De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een terugblik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een terugblik

75 Jaar Gereformeerde Bond

10 minuten leestijd

Het herdenken van het vijfenzeventig jarig bestaan van de Gereformeerde Bond ligt achter ons. We hebben in het vorige nummer van ons blad uitvoerig weergegeven wat bij die gelegenheid allemaal is gezegd. Van verschillende zijden bereikte ons de reactie, dat het verheugend was dat de herdenking niet in triumfantelijke zin heeft plaats gevonden. Dat is het beste wat kan worden gezegd. Immers hoe zou er sprake kunnen zijn van triumfantelijkheid bij het herdenken van driekwarteeuw bestaan van een organisatie, die vanwege de nood, 'het verval' der kerk ontstaan is en nog steeds bestaat? Intussen is die verzoeking van triumfantelijkheid, de verzoeking om in wat wij deden te blijven steken, levensgroot aanwezig. De dienst van gebed, waarmee het herdenken werd aangevangen, plaatste één en ander echter direct op de juiste toonhoogte.

In het hiervolgende willen we nog een korte terugblik geven, voornamelijk toegespitst op wat in allerlei organen werd geschreven en we hier in ons blad nog niet hebben vermeld. We geven hier uiteraard een globaal overzicht. In een binnenkort uit te geven brochure hopen we het belangrijkste van wat in eigen kring en door 'buitenstaanders' is gezegd te bundelen.

De media

Allereerst een samenvatting van wat de media doorgaven.

De Evangelische Omroep gaf een totaalweergave van de gebedsdienst, die in de Domkerk gehouden werd. Zo konden velen in den lande deze dienst (nog een keer) meebeleven. Het stemt tot dankbaarheid, dat door middel van de omroep op deze wijze de gebedsdienst een breed .gehoor kon krijgen.

De N.C.R. V. gaf een goede samenvatting van wat op de jaarvergadering aan de orde kwam en gaf bovendien in de rubriek 'De Kerk Vandaag' uitgebreid aandacht aan het vijfenzeventig jarig bestaan door gedeelten uit te zenden van een drietal vraaggesprekken (met dr. R. J. Mooi, prof. dr. C. Graafland en ondergetekende).

Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) zorgde ervoor, door middel van een uitgebreid en objectief persbulletin, dat datgene wat op de jaarvergadering gezegd is voor de pers beschikbaar was, zodat in allerlei kranten van één en ander melding werd gemaakt.

Het Reformatorisch Dagblad gaf bovendien een uitgebreid interview met ds. C. den Boer (studiesecretaris van de G.B.).

Het Nederlands Dagblad wijdde liefst zes interviews aan het vijfenzeventig jarig bestaan van de G.B. Deze interviews (met ds. L. J. Geluk. ds. S. Kooistra, ds. L. H. Oosten, ds. H. J. Smit, prof. dr. J. Douma en ds. J. Maasland) zullen we in bovengenoemde brochure opnemen.

Het dagblad Trouw gaf op de dag van de jaarvergadering een zuinig verhaal, waarbij welwillendheid schuil ging achter vooringenomenheid.

We kunnen intussen allerminst volledig zijn, omdat we ook niet alles wat geschreven is onder ogen kregen. Ook allerlei neutrale bladen besteedden aan één en ander aandacht. Bij alle goede bedoeling was soms merkbaar hoe het niet behoren tot de kerk of tot de kring van de Gereformeerde Gezindte het bepaalde journalisten moeilijk maakte de juiste bewoordingen te kiezen en zo echt weer te geven waar het de Gereformeerde Bond om gaat.

De kerkelijke pers

In de kerkelijke pers kwam uiteraard sterk dóór, de eigen kerkelijke positiekeuze binnen de kring waarin die betreffende organen verschijnen.

Prof. dr. J. Douma plaatste het artikel dat hij in de Waarheidsvriend schreef ook in De Reformatie, het orgaan van de Vrijgemaakt Gereformeerden. Hij deed dit onder de titel 'Niet binnen een Bond maar binnen de Kerk'.

Het is waar, broeder Douma, maar binnen welke kerk dan? Want Douma mocht dan in zijn artikel op 'het heilzame van de Afscheiding' wijzen. Maar in welke kerk komt dit heilzame dan het best tot uitdrukking?

