De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geheime boek der Openbaring (2)

Bekijk het origineel

Het geheime boek der Openbaring (2)

7 minuten leestijd

De Openbaring behoort tot de apocalyptische literatuur.

Apocalyptiek

De Openbaring behoort tot de apocalyptische literatuur. De openbaringsgetuige vertelt wat hij gezien heeft 'in de geest'. Zo zag Ezechiël de heerlijkheid des Heeren, die de gestalte als het uiterlijk van een mens aannam. Hij zag God terugkeren naar Jeruzalem. Nu zijn alle apocalypsen geheime boeken voor ingewijden. Typerend is dat een stralende toekomst gesteld wordt tegenover het heden vol van lijden en smart. De geschiedenis is een strijd tussen licht en duisternis. God zal komen in de gestalte als het uiterlijk van een mens. In de ethiopische Henoch, ook een apocalyptisch geschrift van voor onze jaartelling, vindt zelfs een vereenzelviging plaats van de Zoon des mensen en Henoch. Henoch werd tot die Zoon opgeheven en God zei: Gij zijt de Zoon des mensen. Deze tekst toont hoezeer de essenen droomden van een volledige vereenzelviging van Gods zelfopenbaring met een mens van vlees en bloed.

De Zoon des mensen verscheen aan Johannes op Patmos. Quispel veronderstelt dat Johannes het boek Henoch gekend heeft. Hij merkt daarbij op dat hij hem niet citeert, terwijl hij wel Daniël en Ezechiël aanhaalt. Dat is wel opvallend.

In plaats van hierop in te gaan spoedt de schrijver voort om ons in te lichten over het onverwachte en geheel nieuwe licht dat over de Apocalyps schijnt vanuit de astrologie en de joodse mystiek. Het nieuwe licht blijkt toch niet zo snel te zijn doorgebroken. Immers er wordt gesteld dat na 1900, het jaar dat een catalogus verscheen van griekse astrologische boeken, al niet meer kan worden ontkend dat de bijbel astrologische beeldspraak bevat. Sommige boeken van de bijbel houden de astrologische voorstellingen, voor waar. O.a. de Handelingen en de brief aan de Romeinen. Quispel wijst op de volkenlijst van Hand. 2 en op Romeinen 8 : 37-39. Daarom is het volgens hem niét vol te houden dat joden en christenen nooit zijn beïnvloed door sterrenwichelarij. Ook in de Apocalypse treft Qui­spel duidelijke sporen van astrologie aan. Hij wijst er op dat astrologie meer is dan de voorspelling van de levensloop. Zij is ook een volkerenpsychologie en een filosofie der tijdperken. Alles staat vast. De Geest heerst in de stof van de kosmos, wat alleen te ontwaren is door wie zelf geest heeft. De schrijver zet teksten uit de astrologie en uit de Openbaring naast elkaar om de overeenkomsten tussen apocalypticus en astroloog te laten zien. De bekende voorstelling van de vrouw met het kind in hoofdstuk 12 is parallel aan de astrologische voorstelling van de Maagd aan de hemel met onder haar het sterrenbeeld Hydra, de grote waterslang. De conclusie van Quispel is: het geloof van Johannes heeft betrekking op wereldmachten. Achter deze machten gaan geestelijke wezenheden schuil die de loop van de geschiedenis bepalen.

In de Apocalypse heeft Christus deze wereldmachten overwonnen. Hij houdt de zeven planeten in de hand. Zo heeft Johannes zijn geloof tot uitdrukking gebracht dat Christus de wereldmachten relativeert.

Nieuw licht komt ook van de mystiek. In de mystiek schouwt men wat boven de sterren is. De Joden van de eerste eeuwen kenden de zg. merkabah-mystiek, of troonmystiek. De zieners stegen door zeven paleizen tot voor Gods troon. Volgens 2 Korinthe 12 : 2-4 kende Paulus deze ervaring ook. En Quispel wijst er nu op dat wie de Apocalypse aandachtig leest, ook ontdekt dat de man van Patmos de opstijging tot de derde hemel en het paradijs zeer wel kende. Tot de mystiek behoort o.a. ook de zang van de engelen met één stem: heilig, heilig, heilig is de Heere de God der hemelse engelmachten. Johannes moet veel muziek gehoord hebben in zijn visioenen.

Commentaren

Na de vooronderstellingen te hebben weergegeven, zijn we nieuwsgierig naar de consekwenties voor de exegese. Het is natuurlijk ondoenlijk alles te verslaan, maar we willen dit nu ook niet afdoen met de opmerking dat u dat zelf wel in het boek kunt vinden. Velen van de lezers zullen misschien geen gelegenheid hebben om het boek te bestuderen, daarom kan het gewenst zijn ook enige details door te geven.

