De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doorkijkje in het kerkelijke leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doorkijkje in het kerkelijke leven

Kerkgeschiedenis van Boskoop

10 minuten leestijd

Plaatselijke kerkgeschiedenissen geven kleinbeeld-dia's van het gehele kerkelijke leven. Afgezien van de vele namen van hen, die alleen plaatselijk bekend zijn of geweest zijn, vormen daarom die boeken, waarin plaatselijke geschiedenis wordt blootgelegd, boeiende leesstof. Niet zelden hebben predikanten, wanneer ze in een bepaalde gemeente hun ambtelijk werk aanvatten, zich gezet aan de bestudering van de kerkgeschiedenis van hun gemeente, aan de hand van notulen en andere documenten in de gemeentelijke archieven.

Zéér geboeid las ik dezer dagen zó een boek van dr. J. Haitsma, getiteld 'Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Hervormde (Gereformeerde) Kerk van Boskoop'. Dr. Haitsma was aanvankelijk gereformeerd predikant. In 1949 ging hij over naar de Nederlandse Hervormde Kerk 'uit oecumenische motieven'. De Una Catholica, de ene algemene christelijke kerk zit hem om zo te zeggen hoog. In Woerden was hij dertig jaar lang predikant (1949-1979). In die tijd promoveerde hij op het onderwerp 'De leer aangaande de kerk in de reformatorische catechismus uit het Duitse en Nederlandse taalgebied van 1530-1600'.

Op het laatst van zijn Woerdense tijd (1978) publiceerde hij een boek onder de titel 'De geschiedenis van de Hervormde (Gereformeerde) Kerk van Woerden van 1593 t/m 1963'. Toen hij, na emeritering, bijstand in het pastoraat werd te Boskoop kon hij het kennelijk niet laten om óók de kerkgeschiedenis van die gemeente te schrijven. Het is een lezenswaardig boek geworden, waarin een stuk hervormd kerkelijk leven in een doorsnee gemeente (van 1566-1974) aan ons oog voorbij trekt; intussen echter wel van een gemeente, die de naam van Christus droeg en draagt. In het onderstaande geven we van dit mooie boek enkele willekeurige zaken door.

Geheim in de toren

'Op 1 October 1895 woedde in het centrum van Boskoop een hevige brand, die voor de kennis van de kerkgeschiedenis van de plaats en haar omgeving belangrijke gevolgen zou hebben.' Ook Ket kerkgebouw brandde namelijk af en de toren moest toen worden afgebroken. De slopers deden toen op 2 april 1896 een wonderlijke ondekking. Binnen de 1 meter dikke muur werd een ingemetselde ruimte ontdekt waarin vijf boekjes lagen, t.w.:

I 'Een boekje van geloof, hoop en liefde en van de bruid van Christus.

II Een exemplaar van de Nederlandse geloofsbelijdenis met het jaartal 1566.

III Een Heidelbergse catechismus van 1566.

IV Een boekje van 7psalmen en 7 gezangen, eveneens van 1566.

V Een geestelijk liedboek van 1554. Het bevat 99 liederen.'

Deze vondst maakte duidelijk dat in 1566 het evangelie in reformatorische zin in Boskoop reeds verbreid was en beleden werd en 'dat het gevaarlijk was reformatorische literatuur in bezit te hebben'.

Al met al een doorkijkje in de kerk van de Reformatie! Uit het eerstgenoemde geschrift vermelden we het volgende:

'Wij kunnen geen ander fundament vinden waar de zondige ziel op rusten mag dan alleen als wij door ' t geloof kunnen hopen dat God ons een genadig vader zal zijn door de dood van Christus Jezus. Daarom zegt Paulus: Gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze, maar gij hebt ontvangen de Geest der verkiezing der kinderen Gods door wie wij roepen: Abba, o lieve Vader; diezelfde Geest geeft onze geest een getuigenis dat wij kinderen Gods zijn. Als de mens dit door het geloof in zich gevoelt en 't hart daarin met God verblijd is, dan heeft hij rust en vrede voor zijn geweten, niet ziende op zijn verdiensten en werken, maar alleen op Christus, die de zondaar door zijn bittere dood met de Vader verzoend heeft. Dan geeft hij Christus alleen de eer van zijn verlossing en ziet niet meer op enig geschapen creatuur. Zulk geloof doet de mens berusten in alles dat de Heere aan hem doet, ' t zij dood, hel, zonde of duivel. Als dan verdriet, lijden of enige last de mens lichamelijk of geestelijk mag overkomen, het komt hem alles ten goede.'

Allerlei dingen

Men vindt in een boek als dit intussen de hele kerkelijke ontwikkelingen met de aardige en onaardige gebeurtenissen.

