De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De aard van het Schriftgezag (10)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De aard van het Schriftgezag (10)

(Rapport Gereformeerde Kerken)

8 minuten leestijd

Nu blijft de vraag nog open, of het dan niet juist is, wat het rapport opmerkt over de inschakeling van 'het gewone menselijke' in de geschiedenis van de waarheidsopenbaring.

Het gewone menselijke

Nu blijft de vraag nog open, of het dan niet juist is, wat het rapport opmerkt over de inschakeling van 'het gewone menselijke' in de geschiedenis van de waarheidsopenbaring. Boven wezen wij er al op, dat juist het wonder, het boven het menselijke uitgaande en tegen het gewone menselijke ingaande, veel meer bepalend is voor de boodschap van de Schrift. Toch blijft er wel ruimte voor de inschakeling van het gewone menselijke. Maar hoe?

Ongetwijfeld is het zo, dat vele menselijke gaven en eigenschappen en middelen en mogelijkheden in het Openbaringsgetuigenis en het Schriftgetuigenis zijn ingeschakeld. Maar dan wel, nadat deze getuigen door de Heilige Geest vernieuwd, zijn in hun denken en doen en spreken. Van deze openbaringsgetuigen mag op een bijzondere wijze gelden, wat Paulus schrijft van de christelijke gemeente in 2 Cor. 5: zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. Deze vernieuwing is vrucht van het herscheppend ingrijpen van God, dat, zoals wij al eerder aangaven, niet in het verlengde ligt van de mens en het menselijke, maar juist volstrekt van Gods kant tot de mens, tegen de mens en zo voor de mens en in de mens, zijn heil realiseert. Zo wordt de mens vernieuwd met al zijn gaven en mogelijkheden. En deze door Gods Geest vernieuwde mens wordt nu met zijn eigenschappen, zijn gaven en mogelijkheden ingeschakeld als medearbeider Gods, ook, en in een bijzondere zin, bij het getuigen zijn van Gods openbaring en het op Schriftstellen ervan. In dat kader krijgt nu ook het 'gewone menselijke' zijn plaats met alles wat erop en eraan zit. Maar dan zoeken wij de aansluiting niet, zoals dit rapport doet, bij de mens als zodanig, omdat die mens altijd de van God vervreemde mens is, die zijn mogelijkheden gebruikt tegen God in. Maar dan zoeken wij de grond ook hiervan daarin, dat de Heilige Geest de totale mens vernieuwt: zijn hart, maar ook zijn eigen-aardigheden, al zijn gaven en mogelijkheden en zijn specifiek gebruik maken van de hem ten dienste staande middelen, en zijn staan in de tijd en de wereld, die hem omringt.

Bij dit laatste komt meteen het grote verschil openbaar in de uitwerking van dit gegeven. Zoeken wij dit 'gewone menselijke' in rechtstreekse aansluiting bij het menselijke als zodanig, dan zijn het ook de toen gangbare menselijke opvattingen en culturele instellingen, die mede de bijbelse verhalen gaan kleuren en die bij een verstaan en toepassen van de Schrift in het heden dienen te worden vervangen door algemene gangbare menselijke opvattingen en culturele instellingen van vandaag. We zien deze manier van uitwerking ook in het rapport optreden, met name in ethisch opzicht.

Laten wij echter het zwaartepunt vallen in het wederbarend werk van de Geest, die de mens met alles wat bij hem behoort vernieuwt, dan blijkt, in de Schrift reeds, dat dit gewone menselijke juist geen aansluiting zoekt bij het gangbare en het algemeen geldige leef-, en denkpatroon, maar dat dit er veelal juist haaks op staat. Dan geldt: Doch gij geheel anders, want gij hebt Jezus Christus leren kennen (Ef. 4 : 20). Dan zal dit haaks karakter van het gewone menselijke op het algemeen gangbaar gewoon menselijke ook in het heden blijven gelden. En dat heeft dan uiteraard zijn vergaande, met name in onze tijd ethische, gevolgen. We kunnen hierbij nog de volgende nadere onderscheiding aanbrengen. Hoe 'technischer' en onpersoonlijker het gewone menselijke is, dat wij in de Schrift tegenkomen (b.v. het instrumentarium dat de Bijbelschrijvers in velerlei opzicht gebruikt hebben), des te positiever is de aansluiting bij wat gangbaar was. Maar hoe inhoudelijker (geestelijk, ethisch) dit gewone menselijke was, des te meer staat de Schrift haaks, juist ook in het gewone menselijke, op het gangbare gewone menselijke.

Verhaal en kern van het verhaal

Nu mag het ons echter niet ontgaan, dat ook het rapport hierin niet geheel consequent de lijn van het relationele waarheidsbegrip volhoudt. Dat komt vooral naar voren, wanneer men het gevaar signaleert, dat men door een te sterke beklemtoning van het subjectieve, terecht komt in een totale subjectivering van de waarheid, waarin dus de waarheid geheel vanuit de mens wordt verklaard. Die kant wil men beslist niet op. Daarom gaat men dan ook weer bepaalde grenzen stellen. Opmerkelijk is, dat men dan een onderscheid gaat maken tussen het verhaal zelf en de kern, de zin van het verhaal (blz. 17). Die kern of zin van het verhaal wijst dan op de aanwezigheid van de Overmacht, het Tegenover, op God in het verhaal.

