De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Schrift en ethiek

Het rapport God met ons over het Schriftgezag gaat ook in op de relatie die er bestaat tussen de Schriftgegevens en de huidige ethische vragen. Allerlei belangrijke vragen naar de aard van de christelijke levensstijl en de gereformeerde zede zitten hieraan vast. Het rapport poneert de stelling dat de Bijbel geen systeem van moraalregels bevat. Maar, zo vraagt prof. dr. C. P. v. Itterzon in zijn bespreking in het Hervormd Weekblad (26-3-'81): Wil dit ook zeggen dat de Bijbel geen goddelijke geboden bevat voor het zedelijk leven? Het rapport wijst op het element van de tijdgebondenheid van een aantal uitspraken, maakt onderscheid tussen heilshistorisch en ethisch gezag, en legt nadruk op het dubbele liefdegebod als vervulling van de Wet. Van Itterzon zet hier toch nogal wat vragen bij:

Men kan zich afvragen, of op deze wijze het probleem juist gesteld is. De ander wordt voorgesteld, als iemand, die 'lukraak teksten zou aanhalen' en het in een 'optelsom van teksten' zou zoeken. Dat de Bijbel in ethisch opzicht niet hetzelfde gezag voor ons zou hebben als in heilshistorisch opzicht, wordt met een stelligheid gezegd, die niet ieder zal beamen. Het rapport zegt, dat wij zelf 'onze verantwoordelijkheid als christenen moeten aandurven' (101). 'Wij zullen steeds weer moeten kiezen en kunnen dat alleen op een verantwoorde manier doen in een voortdurende dialoog met de Geest der Schriften en met een open oor voor elkaar' (101). 'Wij moeten zelfde verantwoordelijkheid nemen voor de wijze waarop wij de Bijbel als maatstaf voor het leven hanteren' (101). 'Wij zijn in Christus jnondige mensen geworden, die zelf met 'het heldere inzicht en de fijngevoeligheid', die alleen voortkomen uit echte liefde, zullen 'onderscheiden waarop het aankomt' (Filipp. 1 : 9). Een geweldige verantwoordelijkheid, die wij niet mogen ontvluchten door ons te verschuilen achter een star biblicisme (d.w.z. de letter van de Bijbel op een wettische wijze toepassen, zonder te rekenen met het verschil tussen toen en nu)' (101, 102). 'De Heilige Geest zal ons de nieuwe wet voorhouden, die leven en vrede geeft (Rom. 8 : 2, 6) en alleen door die Geest houden wij het goede spoor (Gal. 5 : 25)' (102). 'Het is de Geest die in dialoog treedt met de gelovige lezer en die laat zien, dat ondanks alle verandering, de Bijbel nog altijd idealen aanwijst, die het waard zijn om voor te leven' (103). Het rapport spreekt hierbij van het herkennen van 'een situatie, een voorbeeld, een model, om naar te leven' (103). We moeten 'samenstemmen met Gods Geest (vgl. Rom. 8 : 16; 1 Cor. 2 : 10-16), waardoor de kloof tussen onze eigen wil en Gods wil overbrugd wordt' (103).

De vraag rijst bij dit alles, of dit alles niet veel te optimistisch is gesteld. Krijgen wij hier in de praktijk niet de vrije hand om onze eigen ethiek naar eigen inzichten vast te stellen? Een autonome ethiek, die wij naar onze eigen smaak, eigenmachtig opstellen? We krijgen zodoende zoveel armslag, als we maar zouden wensen. We zijn immers in Christus mondige mensen geworden, die onze verantwoordelijkheid moeten aandurven voor de wijze waarop wij de Bijbel als maatstaf voor het leven hanteren, in een voortdurende dialoog met de Geest der Schriften en met een open oor voor elkaar. Hier wordt wel duidelijk, wat met de titel 'God met ons' en met 'het relationele waarheidsbegrip' in feite bedoeld is. Door bemiddeling van mensen, 'op een relationele manier' moet het gezaghebbend Woord van God tot ons komen. Het rapport beseft, dat hier grote gevaren schuilen, want het vraagt: 'Hoe worden wij bewaard voor willekeur? ' (103). Vooral omdat het rapport in dit verband nog weer eens zegt, dat er 'meer menselijk-feilbare en tijdgebonden elementen meekomen' (103), en dat 'de relationele waarheid die op deze wijze ontdekt wordt meestal zo hoogst persoonlijk bepaald, zo intuïtief en intiem is, dat er nauwelijks over te praten valt, laat staan dat wij het erover eens zouden kunnen worden' (104).

