De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Media en machten

Het maandblad Credo van mei 1981 is gewijd aan de fuoxtie van de publiciteitsmedia. Ongetwijfeld een uiterst belangrijke zaak om over na te denken. De massamedia, pers, radio en t.v. hebben grote invloed op de beeldvorming en de meningsvorming van miljoenen. Reclame, propaganda, boek, film, interview, discussie... het zijn stuk voor stuk zaken die vragen oproepen en voor vragen stellen. We zijn er niet met verdringing van deze verschijnselen. Misbruik heft het goede gebruik niet op. Maar juist daarom is het goed als de religieuze en ethische aspecten onder de loep genomen worden. In het hierboven genoemde Credo-nummer schrijft dr. Algra over de krant en pleit hij voor een christelijke krant die z.i. vanwege de verwarring der geesten broodnodig is. Tegelijk signaleert Algra op de tragiek dat ook in het verleden vele christelijke dagbladen het niet gehaald hebben vanwege onvoldoende belangstelling. Hij had ook kunnen noemen de verschraling en devaluatie waar het woord 'christelijk' aan lijdt die als reaktie dan weer nieuwe initiatieven oproepen, zonder het dat het komt tot bundeling van krachten.

Ds. M. P. V. Dijk wijst op de funeste invloed van bladen als Privé die hij rangschikt onder het genre roddelbladen, waarbij met name intimiteiten op het gebied van huwelijk, gezin, sexualiteit breed uitgemeten worden. Op de achtergrond ziet Van Dijk de behoefte om de balk van je eigen schuld kwijt te raken door de splinter bij de ander te gaan zoeken. Roddel spruit voort uit behoefte aan zelfrechtvaardiging: wij zijn zo niet... wij zitten goed. En week aan week gaat dat door.

In de pers en straks weer tijdens de verkiezingscampagne om het veilige en zielige gevoel te geven dat wij goed zitten, dat wij zo niet zijn, dat wij tot de uitzonderingen behoren. Daarom krijgen we nooit genoeg van de eindeloze herhaling van eeuwig hetzelfde over filmsterren en prinsessen en schaatskampioenen. Een gemakkelijke buit, immers de mensen kunnen zich nauwelijks verdedigen. En het geld vloeit in het laatje de aandeelhouders kunnen tevreden zijn. Geld verdiend ten koste van tranen. En de markt blijft bestaan. Er is behoefte, schreeuwende behoefte aan roddel! Er is een schreeuwende behoefte aan zelfrechtvaardiging sinds de tijd dat wij God niet meer toelaten ons te rechtvaardigen, dat is: onze zonden, ònze, te vergeven.

Je komt wel in een vreemde wereld als je het evangelie leest, een onmogelijke wereld midden in deze harde wereld, een wereld waarvan je zeggen moet: aardig, zelfs mooi, maar volkomen irreëel. Het is de alternatieve wereld van de Here Jezus en zo mogelijk in het verlengde daarvan de alternatieve pers, de alternatieve radio, de alternatieve t.v. Een vreemde wereld. Ik lees namelijk: 'zij (de liefde) is niet blijde met (over) ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles bedekt zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij'. Er is geen geld mee te verdienen. Je kruipt niet in je hoekje bij de haard, blij met het gezellige uurtje dat Privé je bezorgt..

Je bent blij met de waarheid over de naaste. Je publiceert niet, maar bedekt, je gelooft zo lang mogelijk het goede, je ligt niet op de loer met telelenzen, maar hoopt zo lang het kan op verbetering, je zit je niet altijd dood te ergeren, maar probeert te verdragen. En wat is het geheim van deze vreemde levenshouding? De liefde! De lief­de? Laat me niet lachen! Wie heeft dat nu weer uitgevonden? Kan je daar iets mee beginnen op de beurs? Jezus heeft het uitgevonden Hij is er zelfs voor gestorven. Hij is gestorven om de liefde tegenover deze schijn-en leugen wereld te doen triumferen. Daarvoor is Hij ook opgestaan.

Een vreemde wereld, veel vreemder dan zelfs christenen vaak denken. Als je de Heer wil navolgen bevind je je in een alternatieve wereld. Goed, laat dat zo zijn, maar wie heeft nu het gelijk aan zijn kant? Welke wereld zal het winnen? Als je dat vraagt lijkt maar één antwoord mogelijk: de schijnwereld van de reclame die een valse wereld voorspiegelt en een vals geluk, een vals mensbeeld, een valse-levensbeschouwing. We worden overspoeld door al die verhalen over overspel en driehoeksverhoudingen, pedofiele relaties. Alles mag als je maar tot je identiteit komt, als je maar jezelf kan zijn. Natuurlijk wint deze wereld het. En dat andere is wel mooi maar een grote vergissing. Jezus heeft zich in de mensen vergist. Zo denken we, maar het is niet waar! God heeft gezegd, toen Hij deze Jezus uit de doden opwekte: luister: Hij is het. Hij wint! Zijn wereld is de echte, de ware, zijn wereld liegt niet. Met Hem kan je in zee, volg Hem.

