Een evangelische aanklacht
'Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.' (Marcus 16 vers 14)
De laatste verzen van Marcus 16 bevatten een samenvatting van wat er gebeurd is, direkt na de opstanding. En in deze verzen valt de nadruk op de belemmeringen, die het geloof in de opstanding ondervindt. Het blijkt dat er óók binnen de discipelkring taaie weerstanden leven. Immers, zowel Maria Magdaléna als de Emmaüsgangers worden niet geloofd. De boodschap van Pasen ketst af, óók binnen de discipelkring. En feilloos wijst Christus de oorzaak van deze weerstanden aan: ongelovigheid en wel hardheid van het hart. De geslotenheid en onontvankelijkheid van hun hart is de bron van alle droefheid en misère rondom Pasen. Letten we erop, dat Christus spreekt over de hardheid van het hart. Ons hart is in de Schrift altijd het centrum van ons bestaan.
Christus zegt dus, dat wij in ons hart, in ons wezen gesloten zijn voor zijn Woord. Het is dus niet zo, dat ik in mijn diepste wezen open sta voor God en dat die weerstanden zich alleen wat aan de rand van mijn bestaan bevinden. Dat is te optimistisch over ons mensen gedacht. Het kwaad zit veel dieper. Mijn hart, mijn wezen is één brok afweer tegenover God. Ik ben afgesloten voor God. Is deze diagnose van mijn bestaan niet wat te overtrokken? Van mezelf uit stoot ik mij aan deze diagnose van Christus. Wil ik hier beslist niet aan. Maar als de Heilige Geest door middel van het Woord in mijn leven komt, dan ga je dit tóch onderschrijven. Dan bemerk je met verdriet dat die geslotenheid en vijandschap écht lééft binnen je bestaan. Die ontdekking gaat altijd met pijn gepaard. Je schrikt van jezelf. En, wat doe je de Here God, je Schepper, een verdriet door zó te leven. Op dat moment besef je héél goed dat je het niet verdient dat God Zich nog om je bekommert. En dan, wat doet Christus met zulke gesloten, weerbarstige mensen? Hij klaagt ze aan. Verwijt hun hun hardheid. Maar, lezen we wel goed? Wat staat er eerst? 'Daarna is Hij geopenbaard aan de elven'.
Maria en de Emmaüsgangers, de ooggetuigen die geloven ze niet. Wel, dan zoekt de Heiland hen Zélf op. Om ze te overtuigen. Om ze over hun ongeloof en hardheid heen te helpen. Wat een geduld en liefde gaat hier achter schuil.
Hij schrijft die weerbarstige discipelen niet af, maar zoekt ze op! Dat is verrassend voor ons. De opgestane Christus is in wezen geen andere dan de Here Jezus van vóór zijn kruisiging. Lijden, dood en opstanding hebben zijn grondhouding niet veranderd! Hij is nog stééds de Herder, die het verlorene, het schuldige en afgedwaalde zoekt. Deze liefdevolle houding betekent niet dat Christus hun het ongeloof niet kwalijk neemt. Integendeel. Hij klaagt ze aan. Maar, letten we erop, de liefde staat bij Hem vóórop. De aanklacht, het verwijt komen op uit de liefde. Dat is de evangelische volgorde. Zó gaat het toe in Gods Rijk,
En deze volgorde mag u nooit omkeren. En het behoort tot de heiliging, de vernieuwing van ons leven als déze volgorde ook daadwerkelijk gestalte krijgt. Éérst onze broeder opzoeken en de hand geven en dan pas het vermaan, de aanklacht. Zó handelde Christus, zó vraagt Hij het óók van zijn volgelingen. Dit alles doet niets af aan de ernst van het verwijt. Dat wordt ons duidelijk als we die aanklacht proberen te peilen. Het maakt een groot verschil wie ons een verwijt maakt. Het verwijt van hem, die ver van ons af staat en voor wie wij geen respect of liefde kennen, dat verwijt raakt ons niet zo zeer. Maar als het iemand is die erg veel voor je gedaan heeft, van wie je veel houdt, dan snijdt het veel dieper in. Dan zak je als het ware door de grond. Soms schaam je je dan weg. En, dat is wat hier gebeurt. Christus toont hun Zijn liefde, maar tegelijk werpt Hij hen voor de voeten: 'Waarom hebben jullie de ooggetuigen niet geloofd? ' Gelooft u maar, dat dat zeer gedaan heeft bij de discipelen. Als je zó, door een liefdevolle Heiland, op je nummer wordt gezet. Zullen ze hun ogen niet hebben neergeslagen? Vol schaamte en berouw over hun ongeloof. Werkelijk de wond wordt open gelegd en het mes gaat erin. Maar, we zijn er nog niet. Het gaat nóg dieper. Het wordt nóg pijnlijker voor de discipelen. Immers wat verwijt de Here hen? Dat zij de ooggetuigen niet hebben geloofd. Maar waren de vrouwen werkelijk de eersten die over de opstanding van Christus spraken? Welneen! Reeds in zijn eerste lijdensaankondiging had Christus Zélf er reeds over gesproken. Hij had gezegd dat Hij gedood zou worden en na drie dagen weer zal opstaan. Vandaar dat Calvijn zegt dat deze ooggetuigen 'slechts bevestigers van Christus' eigen woorden zijn'. En hier peilen wij de diepte van deze aanklacht. De discipelen hebben geen geloof gehecht aan de woorden van de Here Zélf. Wat hebben ze de Heiland daar een onéér en pijn mee gedaan. En nu werpt Hij het hun voor de voeten:
'Waarom hebben jullie Mij gewantrouwd? Heb Ik jullie ooit bedrogen? Is het wonder dat Ik jullie hardheid van het hart verwijt? ' Zullen zij zich niet weggeschaamd hebben? 'Here ga uit van ons, want wij zijn zondige mensen!'
Nu is óók ons ditzelfde evangelie verkondigd. En? ? Wat heeft het nu bij u uitgewerkt? Hebt u het werkelijk ter harte genomen? Of hebt u het, net als die discipelen naast u neer gelegd? Omdat het u niet werkelijk beroerd heeft. Omdat het afgeketst is op de hardheid van uw hart!! Dan komt Christus tot u en ziet u verwijtend aan. Zijn ogen vragen u: 'Waarom bent u zo hardleers? Waar heb Ik dat aan verdiend in uw leven? ' Breekt uw hart onder deze blik? Schaamt u zich? Schrijnt het binnenin u, omdat u Hem oneer hebt aangedaan? Laat u dan in beslag nemen door de boodschap van Pasen. Wanneer u dat doet, verdwijnt de verwijtende blik en de ogen van Christus beginnen te stralen. Want opnieuw is er één in Sion geboren. Die verwijtende blik laat u toch niet koud? Dat zou verschrikkelijk zijn. Opgezocht door Hem, aangeklaagd door Hem, en dan toch? ? Néén toch zeker? ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's