De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (7)

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (7)

9 minuten leestijd

Hoevelaken. Weer een heel andere gemeente dan Hasselt.

Hoevelaken

Weer een heel andere gemeente dan Hasselt.

In plaats van het oude, in een kom gebouwde stadje, dat nog veel van zijn oude stijl bewaard had, nu een uitgestrekt dorp langs de straatweg Amersfoort-Apeldoorn (nog te danken aan koning Lodewijk Napoleon). Dus met 'lintbebouwing'. En verder van de straatweg afslaande zgn. 'stegen' (de Penningsteeg enz.), waarlangs verspreid de boederijen. En dan allerlei buurtschappen, die bij Hoevelaken behoorden, of daarmede meeleefden, zoals Stoutenburg met het fraaie kasteel van jhr. Luden van Stoutenburg, Klaarwater e.a., allemaal met veel natuurschoon.

De kring van dat medeleven breidde zich in de jaren 1911-1917 nog verder uit. Tot Terschuur en Kallenbroek (tussen Terschuur en Barneveld) toe. Toen was er nog geen sprake van forensen, van nieuwe woonwijken, laat staan een 'deelgemeente'.

Aankomst

We kwamen er in de eerste dagen van april 1911 aan. Het was onaangenaam koud weer. Het nieuw voor ons gebouwde, inderdaad bijzonder mooie huis was nog niet eens helemaal klaar. De verhuizing was rommelig. Veel werd vergoed, door de warme ontvangst in het café Kolfschoten schuin tegenover de pastorie.

Bevestiger was wéér (maar nu voor het laatst, daarna zou mijn broer deze taak vervullen) ds. C. Bouthoorn van Dordrecht. De tekst was 2 Cor. 5 : 18b: en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. De intreetekst van mijn vader was Jesaja 55 : 10 en 11: want gelijk de regen en de sneeuw van de heuvel nederdaalt en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend.

Al was de Hoevelakense kerk als gebouw niet zo indrukwekkend als de Hasseltse, vól stroomde hij wel. Er kwamen er zelfs lopen uit Amersfoort. Wel adviseerde mijn vader z'n gemeenteleden, die vaak verre afstanden kwamen lopen, om ook 's zondags de fiets te gebruiken. Ze konden dan wat langer thuis slapen, hoefden niet zo vroeg weg en kwamen beter uitgerust en frisser in de kerk.

Veel catechisanten

Niet alleen veel kerkgangers trok hij. Maar ook veel catechisanten. In een brief uit de eerste winter lees ik een getal van 396 catechisanten. Daar zijn natuurlijk de schoolkinderen bij. En verder velen uit nog niet genoemde buurtschappen uit de streek tussen Nijkerk, Voorthuizen en Hoevelaken.

Een oud-catechisant van mijn vader, nu 90 jaar, schreef mij kort geleden over mijn vader: 'een zieleherder om nooit te vergeten'. De herinnering aan hem bracht haar weer in het verleden terug en deed haar schrijven: 'wat is Gods goedentierenheid tot in eeuwigheid'. Zij is zelf uit een familie, waarvan de naam in de Hoevelakense pastorie goed stond aangeschreven vanwege het geestelijk contact. Een andere briefschrijfster, nu predikantsweduwe, schrijft mij: ik ben nog een van zijn catechisanten, toen uw vader in Hoevelaken stond, maar kan mij nog veel herinneren: hoe leerzaam zijn onderwijs was.

Zij herinnert zich ook nog 'bezielende' preken van mijn vader. En zij schrijft, dat velen van haar leeftijd deze dingen ook nog wel weten.

Ander pastoraal werk

Trouw heeft mijn vader ook huisbezoek gedaan. 'k Heb nog wel notitieboekjes daarvan. Hij heeft daarbij minder weerstanden ondervonden (althans openlijk) dan in beide vorige gemeenten. Ook zijn zieken en bejaarden bezocht hij geregeld. Vaak nam hij mij (in 1911 gymnasiast geworden) mee. Ik was in die jaren de enige jongen uit Hoevelaken, die een school in Amersfoort bezocht. Dat dreigde, in tegenstelling met de Hasseltse jaren, mijn jeugd hier erg eenzaam te maken. Mijn vader heeft zijn best gedaan dit vacuüm op te vullen.

Hij is, naar een oud versje, in die jaren mijn beste vriend geweest. Elke dag ging hij een uur met me wandelen. Ik kon met hem over alles praten. Werk, schoolervaringen, ontspanning (lectuur en muziek): alles had zijn belangstelling. Daarbij bleek, hoezeer het geestelijk en lichamelijk welzijn van zijn gemeenteleden hem ter harte ging.

Spreekbeurten

Talloze malen heb ik hem begeleid naar Hooglanderveen, een toen nog bestaande spoorweghalte tussen Nijkerk en Amersfoort, wanneer hij in de week één van zijn vele spreekbeurten in den lande ging vervullen. Hij kwam dan in de regel de volgende morgen pas weer thuis.

Als ik vele plaatsnamen zie, die op het lijstje van mijn vader stonden, merk ik op, dat uit veel, toen nog wat losse, gemeenschappen, kernen gegroeid zijn, die later kerkelijk geïntegreerd zijn en die in allerlei steden en dorpen Gereformeerde prediking gekregen hebben. Eerste doel was wel altijd het verschaffen van geestelijk voedsel door de verkondiging van het Evangelie aan degenen, die daarom vroegen. Maar dan niet met een kerkelijk 'niemandsland' voor ogen. Mijn vader had teveel besef van de waarde van ambt en sacrament en gemeentelijk leven om niet naar de kerk toe te werken.