Van Dijk wijst erop hoe het oude, nl. het leven van de zonde, eigenlijk achterhaald is. Het gaat voorbij. Ja, maar wel moet het eerst tot zijn hoogtepunt komen. Nog kan het beest uit de aarde, de valse profeet, publiceren, en de publieke opinie vergiftigen.

Men zegt wel eens dat christenen niet mogen meedoen aan het doemdenken. Daar heeft men gelijk in, maar dan wel zo dat wij door het doemdenken heen moeten. We gaan met onze kinderen door een donkere tunnel. U zegt misschien: dit is maar een somber artikel. Nou, dat geloof ik niet. Er zijn lichtglanzen de lichtglanzen van de komende dag! Wij kunnen tekenen oprichten, Jezus navolgen. Tekenen van liefde en waarheid kunnen wij oprichten in een postchristelijjce wereld in het geloof dat het nieuwe triumfeert.

Sex verkoopt goed. Een film niet gelardeerd met bloot doet het niet en levert geen rente op. Caricaturen doen het goed, het nieuwste is romans zo veel mogelijk te doorspekken met caricaturen van vrome mensen en gebeden. Het onmogelijke, niet aan enige werkelijkheid beantwoordende, druipt er wel af (zo bijvoorbeeld in het gebed van de onderwijzer die God aanspreekt, als generaal) maar dat mag niet hinderen. Als het maar verkoopt.

In zulk een wereld leven we en gaan wij naar het schijnt meer en meer leven. De dollar regeert en de dollar wil dat er in de film zoveel mogelijk geschoten wordt, doden vallen, auto's in brand vliegen en van berghellingen neerstorten. Regeert de dollar of onze behoefte aan sensatie waarvan de dollar gebruik maakt? De schreeuwende behoefte aan zoveel mogelijk moorden, inbraken, sex, echtscheidingen, wandelingen van bed naar bed, liefst naar het bed van de buurvrouw onder het mom van psychologische analyse? Ik denk het laatste. Straks krijgen we de satellieten met nog meer wereld in huis, wereld die maar al te zeer de wereld in het eigen hart in het gevlei komt en er op inspeelt. Behoefte aan agressie, rock-en rollmuziek die een uitlaapklep biedt voor de agressie van binnen. Waarmee al weer bewezen wordt dat de structuren nergens zouden zijn als ze niet listig van het mensenhart gebruik wisten te maken. Zo gaan we met de knoppen van het toestel naar de knoppen. De knoppen zitten binnen. Daar is de oude wereld.

En wat is nu de taak van de media, de taak van christehen op het terrein van de media? Iets van de nieuwe wereld van de Here Jezus te laten zien, God in Zijn strijd tegen het reeds in Christus overwonnen kwaad met zijn laatste stuiptrekkingen te vertegenwoordigen. Het is als met een veldslag die reeds gewonnen werd. Vertwijfeld verspeelt de vijand zijn laatste kansen.

Wij dienen de geestelijke vervuilers in onze tijd te onderkennen. Daarom moeten we niet met oogkleppen op lopen. Daarom zullen we de confrontatie met het ongeloofsdenken en de leugenpropaganda ook niet kunnen ontwijken. Maar daarom juist is de taak van de massamedia groot. Het zou een trieste zaak zijn als de christelijke media door polarisatie en geharrewar elkaar zouden tegenwerken, krachten gaan versplinteren en zo bij de wereld volstrekt ongeloofwaardig worden. Bezinning en solidariteit, gebed en daadwerkelijke belangstelling - die kritiek niet uitsluit! - mag verwacht worden van ieder en mag gevraagd worden door allen die in de bonte wereld van de media met vallen en opstaan de christelijke identiteit pogen waar te maken. In de strijd tegen de machten hebben we als christenen elkaar nodig.

***

Omgaan met verscheidenheid

Een werkgroep aan de VU is bezig met de bestudering van het vraagstuk van de pluraliteit der meningen binnen de Geref. kerken. Gereformeerden denken immers over de meeste zaken niet gelijk meer. Hoever mag de verscheidenheid gaan? Dr. J. Hendriks heeft in het Centraal Weekblad van 20 mei een artikel geschreven over dit verschijnsel en over de vraag hoe je er mee om moet gaan. Hij wijst erop dat je het probleem uit de weg kunt gaan door een gesprek te vermijden. Als je er niet over praat kun je er ook geen herrie over krijgen, is dan de gedachte. Het nadeel is evenwel dat het niets oplevert. Het lijkt b.v. in een gemeente wel pais en vree. Maar het is het niet. Het gevolg is dat de bereidheid tot inzet verslapt en men de gemeenschap opgeeft.

Je kunt ook een twistgesprek aangaan met de bedoeling de ander te overwinnen en eigen standpunt te doen zegevieren. Maar is dan het probleem van de verliezer opgelost? Hendriks pleit voor het open gesprek.

Daarmee bedoel ik het gesprek waarin we elkaar niet onder de voet lopen, maar, integendeel, op de been houden, waar we elkaar niet in het nauw drijven, maar ruimte voor eikaar scheppen. Voor een dergelijk gesprek zijn de volgende elementen wezenlijk.