Prof. dr. J. Veenhof plaatste zijn artikel uit de Waarheidsvriend ook in het Gereformeerd Weekblad (Kok, Kampen). Verbetering van de relatie tussen de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Kerken zou voor beide heilzaam zijn, vindt hij. Maar: hoe samen verder (Graafland), als we denken aan het rapport over het Schriftgezag?

Hervormd Nederland, een blad dat hervormd in de naam en oecumenisch in de ondertitel heeft staan, ging nagenoeg aan het vijfenzeventigjarig bestaan van de Gereformeerde Bond voorbij. Volstaan werd met een kort bericht over de jaarvergadering. Hervormd Nederland heeft nu eenmaal meer aandacht voor wereldse zaken dan voor (hervormd-) binnenkerkelijke zaken.

Wat de Confessionelen betreft, behalve het eerlijke en aansprekende stuk van dr. B. W. Steenbeek in ons blad, schreef dr. C. Bezemer een hoofdartikel in het Hervormd Weekblad. Dr. Bezemer merkt op, dat er helaas van gezamenlijk optrekken van Gereformeerde Bond en Confessionele Vereniging niet altijd sprake is, met name niet op het plaatselijk vlak, hoewel het bij de 'Open Brief van de 24' en het 'Getuigenis' wél mogelijk was. Hij hoopt dat de Gereformeerde Bond het geheel van de Hervormde Kerk niet uit het oog zal verliezen, nadat hij opgemerkt heeft dat de Gereformeerde Bond veel zegenrijk werk in de Hervormde Kerk heeft mogen doen. Hoezeer we deze vermaning ook onszelf voorhouden, willen we deze ook uit de pen van dr. Bezemer graag serieus nemen. Mogen we de Confessionelen dan ook de vraag voorleggen of ze het geheel van de Confessie niet uit het oog zullen verliezen?

In het Gereformeerd Weekblad (Bout, Huizen) constateert ds. W. van Gorsel met dankbaarheid, dat de tijd dat de Bond en het Gereformeerd Weekblad tegenover elkaar stonden en felle polemieken werden gevoerd voorbij is. Nu maken twee hoofdbestuursleden van het Gereformeerd Weekblad deel uit van de redactie van het Gereformeerd Weekblad. De dank voor het feit dat beschamende polemieken verleden tijd zijn is wederkerig. Er was inderdaad ook 'onheilig vuur' op het altaar. Het blad 'Om Sions Wil' zegt, dat er 'verootmoediging en verwondering' mag zijn over het feit dat de Heere het werk van de Gereformeerde Bond 'rijkelijk heeft willen zegenen'. Intussen wordt gewezen op het feit dat het gevaar bestaat dat de twee lijnen, die altijd binnen de Bond hebben bestaan, namelijk van een meer voorwerpelijke en een meer onderwerpelijke prediking zich van elkaar zouden verwijderen. Een gevaar dat we terdege onder ogen moeten zien. Hier past een stuk zelf-bezinning.

De Saambinder, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten, volstaat intussen met slechts dit stuk uit 'Om Sions wil' integraal op te nemen en in een kort voorwoord van de eindredacteur - waarin geen enkel woord van verbondenheid staat - te vermelden, dat het blad Om Sions Wil méér en méér de plaats in gaat nemen van het Geref. Weekblad ten tijde van ds. I. Kievit, teneinde de 'voorwerpelijkonderwerpelijke waarheid' te verdedigen. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat De Saambinder hier, vanwege spanningen in eigen kring en de vele kerkelijke overgangen, deze positief bedoelde bezinning in onze eigen kring ten eigen bate gebruikt.

