof te weinig gevonden wordt.

Te gemakkelijk worden sommige zaken als wereldgelijkvormig afgedaan terwijl andere wereldgelijkvormige zaken voluit worden aangetroffen, en niet alszodanig onderkend. Een kenmerk van onze tijd is de verregaande zelfzucht. Hoe staat het nu in 'onze' gemeenten met het dienstbetoon, met aandacht en zorg, liefde en gebed voor elkaar?

Er dient niet alleen zorg te zijn voor de rechte leer, maar ook voor het rechte leven en samenleven.

Laat er onder ons gestudeerd worden, in het Woord, in de schatten van de kerk der eeuwen, op de vraagstukken, die kerk, theologie en maatschappij beroeren.

Laten wij ons hoeden voor verstarring. Maar als levende - en God geve: als door Hem mèt Christus levendgemaakte-mensen-staan in deze tijd, in de geestelijke worsteling van deze tijd, overweldigd door het goddelijk Woord en wonder van genade.

Daartoe zij onze verwachting van Hem, die zondaren wederbaart, en dorre gemeenten en dodige kerken doet herleven door de adem van zijn Geest. Dan geschiedt het wonder, dat helder en klaar, fris, winnend en wervend het Evangelie wordt verkondigd, zo dat het wordt gehoord, geloofd en bewaard, tot eer van God en heil van de kerk.

Aanvaardt bij de voortduur de roeping Hervormd te zijn, dat zeggen wij vandaag nadrukkelijk tot elkaar.

Aanvaardt de roeping een gereformeerde kerk te zijn, dat zeggen wij aldoor en ook vandaag tot onze kerk. Maar wij zeggen ook tot elkaar: wij heten gereformeerd, laten we het ook werkelijk zijn. Dan hebben we voorlopig nog heel wat te doen. Denkt ook niet dat buiten onze eigen kring niets gereformeerds en niets te leren zou zijn. En, dat moet ik wel heel bescheiden doen, maar ik waag het er toch op: tot de gereformeerde broeders en zusters buiten onze kerk zeg ik: denkt er eens over Hervormd te worden. Het is misschien op den duur tóch de beste manier om gereformeerd te zijn, te blijven en te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Hervormd en Gereformeerd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's