1) Elkaar aanvaarden. Een absolute voorwaarde voor een werkelijke gesprek over de verscheidenheid is dat we elkaar aanvaarden. Dat betekent niet alles wat de ander zegt of doet mooi vinden; ook niet je eindeloos meegaand opstellen. Aanvaarden van de ander betekent wel, open staan voor zijn of haar leven, laten blijken dat hij of zij er zijn mag en dat je de andere niet onder de voet wilt lopen. Aanvaarden van de ander betekent Centrale voorwaarde-is:

2) Naar elkaar luisteren. Luisteren is niet even je mond houden, maar actief en ingespannen pogen te begrijpen wat de ander bezig houdt; pogen te begrijpen waarom hij of zij zó denkt en vooral waar het hem of haar om gaat. Luisteren naar elkaar is vaak moeilijk. Dat komt mee omdat we allerlei beelden over elkaar hebben die het contact belemmeren. Als we weten dat iemand 'verontrust' is, lid is van een IKV-kern, een 'vrouwencafé' bezoekt enz. luisteren we vaak al niet meer; we weten al genoeg. Het beledigende in die manier van doen is dat we de ander reduceren tot een exemplaar van een bepaalde groep; we zien niet het unieke van hem of haar. Daarom is voor efen werkelijk gesprek van belang dat we onze vooroordelen bestrijden.

3) De ander zien als verantwoordelijk mens. Voor een open gesprek is nodig dat we de ander niet zien - als een object dat wij wel eventjes tot ons standpunt zullen bekeren. De ander is niet object, maar een subject. Dat wil zeggen: een gemeentelid dat zélf verantwoordelijk is, dat zélf moet kiezen. Natuurlijk mogen wij een appèl op elkaar doen, maar dat is iets anders dan proberen een ander ons standpunt op te dringen.

Essentieel voor een open gesprek is tenslotte ook dat in het gesprek het eigenlijke punt aan de orde komt. Daarvoor is onder meer nodig dat we:

4) Samen zoeken naar de vraag achter de verschillen. In onze gesprekken over de verscheidenheid gebeurt dat helaas te weinig. Onze gesprekken beperken zich vaak tot het uiteenzetten van de verschillende standpunten: vóór of tegen het PCR, vóór of tegen kinderen aan het avondmaal enz. Het gesprek gaat dan daar over, dus over antwoorden, terwijl de vragen die daar achter liggen, op de achtergrond blijven. Daarbij gaat het om zeer wezenlijke vragen zoals: Hoe kunnen wij de slachtoffers van het racisme te hulp komen? Hoe kunnen we bevorderen dat kinderen een band met de gemeente houden?

Als we er in slagen samen die vragen op het spoor te komen kan het gesprek heel anders worden. Dat is vooral het geval als we doorkrijgen dat we wellicht tegengestelde antwoorden geven, maar wel een gemeenschappelijke vraag hebben.

Over het omgaan met de verscheidenheid in de gemeente is natuurlijk nog veel meer te zeggen. Dat kan evenwel niet in dit artikel. Daarom verwijzen wij graag naar literatuur over dit onderwerp. In het bijzonder denken wij daarbij aan twee boekjes die binnenkort bij Kok in Kampen zullen verschijnen: 'Samen erfgenamen-Kiezen en delen' van dr. J, M. Vlijm en de daarachter liggende bundel 'Geloofsmanieren'. Deze boekjes zijn geboren in een door de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit ingestelde werkgroep.

Het is inderdaad moeilijk op deze enkele opmerkingen te reageren temeer waar Hendriks zelf wijst op het fragmentarische. Toch wil ik op enkele dingen wijzen. Ook bij aanvaarding van de ander en bereidheid tot luisteren lijkt het me toch belangrijk te vragen naar de uitgangspunten voor een gesprek. Gaan we uit van gelijke basisvooronderstellingen, b.v. erkenning van het gezag van de Heilige Schrift of verschillen we al in dat fundamentele gegeven?

Hendriks pleit duidelijk voor een dialogische wijze van omgaan met elkaar. Er is veel wat aanspreekt in zijn artikel. Maar juist binnen de gemeente van Christus zijn er toch grenzen aan zo'n dialoog. Dat hangt samen met de vraag: de grenzen van de gewettigde verscheidenheid. Er is niet alleen de pluraliteit. Er is ook waarheid en leugen. Er is niet alleen het feit dat we het evangelie anders kunnen verstaan. Er is ook de mogelijkheid vaneen ander Evangelie wat geen evangelie is. Dan kan de gemeenschap toch stukbreken. De gemeente van Christus als belijdende gemeenschap is meer dan een gesprekscentrum. De kerk heeft ook iets van een pilaar. De belijdenis heeft ook kerkelijk gezag. Niet elke verscheidenheid is gewettigd. Maar dat neemt niet weg dat we zolang mogelijk moéten proberen met de ander in gesprek te blijven. Tenslotte mag het er in de gemeente nooit om gaan, dat ik of de ander gelijk krijgt, maar dat Christus gestalte in ons krijgt en zijn Woord heerschappij heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's