Het rapport neemt nu een wonderlijke draai, als het stelt, dat wij nu in de eerste plaats zijn aangewezen op de bijbeluitleg van 'mensen die daar speciaal voor leren, theologen' (104). Want 'de waarheid kan, van de mens uit gezien, principieel veranderen, telkens toch weer anders zijn' (108). 'Juist daarom kan de kerk de theologen niet missen' (108). En omgekeerd.

Wie het betoog aandachtig leest, zal zien, dat 'de Geest, die met de gelovige in dialoog treedt', in dit alles een overheersende plaats inneemt. Hij zal ons de nieuwe wet voorhouden. Hij houdt ons in het goede spoor (eigenlijk staat het er nog omgekeerd ook). De plaats van de Schrift is sterk ingeperkt: We moeten voortdurend in een dialoog zijn met de Geest der Schriften, maar ook met een open oor voor elkaar. Wij zijn er ook nog, want we zijn toch mondige mensen (mondig in Christus lijkt me nogal 'tijdgebonden' te klinken). De inperking komt ook, zelfverzekerd, door in het spreken over anderen, die zich zouden kunnen 'verschuilen achter een star biblicisme'. Bovendien: 'Wie geen rekening houdt met het verschil in situatie zou gemakkelijk tot de conclusie kunnen komen, dat de Bijbel zichzelf nogal eens tegenspreekt als het over ethische vragen gaat' (92). De Bijbel wijst altijd nog wel idealen aan, die het waard zijn om voor te leven, maar het accent ligt toch op de Geest, die met ons in dialoog treedt en op het open oor voor elkaar. Zo houden wij door die Geest het goede spoor; zo herkennen wij een model om naar te leven.

Van Itterzon herinnert aan de wijze waarop in de Catechismus de tien geboden behandeld worden, niet biblicistisch, maar betrokken op het hart van het Evangelie. Velen leggen in de liturgie en eredienst grote nadruk op de Thora. Maar waarom zo weinig nadruk op de tien geboden, de tien woorden? Het spreken over de Geest die in dialoog met de gelovige treedt acht Van Itterzon weinig bijbels. Ik meen dat hij daarin gelijk heeft. Wordt hier toch niet een spanning gesuggereerd in het rapport tussen Geest en wet? Terecht waarschuwt Van Itterzon er voor de ethiek uitsluitend op het liefdegebod te funderen en de concretisering van de tien woorden achterwege te laten. Zondaren die we zijn, trekken we dat liefdegebod vaak in de door ons gewenste richting.

Zijn wij geen zondaren, die de regel van het liefdegebod (zie boven!) zo begerig naar onze gedachten en gevoelens toe kunnen trekken, dat we de Geest laten zeggen, wat we zelf al hadden gedacht en gewild? Op het gebied van de zede is men soms bezig de Schrift te laten zeggen, wat er nu juist helemaal niet staat. Wat er staat, is dan tijdgebonden en voorbij. Er wat er niet staat, maar ons beter voorkomt, wordt dan in de plaats gesteld van wat de tekst eerlijk zegt. Het tijdgebondene is er dan uit, maar de kern eveneens. Zouden we toch niet weer naar het 'scherpelijk prediken' van de 'tien woorden' terug moeten? Verdiepend en zonder onze vindingrijke elastiek?

***

Dorothee Sölle

Dorothee Sölle en haar bewogen protest tegen onrecht en geweld is nogal eens in het nieuws. De IKON wijdde aan haar een drietal uitzen­ dingen. In Opbouw gaat drs. W. G. Rietkerk in enkele artikelen op haar theologie in. Hij wijst op de kracht van haar spreken: haar engagement met verdrukten en armen. Sölle vult de boodschap van het Koninkrijk van God evenwel op een marxistische wijze. Jezus is niet meer dan een zeer bijzonder mens, en het hangt bij Sölle van onze inzet af, of zijn zaak gelukt. Rietkerk wijst er in Opbouw van 27 maart opdat voor het God-zijn van Jezus geen plaats is bij Sölle. Hij citeert een briefschrijfster die aan een woordvoerder in Hervormd Nederland schreef: 'D. Sölle weet feilloos wat er in de jeugd van vandaag leeft, maar wie zich door haar laat overtuigen, verliest zijn Heiland. ' God is voor deze duistere geleerde een symbool, de samenvatting van alles wat wij aan liefde en gerechtigheid verwachten, maar geen God die als Persoon onze Vader is, die ons zoekt en redt. Rietkerk komt dan tot de volgende samenvattende beoordeling:

Vanuit deze grondvisie op onze wereld als één ongelofelijk verdrietig en toch ook hoop gevend proces dat heengroeit naar Gods Rijk, herinterpreteert Dorothee Sölle alle bijbelse begrippen.