De zeven geesten: 1 : 4) De zeven aspekten van de Heilige Geest. Toch is het één Geest. Volgens de Joden stonden voor de troon van God de Messias en de Heilige Geest. Als Joods christen huldigt ook Johannes deze opvatting.

Zeven sterren (1 : 16 en 20): er zijn zeven planeten. De dagen van de week zijn er naar genoemd. Het beeldend denken van Johannes loochent de astrologie niet maar maakt haar onschadelijk. Christus houdt ze in de hand. De christenen zeiden dat Christus hen had overgezet van het rijk van noodzakelijkheid in het rijk van de vrijheid. Bij vers 20 wordt opgemerkt dat ook de hemellichamen geesten hebben. De Joden geloofden dat ieder mens zijn beschermengel had, ieder volk zijn volksengel en iedere geest zijn planeetgeest. De Heilige Geest staat voor Gods troon.

Hij heeft zeven aspecten: lichtpunten waarin zich aan zichzelf openbaart. Dat zijn de zeven geesten Gods, die tegelijk zeven engelen zijn. Dat zijn tevens de planeetgeesten die de planeten tot levende organismen maken. De Heilige Geest woont ook in de gemeente. Er zijn zeven geesten en zeven gemeenten, iedere geest heeft een eigen gemeente.

De Nikolaïten (2 : 6; 14 en 15): Quispel beweert dat met deze door Johannes gehate lieden de volgelingen van Paulus worden bedoeld. Ze houden zich niet aan het apostelconvent van Handelingen 15 waar bepaald was dat christenen uit de heidenen de Joodse wet niet behoefden te onderhouden, maar geen offervlees mochten eten, geen vlees dat niet ritueel was geslacht en geen huwelijken met verwanten aangaan wat hoererij werd genoemd. De Nikolaïten storen er zich niet aan. Het wil er bij mij niet erg in dat er met deze vreemde Nikolaïten van wie we zo weinig weten, niet iets anders aan de hand was dan dat ze leefden als Paulus. Het lijkt mij dat wel wat gemakkelijk een harde tegenstelling tussen Johannes en Paulus wordt gecreëerd. Laten we het maar houden op wat Quispel zelf eerst zegt: 'We weten niets met zekerheid van hen.'

Het nieuwe Jeruzalem (3 : 12): het is een stad, maar ook een Vrouwe, dezelfde als de Vrouwe in barensnood in hoofdstuk 12. Beiden zijn gestalten van de Heilige Geest.

Een lam (5 : 6): het griekse woord (arnion) kan lam en ram betekenen. Mogelijk in Efeze een cryptische aanduiding van de Messias. Oorspronkelijk verwijst de term naar het paaslam van de uittocht. Jezus werd op de veertiende Nisan ter dood gebracht, daarom zagen joodse christenen in hem het paaslam bij uitstek. Zijn dood was niet een zoenoffer aan God maareen plaatsvervangend lijden: nu konden de gelovigen leven. Ook Johannes vierde het Pascha nog op de veertiende Nisan zoals de gemeente van Efeze en de andere gemeenten van de provincie Asia. Maar voor hem is de Messias geen lam, maar een ram met zeven horens. Tot zover onze exegeet. We zullen nog gelegenheid genoeg hebben om te vragen naar de betekenis van de dood van Jezus, maar ik verwijs hier alvast naar 1 : 5 'die ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed.'

Een boog (6 : 2): Johannes voorspelt oorlog met de Parthen. Hij is bezeten van de vrees dat de Parthen zullen komen en Rome zullen overwinnen. Hij ziet ze in vier visioenen komen, telkens weer.

Ik heb er op gewezen dat Quispel een tegenstelling ziet tussen Johannes en Paulus, anderzijds ziet hij hen op één lijn wat betreft het behoud van geheel Israël. Hij leest 11:13 in het licht van Romeinen 11. Zevenduizend inwoners van Jeruzalem komen om, de overigen van de honderdtwintigduizend nemen de Messias aan. Een niet traditionele uitleg.

Dat de Heilige Geest als Vrouwe en Moeder wordt gezien door alle joodse christenen, heb ik al opgemerkt. Bij 12 : 1 wordt dit opnieuw uitvoerig toegelicht uit joods-christelijke teksten. Het is alleen opvallend, wat in apocriefen openlijk wordt uitgesproken, vinden we slechts bedekt terug in het kanonieke boek van de Openbaring. Van waar die terughoudendheid van Johannes op dit punt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het geheime boek der Openbaring (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's