De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gepredikt welbehagen (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gepredikt welbehagen (4)

8 minuten leestijd

hoe is het dan mogelijk dat de Heilige Geest wordt weerstaan?

Nu laten zich hier een aantal vragen niet wegdringen. Een der klemmendste is deze: maar hoe is het dan mogelijk dat de Heilige Geest wordt weerstaan? Ligt dat dan toch niet aan het Evangelie zelf? preekt dat dan toch niet met twee woorden, alsof het jegens de één welmenend spreken zou, en jegens de ander niet?

Wie zo de schuld van het ongeloof op God afwentelt, maakt zich schuldig aan Godslastering, heeft Calvijn eens gezegd. En, al eeuwen tevoren, ried de grote Augustinus zulke leeghoofden aan, zich uit de kerk weg te pakken!

Het heilig Evangelie heeft maar één bedoeling: zalig te maken wat verloren is, levensgeur ten leven te zijn. Maar hoe kan het dan voor sommigen niettemin een doodslucht zijn ten dode? Dat is de schuld van de mens. Wie het Woord de verschuldigde gehoorzaamheid onthoudt, krijgt met de 'neven-bedoeling' van de prediking te maken (Calvijn). Christus biedt zich allen aan, zonder onderscheid. Zijn armen willen allen omvatten. Wie deze nodiging afwijst, versmaadt zelf zijn heil en haalt eigener beweging zich het eeuwige verderf op de hals.

Zovelen er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig (serio) geroepen, stelt onze Belijdenis (Canones III-IV, 8): ernstig en waarachtig betoont God in Zijn Woord wat Hem aangenaam is, nl. dat de geroepenen tot Hem komen!

Mag ik u het volgende beeld doorgeven? God laat geen twee touwen neer in de prediking: één van Zijn verbond en één van Zijn verkiezing. De draad van Zijn verkiezing is geen andere dan de draad van Zijn verbond. De ene is, voor ons zichtbaar, om de andere gestrengeld. Wikkel u dan in het koord van het beloftewoord en ge hangt de verkiezende God om de hals! Waarbij alle roem is uitgesloten!

Volharding

Maar moeten wij er nu omheen, dat in de Heilige Schrift ook sprake is van verharding door God, en kunnen wij ontkennen Gods dubbele praedestinatie: verkiezing én verwerping? Nee, noch tot het een noch tot het ander hebben wij het recht. Wij zwijgen er niet van omdat de Schrift ervan spreekt.

Maar dan moet ons spreken ook in dezelfde bewogen toonaard staan als dat van de Schrift. En nu blijkt dat binnen de verbanden van de Bijbel geen sprake is van enige congruentie (evenwicht) tussen verkiezing en verwerping, alsof het twee symmetrische, koel-willekeurige besluiten zou betreffen. Van ganser harte verwerpen wij, met Dordt, met verfoeiing de gedachte dat de verwerping 'eodem modo' (op dezelfde wijze) oorzaak van het ongeloof zou zijn, gelijk de verkiezing de fontein en oorzaak van het geloof is (Canones, Besluit).

De verwerping is niet het spiegelbeeld van de verkiezing, maar de schaduwkant ervan. Hiermee is dit gezegd: in de verkiezing speelt niets van de mens een rol - ook het geloof niet, alsof dat door God was voorgezien en mee zou tellen; 't geloof is geen voorwaarde, maar vrucht van de verkiezing! - maar in de verwerping wel degelijk, nl. de zonde en ongehoorzaamheid. Bij de verkiezing ligt de enige grond in het eenzijdige, puur-genadige welbehagen, maar bij de verwerping dienen wij van twee gronden te spreken. De zonde van de mens, dat is de ene oorzaak. Maar nu laat zich ook een laatste vraag niet verdringen..., indien wij althans niet in de greep van het dualisme willen geraken en indien wij aan de Schrift recht willen doen, die zegt dat God alles gewrocht heeft om Zijns wil. Het is deze: hoe komt het nu ten dieptse dat God de ene zondaar op grond van diens eigen schuld voorbijgaat, en de andere die nauwkeurig dezelfde doodsschuld heeft, op grond van Zijn welbehagen verkiest? Daarop is slechts met beving en al stamelend te zeggen: dit is Gods hoge vrijmacht. Maar dan een vrijmacht die geenszins de absolute willekeur van de despoot is, doch de vrijmacht van die God die het kwade en het verderf niet kan willen en werken zonder daar Zijn rechtvaardige, heilige redenen voor te hebben. God is een licht, en gans geen duisternis is in Hem (1 Joh. 1). Vlak bij elkaar vinden wij geschreven dat de Heere óók de goddeloze heeft gewrocht maar ook, dat al wat hoog van hart is, Hem een gruwel is, en niet onschuldig blijft (Spr. 16 : 4, 5). Boven deze paradox komen wij niet uit. Hier nu is Mozes' woord terzake: De verborgen dingen zijn voor de Heere, onze God!