Eigenlijk bestaat haar boekjes 'Kies voor het leven' uit één grootse poging om de bijbelse kernwoorden: zonde, genade, het kruis, en opstanding, vanuit deze totaal monistische visie op de werkelijkheid opnieuw te interpreteren. Zonde is je neerleggen bij de bestaande machtsverhoudingen - of ook: je laten gebruiken in het machtssysteem van de bezittende klasse. Geloof is kiezen voor de underdog en je niet laten meeslepen in cynisme. Het kruis wordt zichtbaar waar liefde strijdt tegen geweld. Berouw is: het vermogen om te lijden. Genade is die diepte in het mens-zijn die mij doet beseffen dat mijn geluk mij geschonken is.

De taal van het geloof, zegt Sölle op blz. 78, helpt mij om mijn ervaringen onder woorden te brengen.

Beoordeling

Volgens mij zien wij hier in Sölle's woorden een heel knappe poging om de Bijbel te laten buikspreken. Na de nieuwe behandeling die de bijbelse woorden voor Sölle gekregen hebben, zeggen ze tenslotte precies dat wat Sölle met haar marxistische levensbeschouwing heeft willen zeggen. Alle bijbelse woorden worden beroofd van hun ware inhoud. Ze vervluchtigen tot symbolen, of poëzie en staan precies gelijk met inspirerende woorden en dromen die je ook zo kan aantreffen in de sprookjes van Grimm. In een ander boek van haar: 'De heenreis', blz. 34, bespreekt zij ook een sprookje van Grimm op precies dezelfde wijze als het bijbelverhaal van Elia (blz. 48). Als zij spreekt over exodus, Egypte, opstanding, God, dan zijn dat bij haar alleen maar symbolische woorden, die ervaringen onder woorden brengen die anderen in hun traditie met sprookjes van Grimm of wijze woorden van Lao-tse (a. w. blz. 60) onder woorden gebracht hebben.

De wind waait uit het Oosten

Waar Sölle zich juist van het atheïstisch marxisme afwendt en een pleidooi voert voor een nieuwe religiositeit is dit de religie van de Oosterse godsdiensten. Precies zoals Maarten 't Hart in 'Een vlucht regenwulpen' zien wij ook bij Sölle omschrijvingen van het nieuwe Godsbeeld in de taal van het Oosten: een besef van één-wording, zelfinkeer - het je verbonden voelen met het geheel van de kosmos, je opgevangen voelen in de diepten van je bestaan, als je valt, etc. (zie a.w. blz. 54 e.v.).

Steeds gaat dit gepaard met een felle afwijzing van God als Persoon, God als Vader, God als Heer en een felle afwijzing van iedere bovennatuurlijke werkelijkheid.

Blindheid

Hier ligt dan ook onze zwaarste kritiek op Sölle's onderwijs. Ze is blind voor de realiteit van een persoonlijke God hier en nu! Dat is haar grote zwakheid.

Dit geheel heeft zij als het ware gedoopt in christelijke woorden en motieven, die zij aan de Bijbel ontleend heeft.

Daarom kan zij ons niet tot gids zijn. Wel blijft zij boeien en prikkelen op dat éne punt, dat ik u in het vorige artikel genoemd heb: haar felle inzet voor alle arme en uitgebuite mensen. Wie, al was het dat alleen, van Jezus geleerd heeft, heeft niet weinig geleerd (Lucas 10 : 37). Maar het ging Jezus om méér.

We geven u met opzet een lang citaat uit dit artikel. Wellicht zullen er lezers zijn die zich afvragen: wat voor zin heeft het om zich met deze ketterse gedachtengangen bezig te houden? Ik kan die vraag begrijpen. Soms denk ik wel eens: zwijgen is het beste. Toch kunnen we daar niet mee volstaan. Vooreerst ontdek ik hoe vele mensen, ook in onze gezindte, met name jongeren geneigd zijn te zeggen: Er zit toch veel waars in de gedachten van iemand als Sölle.

