Boekbespreking
Rosemary Radford Ruether, Maria, het vrouwelijk gezicht van de kerk, uitg. Ten Have, Baarn, 96 blz., prijs ƒ 12, 50.
De schrijfster is als hoogleraar in de theologie verbonden aan o.a. de Harvard en Yale-University in de V.S., vermeldt de achterkant van dit boek. Ze is een bekend feministisch theologe. Thema van dit geschrift is: kan Maria nog een nieuw symbool worden voor de bevrijding van vrouwen in het Christendom. Enkele hoofdstukken gaan over: Maria en de moedergodin, het symbool van de moedergodin in andere religies heeft invloed gehad op het christelijk symbool van Maria. Een ander hoofdstuk bespreekt Maria en Israël: welke vrouwelijke beelden ontdekken we in het oude testament? Vrouwelijke symbolen uit de bijbelse traditie worden op een rij gezet: kerk als moeder, bruid van Christus. Wie een korte, maar grondige inleiding wil lezen tot het feministisch denken vanuit de exegese die men in deze visie geeft van de Schrift, kan in dit boekje uitstekend terecht. Je vindt hier de bekende verwijten aan de kerk der eeuwen, met name aan de kerk der Reformatie. We hebben een sexistische manier van denken over God ontwikkeld en daar moeten we eindelijk eens van af. Duidelijk is dat het feministisch denkpatroon boven op de Schrift wordt gelegd en de Schrift laat zeggen wat de feministe graag hoort. Behoorlijk overdreven zijn de opmerkingen over Maria Magdalena en Maria de moeder des Heeren. Deze laatste zou tijdens het leven van haar Zoon niet tot Zijn aanhangers hebben behoord. Maria Magdalena echter wel. Zij geldt als hét voorbeeld voor de vrouwen van alle eeuwen. Kortom, een goed verzorgd geschrift. Terzake kundig geschreven. Alleen vanuit een Schriftopvatting en Schriftinterpretatie waar we onmogelijk mee in kunnen stemmen.
J. M.
Hoe kan ik helpen? Een doelgerichte handleiding die u leert anderen te helpen door Robert R. Carkhuff, 192 blz., prijs ƒ 18, 90, uitgave Novapress, Laren.
In deze client-centered gerichte handleiding wil de schrijver, die zelf zijn leven lang intensief betrokken is geweest bij het helpen van mensen, de doelmatigheid in de hulpverlening bevorderen. Het gaat in hoofdzaak over de techniek van het helpen waarbij een viertal componenten naar voren worden gehaald, t.w. aandacht geven - respons geven - personaliseren en initiëren. Deze componenten worden uitvoerig behandeld en met tekeningen op elke bladzijde wordt een en ander op niet onaardige wijze verduidelijkt. Hier en daar komt de inhoud van het boek wat overschattend over, o.a. door er van uit te gaan dat iedereen die zou willen helpen met deze handleiding wel uit de voeten kan. Voor ervaren gespreksvoerders en zeker ook bij de opleiding van professionele hulpverleners heeft dit boek wel wat te bieden. Men dient echter wel te bedenken dat in de hulpverlening uiteindelijk niet de techniek bepalend mag zijn, maar de ethiek.
W. Gr.
F. H. von Meyenfeldt, Tien tegen een, tien geboden, één Geest, deel 4 (het zevende en achtste gebod), Oosterbaan en Le Cointre, Goes, 1980, 116 blz.