Wie hier rechtlijnig redeneert i.p.v. 'kruiselings' gelooft, verliest zich in diepduistere schachten van speculatie. En die krijgt van Paulus te verstaan: Wie zijt gij, o mens, die tegen God antwoordt (Rom 9)?

Wie de paradox niet zint... die mag een oplossing bieden die logisch verantwoorder klinkt... Ik geef al mijn woorden inzake dit geheim heel gaarne voor beter. Maar, onder dit beding: dat niet de rede heersen zal over de Schrift, maar de Schrift de doorslag geeft. Calvijn, aan wie denkkracht niet bepaald vreemd was, schaamde zich niet om op dit punt te spreken van 'ignorantia nostra' (onze onwetendheid)!

Geen willekeur

Wat de verharding betreft, hebben wij het erop te houden, dat God verhardt die Hij wil maar nimmer iemand dwingt in grillige willekeur. Die gedachte strijd met alles wat goddelijk en heilig is! Hoe vurig is de Farao niet van Godswege door Mozes bezworen, zijn harde, hoge hart te buigen! En wie zou durven beweren, dat dit God geen ernst was? Maar, wie zich tegen zoveel goddelijke ernst verhardt en verhovaardigt, die komt om zo te zeggen Hem te na, en komt in aanraking met de buitenste wand van Zijn brandende liefde, en dat is: toorn! Zo iemand brandt zich, verhardt zich en wórdt verhard. Wie te dicht tot een vurige oven nadert, raakt in brand...

Wiens schuld is dat: van het vuur of van de waaghals?

Augustinus zei ooit van de zondeval: 'Non praeter voluntatem Dei, sed contra', d.i. zij geschiedde niet buiten maar wel tegen God wil. God laat de zonde toe, zonder eraan toe te geven.

Ook hier weet het redelijk denken geen bevredigende oplossing te vinden, voorzover wij kunnen zien. Hoe precies de verhouding ligt tussen 's mensen verantwoordelijkheid en de goddelijke vrijmacht, laat zich in geen formule vangen. 't Is zaak om beide polen voluit ernstig te nemen. Wie Gods vrijmacht miskent, stelt Zijn God-zijn in de waagschaal. En wie de menselijke verantwoordelijkheid bagatelliseert, zal niet meer echt en eerlijk kunnen spreken van: schuld!

Heilzamer dan alle redekavelen is ongetwijfeld om de roepstem ernstig te nemen van die God die i.p.v. blindelings en willekeurig te verharden, met luide stem ons voorhoudt: 'Verhardt u niet...!' Het geloof mag midden in de gloed en rook van Gods gericht over alle ongerechtigheid, doordringen tot de Naam des Heeren, die een en al belofte is. En al wie in de Naam een vat vol veelbewogen en veelbelovend heil heeft aangetroffen, roept in de spelonk van bittere beproeving: 'Heere Gij zijt toch onze Vader, waarom verstokt (!) Gij ons hart? Gij zijt onze Vader. Wij zijn leem. Gij zijt onze Pottenbakker' (Jes. 63 en 64). Dit is taal die wel heel ver af staat van verwijt en verontschuldiging. Het is geloofstaal, die klinkt in de ruimte van die ziel die perplex staat over de pure vrijmacht Gods en daardoor niet tot wanhoop of tot opstand komt, - maar tot het pleidooi van een smekeling: 'O God, géén wonder zou het zijn als Gij mij eeuwig zoudt voorbijgaan, maar op grond van Uw Naam en Uw verkiezend welbehagen mag ik nochtans om wél een wonder vragen: gena, o God! Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn. Doe het om Uwszelfs wil. Niet op grond van de werken, maar op grond van Uzelf, o Roepende! Gij zijt onze Pottenbakker, Die macht hebt over het leem, maar Die tegelijk onze Vader wilt zijn om Jezus' wil.'

Nog één vraag in dit verband: hoort de verwerping in de prediking thuis? Nooit als mededeling van een stand van zaken, evenmin als de verkiezing er trouwens als zodanig (dus als mededeling) thuishoort.

In de prediking wordt geen notariële acte voorgelezen, maar er gebeurt wat anders: de deur van het Hemelrijk draait er op haar scharnieren. Open gaat zij voor allen, die de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen. Dicht voor alle ongelovigen, die onder Gods toorn en verdoemenis blijven, zolang... zij zich niet bekeren. Naar dit getuigenis van het Evangelie - niet naar verkiezing of verwerping - zal God u en mij oordelen, beide in dit en in het toekomende leven (H.C. 31).

Niet de verwerping hoort in de prediking thuis, maar de werving tot, en versterking in het geloof. Wie voor deze werfkracht niet capituleert, ziet het Evangelie tegen zich keren en werkt zo zelf zijn verwerping uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gepredikt welbehagen (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's