Tegelijkertijd wordt gezegd, dat het kritisch Schriftonderzoek ertoe dient orn deze kern, deze zin duidelijk te maken. Dat kan zij althans doen, en dat behoort zij ook te doen. Juist dan functioneert dit onderzoek goed.

Zo komt men dan toch weer tot een zekere scheiding. Er is een verhaal en een kern van dat verhaal. Dat verhaal is menselijk, de kern is goddelijk. Het verhaal komt 'van beneden', de kern komt 'van boven'. Ik vraag me af, hoe de ontdekking van deze kern in zijn werk gaat? Hoe ontdekt het kritisch Schriftonderzoek deze kern? Hoe legt het deze kern bloot? Doe het dat, wanneer men oordeelt, dat men op een gegeven moment op een element in het verhaal stuit, dat toch niet of niet geheel binnen de kaders van het 'gewone menselijke' valt te verklaren? Is er toch een deel niet gewoonmenselijk? En vormt dat dan de harde kern van de goddelijke openbaring? Dat zou dan betekenen, dat de waarheid toch niet voor de volle 100% relationeel is. Er blijft dan een kern over, die zich uit het subjectieve van de menselijke ervaring niet laat verklaren. Hier toont, het rapport m.i. een inconsequentie in de gedachtengang, die enerzijds doet herinneren aan een klassieke gereformeerde afkomst, en anderzijds veel verwantschap toont met de oude liberale Schriftbenadering, waarin ook een zekere boedelscheiding plaatsvond tussen kern en omhulsel, hogere idee en menselijke, beperkte weergave. Waarbij dan altijd die kern er zo uit kwam te zien, dat ze wonderwel overeenstemde met wat de onderzoeker zelf als de kern van het (zijn) christelijk geloof beschouwde, terwijl datgene, dat als menselijke inkleding werd beoordeeld, behoorde tot de dingen, die (door hem) als verouderd en niet meer aanvaardbaar werden geoordeeld en die niet strookten met eigen opvattingen.

De derde dimensie

Op blz. 20 V. gaat het rapport nog dieper hierop door, terwijl dan tegelijk duidelijker wordt in welke richting wij hebben te denken als het gaat om de goddelijke Aanwezigheid in de gewone menselijke gebeurtenissen. Het kan hierbij niet gaan om een Stem die van bovenaf waarheden dicteert. Op zo'n wijze in een bovennatuurlijke openbaring geloven, kwam vroeger wel voor, maar moet nu als verouderd en dus uitgesloten worden beschouwd. Inderdaad spreekt de Christelijke boodschap wel van een goddelijke Stem, die een Macht is, die zo overtuigend zich manifesteert, dat men daar niet onderuit kan. Het Christelijk geloof moet dan als antwoord op die Stem worden beschouwd. Maar wat houdt dit in feite in? Het blijkt dan toch weer te gaan om de dingen om ons heen (schepping), de gebeurtenissen van mens en wereld (geschiedenis), de verhalen en spreuken die uit een oude traditie tot ons komen (Bijbel). Gewone dingen dus. Maar Openbaring wil nu zeggen dat in deze 'gewone dingen en woorden' 'de derde dimensie, de beslissende betekenis van goddelijke Aanwezigheid erin onderkend wordt', nl. door de christenen. De Stem is dus een dimensie van de gewone dingen en woorden. Onder die gewone dingen en woorden staan schepping, geschiedenis en Bijbel naast elkaar. Het gaat erom, dat in dit alles de 'derde dimensie, de beslissende betekenis van goddelijke Aanwezigheid' wordt onderkend door de mensen. Dat is de Openbaring.

Mij dunkt ligt hierin het een en ander opgesloten. De Openbaring is dus niet beperkt tot de Schriftopenbaring, maar breidt zich uit tot al het bestaande, schepping en geschiedenis. Vervolgens is die Openbaring slechts in overdrachtelijke zin een Stem te noemen (het wordt op blz. 20 voorzover ik het begrijp als een rhetorische vraag gesteld). In feite gaat het om een dimensie van de gewone dingen en woorden. Waarom ze 'de derde dimensie' wordt genoemd is niet geheel duidelijk. Vermoedelijk is bedoeld, dat de dingen (gebeurtenissen) zelf een dimensie zijn, en de mens, die ze ervaart een dimensie, en dan de goddelijke Aanwezigheid in de dingen en de ervaring ervan, de derde dimensie is. De derde dimensie is dan de diepte dimensie van de dingen. Het klinkt allemaal wel wat wiskundig onpersoonlijk. Dat blijft zo, wanneer in ditzelfde verband voor goddelijke Aanwezigheid ook het woord 'zin' wordt gebruikt. Dat de mens een 'stem' hoort, betekent, dat de mens een betekenis, een zin in de dingen ontdekt. Even verder wordt gezegd, dat het 'Tegenover' de zin van al het bestaan is. Vandaar, dat de Openbaring dan ook zich voltrekt daar waar de mens deze zin ontdekt. En dan nogmaals: in de gewone dingen en gebeurtenissen. De openbaring is dus de door de mens ontdekte zin in de gewone dingen en gebeurtenissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De aard van het Schriftgezag (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's