De prediking

Intussen brengt me dit op een enkele slotopmerkingen. De prediking is het centrale in het gemeentelijke leven. Daarom mag er bepaald zórg zijn om de prediking in alle kerken. Het is goed dat daarop ook in bepaalde reacties werd gewezen. Eén van de eerste activiteiten, die de Gereformeerde Bond ter hand nam, was het instellen van een Leerstoel-en Studiefonds. Daaruit bleek hoezeer men het belang inzag van het feit, dat jongeren uit de gemeente de mogelijkheid moesten hebben om te studeren en dat aan de universiteiten onderwijs gegeven werd in Gereformeerde zin. Hoevelen hebben in de afgelopen vijfenzeventig jaar niet de mogelijkheid ontvangen om hun studie te volbrengen met de middelen, die de gemeenten daartoe via de Gereformeerde Bond hebben verstrekt. Teleurstellend is het altijd weer geweest, dat er predikanten waren en zijn, die 'van de Bond gestudeerd hebben' en zich later - hoe dan ook - als opponenten van de Gereformeerde Bond deden kennen. Maar het ging en gaat de Gereformeerde Bond ten diepste om de kansel, om de verkondiging in het geheel van onze kerk. Het gaat om de prediking naar Schrift en belijdenis, doorademd van de religie van de belijdenis. De prediking zélf is ten diepste niet te organiseren. De prediking, zoals die gebracht wordt, hangt nauw samen met de prediker, die de prediking brengt. Zijn inzicht en ingeleid-zijn in de Schrift en in het geestelijk leven bepaalt uiteindelijk de prediking. Een organisatie als de Gereformeerde Bond kan dan ook moeilijk aangesproken worden op de prediking, zoals de laatste tijd wel is geschied. Een organisatie als de Gereformeerde Bond mag wel leiding geven aan de vragen, waarvoor we in de Kerk (en de samenleving) staan en mag ook leiding geven aan de doordenking van de vragen van het geestelijk leven, ook voor de prediking, door middel van de daartoe geëigende organen. Maar zoals een predikant de boodschap niet verder brengen kan dan het oor, zo kan de Gereformeerde Bond in de voorlichting de zaken ook niet verder brengen dan het verstand. Wat de prediking betreft; er zijn artikelen geweest in ons blad, later gebundeld in het boekje 'Op de hoogte van de heilsfeiten'; er zijn recent ambtsdragers vergaderingen geweest over het onderwerp 'De uitverkiezing in de prediking'. Men kan zich daarbij afvragen of allen, die in eigen kring zorg hebben om of bezorgd zijn vóór de prediking - ambtsdragers, voorgangers - er waren of ook van alles kennis namen en het gebruikten, het doorgaven. Maar, hoe dan ook, de prediking zelf is een zaak van de prediker en van diens kerkeraad, die opzicht heeft ook over de verkondiging. Daarom ligt er iets oneigenlijks in het bevragen van 'dè Gereformeerde Bond' op de prediking, hoezeer de prediking ons aller zorg mag zijn.

Intussen is het zo dat in hervormd-gereformeerde kring altijd verscheidenheid van prediking is geweest, hoewel gestoeld op de Schrift en (dezelfde) confessie. Het moeilijkst te vatten begrip voor de prediking is daarbij het 'bevindelijke element'. Hoezeer de prediking ook voorwerpelijk-onderwerpelijk moet zijn (en er ten deze sprake kan zijn van verschraling), hoezeer de prediking doorademd zal moeten zijn van de op de Schrift teruggaande geloofservaring, de prediker zélf met zijn verstaan van de Schrift zit daar altijd tussen. Soms is voor bevindelijk aangezien wat alleen maar verwettelijking was. Soms worden predikers van vroeger nu aangehaald, terwijl ze vroeger voor te voorwerpelijk doorgingen ('ze houden op waar anderen verder gaan').

De prediking is niet te organiseren. De prediking is gave van de Geest, wanneer de prediker zich horig maakt aan de Schrift. Bij wat de laatste weken, rondom het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond, ook over de prediking gezegd is blijft er maar één opdracht: Predik het Woord, houd aan tijdig en ontijdig. Temidden van ontsporingen ter linker en ter rechter zijde, staat vandaag ook nog de gereformeerde prediking, ook onder ons, die vanuit het voorwerpelijke (het heilsfeitelijke) naar het onderwerpelijke (het heilsordelijk) gaat en niet omgekeerd.

Ter bezinning

Al met al hebben we door de reakties vanuit allerlei kringen stof te over tot nadenken gekregen. Bij alles manifesteerde zich overigens opnieuw dat ook ons kerkelijk kennen ten dele is. Daarom is het goed om bij alles wat scheidt te zoeken naar wat verbindt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Een terugblik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's