In 1854 wordt door toedoen van de kerkeraad de duur van de kermis 'Sterk verkort', De kerkeraad schrijft, namens 'lidmaten en hoofden van de huisgezinnen' aan het gemeentebestuur:

'Dat zij ten diepste overtuigd zijn in U, Edel Achtbaren belangstelling in het heil dezer gemeente. Dat zij echter meenen te mogen veronderstellen dat het den Edel Achtbaren raad dezer gemeente niet onverschillig zijn kan te weten hoe over deze aangelegenheid in den boezem der gemeente wordt gedacht en geoordeeld.

Dat zij levendig zich bewust zijn van hunne roeping, om in alles wat tot bevordering van het eigenlijke heil des volks kan dienstbaar zijn de door God over hen gestelde magten behulpzaam te wezen.

Dat zij afgezien nog van de opmerkelijke teekenen des tijds, de zoo genaamde Kermissen of Jaarmarkten, zoals die thans nog gehouden worden, niet alleen overbodig, maar zelfs als zoveele onvermijdelijke aanleidingen beschouwen, tot zoodanige buitensporigheden, die terwijl zij de gezondheid des lichaams verwoesten, het geluk uit de huisgezinnen verbannen, armoede en gebrek bevorderen, den vrede der ziel belemmeren of verstoren, hinderpalen op den weg der Evangelieverkondiging zijn, die tot God opleiden moet, terwijl de vermaken en verstrooijingen waardoor zich onze zoogenaamde Kermissen onderscheiden, zoo verre van Hem en van den vrede door Christus afvoeren.'

In 1854 buigt de kerkeraad van Boskoop zich ook over 'de verandering in het ambtsgewaad' . De hervormde synode beval in dat jaar nl. het dragen van de toga aan de predikanten aan. Maar enkele broeders menen, dat deze zaak in de gemeente aanstoot geven zal. In de 'ring' is het zo, dat ofschoon ieder van de predikanten vóór de toga was de besprekingen daarover 'om verschillende redenen' nog tot geen eindresultaat leidden. Men ziet hoe ook een zaak als deze - waaraan we nu helemaal gewend zijn - in de vorige eeuw niet voetstoots werd aanvaard. Alle veranderingen, van welk een onschuldige aard ook, hebben kennelijk immer weer verzet in de gemeenten ontmoet.

Een laatste aardig punt, dat ik noemen wil uit het boek van dr. Haitsma, is, dat in 1859 de kerkvoogden van Boskoop aan de kerkeraad schrijven dat, omdat in de daarvoor liggende jaren slechts weinigen gebruik hebben gemaakt van de avondgodsdienstoefeningen, het gewenst is het getal der avondbeurten 'tot wederopzeggens te verminderen'. De kerkvoogden zouden intussen gaarne zien, dat het zo geregeld zou worden dat het beleggen van de avonddiensten 'zoveel mogelijk bij lichte maan konde geschieden...'.

Vrijzinnig-rechtzinnig

In het boek van Haitsma - en dat is de belangrijkste reden, dat ik voor dit boek breder aandacht wil vragen - gaat het vooral ook om de strijd van de rechtzinnigheid en de vrijzinnigheid in de kerk, zoals die zich toespitste in de plaatselijke gemeente. Haitsma wijst erop, dat in allerlei gemeenten afgeweken werd van het dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en dat b.v. gedoopt werd 'in de Naam der gemeente; tot de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; in de Naam des Vaders; tot geloof, hoop en liefde; tot inwijding in het christendom; in Naam van Vader, Zoon en de in Christus geheiligde mensheid.' Er werd zelfs gedoopt 'in niemands naam.'

Zeer leerzaam is intussen wat dr. Haitsma vermeldt uit de geschriften of preken van de vrijzinnigen, óók ter plaatse in Boskoop, b.v. van ds. K. G. W. F. Ham. Ik denk niét dat ieder bij het lezen van de citaten zou vermoeden dat er een vrijzinnige aan het woord is. Ik noem uit de 'Handleidingen bij het godsdienstonderwijs' van ds. Ham het volgende:

1. Hoe waren Jezus' leerlingen na zijn dood te moede? De leerlingen van Jezus waren diep verslagen over zijn kruisdood, want zij hadden gehoopt, dat hij de Messias zou zijn, die Israël verloste;

2. Zijn de leerlingen in dien toestand van verslagenheid gebleven? De leerlingen zijn, na een tijd van droefheid en moedeloosheid, teruggekomen tot het geloof, dat Jezus de Messias was.

3. Tot welke overtuiging kwamen de leerlingen ten aanzien van hun gekruisigde Meester?

De leerlingen kwamen tot de overtuiging, dat Jezus uit de doden opgestaan en bij God verheerlijkt was.