Men bedoelt dan vooral haar protest tegen onrecht, haar opkomen voor de armen, haar kritiek (eenzijdig, maar niet onjuist) op de westerse consumptiemaatschappij. Dat protest wil gehoord zijn. Verwoord ze ook niet de vragen die er bij vele mensen al of niet uitgesproken leven? Terwille van het pastoraat aan de moderne mens, vooral de mens die we aan de rand van de kerk ontmoeten, zullen we de uitdaging van die vragen serieus moeten nemen.

Voorts is het belangrijk te onderkennen hoezeer dit bewogen protest botst met het bijbels getuigenis. Zit er ook niet iets verleidelijks en verleidends in? Daarom moeten we de geesten beproeven en toetsen. Rietkerk doet dat op een naar mijn mening eerlijke wijze: scherp, maar niet onbillijk. In het Centraal Weekblad heeft ook Overduin in dezelfde geest over dr. Sölle geschreven. Het beste antwoord dat we als gereformeerde christenen kunnen geven is een antwoord dat opkomt uit het hart van de Schrift, een levend getuigenis waaruit blijkt dat het 'door genade alleen, door geloof alleen' geen zorgeloze mensen maakt, geen luie christenen, maar mensen die, hoezeer ook ten dele, de begeerte kennen voor Christus te leven, als dienaren van de gerechtigheid. Ik schrijf dit in de week vóór Pasen. Kies het leven... dat heeft alles te maken met Pasen. Zou Romeinen 6 hier niet het enig adequate antwoord zijn?

Ja, zwakheid is het goede woord niet.

Het is een handicap - een blindheid, het is de vrucht van een hele cultuur die ons hersenspoelt. Die blindheid is haar monisme. Ik noem dat zo uit verlegenheid omdat ik ook geen beter woord weet. Wat ik ermee bedoel is dit: Sölle gaat geheel mee met die door en door materialistische levensbeschouwing die ons dag in dag uit via radio en t.v. en via artikelen en krant toeroept: er is maar één werkelijkheid en dat is deze handtastelijke te fotograferen realiteit van onze wereld - van onze gevangenissen en concentratiekampen, van onze warenhuizen - en van onze tranen. Zo nu en dan licht er iets op in deze werkelijkheid van een andere wereld, maar dat is alleen maareen wereld die in de toekomst ligt. De werkelijkheid wordt zo voor Sölle tot een tunnel, met alleen uitzicht naar voren. Niet naar boven. H. G. Geertsema heeft deze ontwikkeling in de theologie in zijn proefschrift samengevat met de titel: Van boven naar voren, (zie blz. 87 en 311).

Daarmee is Sölle het uitzicht op God en Zijn geheim als een realiteit hier en nu geheel kwijt geraakt. Juist op dit moment waar de moderne mens al zo hevig is aangevochten krijgt hij van Sölle alleen maar een dreun toe. Ik ben steeds weer opnieuw door haar felheid op dit punt verbouwereerd. Zij zegt bijv. op blz. 87: 'De idee van een almachtig studerende God en de hoop op een bestaan na de dood speelt - net als in enkele kernverhalen van het N.T. - geen enkele rol in mijn geloof. '

Ik ben misschien een slecht voorlichter in een kerkelijk blad, maar ik heb niet eens behoefte om haar te weerleggen, zo duidelijk lijkt mij alles wat de bijbel zegt hiermee in tegenspraak. Wat mij beweegt is de vraag: hoe moeten wij zó spreken over God dat mensen weer zicht op Hem krijgen als de levende Heer die hier en nu ons leven draagt, die tot ons spreekt, die ons leven leidt, die ons veel dieper nabij is dan wij ook maar beseffen.

Hoe kunnen wij toch die blindheid opheffen die de Europese mens heeft bevangen, toen hij ging menen alleen te zijn in het universum? Ik voel nog het meest voor C. S. Lewis beschrijving in The Silver Chair (blz. 152 e.v.) waar hij het een betovering noemt. Het is het werk van de heks die de jongen en het meisje en de dwerg bedwelmt door toverkruid in het open haard te werpen en hen intussen in te fluisteren: maar er is geen God, natuurlijk is er geen bovenwereld, of andere wereld... Er is alleen maar deze wereld, die jullie hiervoor je zien...

Tot slot van dit artikel: uit alles wat ik u uit het denken van Sölle heb voorgehouden blijkt dat Sölle dwars door alle studie van de theologie heen toch uiteindelijk een marxistische visie op de werkelijkheid heeft. Verrijkt met de nadruk op de toekomstige heilsverwachting van Bloch. Toegespitst met een aan het existentialisme ontleend vuur: dat ieder mens moet kiezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's