Vrienden van buiten

De Hoevelakense jaren zijn over het algemeen rustige jaren geweest. Er waren niet veel spanningen. Mijn vader was in de kracht van zijn leven. En de gemeente telde naar ik meen toen niet meer dan zo ongeveer duizend zielen. Daardoor bleef er tijd over voor vriendschap. En wel vriendschap gedragen door geestelijke verwantschap. Een vriendenkring uit Amersfoort, Baarn, Soestdijk, Amsterdam, de Bilt, Zeist enz. ontstond. Zij vergaderde dan bij de een, dan bij de ander, meerdere malen ook in de Hoevelakense pastorie. Zij begeerden elkander op te bouwen in het allerheiligst geloof. Bijbelbespreking, gezang, gebed en geestelijke gesprekken hadden dit doel voor ogen. Uit sommige van deze families kwamen predikanten en predikantsvrouwen voort.

Eén naam moet ik hierbij apart noemen nl. die van mej. Jansje Zondag. Zij kwam uit Soestdijk, maakte een radicale levensverandering door en zocht nu een andere prediking dan die haar destijds in Baarn geboden werd. Zij had mijn vader in Baarn horen preken en naar ik meen ook wel op de vriendenkring ontmoet. Deze prediking trok haar. En toen zij begeerde belijdenis des geloofs af te leggen, is dit, na voorbereiding onder de leiding van mijn vader, in Hoevelaken geschied. Het moet een indrukwekkende dienst geweest zijn volgens een van mijn briefschrijfsters, de bovengenoemde predikantsweduwe. Als er voortaan bediening van het Heilig Avondmaal in Hoevelaken was kwam mej. Zondag bij ons logeren. Dat behoort ook tot mijn jeugdherinneringen.

Later kwam in Baarn ds. J. Kievit, met wie zij zich geestelijk ook sterk verbonden gevoelde. Deze heeft haar eenvoudige Pelgrimszangen van een uitvoerige inleiding voorzien, waarin hij ook deze Hoevelakense periode tekent.

De school en het Huis Hoevelaken

Toen mijn vader in 1911 in Hoevelaken predikant werd, nam 'het Huis Hoevelaken' nog een belangrijke plaats in in de dorpssamenleving. Het werd bewoond door baron J. E. N. Schimmelpenninck van den Oije, voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. In het zomerhalfjaar woonde hij op het kasteel en reed met zijn, toen nog vrij zeldzame auto met particuliere chauffeur, naar den Haag of elders voor noodzakelijke vergaderingen en besprekingen. Hij was trouw kerkganger, in zijn eigen bij het Huis behorende bank. Hij zat ook aan aan de Avondmaalsdis. Als ambachtsheer had hij in vacature tijd ook het recht van 'electie'. Hij mocht dan kiezen uit een hem voorgelegd tweetal predikanten. Mijn vader respecteerde dit hooggeplaatste gemeentelid met zijn echt aristocratische verschijning om heel zijn levenshouding, z'n levensernst, zijn toegewijde arbeid aan de hoge zaken van landsbelang, en zijn betrekkelijk sobere levenswijze.

's Winters woonde de baron in den Haag. Daar is hij ook op 11 april 1914 overleden. De Goede Vrijdag belette mijn vader aan de wens van de stervende te voldoen om naar den Haag te komen. Ik herinner me nog, dat baron Schimmelpenninck zich op zijn sterfbed Romeimeinen 8 liet voorlezen en zei: 'het wordt hoe langer hoe mooier'.

In de Hoevelakense kerk had deze adellijke familie een eigen grafkelder. Daar werd hij begraven. Mijn vader heeft deze begrafenis, waarbij vorstenhuis, regering en volksvertegenwoordiging ruimschoots vertegenwoordigd waren o.a. door figuren als dr. A. Kuyper en prof. Treub, geleid.

Pachters droegen hun 'heer' ten grave.

Omdat geen zoon de baron opvolgde en latere bewoners geen eigenlijke band met het dorp hadden, kwam hiermede een einde aan een oude, wat feodale verhouding met haar lichten schaduwzijden. Over de laatste had mijn vader ook wel met de baron op pastorale wijze gesproken. Dat kon.

Een zuster van baron Schimmelpenninck woonde op de buitenplaats 'Weldam'. Zij was de weduwe van de voorganger van mijn vader ds. F. Kyftenbelt, die van 1885-1908 de gemeente gediend heeft en met deze adellijke freule huwde. Naar ik hoor was hij ook een halve medicus en hielp de mensen uit zijn eigen apotheek. Dat zal hij in het vroegere Ned. Indië gewend geweest zijn, want daar was hij predikant geweest onder primitieve omstandigheden. In december 1908 was hij overleden. Uit de brieven van mijn vader maak ik op, dat mevr. Kyftenbelt en hij éénsgeestes waren, blijkens goede geestelijke gesprekken.

Uit een brief van 5 oktober 1914, zie ik, dat in ditzelfde jaar niet alleen de baron, maar ook diens vrouw en ook zijn zuster de douairière Kyftenbelt heengingen.

Nu hadden broer en zuster beide grote belangstelling gehad voor het christelijk onderwijs en wat er vóór 1920 aan subsidie tekortkwam uit eigen middelen bijgepast, terwijl zij ook in belangrijke mate het bestuur in handen hadden.

Mijn vader vond hier dus het schoolvraagstuk opgelost. Hun heengaan behoefde echter geen nieuwe problemen op te leveren. Overal was voor gezorgd. De chr. lagere school, de bewaarschool annex breischool werden aan de kerkeraad vermaakt; een jaarlijkse bijdrage was vastgelegd, terwijl ook directe bedragen aan school en diaconie waren gelegateerd.

De geest van het Réveil woonde blijkbaar ook op Huize Hoevelaken en op Weldam.

Mijn vader werd ook in Hoevelaken voorzitter van het Schoolbestuur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een gezegend prediker (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's