4. Wat vloeide bij Jezus' vrienden uit het geloof in zijn opstanding voort? Dewijl Jezus' vrienden vast overtuigd waren, dat Hij in de hemel leefde, is het hun meermalen gebeurd, dat zij Hem in heerlijkheid zagen.

De Opstanding wordt kennelijk beleden, maar slechts in 'de overtuiging van de discipelen'. Ds. Van Ham - aldus dr. Haitsma - zegt namelijk niet dat Jezus verscheen. Het feitelijke van Jezus' daden - van Zijn Kruis en Opstanding-vervluchtigt in een mystiek van menselijke overtuigingen.

Hier liggen lessen in de geschiedenis. Wanneer het heilsfeitelijke schuil gaat achter de beleving van het heil, is de vrijzinnigheid in principe gegeven. Daarom zullen we ook in gereformeerde kring dienen te beseffen, dat het voorwerpelijke immer aan het onderwerpelijke voorafgaat. Wordt dat niet meer beseft dan kan zelfs de meest rechtzinnige theologie ontsporen en in de mystieke wateren van de vrijzinnigheid komen.

Na vrijzinnigheid rechtzinnigheid

Het boek van dr. Haitsma beschrijft ook hoe in de hervormde kerk ter plaatse de rechtzinnigheid uiteindelijk de vrijzinnigheid weer overwon. Haitsma beschrijft hoe de evangelisatie van de gereformeerd-hervormden en van de confessionelen elkaar uiteindelijk vonden. In 1912 had de vrijzinnige ds. B. Tuinstra zich bij de orthodoxe richting geschaard (er stond een advertentie terzake in het Boskoopsche Advertentieblad.) Na Tuinstra's overgang echter kerkten de confessionelen wèl bij hem maar de hervormd-gereformeerden bleven samenkomen in het evangelisatiegebouw en richtten in 1913 de vereniging 'Schrift en belijdenis' op.

We zullen de hele kerkelijke ontwikkeling daarna niet in orde verhalen, maar willen slechts noden tot het lezen van dit ook op dit punt leerzame en ook voor vandaag actuele boek.

Uiteindelijk kwam in Boskoop dr. D. Jacobs, die in zijn intrede preekt met de tekst uit Efeze 2 : 14a: 'Hij is onze vrede'.

Aan het slot van die preek zei dr. Jacobs, die zich zeer beijverde voor de integratie van de hervormd-gereformeerden in de gemeente:

'Mijn opvatting is toch de beste, mijn wil moet de overhand hebben, mijn buurman moet zich naar mij voegen; maar ge gevoelt wel, die gedachten komen dan niet bij U op. En gij en uw buurman, gevraagt alleen naar den Christus. Hij is onze vrede en in dien majesteitelijken, goddelijken vrede smelten al uw verschilletjes als sneeuw voor de zon. Hoe dichter bij Christus, hoe grooter de vrede. Hijzelf is onze Vrede. Dat we bij al onze moeiten, onze vragen, die ons soms verschillend kunnen doen denken, opzien tot Hem, het wachten van Hem, den Vrede in eigen persoon, en vragen: kom Heere Jezus in ons midden, vervul ons aller harten met Uw geest, dan hebben wij vrede, dan gaat het vanzelf. Onderwerp ons aan uw liefdewil en we hebben elkander lief, wees gij onze vrede in ons midden, dan hebben wij vrede. Met Hem beleven we wonderen. Wanneer Hij met ons is, dan houdt Hij ons staande en bewaart ons bij den vrede ook temidden van den strijd dezer we­reld, van de worsteling der geesten. En eens doet Hij ook op deze aarde den vrede dalen en zullen de volken niet langer den oorlog leer en. Zij zullen hunne zwaarden slaan tot spaden en hun spiesen tot sikkelen. De strijd, de onrust verdwijnt met alle moeite en verdriet en tot in eeuwigheid regeert de groote Vredevorst. Amen.'

Me dunkt, dat dit best een stuk is, dat wij - héénlevend naar Pinksteren - ter harte mogen nemen. 'Hij is onze vrede'! Het is er vandaag in de praktijken van het kerkelijke leven vaak verre vandaan. Pinksteren: het Feest van de vele talen en de éne Geest. In schril contrast met vandaag: de véle geesten binnen één taal. Het beslissende, bij al onze verschillen is intussen, of we belijden dat we een levende Heere hebben, die ons ook na Zijn heengaan bijbleef met Zijn Geest.

Men leze het boek van dr. Haitsma om 'te beseffen, dat dit belijden vaak over het scherp van de snede gaat.


Dr. J. Haitsma: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Hervormde (Gereformeerde) kerk van Boskoop; uitgave drukkerij Taat, Boskoop, 310 pag.; ƒ 39, 75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Doorkijkje in het kerkelijke leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's