Boekbespreking
Nico Bouhuys/Karel Deurloo, Vechten voor vrede, 100 biz. ƒ 10, - Ten Have Baarn bv, 1980.
Een nieuw boekje van het duo Bouhuys/Deurloo, waarin de beide auteurs een aantal teksten behandelen in verband met de thematiek van oorlog en vrede: Het resultaat stond, zo vrees ik, bij voorbaat vast. De NAVO is de grote boosdoener, het IKV standpunt valt zo ongeveer samen met het Evangelie en Shalom en de EO krijgen de wind van voren. Ten aanzien van de relatie Israël en het land komen de auteurs op blz. 25 uit bij een soort modern spiritualisme. Is er samenhang met hun visie op de Schrift als bundel verhalen? De historische betrouwbaarheid valt praktisch weg. En het gat dat zo ontstaat wordt gevuld met de eigentijdse interpretatie. Ik vraag me af of de discussie in Nederland met dit soort boekjes gediend is. De auteurs polariseren op een felle manier. Is het niet hachelijk de bijbelse verhalen met fantasie te lezen? Heeft dat nog te maken met exegese? Het alternatief tussen biblicistisch en bijbel-kritisch wijs ik volstrekt af. Ik meen dat de gereformeerde belijdenis een andere Schriftbeschouwing huldigt dan die welke beide auteurs in dit boekje huldigen.
L. V. Hartingsveld, Jezus de Messias, Commentaar op het evangelie van Johannes, 240 blz. ƒ 26, 90, Boekencentrum, Den Haag.
De auteur is al jaren lang vertrouwd met het Johannesevangelie, gezien het onderwerp van zijn dissertatie. Dit boek, voor een bredere lezerskring geschreven, is vrucht van jarenlange studie en omgang ook met de vakliteratuur. Uitgaande van Johannes 20 : 31 geeft de auteur een verklaring van het evangelie, pericoop voor pericoop. In de hoofdstukken l-13en 18-21 wil de evangelist laten zien dat Jezus, ondanks afwijzing en haat, toch de Messias van Israël is. In 14-17 wekt hij de christen geworden Joden op te blijven in dit geloof. Het is een mooi boek, dat zowel predikanten als gemeenteleden behulpzaam kan zijn, bij lezing en bestudering van het vierde evangelie. Bij de uitleg van Johannes 11 : 50, 51 viel me op dat de schrijver denkt aan diasporajoden als uitleg van de verstrooide kinderen Gods, een exegese die m.i. alle aandacht verdient maar toch niet door iedereen gedeeld wordt. Of de vertaling 'liefgehad tot het einde' (Joh. 13:1) minder juist zou zijn, waag ik te betwijfelen. Er zit toch ook iets in van het 'het is volbracht'. Oneens ben ik het met Van Hartingsveld dat we bij Joh. 19 : 5 niet zouden mogen denken aan een diepere betekenis, waarvan Pilatus zich zelf niet bewust is geweest. Toegegeven, het staat er niet met zoveel woorden bij. Maar is het gebruik van zinswendingen met een dubbele betekenis niet kenmerkend voor het vierde Evangelie? Zo is er meer te noemen, waarvan men wellicht van mening kan verschillen. Maar commentaren zijn er tenslotte om de bijbellezer te helpen om zelf ook de weg te leren vinden in de Schrift, niet om.klakkeloos na geschreven te worden. Zeer aanbevolen studiemateriaal.
A. N.
Dr. Okke Jager, Opklaring, Bijbellezen met verbeeldingskracht, 527 blz. ƒ 28, 50. Zomer en Keuning, Ede.
Opnieuw legt Okke Jager een dagboek op tafel, een dikke paperback, waarin naar verschillende themata, zoals b.v. teksten over horen, over zien, de beeldtaal van Jezus, vrouwelijke waarden, visuele aardrijkskunde, verwerpelijke Godsbeelden, de dagstukjes geschreven zijn. Een register van teksten verhoogt de bruikbaarheid. De auteur probeert ook hier te werken vanuit de vraagstelling die hem al jaren bezig houdt; Hoe moet de Bijbel vertolkt worden voor moderne mensen. Jager pleit voor een beeldende, bijna visuele manier van bijbellezen. Zijn bezwaar tegen veel exegese is dat ze te weinig beeldgevoelig, en te veel taalkundig is. Op de achtergrond van Jagers hermeneutische visie staat een visie waarbij Schrift en ervaring nauw op elkaar betrokken worden. Geen wonder dat de auteur zijn sympathieën voor de feministische en materialistische wijze van Bijbellezen niet verbergt. Er zit in het pleidooi om te kijken wat er gebeurt in een tekst, iets sympathieks en verrassends, ook iets waardevols. Vaak menen we bij voorbaat al te weten wat er staat, en proberen we ons te weinig in te leven in de woordenwereld van de Schrift. Toch heb ik het gevoel dat er bij Jager meer aan de hand is. Wordt de uitleg toch niet teveel beheerst door de inbreng, inleg van menselijke ervaringen? Zo is dit boek op een bepaalde manier een typische vertegenwoordiger van een moderne hermeneutiek, waarbij we toch m.i. op een ander spoor zitten dan het gereformeerde spoor. De inhoud van een dagboek laat zich in een aankondiging moeilijk recenseren. Als totaalindruk moet ik zeggen, dat afgezien van het principiële bezwaar verschillende stukjes toch wat gezocht bij mij overkomen. Zo vind ik b.v. de materiële interpretatie van Matth. 6 : 12 overtrokken. Ook de interpretatie van Ef. 2 : 3 heeft me niet overtuigd. Ik houd het toch maar op de klassieke interpretatie. Ook wat de auteur schrijft bij Hebr. 13 : 4 over het huwelijk gaat m.i. voorbij aan de eenvoudige bedoeling van deze tekst, die m.i. wel degelijk een waarschuwing bevat tegen sexuele losbandigheid, ook in de antieke wereld geen vreemde zaak. Daarnaast treft je steeds weer het dichterlijk vermogen van de auteur, de vaak speelse en verrassende zinswendingen. Het is m.i. geen dagboek voor de dagelijkse bijbellezing. Als naslagwerk kan het wellicht beter dienst doen.
A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's