Na de belijdenisdienst
'Och of mijn heer ware voor het aangezicht van de profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid genezen'. 2 Kon. 5, 3
De palmzondag ligt weer achter ons. Velen, jongeren en ouderen, hebben openlijk uitgesproken dat zij hun redding buiten zichzelf in Jezus Christus zoeken. Maar bij de belijdenis van onze verbondenheid aan Christus mag het niet blijven. Ons geloof in Hem is méér. Het is ook een boodschap om door te geven. Dat zien we aan dit slavinnetje. In geloof en vertrouwen wijst zij haar heer heen naar de profeet in Israël. Ten diepste naar de God van Israël. Hij is degene die Naaman kan genezen, kan redden van zijn ziekte. Het is verre van eenvoudig voor dit meisje om zó te getuigen. Immers zij is óók kruisdraagster! Op een wrede manier was zij los gescheurd van haar ouders, haar omgeving. En scheiden doet altijd pijn. Wie een geliefde heeft moeten wegbrengen weet van die snerpende pijn van dit losgescheurd worden. Wellicht is dit meisje via een slavenmarkt bij Naaman terecht gekomen. Dat betekent dat zij als een stuk koopwaar werd verhandeld. En zó komt zij bij Naaman in huis. Innerlijk gedeukt en verwond, vernederd en verhandeld. Werkelijk, zij droeg een zwaar kruis! Maar ondanks haar kruis en vernedering getuigt zij dat Israels God goed is. In vertrouwen verwijst zij Naaman naar Hem. Ondanks haar kruis en verdriet is zij dus vruchtbaar voor de Heere. En daarin ligt voor ons, die op palmzondag belijdenis deden en voor ons, die toen onze belijdenis hernieuwden, een les opgesloten. Immers, wat kan bij ons het geloof lijden onder het verdriet en het leed en de vernedering. Wat worden wij er vaak zó door in beslag genomen, dat we niet meer om de ander denken en zó onvruchtbaar worden voor de Heere. Wat draaien wij vaak rond in onszelf en zijn op die wijze gevangenen van ons eigen verdriet en daardoor onbruikbaar voor God. Wat ons treft is, dat dit meisje niet ondergaat in zelfmedelijden en zelfbeklag. Zelfmedelijden is één van de gevaarlijkste vijanden van een getuige van God. Want het is de meest verfijnde vorm van egoïsme. En menig christen heeft op deze zandbank schipbreuk geleden. Laat een ieder van ons dan ook op zijn hoede zijn voor dit gevaar. En weest u erop gespitst wanneer hef leed en het verdriet, in welke vorm dan ook, over u komt: De Heere God heeft hier een bedoeling mee. Laat u niet inkapselen en daardoor steriel maken voor de dienst des Heeren! Het is een bijbelse grondlijn, dat diepe wegen vaak het meest vruchtbaar zijn voor God. Denkt, u aan Jozef. Hij moest door Egypte om zó Gods volk (en daarin - de Messias) te redden. Denkt aan Daniël. Hij moest in ballingschap om zó het hart van een wereld-heerser te treffen. En denkt u éénmaal aan Christus. Wat heeft zijn diepe weg niet aan rijkdommen opgeleverd. En zó handelt de Heere nog vaak. En daarom, nu de belijdenisdienst voorbij is, laat uw getuigenis niet door zelfmedelijden verstikt worden.
Wanneer we het getuigenis van dit meisje wat nader bezien, dan vallen twee dingen ons op. Ondanks haar eigen verdriet waagt dit meisje het Naaman naar de profeet, naar God, te sturen. Dat betekende nogal wat voor haar. Stel dat Naaman de reis aanvaardde en niet genezen werd. Dat zou zijn woede opwekken en haar het leven kosten! Maar ondanks de gevaren wijst zij vrijmoedig heen naar Israels God. Zij is er heilig van overtuigd dat de Heere deze man wil helpen en zal beter maken. Zij gelooft vast in Gods reddingswil en is er diep van overtuigd dat de Heere helpen zal. Zij vertrouwt de Heere zó, dat zij erop rekent dat Hij het doen zal. En in dat geloof waagt zij het om Naaman er heen te sturen.