Kenmerkend voor deze boekjes over de 'tien woorden' vormt de nauwkeurige exegese van vooral O.T.-ische plaatsen. Uiteraard komen ook allerlei praktische zaken aan de orde. Bij de uideg van het zevende gebod zijn dat o.a. echtscheiding en homofilie. Bij de uitleg van Ef. 5 zegt de schrijver: 'De man is in het huwelijk het hoofd, accoord, als dat hoofd dan wel bedenkt, dat hij hoofd is omdat hij het hart is, dat bereid is om als Christus zijn leven te geven voor zijn geliefde'. Ter zake van Rom. 1 lezen we: de Bijbel wijst de homofiele levenspraktijk af, als niet positief en creatief. Niet om deze medemens te discrimineren, omdat de homofiele desoriëntatie een gevolg is van ons aller afwijking van de Schepper. Inzake het achtste gebod krijgen we waardevol materiaal over de eigendom, over geloof en welvaart, over de betekenis van de aarde, juist wanneer we ernst maken met de hemel. Opvallend is ook dat Von Meyenfeldt ten aanzien van de armen een nauwe verbinding legt met het Verbond. God kiest niet voor de armen als zodanig, maar voor zijn kinderen. In Matth. 25 gaat het om Gods armen. Nog één citaat: 'Wanneer het christelijke van een beweging gezocht wordt in ook door atheïsten nagestreefde humaniteit dan is onze inspiradebron leeggelopen'. De sociale inzet mag niet losgemaakt worden van het ene-nodige, zo luidt de slotzin. Een stimulerend boekje, dat ook daar waar we met de auteur van mening verschillen, ons inzicht verrijkt en waardevolle bouwstenen aanreikt voor de ethiek.
A. N.
Dr. Rufolf Boon, De Messias in Talmoed en Midrasj; serie verkenning en bezinning, jg. 14, nr. 3 dec. 1980; ƒ 3, 75 (abonnement ƒ 13, 50 per jaar, vier nummers), Kok Kampen 1980.
De schrijver wil nagaan hoe er in het Jodendom gedacht wordt over de Messias. Zijn bezwaar tegen de kerken is, dat teveel gevraagd wordt: Hoe denken de Joden over Jezus? Maar die vraag kunnen we pas stellen als we eerst nagegaan hebben hoe Joden over de Messias denken. Daartoe gaat de auteur na wat de joods bronnen o.a. Talmoed en Midrasj hier over zeggen. De gestalte van de Messias staat niet in het middelpunt van deze geschriften aldus dr. Boon. Centraal staat de verlossing. Christenen zouden er goed aan doen op dit punt in de leer te gaan bij de Joden. De apostolische geschriften ontstonden immers in de joodse wereld. We louden zo bewaard kunnen worden voor een onbijbels 'jezuïsme'. De achtergrondsvraag is toch wel die naar de relatie tussen O.T. en Jodendom enerzijds en de verhouding O.T.-N.T. anderzijds. Dat de schrijver waarschuwt tegen een onschriftuurlijke Jesulatrie is terecht. Maar dreigt bij hem niet een judaïsering van het Christusgetuigenis? Overigens biedt het kleine boekje veel materiaal dat vooral door de bronvermelding goede diensten kan bewijzen.
A. N.
H. G. Leih en L. Schuurman, Een hemel op aarde? Achtergronden bij Marx, Marxisme en revolutie, 120 blz.. Kok Kampen 1980.
De schrijvers proberen in dit boekje vanuit historie en filosofisch denken een aantal verhelderingen aan te brengen in ons denken over de relatie tussen Christendom en Marxisme. Leih geeft een aantal historische achtergronden en een doorlichting van het verschijnsel revolutie. Schuurman gaat vooral uit van het onderscheid tussen dialectisch materialisme en historisch materialisme, d.w.z. tussen een wereldverklaring vanuit het materialisme en een economische analyse. In Latijns-Amerika zou het vooral gaan om de 'economische Marx' die hen helpt in het analyseren van economische processen. Van hieruit benadert Schuurman de relatie tot de kerk. Kritische marxisten zijn nodig om christenen te dwingen zich rekenschap te geven van de maatschappij-politieke rol van de religie. De kerk moet in haar praxis onvoorwaardelijk kiezen voor de armen. Ik vraag me af of de scheiding die Schuurman maakt ten aanzien van diamat en hismat te rechtvaardigen is. Is hij niet te argeloos ten aanzien van de marxistische religiekritiek? Is hij ook niet te optimistisch ten aanzien van de dialoog? Maar de lezer oordele zelf door dit goed geschreven boekje te lezen.
A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's