En zou hier nu niet één van de diepste oorzaken liggen waarom uw en mijn getuigenis in deze wereld vaak zo krachteloos en vleugellam is? Omdat we vaak dat vaste vertrouwen missen in Gods reddingswil. Omdat we er vaak niet op durven rekenen dat de Heere het doen zal. Dat is zonde en schuld voor God! De ander voelt intuïtief feilloos aan: Hij verwijst mij wel naar God, maar zelf rekent hij er niet mee dat het ook werkelijk zal gebeuren. De ander proeft dat ik vaak zelf twijfel aan Gods reddende kracht. Er is bij ons zo vaak gemis aan de diepe innerlijke overtuiging dat God ook nu werkelijk redt en bevrijdt. En dat maakt ons getuigenis zo machteloos en doet het zo vals klinken en ontneemt het effect eraan. Maar wat worden we dan hier op ons nummer gezet. Door dit eenvoudige meisje. Zij rekende erop dat God deze man zou helpen en in dat vertrouwen stuurt zij Naaman tot Hem! En ze kwam niet beschaamd uit. Wat een aansporing ligt hierin, óók na de belijdenisdienst, om er zeker van te zijn dat God een ieder hoort en wil aannemen. Daar mag u op rekenen! Wat erg als ik nu vaak onder de maat leef. Wat een oneer voor de Koning. Wat zou ons getuigenis aan kracht winnen als ze voort kwam uit de vaste overtuiging dat God ook nu, vandaag in onze dolgedraaide wereld nog steeds redt en behoudt. Het tweede dat opvalt. Dit kruisdragende meisje wijst Naaman op Hem die genezing kan geven. Wie is Naaman voor haar? Ten diepste haar grootste vijand. Immers zijn soldaten hebben haar geroofd. Haar tot slavin gemaakt. Door hém is zij in deze ellendige toestand gekomen. En nu, wat zegt ze? Naaman is door melaatsheid getroffen. Dat is Gods straffende hand over zijn leven. Dat heeft Hij verdiend. Niets daarvan. Een christen is niet op deze wereld om te oordelen, maar om te zegenen. Dat is zijn roeping. Het oordeel komt God toe. En daarom wijst ze hém, haar vijand, op de weg van genezing en behoud. Alle wraakgevoelens zijn hier verdwenen. Zij ziet zijn ellende, en in de navolging van Christus, is zij bewogen over het lot van haar naaste. Dit is naasteliefde in de hoogste vorm. Je vijand heenwijzen naar de Redder der wereld. Naast het geloof in de reddende kracht van God zien we hier de oprechte liefde tot de naaste! En een getuigenis gedragen door geloof en liefde is effectief. Dat blijkt uit deze geschiedenis. Let u er maar op wie er allemaal niet in beweging worden gezet door dit eenvoudige getuigenis. De vrouw van Naaman, vers 4, Naaman zelf, vers 4, de koning van Syrië, vers 5, de koning van Israël, vers 7, de profeet Elisa, vers 8 v.v. En tot slot, en dat is het belangrijkste, komt Naaman tot geloof en wordt gered. Van zijn ziekte maar óók van zijn diepste kwaal, de zonde. Zó ziet u wat een eenvoudig getuigenis uitwerkt. Er is vreugde in de hemel en op de aarde. Waar onze wereld behoefte aan heeft, dat is aan getuigen die leven in geloof en liefde! Die zijn werkelijk een zegen voor hun omgeving. Vandaar de oproep, na de belijdenisdienst, om getuige te zijn. Niet zómaar. Maar in geloof en liefde. Opdat wij gezegend mogen worden en tot zegen mogen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's